+ Meer informatie

Ons kerkelijk evangelisatiewerk

7 minuten leestijd

Evangelisatie als verkondiging van Gods boodschap aan hen, die rondom ons van Christus en Zijn dienst vervreemd of daarbij in het geheel niet zijn opgevoed, is èèn van de taken der kerk, ledere gemeente heeft de roeping Gods heilsboodschap in naaste omgeving uit te dragen. En daarin heeft ieder kerklid een roeping. Het geheim van alle evangelisatiewerk is en blijft het persoonlijk getuigenis. Waar dat verschraalt, daar wordt de kracht van de kerk naar buiten gebroken. Maar behalve dit persoonlijke getuigenis en behalve het werk dat iedere plaatselijke kerk te verrichten heeft, is er ook het werk dat we als kerken gemeenschappelijk hebben te doen. Soms is het werk in een bepaald gebied te omvangrijk om door een enkele gemeente verricht te worden, soms ook is er in een bepaald gebied helemaal geen gemeente en zijn er toch goede mogelijkheden het evangelie te verbreiden. Dan is er ruimte voor de gezamenlijke kerken iets te doen. Het is wel zaak hier even op te letten. Nimmer mag het zo worden, dat evangelisatiearbeid een taak is die afgeschoven wordt op dè kerken c.q. deputaten.

Het heeft na 1892 vrij lang geduurd voor onze kerken dit werk aanpakten. Het zendingswerk ging voor. Aanvankelijk was evangeliseren een particuliere aangelegenheid. De plaatselijke commissies hadden dikwijls nauwelijks enig contact met de kerkeraden. Ze vormden in 1936 een verband. Opperdoes werkte in de Wieringermeerpolder. Daar vestigden zich leden van onze kerken. Men wilde iets voor hen doen. Hen vergaderen tot een gemeente en tegelijk het evangelie uitdragen in het nieuwe land rondom. Al spoedig groeide het werk zo uit, dat er hulp van andere kerken nodig was. De classis Haarlem stelde zich er achter. Later de particuliere synode en deze verzocht in 1944 de generale synode deputaten te benoemen opdat alle kerken bij dit werk betrokken zouden zijn. Br. G. Visser was de eerste vrijgestelde. Hij heeft uitnemend werk verricht en doet het nog.

Het was dus niet uitsluitend evangelisatiewerk dat deputaten hadden te verrichten. Er was ook de zorg voor de leden van onze kerken, die zich in de nieuwe polder vestigden. Het mocht gelukken tot stichting van enkele gemeenten te komen.

Deze eerste periode werd afgesloten in 1953. De generale synode van Rotterdam splitste het deputaatschap. Eén zou blijven zorgen voor de kerken in de nieuwe polders, want ook andere polders vielen droog. En het andere zou zich uitsluitend toeleggen op het evangelisatiewerk. Het bleek aanvankeü;jk moeilijk de zaak van de grond te krijgen. Ds. W. van Heest werkte van 8 jan. 1958 tot 4 september 1963 in Emmen en van daaruit in het omliggende gebied. De combinatie van het werk in de gemeente en het evangelisatiepredikant zijn voldeed slecht. Het stelt onmogelijke eisen aan de betrokkene. Inmiddels werd in de classis Rotterdam gesproken over het werk in het industrie-gebied ten zuiden van deze stad. Men riep de hulp van deputaten in en zo begon het werk in Europoort. Dat was het begin. Daarna breidde het werk zich snel uit. In 1968 was het zover, dat deputaten moesten voorstellen tot reorganisatie over te gaan. De generale synode van Hilversum besloot daartoe. De particuliere synoden kregen opdracht het aantal deputaten uit te breiden. Dit is vlak voor de vakantietijd gebeurd. Op de eerstkomende vergadering van deputaten, die gehouden zal worden, zal het werk dan in drie secties verdeeld worden. Eèn sectie zorgt voor het werk in het industriegebied ten zuiden van Rotterdam, een andere voor het werk onder de recreanten en een derde behartigt het resterende werk waaronder vooral het stimuleren van de kerken tot het evangelisatiewerk bijzondere aandacht zal moeten hebben.

Nu alles nog niet nauwkeurig geregeld is, is het wat moeilijk precies een overzicht te geven van de stand van zaken. Toch kan daarover wel iets gezegd worden. Allereerst is er het werk in Europoort. Sinds 28 april 1965 is ds. S. Wijnsma aan de gemeente van Rozenburg verbonden als evangelisatiepredikant. Hij weet zijn werk publiciteit te geven. Er werden contacten gelegd met het bedrijfsleven. Nu is het zo ver dat de directies ds. Wijnsma meermalen inschakelen, indien ze mensen met bijzondere moeilijkheden hebben. Ook deze mensen zelf weten steeds beter de weg naar hem te vinden. Dan is er het werk van de clubs, de samenkomsten om de ouderen te bereiken. Er is het vormingswerk van de bedrijfsjeugd en het werk op de Krabbeplaat. Steeds meer mensen brengen de weekeinden en de vakantie door in dit recreatiecentrum. En juist daar zijn èn kinderen èn ouderen zo gemakkelijk te bereiken om eens echt te praten over de diepste levensvragen. De uitbreiding van het werk vroeg om meerdere krachten. Nu heeft de kerkeraad van Rozenburg ook de hulp gekregen van de heer Van Well en mej. Visser.

Het werk onder de recreanten breidt zich ook steeds meer uit. En dat is nodig. Indien de kerken op de campings etc. niets zouden doen, zouden zij zich isoleren van een stuk volksleven, dat van enorme betekenis zal worden in de toekomst. Behalve op de Krabbeplaat wordt er ook gewerkt in de buurt van Vlissingen, bij het „plaatsje” Dishoek. Eveneens in Twente te Enter. Dat zijn dan de drie centra waar deputaten bemoeienis mee hebben. Er zijn veel dwaze voorstellingen over dit werk in omloop. De werkelijkheid is, dat men de kinderen zoekt op te vangen en bezig te houden, opdat er gelegenheid is ze middels een bijbels ver-haal in aanraking te brengen met het evan-gelie. Verder zoekt men het gesprek met de ouders. Een kiosk zorgt voor christelijke lectuur zowel in het nederlands als in het duits. Meestal duurt een werkperiode zes weken. Twee teams nemen dan drie weken voor hun rekening. Graag — vanwege de kinderen — zoekt men mensen uit de on-derwijswereld, die hun krachten geven. En onze studenten laten het zeker niet af we-ten. Ik heb altijd respect voor dit op den duur dodelijk vermoeiende werk, dat werkelijk de inzet van alle krachten vraagt.

In Twente werkt evangelist J. Schouten. Hij is verbonden aan de kerken van Enschede-Oost en -West, Hengelo en Ahnelo. In alle opzichten is het daar anders werken dan in Europoort. Het werk draagt ook een heel ander karakter. De mensen in dit gebied vragen een eigen benadering. Het werk is nog in opbouw. Clubs voor de jeugd, sa-menkomsten voor de ouderen. Persoonlijke gesprekken blijken bijzonder vruchtbaar te zijn. In de zomermaanden is er, zoals ge-zegd, het werk te Enter. Gemakkelijk wer-ken is het niet. Waar we steeds dieper van onder de indruk komen is het feit, dat vruchtbaar werken alleen dan mogelijk is, indien de gemeenten er werkelijk achter staan.

Er zou meer te zeggen zijn. Onder meer ook over het werk, dat gedaan wordt om de gemeenten te stimuleren. Nu het ver-band is opgeheven moeten ook die taken vervuld worden door deputaten die voor-heen door het verband werden behartigd. De kadervorming is daarvan wel een van de voornaamste. Regelmatig bereiken u op de kerkeraden brieven enz. van deputaten. We weten niet precies wat daarmee gebeurt. We hopen niet dat ze de weg gaan van vele ingekomen stukken en slechts vluchtig wor-den ingezien. Classicale deputaten zullen telkens er op aandringen goede aandacht aan het werk te geven en...... vooral zelf het werk ter hand te nemen. Want dat blijft roeping. ledere gemeente verbreide het evangelie in haar naaste omgeving. Ook in het seizoen dat wacht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.