+ Meer informatie

ALLEEN VERDER

12 minuten leestijd

Ze rouwen niet alleen om de dood van hun levensgezel, maar hebben ook een dubbele last te dragen. Bij alle huishoudelijke besognes, de opvoeding van de kinderen, de verplichtingen van de moderne tijd. „Je probeert vader en moeder tegelijk te zijn, maar dat lukt gewoon niet." De Werkgroep 'jonge' weduwen en weduwnaren wil een platform bieden waar de moeilijkheden vrijuit besproken kunnen worden.

Nog maar enkele maanden werkt Joop Nootenboom bij zijn nieuwe werkgever als artsen hem meedelen dat hij een hersentumor heeft. De verhuizing vanuit het westen naar IJsselmuiden is net achter de rug. Kort na de ingrijpende tijding wordt het vierde kind geboren. Zeven jaar later denkt Marja Nootenboom met verwondering terug aan de kracht die zij ontving om staande te blijven. „Hij is een jaar ziek geweest, precies zoals de dokters hadden voorspeld. We waren heel dankbaar dat we die periode nog kregen, maar je realiseert je niet dat het een jaar van aftakeling zal zijn. Ik heb in die tijd veel moed geput uit de verzorging van onze jongste. Tegenover de aftakeling stond het nieuwe leven. Dat gaf me innerlijk een bepaalde balans." In het laatste jaar dat ze samen krijgen, overheerst ondanks alle zorg de harmonie. „Het was een gouden jaar. Heel veel dingen hebben we doorgepraat. Op een gegeven moment heb je naar je gevoel alles gehad. Vanaf dat moment leef je bij de dag. Elke dag die je samen nog krijgt, is er een. We mochten alles overgeven aan de Heere. Joop kón sterven."

Gesprekken
De jonge weduwe heeft deze wetenschap als balsem ervaren in de verwerking van het verdriet. Tegelijk beseft ze dat rouwverwerking een langdurig proces is. „Ik weet niet of je er ooit helemaal afkomt. Een emotioneel type ben ik helemaal niet, maar je hebt je emoties wel. Die uiten zich bij mij meestal in lichamelijke klachten. Rugpijn, hyperventilatie... Twee jaar geleden liep ik echt vast en heb ik een aantal gesprekken gehad met een bevriende maatschappelijk werker. Sinds die tijd gaat het een stuk beter. Ik besef nu dat het nodig is om zo nu en dan over m'n problemen te praten." Voor de kinderen is de herinnering aan vader volledig vervaagd. „Ik heb me erover verbaasd hoe snel dat ging. Terwijl ze in dat laatste jaar toch veel hebben meegemaakt." De oudste zoon is inmiddels veertien. Bewust probeert de moeder hem niet op te zadelen met verantwoordelijkheden die zijn leeftijd te boven gaan. „Ik kijk nogal eens naar wat andere jongens van zijn leeftijd doen." Harde gedachten over God heeft ze nooit gehad. „Volgens de ofi^iciële regels moet er geestelijk van alles overheen gaan, maar dat hoeft blijkbaar niet. Wel heb ik veel meer dan vroeger de angst dat er nog een keer iets gebeurt. Dat de kinderen ziek worden. Of erger. Voor m'n gevoel kan ik dat niet nog een keer aan. Dat is denk ik ook een vorm van opstand, heel subtiel. Terwijl ik toch geloof dat, als zoiets gebeurt, de Heere opnieuw de kracht wil geven om het te dragen."

Drie generaties
Hans Reinders kreeg geen dag om zich voor te bereiden. Zijn vrouw overleed volkomen onverwacht, enkele weken na de geboorte van hun eerste kind. „Je bent net vader geworden, met de gevoelens van blijdschap en geluk die daarbij horen. Wanneer je dan na drie weken als weduwnaar bij je ouders terugkomt, is dat emotioneel niet op een rij te krijgen. Drie generaties persen zich in je.''
Aanvankelijk leek hij er zich redelijk doorheen te slaan. Familie en vrienden vingen hem goed op. Het eerste jaar. „Dan wordt het minder. De ruimte om je te uiten wordt kleiner. Nu moet het voorbij zijn. Het leven gaat verder. Het verwachtingspatroon is dat je na een jaar voldoende opgekrabbeld bent om weer mee te draaien. Terwijl het voor mij onmogelijk was de draad op te paklcen. Dan haken mensen af Dat is een pijnlijke ervaring. En je bent altijd alleen, met een klein kind, je zorgen, je gedachten." Toen hij in z'n zorgvuldig gecamoufleerde verdriet en eenzaamheid dreigde te stikken, consulteerde hij een hulpverlener. „Ik heb niet het gevoel dat ik echt behandeld ben. Die man had voor mij meer een ventielfunctie. Iemand bij wie ik eens uit kon praten. Dat lucht op."

Uitkering
Het kind, dat hem aan de ene kant de moed gaf om verder te gaan, betekende aan de andere kant een zware verantwoordelijkheid. Nog maar enkele jaren werkt hij fulltime. „Het is manoeuvreren binnen de mogelijkheden die je hebt. In die tijd was financieel niets geregeld. Veel weduwen hadden een dubbel inkomen: een aww-uitkering en het pensioen van de man. Als weduwnaar moest je je maar zien te redden. Het enige wat ik had was studieschuld." Gedurende enkele jaren had hij een aantal meisjes in huis, die tijdens zijn afwezigheid zorg droegen voor de kleine. Het kind hechtte zich steeds opnieuw aan een pseudomoeder, die plotseling weer vertrok. Toen de uitkering voor weduwnaren er kwam en financieel de mogelijkheid ontstond om vaste hulp in te huren, bleken de bestaande instellingen daar niet op ingesteld. „Ze kunnen kortdurend continue hulp bieden of langdurig met een lage frequentie. Met beide was ik niet gebaat. Je valt aan alle kanten tussen wal en schip."

Oppas
Om buiten de schooluren zo veel mogelijk thuis te zijn, veranderde hij van werk. Een bevriend echtpaar vangt zo nodig overdag zijn kind op. Daarbuiten is hij afhankelijk van oppas. „Voor een vergadering of een kerkelijke activiteit ontkom je er niet aan. Het gevolg is dat je niet ook nog oppas vraagt voor iets sociaals, iets gezelligs, iets voor jezelf Juist die kleine dingetjes, waarin je je kwetsbaarheid voelt, pikken de meeste mensen niet op. Ze zeggen dat je altijd welkom bent, maar lijken niet in de gaten te hebben dat ik een kind heb dat je niet zomaar kunt achterlaten." Ondanks zijn zorg voor haar, voelt hij zich tegenover zijn dochtertje vaak tekortschieten. „Ze is te wijs voor haar leeftijd. Ik wil haar niet met zaken belasten waar ze nog veel te jong voor is, maar je bent wel samen. Voel ik me een dag wat minder, dan merkt ze dat direct. Bestraf ik ze eens, dan kan ze voor haar gevoel geen kant op, want ze heeft geen moeder en ook geen broertjes of zusjes."

Werkgroep
De confrontatie met deze verzwegen problematiek bracht de Nederlandse Patiënten Vereniging er onlangs toe een werkgroep voor 'jonge' weduwen en weduwnaren in de gereformeerde gezindte op te richten. Een platform waar ze vrijuit kunnen praten. In algemene gespreksgroepen voor rouwverwerking missen zij vaak de geestelijke aansluiting. Marja Nootenboom aarzelde aanvankelijk om te reageren. „Het gaat nu goed, wat haal je overhoop? Je kunt dingen weer op gaan rakelen." Uiteindelijk besloot ze zich toch aan te melden. „Ik denk dat het goed is om zo nu en dan met lotgenoten te praten over de dingen waarmee je wordt geconfronteerd. Je hoeft dan niets uit te leggen. Dat is heel prettig. Om maar een simpel punt te noemen: de vakantiebesteding. Ik dacht dat alleen ik daarmee zat, maar iedereen blijkt daartegenaan te lopen."

Opvoeding
Het alleen opvoeden van de kinderen ervaart ze als de zwaarste last. „Je kunt iedereen om raad vragen, de beslissing moet je zelf nemen. Ook op het praktische vlak komt er veel op je af Ik weet me omringd door mensen die altijd klaar staan, maar je wilt niet voor elk klusje familie of vrienden inschakelen. Voor m'n gevoel ben ik al zo veel aan het vragen. Met een huis, een tuin, een auto en een stel fietsen is er altijd wel wat. Dit is kapot, dat moet vervangen, het huis moet geschilderd, een kamer behangen..." Vooral de eerste jaren voelde ze zich opgesloten in haar eigen kleine wereld. „Voor een huismoeder loopt het contact met de buitenwereld grotendeels via de man. Dat valt ineens weg. Zeker als je kleine kinderen hebt, moet je dan heel erg oppassen dat je niet afstompt. Ik ben in die periode bewust op een bijbelkring gegaan. Ook de contacten in de werkgroep ervaar ik als verrijkend. Van dat soort dingen geniet ik intenser dan vroeger. Toen vond je alles normaal. Nu is er niks meer normaal. Alle goede gaven ontvangen we onverdiend uit Gods hand."

Eenzaam
De werkgroep is zeker niet bedoeld als een verkapte huwelijksmarkt. Waarmee de jonge weduwe een tweede huwelijk niet afkeurt. „Het leven gaat verder. Het huwelijk dat je had wordt een herinnering, met al het goede dat er was. Als de Heere je opnieuw iemand geeft, is dat goed. Dat zie je in de Bijbel ook. Ik geloof niet dat je dat krampachtig van je af moet zetten. Maar je hoeft er evenmin geforceerd op uit te gaan." Hans Reinders kreeg meer dan eens openlijk het advies om een nieuwe levensgezel te zoeken. „Als het uit werkelijk medeleven is, kan ik zo'n opmerking wel begrijpen. Proefje een toon van "het land is toch vol van vrouwen", dan gaan al m'n haren overeind staan. Ik weet niet of ik ooit hertrouw. Als het gebeurt, zal het zijn met iemand van wie ik werkelijk houd. Geen huishoudster met een ring om. Er zijn weduwnaren die daar anders over denken. Ik zal dat niet veroordelen, maar volgens mij moeten ze een aantal emoties verdringen. Misschien ben ik daar te emotioneel voor. Terwijl ik ook niet iemand ben die alleen kan zijn. Je hoort wel eens dat iemand snel hertrouwd is, omdat hij niet tegen het alleenzijn kon. Als er een niet tegen kan, ben ik het."

Decor
Mevrouw Schouwstra lijkt er prima tegen te kunnen. Na het overlijden van haar man bleef ze achter met zes kinderen tussen de vijf en negentien jaar. Inmiddels is al het kroost de deur uit en heeft ze de handen vrij. Wie oppervlakkig kijkt ziet een opgewekte, actieve dame. In materieel opzicht goed bedeeld. Met een gevulde agenda, door allerlei vrijwilligersactiviteiten. Achter dat decor schrijnt na ruim achttien jaar weduwschap nog altijd de eenzaamheid. En de wetenschap destijds te weinig met elkaar te hebben gesproken over de grote vragen van het leven. „We waren allebei bezige bijen, maar als het om de diepste dingen ging erg gesloten. Ik zou nu met hem over m'n geestelijk leven willen spreken. Nu het niet meer kan." Net als Hans Reinders zag ze het bezoek van bevriende echtparen geleidelijk afnemen. „De vrouwen komen nog wel eens, de mannen zelden of nooit meer. Dat is binnen een jaar bekeken. Ik heb er behoefte aan om ook eens met een man te praten. Toen de kinderen nog thuis waren, speelde dat minder. Je werd geleefd. Wilde geleefd worden. Naderhand realiseer je je dat het toen al begon, dat je die en die niet meer zag. Alleen je echte vrienden houd je over."

Maskers
Gezien haar leeftijd behoort de weduwe uit Krimpen aan den IJssel niet direct tot de groep van jonge weduwen en weduwnaren. Toch kwam ze in de nieuwe werkgroep van de NPV terecht. „Misschien kan ik anderen vanuit mijn eigen ervaring wat raad geven. Vooral op het vlak van de opvoeding van kinderen. Ik wilde vader èn moeder zijn en dat lukt van geen kanten, echt niet. Een moeder wordt nooit een vader. Het werkt averechts als je het toch probeert. Een groot gevaar is ook dat je je emoties verdringt, omdat je over het wezenlijke alleen-zijn met bijna niemand kunt praten. Het gemis van het huwelijksleven, samen naar kennissen gaan, naar een concert... Een paar keer per jaar gingen we uit eten. Dat is voorbij. Met de kinderen deed ik het bewust wel eens, als er een geslaagd was. Maar dat is geen vervulling van wat je achterliet. Je doet heel vaak alsof Na het sterven van m'n man heb ik me voorgenomen dat de kinderen mijn tranen niet zouden zien. Ze moesten een vrolijke moeder hebben. Achteraf gezien niet zo verstandig, vrees ik. Ook voor mezelf niet. Ik heb heel veel maskers gehad."

Jaloers
Soms heeft ze het gevoel dat de echte verwerking nog moet komen. „Om je heen zie je andere mensen van je leeftijd heerlijk samen uit fietsen gaan. Ik wil het woord jaloers niet gebruiken, maar het gaat er wel naartoe. Terwijl ik weet dat ook veel echtparen er niet opuit kunnen, vanwege lichaamsgebreken. Ik herken nu veel van m'n moeder. Mijn vader was ook 46 toen hij overleed. Als het Tweede Pinksterdag was, zei ze: 'Kijk, daar gaan ze weer, samen op de fiets'. Dan dacht ik: 'Nou zeg, dat is toch logisch.' Nu denk ik: Had ik haar maar beter opgevangen." Tegelijk beseft ze dat zelfmedelijden een slechte metgezel is. „Je krijgt zo'n ellendige, overgevoelige antenne. Heb je maar half het gevoel dat anderen je als een derde wiel aan de wagen ervaren, dan trek je je terug. Daar moet ik echt tegen vechten. Dat orgel daar heeft me al wat geholpen. Als ik het zelfbeklag op voel komen, ga ik er meteen achter zitten. Spelen en zingen, uit volle borst. Dat lucht op."

Lichtpunten
In de volkswijsheid dat de tijd alle wonden heelt, kan de weduwe geen enkele waarheid ontdekken. „De feiten blijven hetzelfde. Het kan zijn dat je die na verloop van tijd emotioneel anders gaat ervaren. Bij mij is dat in ieder geval niet zo. Dat merk ik heel goed in de contacten binnen de werkgroep. Wat die jonge mensen naar voren brengen, herken ik direct. Wel moeten we ervoor waken dat we elkaar niet de put in praten. Dat levert niets op. We moeten juist op zoek naar de lichtpunten die er zijn. Bij alle moeilijkheden kan ik gelukkig ook getuigen van de hulp van God."

De naam van Hans Reinders in op zijn verzoek gefingeerd.

---

Ontmoetingsdag
Op zaterdag 12 oktober wordt D.V. in de christelijke gereformeerde kerk "De Fontein" te Bunschoten een ontmoetingsdag geliouden voor 'jonge' weduwen en weduwnaren. Dagvoorzitter Is drs. I.A. Kole. 's Morgens worden inleidingen verzorgd door ds. J. Westerink, christelijk gereformeerd predikant ter plaatse, en mw. J.E. Schouwstra. 's Middags zijn er workshops rond de thema's "Het alleen opvoeden van kinderen", "Pastoraat rondom weduwen en weduwnaren" en "De omgang met de directe omgeving". De dag begint om 10.30 uur en wordt rond 16.00 uur afgesloten. Er Is kinderopvang. Belangstellenden kunnen voor Informatie of aanmelding terecht bij de Nederlandse Patiënten Vereniging (tel. 0318-547888).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.