+ Meer informatie

Gasthuis sprong onzorgvuldig om met gewetensbezwaren

4 minuten leestijd

DEN HAAG — „Het Middelburgse Gasthuis is met de gewetensbezwaren van een aantal verpleegsters van de kraamafdeling zeer onzorgvuldig omgesprongen. Het besluit om deze verpleegsters naar andere afdelingen over te plaatsen is niet, zoals het ziekenhuis zegt, een ordemaatregel, maar een maatregel die — op juridisch gebied — wanorde schept."

Dat betoogde gisteren mr. P. W. Smits in zijn pleidooi voor het Haagse gerechtshof tijdens de behandeling van het hoger beroep, dat de twee voormalige verpleegsters van het Gasthuis, Janny Hoek en Jolanda Lindenburg, tegen de uitspraak van de Middelburgse rechtbank hadden ingesteld.

Kort geding
Zij spanden in december vorig jaar een kort geding aan tegen het ziekenhuis dat hen had ontslagen, nadat zij niet akkoord waren gegaan met hun overplaatsing naar andere afdelingen Janny Hoek en Jolanda Lindenburg, die respectievelijk als hoofd en verpleegkundige op de kraamafdeling werkzaam waren, werden door de Gasthuisdirectie overgeplaatst, omdat zij niet mee wilden werken aan abortusingrepen. In kort geding betwistten zij zowel het overplaatsings- als ontslagbesluit en eisten terugplaatsing op de kraamafdeling. De Middelburgse rechtbank wees deze vordering echter niet toe.

Omdat Janny Hoek intussen een nieuwe werkkring heeft gevonden in het bejaardentehuis van de Ger. Gemeente in Middelburg, is in haar geval de vordering thans teruggebracht tot terugbetaling van de proceskosten. Voor Jolanda Llndenburg, die nog geen ander werk heeft, ligt dat in zoverre anders. dat zij terugplaatsing blijft vragen, als het gerechtshof tot de slotsom mocht komen dat het ontslagbesluit van de Gasthuisdirectie nietig is.

Hun raadsmann mr. Smits is het er vooral om te doen dat er duidelijkheid komt omtrent de positie van verpleegsters die in geweten niet mee kunnen werken aan abortusingrepen.

Nieuwe wet
Mr. Smits vroeg gisteren in zijn pleidooi dan ook een ondubbelzinnige uitspraak van het gerechtshof over de waarde van artikel 20 van de onlangs door de Eerste kamer aanvaarde Wet afbreking zwangerschappen. Dat artikei bepaalt dat niemand gedwongen kan worden een abortusingreep te verrichten dan wel daaraan mee te werken.

Mr. Smits kritiseerde in dat verband de uitleg die minister Ginjaar aan deze bepaling heeft gegeven door te stellen dat overplaatsing van verpleegsters aansluit bij dit bewuste artikel 20. „Overplaatsing", zo zei de raadsman, „haalt niets uit. Verpleegsters die in geweten niet mee kunnen werken aan een abortusingreep, komen de problemen overal in het ziekenhuis tegen, bijvoorbeeld als ze een vrouw moeten voorlichten die geaborteerd wil worden".

Typerend vond hij dat de uitspraak van Ginjaar later in de Eerste kamer door minister De Ruiter werd afgezwakt. Deze bewindsman stelde toen dat in geval van gewetensbezwaren onderling een regeling getroffen moet worden, zodat verpleegsters niet tegen hun wil aan een abortusingreep hoeven mee te werken.

„De minister komt er dus niet uit", zo concludeerde Smits, die voorts wees op een interview van Ria de Visser (ook zij werd door de Gasthuisdirectie overgeplaatst vanwege gewetensbezwaren) in „Het Richtsnoer". Daarin vertelde zij dat de directie haar had laten weten dat ze „met zulke principes niet in een algemeen ziekenhuis moest gaan werken".

Ruim begrip
Ook uit andere uitlatingen is volgens de raadsman gebleken dat de Gasthuisdirectie niet bereid was tot het treffen van een regeling. „Het ziekenhuis wilde gewoon gaan aborteren, niet alleen in gevallen waarbij sprake is van een ernstige afwijking van de vrucht, maar ook wanneer dat medisch noodzakelijk zou worden geacht. De vrouwenartsen van het Gasthuis vreesden herhaling van de moeilijkheden met de betrokken verpleegsters en wilden voorkomen dat zij belemmerd zouden worden in het hanteren van het — ruime — begrip medische indicatie", aldus mr. Smits, die verwees naar een brief van de gynaecologen aan de directie.

Hij noemde het overplaatsingsbesluit niet alleen onzorgvuldig, maar ook discriminerend. „Een ziekenhuisdirectie of een vrouwenarts die zich verzet tegen abortusingrepen, kan niet worden overgeplaatst. Dan mag het toch niet zo zijn, dat een verpleegkundige om die reden naar huis wordt gestuurd.".

Rechtlijnig
De raadsman van het Gasthuis, mr. R. A. A. Duk, verweet mr. Smits in zijn „tegen-pleidooi" dat hij het geschil vanuit een levensbeschouwelijke invalshoek had benaderd. Juridisch gezien was er volgens hem geen enkel beletsel om de verpleegsters over te plaatsen omdat zij volgens het arbeidsrecht overal inzetbaar moeten zijn.

Hij beriep zich op een brief van de Middelburgse officier van Justitie, die tot de slotsom was gekomen dat de medici van het Gasthuis „in het beperkt aantal gevallen van zwangerschapsonderbreking" zorgvuldig hadden gehandeld.

Hij sprak van „een rechtlijnige, om niet te zeggen starre opstelling" van de betrokken verpleegsters, die niet op de kraamafdeling te handhaven waren omdat zij naast hun weigering om mee te werken aan abortusingrepen, ook niet geschikt waren om vrouwen die een dergelijke ingreep hadden ondergaan, psychisch te begeleiden.

Het gerechtshof doet uitspraak op 24 juni.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.