+ Meer informatie

't Erfgoed van een edelman

11 minuten leestijd

Twee volle eeuwen werd Huize Verwolde bewoond door telgen uit het geslacht Van der Borch. Toen moest de laatste eigenaar het adellijke onderkomenafstoten. Met vrouw en kinderen verhuisde hij naar een dienstwoning aan de rand van het landgoed. Van daar uit beheert hij de grond waar niet alleen zijnwieg stond, maar ook zijn laatste rustplaats gereed ligt. Tot in de dood wenst Allard Philip Reinier Carel baron van der Borch van Verwolde verbonden te blijven aan het erfgoed van zijn vaderen.

Met pronkende veren flaneren rwee hagelwitte pauwstaartduifjes over het gazon naast 't Jagershuis. „Aardig he, die doefkes", glimlacht Allard Philip Reinier Carel van der Borch van Verwolde. Op hetzelfde moment wordt de waardigheid van de vogels gebroken door Dandy, een baldadige cockerspaniel. Vanuit zijn tuinstoel roept de baron de rusrverstoorder tot de orde. Max, een bejaarde labrador, is dergelijke capriolen allang ontgroeid. Sluimerend ligt hij aan de voeten van zijn baas, mede-eigenaar van landgoed Verwolde. Tot 1976 was ook het gelijknamige huis eigendom van de edelman. Met vrouw en kinderen vormde hij de zesde generatie Van der Borch op Verwolde. Gebrek aan financiële middelen noodzaakte hem het monumentale pand af te stoten. „De laatste schilderbeurt kostte me zeventigduizend gulden."

Renovatie
De wortels van de familie liggen in Duitsland. Een deel trok naar het oosten, richting Rusland, een deel naar het westen, richting Nederland. Een minderheid bleef in Duitsland achter. „Daar zitten we al vanaf 1328.
Een naamgenoot van me heeft in de buurt van Paderborn een huis dat aan Verwolde doet denken, alleen een tikkeltje groter." Onder het bewind van de moeder van Van der Borch, Line barones Van der Borch van Verwolde- Voüte, werd de adellijke woning achter het Gelderse Laren ingrijpend gerenoveerd. De uitbouw werd vervangen door een toren, waardoor het huis vorstelijke allure kreeg. Tuinarchitect Hugo Poortman ontwierp het park. Nadat de verbouwing was voltooid, betrok mr. Willem Hendrik Emile baron van der Borch van Verwolde, burgemeester van Gorssel, met zijn gezin het nieuwe onderkomen. Allard was toen anderhalfjaar. Het verblijf was van korte duur. „De crisisjaren vroegen om rigoureuze maatregelen. Verwolde had meer dan twintig man personeel. Als dan ineens het inkomen keldert, moet er wat gebeuren. Mijn ouders zijn naar Zwitserland uitgeweken, om de belasting te ontvluchten. En ze waren niet de enigen."

Overdracht
Het huwelijk van zijn ouders liep in den vreemde stuk. Met zijn moeder keerde de jonge Allard terug naar Nederland, waar de barones een tweede huis liet bouwen, in Warnsveld. Toen dat tijdens de oorlog werd gevorderd door de Grüne Polizei, verhuisde ze naar een boerderij op het landgoed. In Verwolde was het Haags sanatorium ondergebracht. In 1952 nam Allard er zijn intrek, om zich met zijn moeder aan het beheer van het landgoed te wijden. „Na haar dood heb ik het huis georven. Daarna hebben we er nog tien jaar gewoond. Toen meende ik het besluit te moeten nemen om het over te dragen aan de Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen, op voorwaarde dat het een openbare culturele bestemming zou krijgen. Van generatie op generatie krijg je zo'n huis toegeschoven, zonder dat je ervoor gewerkt hebt. Dan dien je het ook behoorlijk achter te laten. Als je daar zelf niet toe in staat bent, moet je een instantie zoeken die dat wel kan.
In 1776 is het huis gebouwd, in 1976 ben ik eruit gegaan. We hebben een mooi feestje gegeven en toen was het gebeurd. De koopsom van 150.000 gulden is door een neef van me aan de Geldersche Kasteelen geschonken. Die anderhalve ton had ik nodig om deze oude jachtopzienerswoning in orde te maken. Ze hebben me gevraagd of ik op het huis wilde blijven wonen, maar daar heb ik voor bedankt. Er komen jaarlijks zo'n twintigduizend mensen. Die gaan dan bij je door de ramen staan kijken. Nee, daar voelde ik niks voor. Wel heb ik er nog heel wat spulletjes staan."

Natuurmonumenten
De vier hectare grond onder en rond het kasteel gaf Van der Borch in 'eeuwigdurende erfpacht', voor de som van een gulden per jaar. De rest van het familiebezit bleef hij zelf beheren. Ruim vijfhonderd hectare grond, waarvan de helft bedekt is met bos. De landbouwgrond wordt grotendeels bewerkt door pachters. De elf pachtboerderijen, herkenbaar aan de groene luiken met gele zandlopermotieven, liggen verscholen tussen het groen. Het vee graast bij sommige hoeven tot voor de deur.
Hoe lang dat nog duurt, durft de baron niet te voorspellen. „Als je de kreten van Natuurmonumenten serieus neemt, moeten al die bosakkers beplant met bomen. En alle exoten moeten het land uit. Dat er massa's allochtonen rondlopen is geen probleem, maar alle Douglassparren moeten weg. Die horen hier niet. Nee, als het landgoed nog eens in handen van Natuurmonumenten komt, zie ik het somber in. De mensen in de stad geven hun centjes wel, en die lui maar experimenteren. Heeft niets met beheer te maken." Van zijn ideaal om een eigen landbouwbedrijf te beginnen, kwam weinig terecht. „U kent de huurbescherming, de pachtbescherming gaat zo mogelijk nog verder. Pas de laatste jaren is zo af en toe een stukje grond vrij gekomen. Nu heb ik zo'n twintig hectare waar maïs en aardappels verbouwd worden. En dan zijn er de pachtinkomsten, maar daar moet u zich niet te veel van voorstellen. Steeds meer landgoedeigenaren hebben een functie in het bedrijfsleven. Daar komen de centjes vandaan."

Wandeling
Zelf heeft hij er nimmer over gedacht om het vaderlijk erfgoed te verlaten. „Hier ligt mijn hart. Ik ken elke meter grond en alle mensen die hier wonen. De verhouding met de pachters is altijd goed geweest. Nog steeds, al is de band anders dan vroeger. Bij de grootvaders van de huidige boeren liep je ongevraagd binnen. Dan werd er rustig een uurtje gesproken. Dat is voorbij." Buiten is de sfeer beter bewaard. „Laten we een wandelingetje maken", stelt de 70-jarige edelman voor. In lopen is hij menige jonge kerel de baas. Met zijn onafscheidelijke wandelstok beent hij zo nodig uren voort, bij voorkeur door bos. „Dat is een liefhebberij van me." Ook in dat opzicht bleef hij trouw aan de familietraditie. Een voorvader schreef een uitgebreide verhandeling over 'De Nederlandsche woudboomen'. „Toen ik hier kwam wonen, hadden we nog heel wat werkvolk in het bos lopen. Dat is helaas steeds minder geworden. Bosbouw is een mooi bedrijf voor een landgoed, maar vandaag moet er geld bij." Met de ideeën van moderne biologen kan hij niet uit de voeten. „Volgens die mensen moet de natuur zichzelf regelen, maar daar is ons landje te klein voor." De baron ziet zijn opvattingen bevestigd op zijn eigen landgoed. Door actief ingrijpen is een harmonieus parklandschap ontstaan, waar een keur aan wild huist. Reden waarom Dandy tijdens wandelingen wordt aangelijnd. Max sjouwt bedaard over het bospad, snuffelt tussen het kreupelhout, en plukt onverwacht met zijn bek een egel uit het groen.

Oom Frits
Op een kruispunt van paden praalt een torenhoge zomereik. "Geplant 1791 bij de geboorte van Frederik Wilhelm baron Van der Borch", meldt een wit houten bordje op de stam. „Een pracht van een exemplaar, vindt u niet. Wij hebben het altijd over oom Frits." Wat verderop staat de dikste eik van Nederland. Jaarlijks trekt de woudreus duizenden natuurliefhebbers. De leefi:ijd schat Van der Borch op zo'n 450 jaar. „In de statistieken van Gelderland worden de maten genoemd die hij in 1771 had. Toen was-ie ongeveer even groot als oom Frits nu, en die is al ruim tweehonderd jaar." Max is vooruit gerend om een duik te nemen in de gracht langs de laan die naar Huize Verwolde leidt. Aan de overzijde zijn zerken van de familiebegraafplaats zichtbaar. „Die is er gekomen nadat mijn broer in 1943 op de Leusderheide is gefusilleerd, vanwege zijn werk voor het verzet. Hij is ook in Leusden begraven, maar mijn moeder heeft hem hierheen over later brengen. Later is ze er zelf bij gaan liggen. Een schoonzuster van me ligt er, ons eerste kindje ligt er, mijn eerste vrouw ligt er, ik en mijn tweede vrouw gaan er nog liggen en dan is het afgelopen. Anders wordt het zo'n groot geval, dat wil ik niet."

Roze porselein
Hoewel hij er al twintig jaar weg is, komt Van der Borch nog altijd thuis wanneer hij Huize Verwolde betreedt. Een groot deel van de inboedel is door leden van de familie geschonken. De oude sfeer is daardoor min of meer geconserveerd. De roerende goederen zijn ondergebracht in een familiestichting. Op de begane grond liggen de woon- en ontvangstvertrekken. In de herenkamer hangen naast andere schilderstukken het portret van Line barones van der Borch van Verwolde-Voute en dat van de eerste vrouw van Van der Borch. Het kostbare behang tegen de wanden van de Chinese kamer ernaast wacht op een grote beurt. „Daar zitten ze een beetje tegenaan te hikken, want het schijnt anderhalve ton te kosten. Dat hoef ik gelukkig niet meer te doen."
In de voormalige woonkamer domineert een glazen kast vol roze porselein. „Dat dateert nog uit de bouwtijd. In de zomer zaten we hier veel. Die stoelen zijn nog van mij. Ik heb er altijd heerlijk in gezeten. Maar die bank moet weg. Zo'n bakbeest past hier niet." De vorstelijke kamer biedt uitzicht op de oude slotgracht en een door Van der Borch geplante watercypres. „Een exoot. Natuurmonumenten zou 'm onmiddellijk verwijderen."
In de eetkamer staat de tafel gedekt, alsof de bewoners elk ogenblik aan kunnen schuiven. Boven de kristallen wijnglazen flonkert een kroonluchter. Het aardewerk staat te kijk in een 'praalhans' met opengeslagen deuren. Naast de trap in de hal kreeg het statieportret van de laatste bewoner een plaats. „Ik vond het aardig om hier te blijven hangen. Het is gemaakt door een Engelse kunstenaar. Een aantal jaren later heeft-ie prins Bernhard geschilderd, dus nu zal hij wel erg duur geworden zijn. Toen was-ie nog betaalbaar."
Aan elk vertrek kleven voor de oude heer herinneringen. De echtelijke slaapkamer, de logeerkamer met het 19e-eeuwse wasmeubel, de badkamer, de speelkamer waar 'het nieuw vermakelijk ganzenspel' nog te grijp ligt, de slaapkamers van de kinderen. Op het bureau in de bibliotheek, waar ook het huisarchief is ondergebracht, staat tussen familiefoto's het portret van de gefusilleerde Emile. De torenkamer is ingericht met meubilair uit de werkkamer van architect M.A. van Nieukerken, die verantwoordelijk was voor de renovatie in 1926.

Wijnkelder
De wijnkelder in het souterrain heeft de edelman nog steeds in gebruik. Die beslaat slechts een fractie van de ondergrondse ruimte. Ook de verwarmingskelder, de kolenkelder, de provisiekelder, de appelkelder, de wildkelder, de poetskelder, de linnenkelder, de was- en droogkelder, de keuken, de zitkamer voor de dienstbodes en het kantoor van de rentmeester waren er te vinden. „En niet te vergeten de kamer van de knecht. De dienstbodes sliepen op zolder, de knecht in de kelder, u begrijpt wel waarvoor.
Trefpunt voor het personeel was de keuken. Dat herinner ik me nog goed. Met koffietijd kwam alles hiernaartoe. Dat was een heel gezellige toestand. Een Oostenrijkse zwaaide hier de scepter. Haar enige taak was koken en pannen afwassen, 's Morgens besprak m'n moeder met haar wat er gegeten moest worden. Dan gingen ze samen naar de provisiekelder en werd door m'n moeder uitgegeven wat voor de maaltijd nodig was. Daarna ging de deur van de kelder weer op slot."

Jammer
Van der Borch gebruikte de keuken met name voor het nuttigen van de maaltijd na een jachtpartij met zijn adellijke vrinden, die hij ook in ander verband regelmatig ontmoet. „Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn de meeste landheren uit deze streek verenigd in een 'buitenssociëteit'. Vier keer per jaar komen we bij elkaar met een wijntje en een stukje kaas. Ik geloof dat we met z'n dertienen zijn. Ja, alleen de heren. Gelukkig wel. De oudste sluit de avond af Tot voor enkele jaren was dat de ouwe heer Van Nispen. Die was over de negentig. Hij zat meestal wat te dommelen aan tafel, maar om elf uur stond-ie kaarsrechtop en dan kwam er een uitstekende speech uit. Ongelooflijk."
De Gelderse baron beseft dat de buitenwacht zich weinig meer gelegen laat liggen aan de oude privileges, gewoonten en normen van de adel. Voor hemzelf vormen de verplichtingen de kern ervan. „Van huis uit zijn we geen van allen heilig, maar als ik iets faliekant verkeerd doe, is dat een ernstiger zaak dan wanneer een jongen uit de goot hetzelfde doet. Al is ook dat aan het veranderen. Zelfs bij de vorstenhuizen. Neem die toestanden in Engeland. Als ouderwets mens begrijp ik daar niets van. Dat hoort toch niet. Nee, da's jammer."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.