+ Meer informatie

Gekraakte levens

Weg van duizenden verkeersgewonden met blijvend letsel is moeilijk en vaak eenzaam

9 minuten leestijd

Zijn korte geheugen is kapot. "Belt er iemand, dan maak ik meteen aantekeningen. Anders ben ik alles kwijt." Concentratiestoornissen, grote vermoeidheid en evenwichtsproblemen zijn z'n deel sinds een aanrijding zijn leven stilzette. "Mijn batterij loopt snel leeg. Overal in het land staan bedden voor me. Ook m'n rem is stuk. Praat ik eenmaal, dan blijf ik praten." Een verkeersslachtoffer met een hersenbreuk, op de weg naar erkenning en aanvaarding. Voor hem en duizenden lotgenoten.

Bijna veertig jaar is Wiebe de Boer wanneer hij als verkoopleider van De Boer Serrebouw uit het Friese Oenkerk vlak bij Nieuweschans van achteren wordt aangereden. Het is 19 februari 1990, 's morgens tegen halfnegen. "Ik reed 100 met m'n Volvo 240, keek in m'n spiegel en zag een witte 'straaljager' op me afkomen." De Ford Scorpio vloog met hoge snelheid achter op de degelijke Zweedse wagen.

"Ik denk, net voordat hij me raakt: Hij doet het erom! Pal daarop kraakt alles: de auto, m'n hoofd slaat achterover, mijn nek kraakt, er is hevige hysterie. Ik voel de neiging om als een klein kind om m'n moeder te schreeuwen." Op dat moment heeft De Boer een "bijna-doodervaring", zoals hij het nu noemt. "Daar is mijn moeder! Helder en duidelijk zie ik mem, daarboven mij in het grote licht. Zo vredig als zij daar ligt, net als op het moment toen ze pas was overleden. Dat is niet na te vertellen, er zijn geen woorden voor."

Hij remt de auto af, kan nog net een tegenligger ontwijken. Op de parkeerstrook vlak bij de Texaco-pomp met het grenswisselkantoor stapt hij uit. Hij ontmoet een verdwaasde Ford-bestuurder. "Ik heb niks gezien, ik zat te slapen", zegt die. In eerste instantie lijkt, gezien de grote klap, de schade mee te vallen. De Scorpio is goed kapot, maar de Volvo rijdt nog. Zonder politie erbij vullen ze de schadeformulieren in. "Achteraf natuurlijk totaal onbegrijpelijk. Rijbewijs en paspoort van die vent heb ik nog wel gecontroleerd." Met de Polaroid-camera die altijd onder z'n stoel ligt, maakt De Boer snel een paar foto's. Die blijken nadien van grote betekenis. Want de keuringsartsen van tegenpartijen zullen later suggereren dat het ongeluk helemaal niet plaatshad. "Die De Boer is niet goed snik."

Weg kwijt

De achterkant van de Volvo is licht ontzet. Omdat hij onderweg is om te getuigen in een rechtszaak van een collega voor een Duitse rechtbank, besluit hij zijn missie te volvoeren, zo goed en zo kwaad als dat gaat. Al snel merkt hij echter dat het helemaal niet goed gaat met hem. In Ost-Friesland, waar De Boer voor z'n firma vaak komt, raakt hij telkens de weg kwijt. Omdat hij zich op papier goed heeft voorbereid op de rechtszaak, brengt hij zijn getuigenis tot een goed einde. Hij leest letterlijk voor uit z'n dossierstukken, en de rechter neemt daar genoegen mee.

De terugreis wordt een wanhoopstocht, vol foute inschattingen en misgrepen. Hij kan hem maar net volbrengen. Thuis in bed vallen de ontreddering en de pijn van de klap boven op hem. "Er is vanbinnen iets stukgegaan, dat weet ik zeker." Verbijsterd vraagt hij zich af: "Komt dit ooit weer goed?" De plaatsvervanger van de huisarts constateert de volgende dag een whiplash, typerend letsel voor een kop-staartbotsing. "Een zweepslag in de nek, eigenlijk een verstuiking. Verstuik je enkelgewricht maar eens goed, dat is heel pijnlijk. In je nek zitten tientallen gewrichtjes, kun je nagaan welke klachten dat allemaal kan opleveren." De arts bestelt een halskraag voor De Boer.

Een week na het ongeval mag hij van de vervangende huisarts weer proberen te werken. Zijn oren zijn intussen gaan suizen, de klap gonst na in z'n hoofd. Z'n gezichtsvermogen is niet goed, de beelden zijn onscherp. Op de zondagavond voordat hij mag beginnen, ontdekt hij dat het spreken niet meer goed lukt: af en toe valt de verbinding met z'n bovenkamer weg. Op de hersenfoto's die op maandag worden gemaakt is weinig afwijkends te zien.

Invalide

Z'n veertigste verjaardag, die week te vieren, ontaardt in een drama. "Veertig jaar ben ik geworden, maar het voelt alsof ik tachtig ben", zegt Wiebe. De weken erna gaat zijn toestand verder achteruit. "Ik raakte steeds meer kwijt. M'n rechterhand en rechterbeen wilden niet meer. Als ik ging rekenen, viel m'n rechterbeen uit, ontdekte ik." Specialistisch onderzoek bracht geen duidelijkheid. "In twee maanden tijd raakte ik invalide, zonder dat echter iets zichtbaar was te maken op foto's of door andere vormen van onderzoek."

De maanden daarna zijn een aaneenschakeling van nieuw optredende gebreken, bezoeken aan specialisten en teleurstellende diagnoses. Niemand kan De Boer vertellen wat eraan mankeert. Gaandeweg ontmoet hij steeds meer twijf el en onbegrip. Inmiddels loopt hij al maanden in de ziektewet en nam hij afscheid van z'n leerlingen op de bakkerij- en horecavakschool in Leeuwarden. Daar werkte hij voordat hij z'n bedrijf begon fulltime, en tot het ongeluk nog anderhalve dag in de week. "M'n lust en m'n leven."

Tijdens een twee weken durende ziekenhuisopname in juni wordt op de afdeling nucleaire geneeskunde een zogenaamd hersenspect gemaakt. Dit keer is het wel raak. De Boer tekent op een velletje papier wat de medici constateerden. "De opnamen gaven een grote laesie te zien: een diepe hersenbreuk, dwarsdoor. Ook rechtsachter in mijn schedel waren beschadigingen zichtbaar, idem aan de voorkant. Alles bij elkaar een zeer gecompliceerd letsel. Een klein deel van de mankementen kon weer bijtrekken, vertelden ze me. Het grootste deel ervan is echter onherroepelijk."

Voor gek verklaard

Zijn korte geheugen bleek stuk, concentratieproblemen en zware vermoeidheid zouden hem blijvend aankleven. "Ik was heel erg blij dat er technische mankementen konden worden vastgesteld, want een psycholoog had me inmiddels al voor gek verklaard." Over één ding hoefde De Boer zich gelukkig geen zorgen te maken. De financiële afwikkeling van de gevolgen van zijn ongeluk en zijn opname in de WAO verliepen in zijn geval redelijk vlot, in tegenstelling tot de zaken van veel van zijn lotgenoten.

Over zijn ervaringen na het ongeluk schreef De Boer -onder het pseudoniem Wiebe Warber, afgeleid van weerbaar- recent het boek "De nekslag". Aan de uitgave ervan werd meebetaald door de Stichting Hersenletsel Organisatie Nederland (SHON), de Vereniging Cerebraal (voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel) en de Vereniging Verkeersslachtoffers (VVS).

Inmiddels is hij bezig aan een tweede deel, "Vogelvrij". "Over de dwaalwegen van wat ik de deskundologen noem, in de medische wereld en daarbuiten. Dat gaat over hoe er wordt omgesprongen met verkeersslachtoffers die overleven. De weg van duizenden verkeersgewonden met blijvend letsel is moeilijk en vaak eenzaam." Het slot van de drieluik krijgt als titel "Tussen duisternis en dageraad". "Dat moet gaan over de levenskunst die slachtoffers moeten ontwikkelen na hun ongeluk."

Gedurende zijn eigen zoektocht naar (h)erkenning stuitte De Boer op zoveel leed van anderen dat hij twee jaar geleden het Bureau NAH Zorg oprichtte. NAH staat voor niet-aangeboren hersenletsel. "Concrete aanleiding om ermee te starten was de zelfmoord van een zoon van een verkeersslachtoffer. Die vrouw overleed jaren na het ongeval alsnog aan de gevolgen ervan. Die jongen voelde zich in de strijd naast zijn moeder zo in de steek gelaten, dat hij geen uitweg meer zag en een einde maakte aan zijn leven."

Lotgenotencontact

Vanuit zijn eigen positieve ervaring met lotgenotencontact zoals hij dat ondervond via de vereniging Cerebraal, maakt De Boer zich met Bureau NAH Zorg daar op dit moment ook sterk voor. Zijn eerste maatje was een man die als gevolg van hersentumoren een groot deel van zijn vermogens kwijtraakte. Daarna kreeg De Boer contact met Oebele de Vries uit Bergum, die als 16-jarige jongen op de brommer "aan flarden werd gereden door een taxibus." Dat is inmiddels dertien jaar geleden. Na een maand ontwaakte hij uit een diep coma en bleek flinke hersenbeschadigingen te hebben overgehouden aan het ongeval.

"Lotgenoten zijn voor verkeersslachtoffers enorm belangrijk. Mijn vrouw is me heel lief, maar zij kan mij niet altijd snappen. Oebele en ik verstaan elkaar als we elkaar deelgenoot maken van onze frustraties, beperkingen en de dingen waarvan we toch weer kunnen genieten. Dankzij hem kan ik erover praten, na een lange fase waarin ik slechts alleen wilde zijn met m'n nood. We zijn elkaar bijna letterlijk tot een hand en een voet. Hij kan soms moeilijk praten, dan kan ik dingen voor hem verwoorden. En als ik ergens heen wil -autorijden is er niet meer bij- kan hij mij rijden, want dat kan hij weer."

Niet te beschrijven

Het leed dat het verkeer dagelijks aanricht, is letterlijk met geen pen te beschrijven, zegt De Boer. In het lieflijke dorpje Oenkerk gebeurden de afgelopen paar jaar de vreselijkste dingen. "Alleen al op het stukje N361 richting Dokkum kwamen in drie jaar tijd acht mensen om." Twee ervan waren de zussen Nathalie en Claudia van der Meer van 22 en 27. De laatste was zeven maanden zwanger van haar eerste kind. De vrouwen, samen in een kleine Fiat, werden doodgereden door een man onder invloed die druk zat te bellen. Hij kwam -ook in hoger beroep- weg met 240 uur dienstverlening. Omdat hij na het ongeluk met een beenbreuk werd afgevoerd, werd het promillage pas op een laat tijdstip gemeten.

In een weiland bij de boerderij waar Claudia woonde, staat sinds een jaar het monument "De verstomde schreeuw", gemaakt door kunstenaar Fokke Veurman uit Oenkerk. De twee omgekomen zussen worden ermee herdacht, maar ook de beide ouders van Veurman, die in diezelfde tijd werden gedood. De Citroën waarmee zij in het dorp de weg overstaken werd vol geramd door een zware BMW die met hoge snelheid door Oenkerk joeg. Ook in dat geval was er sprake van alcoholgebruik en telefoneren. Het hoger beroep tegen deze dader dient binnenkort, na een eerdere veroordeling tot zes maanden voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid.

"Je kunt je voorstellen dat we hier in Friesland druk zijn met nazorg, maar ook met voorzorg. Het verdriet als gevolg van de verkeersmoloch is overstelpend groot, onder nabestaanden en overlevende slachtoffers. Bureau NAH Zorg is geen hobby maar bittere noodzaak. De erkenning door verzekeraars is onderweg, dat is prachtig. Want het kaarsje moet een lamp worden."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.