+ Meer informatie

Rusteloze dertigers en de kerk

10 minuten leestijd

In mijn lessen sociologie draai ik regelmatig fragmenten uit documentaires waarin mensen, geportretteerd worden in hun worsteling met het sociale leven. Eén van mijn favorieten is de documentaire ‘Alles wat we wilden’. De documentaire ( https://www.npo.nl/2doc/28-05-2014/VPWON_1225835) is uitstekend geschikt voor een goede gespreksavond met dertigers. In deze docu wordt een zestal jonge mensen geportretteerd: ze zijn relatief rijk, hebben gestudeerd, zijn bekwaam, hebben werk en zien er goed uit en zijn ook allemaal creatief. De één maakt videoclips, de ander is kunstenaar en de derde ontwerpt kleding. Kortom, geslaagd en kansrijk. Dertigers die het leven vinden en nog gaan maken.

Maar al gauw slaan er bressen in dit mooie verhaal: jonge mensen die tobben met de wereld, de maatschappij en nog het meest met zichzelf. Haal ik wel uit het leven wat er in zit? Zijn anderen succesvoller dan ik? Heb ik niet al te veel keuzen gemaakt waardoor mijn leven eigenlijk al vast ligt? Zij verwoorden het in de documentaire zelf: ‘Wij mogen alles. Wij kunnen doen wat wij willen. Maar het is net of juist die vrijheid mij belemmert. Want waarom zou ik het doen?’

De documentaire ‘Alles wat we wilden’ laat zich bekijken zoals het boek ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’ zich laat lezen. In beide gaat het niet of nauwelijks over God. Maar in alles besef je dat Hij de grote afwezige is.

Uitersten

Ik toon deze documentaire aan studenten sociaal werk. Twintigers en dertigers, waarvan de meesten christelijk zijn opgevoed en met grote regelmaat naar de kerk zijn gegaan. Het grootste deel doet dat nog steeds. Als ik met ze doorpraat over het getoonde valt vooral op dat zij de druk herkennen waaronder de dertigers in de film staan. Het gevoel van vergeefsheid van het bestaan en het grote verlangen dat je leven er toe doet.

In dit artikel wil ik de verhouding van dertigers in de kerk (en daarbuiten) tegen de achtergrond van deze documentaire bespreken door een aantal kenmerken van die dertigers te bekijken. Ik zoom in op een aantal kenmerken van dertigers. Het is in zekere zin ook een overdrijving. Maar juist door die vertekening krijg je zicht op de opgaven waar dertigers voor staan. Aan het einde van het artikel zet ik deze eigentijdse en moderne dertigers tegenover klassieke en burgerlijke dertigers. Deze kom je ook in de kerk tegen. Misschien vooral daar. Ook deze groep zet ik vertekend neer. Hopelijk helpt het ambtsdragers om goed in gesprek te komen met deze generatie.

1 Welvaart

De huidige dertigers vormen een generatie die in welvaart is groot gebracht. Geld is vooral een middel om ‘iets van je leven te maken’. Met dat geld kopen zij ervaringen die hun leven zinvol moet doen zijn of lijken. In alle ernst zijn zij bezig een bucket-list op te stellen en af te werken. In de documentaire zegt een jonge vrouw: ‘ik heb nu elk jaar een continent gedaan.’ Ergens is het leven voor dertigers vooral een markt waar je allerlei zaken kunt kopen die je leven lekker en aangenaam kunnen maken.

De socioloog Zygmunt Bauman (1925 – 2017) beschrijft die consumptiecultuur beeldend als een wekelijks ritueel. Elke zaterdag lopen wij door de winkelcentra, kijkend naar elkaar en naar de etalages. Winkelen heeft al lang niets meer van doen met het op orde brengen van je huishouden en de zorg voor het bestaan. Wanneer wij winkelen hopen wij iets aan te treffen dat ons leven betekenis geeft. Iets waarmee wij ons kunnen onderscheiden. En zo schaffen wij ons kopend een identiteit aan. En als wij het gekocht hebben, realiseren wij ons dat het maar tijdelijk geluk is. Dan gaan onze ogen alweer op zoek naar het volgende item en wisselen wij onze identiteit weer in voor een nieuwe.

Volgens Bauman doordringt die consumptiecultuur ons hele bestaan. Wij gebruiken niet alleen onze kleding niet meer op, hetzelfde doen wij met relaties. Die lijken wel even vluchtig geworden. Daarbij benaderen wij onze liefdes even consumptief als de nieuwste telefoon: wat voegt deze partner toe aan mijn leven? De vluchtigheid van de consumptiecultuur doortrekt ons bestaan. En bij dertigers zie je dat momenteel sterk. Velen hebben moeite zich te hechten, stellen duurzame relaties uit, wachten met ‘het nemen van kinderen’ en hoppen van baan tot baan. Het is niet alleen vluchtig, het is ook rusteloos. De dreiging van een burn-out of depressie ligt dan voortdurend op de loer.

Religie kan ook handelswaar zijn. Shoppend scharrelen jongeren en dertigers hun religieuze kostje bij elkaar en verschaffen zichzelf zo een religieuze identiteit. Maar die identiteit is al net zo vluchtig als de overige koopwaar. ‘Ik kom uit een reformatorisch nest. De regels waren beknellend, maar het was ook warm. Toen ik rond de twintig was ben ik, mede door vrienden, een tijdje heel evangelisch geweest. Ik ging toen naar Opwekking, EO-festivals en bezocht allerlei happenings. Ik was toen ook heel radicaal. Liet mij nog een keer dopen. Toen ik ging werken kwam daar de klad wat in. De lokale kerken van mijn nieuwe woonplaats vond ik saai. Dat geldt voor alles hier. Dus in het weekend oriënteerde ik mij vooral op de stad. Lekker uit eten, met vrienden wat drinken. Eigenlijk ben ik dat toen ook op zondag gaan doen. In de stad heb je van die gemeenten waar kwaliteit voorop staat. Het is net uitgaan. De laatste tijd hoeft dat ook niet echt meer. Ik ben gewoon vaak te moe. Zondagochtend is een heerlijke ochtend om lekker in je eentje thuis te chillen. Wat lezen, met een croissantje op de bank. Filmpje. Ik denk wel dat ik ergens nog in God geloof. Ik weet het eigenlijk ook niet zo. Soms.’

2 Veel contacten

Dertigers zijn grenzeloos in hun contacten. Zij zijn opgevoed en gesocialiseerd in een cultuur waarin alles draait om netwerken. Medemensen bieden kansen. Dat voortdurend in verbinding staan met tal van netwerken biedt de mogelijkheid je zelf te laten zien en anderen te zien. Maar het is ook een voortdurende aanslag op je tijd en aandacht. Weer die rusteloosheid. En al die netwerken zijn evenzoveel podia waar je je toneelstukje moet opvoeren. Waar je moet laten zien dat je er toe doet. Waar je anderen beter ziet spelen dan jij, meer aandacht ziet krijgen. Waardoor je onzeker wordt, maar dat mag je niet laten zien. En zo raken steeds meer dertigers vervreemd van zichzelf. Zij spelen overal zichzelf, maar zij komen nauwelijks meer tot zichzelf. Jezus kan wel zeggen dat Hij weet wie zij zijn, maar zij willen het zelf nauwelijks meer weten.

De kerk en het christelijk geloof passen hier niet zo goed in. Kerkdiensten zijn uitermate traag. En die traagheid is confronterend voor de eigen rusteloosheid. Stil worden tot God. Terwijl je gewend bent aan snelle korte berichtjes. Bidden is beangstigend. Het is oog in oog staan met je eigen leegte.

3 Vreselijk druk

Dertigers zijn vreselijk druk. Een alles opeisende baan, sporten om je lijf strak te houden en te ontspannen, vrienden, familie, clubs, enz. Het onvermogen om met jezelf te verkeren. Het elke keer weer moeten presteren. Kerk en geloof passen hier ook niet goed in. God is de God van de sabbat. Wie met God wil verkeren moet van ophouden weten. Rusten in de palm van Gods hand. Het zou heerlijk moeten zijn, maar dertigers, en zij niet alleen, hebben er nauwelijks ruimte voor. De voorspelbare kerkdienst staat in schril contrast met de prikkelende en sensationeel opgeleukte activiteiten die verder het leven vullen. Bovendien wordt in de kerk een ander register bespeeld dan in het gewone leven. In de kerk moet je eerlijk zijn voor God. Benoemt Hij de leegte, roept Hij op tot liefde en tot toetreding in zijn verbond. Terwijl het leven verder zo vluchtig is.

4 Druk van het positieve denken

In de documentaire zegt een jonge vrouw: ‘ik denk dat, als je iets echt wilt, je dat ook kunt’. Dertigers weten zich verantwoordelijk voor hun eigen geluk. Ongeluk is hun eigen schuld. Het probleem is dat het lastig is om helder te krijgen wat je leven gelukkig maakt. Je moet het echt willen, maar wat moet je willen? Dat willen breekt veel dertigers op. Want dat willen is een autonoom willen in onze tijd. Het is niet ‘Vader wat U doet is goed’. Moderne dertigers graven in zichzelf naar wat zij willen. Daarmee stelt een modern mens zich voor een vrijwel onmogelijke opgave. Want zo oorspronkelijk zijn onze verlangens helemaal niet. In wat wij willen en in wie wij zijn oriënteren wij ons eerder op anderen dan op onszelf. Een identiteit kan een mens alleen ontwikkelen in dialoog met zijn omgeving. Maar omdat die omgeving en die contacten met anderen zo rusteloos en inwisselbaar zijn geworden is onze wil en onze identiteit even rusteloos en inwisselbaar. Veel dertigers zijn een vreemde voor zichzelf.

Gevolgen voor de kerk

Allereerst dat veel dertigers, die ik hierboven vooral als rusteloos en shoppend heb getypeerd, weinig betrouwbare kerkleden zijn. Zij hebben moeite om zich echt te binden. Veel kerken doen hun best om in hun aanbod iets voor die dertigers te doen. Kringen, pitches, snelle happenings enz. Ook in preken en gebeden proberen voorgangers aan te sluiten. Maar dat lukt maar moeizaam. De vervreemding groeit, de betrokkenheid neemt af en langzaam maar zeker schuiven dertigers op naar de rand van de kerk en vallen er soms over heen.

Ik weet niet of het veel helpt om beter af te stemmen op die dertigers. Misschien moet de kerk voor dertigers juist een contrastcultuur bieden. Dus niet achter ze aan lopen. De kerk zou gestaag door moeten gaan met de verkondiging van het heil en vooral het bedienen van de sacramenten, liefst vaker dan vier keer per jaar. De kerk moet betrouwbaar zijn. Dertigers krijgen vanzelf een keer een mishagen aan zichzelf en zoeken dan wellicht de rust en vrede van de kerk weer op. Geborgenheid voel je en proef je als je wekelijks kunt proeven van brood en beker. Kortom, de kerk moet gewoon kerk zijn en niet meegaan in de rusteloosheid van het bestaan van veel dertigers. Tegelijkertijd moet de kerk de verloren schapen wel kennen, opzoeken en weten hoe zij dwalen. Gewoon kerk zijn is wat anders dan zelfgenoegzaam en onverschillig zijn.

Ouderwetse dertigers

Tot nu toe heb ik vooral een schets gegeven van moderne dertigers. Maar in de kerk tref je ook nog volop ouderwetse dertigers. Zij hebben zich wel gebonden, zijn gehuwd, hebben kinderen en bouwen mee aan de gemeente. Bij hen staat niet die zelfontplooiing centraal, maar de gehoorzaamheid, de traditie, het doen wat er van je verwacht wordt. Een sterke plichtsmoraal. Vrolijk en gelukkig zijn zij ook niet altijd. Hun leven is immens druk. Hypotheek, kinderen van en naar school, grootouders, kinderopvang, ouders die zich afvragen of het allemaal wel goed gaat, zorg voor ouders die kwakkelen, bijdragen leveren aan kerk en wereld, tobben met gezondheid in gezin, huishouden en huis op orde houden en al die andere dingen die tot de beslommeringen van het leven behoren. Dat gewoeker met die vijf of twee talenten valt niet altijd mee. Zeker niet in het spitsuur van het leven.

Kerken zouden er goed aan doen om juist dit gewone leven, dat zich vormt rond kerk en gezin, hoe burgerlijk ook, te faciliteren en te ondersteunen. Idealiserend spreken over het gewone leven doet de Bijbel niet. Maar het gewone leven is wel het echte leven. Ploegen, zaaien, maaien, ploeteren onder de zon. En zondagsgeluk, omdat dan de rust geschonken wordt.

Het christelijk geloof helpt zo dertigers om zich met God, de gemeente en elkaar te verbinden. In goede en slechte tijden. Vroom en gehoorzaam levend uit de hoop die op zondag verkondigd en geproefd wordt. Totdat Hij komt.

Dr. W.H. Dekker (1965) is associate lector informele netwerken en laatmoderniteit aan de CHE.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.