+ Meer informatie

DWAASHEID

5 minuten leestijd

„Zo heeft het Gode behaagd door de dwaasheid der prediking zalig te maken die geloven". 1 Cor. 1 : 21b.

De smaadtaal: „Uw prediking is een prediking der dwaasheid"-wordt door de apostel aanvaard. De prediking van het Evangelie is dwaasheid voor de Jood, die steunt op zijn kracht, die denkt uit de werken der wet gerechtvaardigd te worden. Zich vastklemmende aan de tekenen van Mozes in de onderhouding der ceremoniële wetten, wordt het teken van Jona verworpen, is het een 'totale dwaasheid in hun ogen te geloven in de gekruisten Christus.

De prediking van het Evangelie is dwaasheid voor de Griek, die zijn wijsheid als vrucht van zijn denken tot uitgangspunt heeft. De wijsheid van de alleen wijze God, geopenbaard in het uitdenken van de weg .der zaligheid, houdt hij voor dwaasheid.

De prediking van het Evangelie, de aanbieding van Jezus Christus, houdt de mens, die in zijn dode lijdelijkheid rustig neder zit, onbekommerd voortleeft naar de eeuwigheid, voor dwaasheid. Het is toch een totale dwaasheid de mens, die dood ligt in de staat des ongeloofs, op te' roepen tot bekering, te stellen onder de eis des Woords! Dat moge nog toelaatbaar zijn, wat het uiterlijke leven betreft, maar in geen geval ten opzichte van het geestelijk leven. Het is toch een voldongen feit, dat de man, die naar het kerkhof gaat om zijn geliefde doden of trouwe vrienden op , te roepen uit hun graven, krankzinnig is. Hoe is het dan ter wereld mogelijk, dat een man, die belijdt Gereformeerd te zijn, een onbekeerd mens kan stellen onder de eis van het Evangelie ? Het is dwaasheid, of — hij loochent des menschen doodstaat; is dus Arminiaan.

Inderdaad, wij stemmen 't van ganser harte toe, het is op zichzelf een totale dwaasheid, maar bedenk het, o mens, dat het Gode behaagt door de dwaasheid der prediking zondaren zalig te maken. Moest Ezechiël niet op Gods bevel profeteren, zeggende: „Gij dorre beenderen, hoort des Heeren woord". Dat die dorre beenderen doodsbeenderen waren, wist de profeet heel goed, maar desniettemin profeteerde hij over die dorre beenderen, met een biddende ziel en zie: „Toen kwam de geest in hen en zij werden levend en stonden op hunne voeten, een gans zeer groot heir". (Ez. 37). Met een biddend hart spreken Gods getrouwe knechten tot de onbekeerde mens, stellen zij hem onder de eis des Woords, onderwijzen zij hem in de beloften van het Evangelie, daar hun harten door de almachtige kracht van G'ods genade vernieuwd kunnen worden.

Mag dan een onbekeerd mens gebruik maken van de beloften des Evangelies?

Ja! zeker mag hij dat. Twijfelt u nog of dat mag? Wel, luister dan naar Vader Ledeboer: Moeten wij Hem ook om, dien Geest bidden? " „Ja gewisselijk." Matth. 7 : 7. „Bidt en u zal gegeven wórden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden." „Hebben, wij grond daartoe? " „Ja, in onze doop". In onze doop hebben wij grond om te pleiten op de beloften van het Evangelie, mijn onbekeerde medereiziger naar de eeuwigheid. U gelooft toch zeker niet, dat Ledeboer van de 1 veronderstelling uitgaat, dat hij alleen tot wedergeboren kinderen spreekt. Volgens Vader Hellenbroek worden onbekeerde mensen geroepen in de uitwendige roeping tot de bruiloft des Lams. „Waar. door geschiedt de uitwendige roeping? " „Door Gods Woord". Spr. 9 : 3—6. „Zij 'heeft hare dienstmaagden uitgezonden: ij nodigt op de tinnen van de hoogten djr stad: ie is slecht? hij kere zich herwaarts! tot d? verstandeloze zegt zij: omt, eet van mijn brood en drinkt van de wijn, die ik gemengd heb. Verlaat de sïcchtigheden en leeft en treedt in de weg des verstands." Het zijn twee dierbare vragenboekjes. Gedurig lees ik nog uit het vragenboekje van Ledeboer, dat kleine boekje, natuurlijk nog meer uit dat van Hellenbroek.

De Heere verheerlijkt tot op de dag van heden Zijn souverein welbehagen door de dwaasheid der prediking tot zaligheid van zondaren. In dat vertrouwen bidden wij de Heere om Zijn Geest of het Hem behagen mocht door de prediking des Woords leven te brengen in c^orre doodsbeenderen. Dat het met meer ernst en meer liefde moest geschieden, stem ik van harte toe. De onbekeerde mens heeft de grootste nood, ligt nog te branden in het vuur van vijandschap om zo voortlevende eeuwig te branden in de hel. Door de verheerlijking van Gods welbehagen kan hij onder de prediking des Woords nog als een brandhout gerukt worden uit het vuur der vijandschap, dat brandt in élk zondaarshart, om zalig te worden door het geloof in Jezus Christus.

In de dwaasheid der prediking tot zaligheid van

zondaren is de bewegende oorzaak der zaligheid, daar des Vaders welbehagen verheerlijkt wordt tot vernieuwing des harten; de verdienende oorzaak der zaligheid, daar Christus de zaligheid verdiend heeft; de werkende oorzaak der zaligheid , daar de Heilige Geest het geloof werkt. Die zichzelf als een dwaas leert veroordelen en verfoeien voor de Heere, prijst Gods ondoorgrondelijke wijsheid in de verheerlijking van vrije genade, door de dwaasheid der prediking.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.