+ Meer informatie

Jeugdspaarwet

5 minuten leestijd

RONDKIJK

Bezitsvorming is tegenwoordig een van de grote leuzen in de politiek en het bevorderen daarvan is een eis van staatsbeleid geworden van de Katholieke Volkspartij. Eerst heeft men de Partij van de Arbeid haar zin gegeven in de huurwetten — nu wordt aan professor Romme genoegdoening gedaan door indiening van de eerste van de drie wetten, ter bevordering van de bezitsvorming. Het wetsontwerp voor de Jeugdspaarwet heeft zijn ontstaan te danken aan de overeenkomst, indertijd gesloten tussen de K.V.P. en de P.v.d.A. bij de formatie van het huidige kabinet Drees. Het is tussen deze partijen tot een compromis gekomen, waarbij nu iedere groep aan zijn trek komt.

Waar het hier loopt over een „Jeugdspaarwet" acht uw rondkijker het wenselijk daarover in Daniël ook iets tot onze jeugd te zeggen. Het sparen bij de jeugd en ook wel op latere leeftijd vinden wij zeer noodzakelijk en kunnen wij niet anders dan aanprijzen. Maar dat het tot bezitsvorming zal komen door deze Jeugdspaarwet, daarvan hebben wij niet veel verwachtingen.

Het wetsontwerp gaat er van uit, dat het voor in het arbeidsproces opgenomen ongehuwden mogelijk moet zijn, om in het algemeen genomen 10% Z van het nettoloon te sparen. Nu wordt met de invoering van een door premies begunstigde spaarregeling beoogd, het sparen aan te moedigen. De regeling houdt in, dat men bij een jaarlijkse inleg van ƒ 200.— tegen een rente van 2, 4°/o, na 3 jaar de beschikking krijgt over een inleg plus rente van ƒ 621.88. De extra spaarpremie bedraagt dan ƒ 62.19, zodat men als eindresultaat na 3 jaar ƒ 684.07 kan innen. In totaal kan men gedurende negen jaar van de jeugdspaarregeling profiteren.

Bij een jaarlijkse inleg van ƒ 200.—• kan men zich een extra premie van ƒ 200.60 verschaffen. Het ligt n.1. in de bedoeling bij een algemene maatregel van bestuur de premie op 10 procent te bepalen. Belasting zal er over de uitbetaalde premie niet worden geheven. Het lijkt alles heel mooi maar als we letten op de rente van 2, 4°/o dan is dat in de gegeven omstandigheden wel bijzonder laag. De regering zelf heeft bij inschrijving op schatkistpromessen met een looptijd van 3 maanden op ƒ 66.8 miljoen, een rente van 4%°/o moeten betalen! Staatsobligaties a ƒ 100 tegen een koers van 82 geven 3%%, wat hoger is dan 2, 4% voor de spaarregeling tegen een koers van 100. Bovendien kunnen staatsobligaties — wanneer men het geld nodig heeft — op de Amsterdamse beurs verhandeld worden, terwijl men in de aangeboden jeugdspaarregeling aan de zes of negen jaren gebonden is, om de 10% premie te bekomen. En er kan in die zes of negen jaar zo veel gebeuren! De gulden kan in die jaren nog meer in waarde gedaald zijn dan thans, waarmee de spaarder terdege rekening heeft te houden.

Waarom neemt de regering geen koers-risico? Het is goed dat de Overheid het sparen aanmoedigt, maar wanneer we zien, dat de regering door overbestedingen het geld steeds meer liet ontwaarden, komt deze spaarregeling wel in een zeer bedenkelijk licht te staan. Aan het beoogde doel — bezitsvorming — beantwoordt de Jeugdspaarwet o.i. in geen enkel opzicht. Wanneer gespaard wordt voor consumptieve doeleinden, huwelijksuitzetten, studiegelden e.d. is dit toe te juichen. Maar sparen als een actie tot het verwerven van kapitaal om daarvan het duurzame vruchtgebruik te genieten is wat anders! Het gaat er om bij dit gesubsidieerde sparen dat onze monetaire en finantiële positie er door verbeterd wordt. Wij menen dat daar niets van terecht komt. Het gehele ontwerp heeft bovendien een politieke bijsmaak; het lijkt ons ook maar half voorbereid. Zou het wetsvoorstel tot wet verheven worden, gaat het er misschien mee als met de Spaarwet 1947. (instelling van de Nationale Spaarraad en het uitgeven van Rijksspaarbrieven.)

Deze Spaarraad is reeds ter ziele, de Spaarwet is in 1953 ingetrokken en zover we weten zijn nimmer Rijksspaarbrieven uitgegeven.

Sparen is inderdaad een groot nationaal belang. Het is noodzakelijk dat dit onze jongens en meisjes steeds wordt voorgehouden en bijgebracht.

„Wie wat bewaart die heeft wat" zeiden onze oudjes. Niet alles uitgeven aan ijsjes, snoep en patat! De ouders dienen daarbij echter zelf het voorbeeld te geven. Zoals ook onze regering dit diende te doen, wil deze aanmoediging tot sparen enig effect sorteren.

Maar daarvan is weinig te bespeuren. Het hele Staatsbestel leeft op te grote voet, waar danig het mes in diende te worden gezet. Hoe zal de Overheid de jeugd tot sparen kunnen aanzetten als men zelf het goede voorbeeld niet geeft? Gelet op het steeds duurder worden van het levensonderhoud, wordt het sparen al heel moeilijk. Waar bij komt dat men geen vertrouwen heeft in de waardevastheid van onze gulden. Wil de regering het sparen bij ons volk in zijn geheel bevorderen, is het wel noodzakelijk dat alle maatregelen er op gericht zijn, dat onze gulden op peil blijft en nog niet meer van zijn waarde verliest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.