+ Meer informatie

WIRpremie bevordert in schatkist investeringen goed

Volgens onderzoek van Planbureau WpprhodGIÏl

3 minuten leestijd

DEN HAAG — Iedere gulden die verstrekt wordt in het kader van de Wet Investerings Regeling (WIR) lokt een investering van ƒ 1,50 uit. Daarmee is via de verstrekte WIR-gelden tot nu toe a raison van ƒ 5 miljard voor ƒ 7,5 miljard aan investeringen uitgelokt. Dat is ongeveer 25 procent van het totaal aan bedrijfsinvesteringen dat nu onder de WIR valt. Op basis van deze cijfers moet dan ook geconcludeerd worden dat de WIR een effectief instrument is om investeringen te bevorderen. Het is minstens zo effectief als de investeringsaftrek voor de belastingen, waarvoor de WIR in 1978 in de plaats kwam.

Dit is gebleken uit een onderzoek van het Centraal Plan Bureau (CPB) zoals dit recentelijk is afgerond. De regering zal het binnenkort aan de Kamer zenden. Een en ander blijkt uit een antwoord dat de regering geeft op vragen uit de Kamer rond het permanent maken van de WIR-toeslag op investeringen in bedrijfsuitrusting, de outillagepremie, op. 10 procent. Het kabinet houdt vast aan die plannen, 'gezien de blijvende verslechtering van de investeringsgeneigdheid bij bedrijven die tot 1985 gemiddeld met niet meer dan 1 procent zal toenemen. Tegelijk laat het kabinet echter weten dat de omvang van de investeringen in de outillage ondanks de WIR-premie nu in de periode van 1980 tot 1985 maar gemiddeld met 2 procent zullen toenemen. In het kader van de WIR-premies laat het kabinet de Kamer verder weten dat de relatief gunstige gang van zaken bij investeringen in gebouwen vooral voortkomt uit de dienstensector en de landbouw, twee sectoren die weinig te lijden hebben gehad onder de energiecrisis en de gevolgen daarvan.

VERHOGEN

De regering laat de Kamer weten te overwegen de WIR-premies verder te verhogen als de economische situatie > daar aanleiding toe geeft en de staatsfinanciën dit toelaten. Deze verhoging zou nog in de tweede helft van dit jaar moeten plaatsvinden. Daarbij geeft men te kennen dat een verhoging van bijvoorbeeld de investeringspfemie voor gebouwen met 2 procent de Staat 220 miljoen gulden zal gaan kosten. Daarbij verwacht het kabinet overigen dat de investeringen van bedrijven in omvang in de tweede helft van dit jaar met 5 procent zullen toenemen ten opzichte van de eerste helft van 1981. Voor het hele jaar in het beeld echter somber, de omvang van bedrijfsinvesteringen ligt 8 procent lager dan in 1980. Naar verwachting zal de premie op outillage een positief, effect Jtebben van 1 tot 1,5, procent binnen de omvang van de bedrijfsinvesteringen.

Over stagnatie bij de behandeling van aanvragen tot premies zegt de regering dat de meeste aanvragen binnen enkele weken worden afgedaan met uitlopers tot vier maanden voor heel ingewikkelde aanvragen.

Jil
II II II 1} III

telM
iiii

Verder verkocht de centrale bank de afgelopen week voor circa ƒ680 min dollars en marken. Dit verkrapte de geldmarkt. Andere marktverkrappende factoren waren de uitzetting van het bankpapier met ƒ 299 min en de per saldo ƒ 485 min, die naar de staat vloeide in de vorm van belastingafdrachten en de storting op een onderhandse lening.

Het rijk loste hiermee de voorschotten bij de Nederlandsche Bank af van ƒ 143 min en de schuld van ƒ 115 min in het kader van het financieringsarrangement. Met de overblijvende ƒ227 min werd weer een bodempje in de schatkist gelegd. Als gevolg van een en ander zagen de handelsbanken hun voorschotten bij de Nederlandsche Bank oplopen tot ƒ 4,4 miljard.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.