+ Meer informatie

B r i e f w i s s e l i n g

6 minuten leestijd

Aan de jongelieden, Beste Allemaal,

Het kan zo eigenaardig soms gaan. Was ik deze week zo hier en daar doende en kom ik in eens dominé Platevoet te ontmoeten. Laat mij het uitleggen. De goede man is niet meer in laven, maar als ik zo eens rustig gezeten ben bij de weinige boeken die ik heb, reis ik in gedachten stad en land af en vertoef soms in vroeger eeuw. Je zidt zeggen: begrijpelijk, want thans is er in de wereld nipt veel moois te beleven en u denkt dan als alle oude mensen aan „die goede, oude tijd!"

Maar vergis je niet, want er is ook vroeger heel wat omgegaan. Oorlogen, die even zwaar gevoeld werden als die uit onze tijd. God schrijft Zelf de geschiedenis en Hij schrijft die voor Zijn Kerk in bloed en tranen. Maar dat zijn tranen die eenmaal volkomen worden afgewist en 't is een lijden dat eens in heerlijkheid wordt omgezet. En in al het wereldgebeuren vormt de éne Kerk Gods altoos het middelpunt.

Maar ter zake. Ds Platevoet droeg de gelatiniseerde naam Petrus Plancius. Hij was geboren in 1552 in Vlaanderen. 25 Mei 1622 is hij in Amsterdam overleden. Het heetst der vervolgingen en de bloeitijd der gereformeerden heeft hij gekend. In Duitsland en Engeland heft hij zijn studie voltooid. In Vlaanderen en Brabant preekte hij bij de vlammen van de brandstapels! Vaak sprak hij in de open lucht het Woord, wanneer duizend en meer mensen om hem stonden of zaten. Ja, daar ging wat om en men waagde er wat aan om het zuiver Evangelie te mogen horen. Anders dan tegenwoordig, nu het van vele kerkgangers en ook van de jeugd een goedheid is ah zij anderhalf uur, of één uur, in de kerk zitten. Een geld jager was Plancius niet, want hij wilde meestal niet eens betaald worden. Later scheen hij met middelen welgezegend te zijn, want hij nam wel voor bijna een ton gouds deel in de Oost Indische Compagnie.

Opmerkelijk: hoe feller de strijd tegen Spanje was, hoe rijker de bron van inkomsten voor het kleine Nederland. Oorlogen kosten geld. Maar God zorgde dat er niet in 't buitenland geleend behoefde te ivorden.

Plancius was een hervormer. Een man, die ziel en lichaam aan de hervormde waarheid verbonden had. Dat is dan zo een uit de hemel gewerkte keuze, door Gods genade valt het volk daar niet meer uit of af. Een strenge Calvinist. Een man, die al heel wat had medegemaakt. In 1578 werd hij prediker in Brussel en vluchtte in soldatenkleding weg toen Parma daar inviel. Ds. Plancius kwam. met vele vluchtelingen uit het Zuiden in Amsterdam en werd daar, in de tijd der Remonstrantse woelingen dienaar der kerk.

Nu had hij naast zijn theologische studie ook een gave voor studie van wiskunde, zeevaart-en sterrekunde. Hij had een wiskundeknobbel, zo men dat nu noemt. En hij bewees zijn land uitnemende diensten door de zeelieden te leren, kaarten voor hen te tekenen en de overheid aan te sporen schepen uit te rusten voor de handel, rechtstreeks, op Indië. De weg daarheen moest nog gezocht worden. Uit die tijd dateren de eerste tochten naar China.

En de tochten om via de Noordpool in het Oosten te komen. Maar ook voor het Zuiden tekende hij de kaarten en hanteerde2 hij de zeevaartkundige instrumenten. Heemskerk, de Ryp, Rarentz, de Houtmannen waren de mannen die scheep gingen naar onbekende zeeën. Nova Zembla, bij ons bekend, dateert uit die tijd. Instede van hang naar sociale zekerheid en gedrukte steuntarieven van Sociale Zaken, was er moed om iets te ondernemen. Dooide ervaringen bloeide Holland op en werd rijk.

De vele onderwijzers, schooljuffrouwen en andere geleerde lieden, die dit geschrijf lezen, weten nog beter dan ondergetekende wat er in die dagen op het gebied van handel en scheepvaart omging. De Hollanders waren een stoer volk, een tikje ruw, maar zij zaten niet achter de kachel. In onze lijd is die geest nog niet helemaal gedoofd, men gaat nu, dank zij dan Ds Plancius, meer verfijnd wetenschappelijk te werk.

Zie daar mijn Platevoet als hij niet op da kansel stond. Er is nog béter over hem bekend. Hij kampte voor de gereformeerde waarheid! Al spoedig bestreed hij in Amsterdam de Luthersen in hun ubiquiteits leer (de lichamelijke tegenwoordigheid van Christus in het Avondmaal, meer bekend als de consubstantiatie leer) en ook in „het verdonkeren van vele van de 12 art. des geloofs." Zie hierover: Plancius, in het Biografisch Woordenboek van Prot. Godgeleerden in Nederland, waarvan af en toe een nieuw deel verschijnt.

Evenzo lag hij dadelijk overhoop met Arminius, Uitenbogaart en Vorstius, die remonstrantse leringen uitdroegen op de gereformeerde kansel. Speciaal zijn preek over Matth. 22. , Wat dunkt U van de Christus" gaf groot tumult. Want de dominees Vorstius en Uitenboogaart zaten toen onder zijn gehoor en zij kregen er van langs! (Had ik dat eens mogen horen). Rurgemeester Hooft trachtte in lanfe conferenties het geschil te sussen, maar U weet: de vaderen marchandeerden nooit als 't om Gods Waarheid ging. Ook Plancius niet.

16 Febr. 1913 komt Ds Uitenbogaart als peetvader (of ge-vader) in de kerk bij Ds Plancius om het kind van zijn stiefdochter te laten dopen. Plancius leest het formulier maar de vraag: „Of gij de leer die in liet Oude en Nieuwe Testament en in de art. des chr. geloofs begrepen is en in de chr. Kerk alhier geleerd ivordt niet bekent de waarachtige en volkomen leer der zaligheid te wezen" veranderde Ds Plancius nu aldus: „of hij deze leer, die hier geleerd werd en voorts in liet O. en N. Testament en in de art. des chr. geloofs begrepen was, niet bekende de waarachtige en volkomen leer der zaligheid te wezen?

Ds Uitenbogaart merkte het verschil niet op en zei: Ja! Hij had zich dus vóór deze, die avond gepreekte leer uitgesproken. Toen Uitenbogaart vernam wat Plancius hem hier had geleverd, gaf dat tot nieuw protest en nieuwe strijd aanleiding.

Nu moeten we maar nooit de strijd óm de strijd toejuichen. Maar Plancius' dagen doen klaar zien van hoe grote betekenis voor ons volksleven de gereformeerde leer van Dordt is geweest. Die maakt geen luie of slordige mensen. En ze is dat nog. Als ons volk niet meer uit deze leer voor lijf en ziel, voor kansel en nering haar levenskracht put, gaat het volk snel achteruit. Die kostelijke eerste vraag en antwoord van onze Heid. Cal. houdt maar alles in; alle goed om hier als christen te leven en om in onzen lieve en getrouwe Zaligmaker ook eenmaal te sterven! Wel u, jongeren, zo dit uw keuze is. Met dat dierbaar geloof — hoe soms bestreden — is er ruimte om te leven en evenzeer ruimte om te sterven!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.