+ Meer informatie

Geen afbraak, maar opbouw, een oproep tot bezinning

9 minuten leestijd

Binnen enkele dagen wordt ons volk geroepen tot de stembus. Een groot aantal politieke partijen dingt naar de gunst van de kiezers. Met mooie leuzen en prachtige beloften probeert men de stemmen te krijgen. Die leuzen en beloften zijn meestal in strijd met de werkelijkheid, die er nu eenanaal niet zo veelbelovend uitziet.

Tegen de verkiezingstijd zien velen ineens een weg uit de huidige moeiten, waarover men na die tijd zwijgt, als het waar gemaakt moet worden. Het erge is, dat temidden van de problemen de enige weg terug niet geboodschapt wordt. De weg van de verootmoediging voor Gods Aangezicht. De weg van het vragen naar de Heere en Zijn Woord.

In ons land is nog een volksdeel, dat niet in de eerste plaats belang heeft bij wat de vele politieke partijen presenteren. Niet omdat de dingen van deze fjijd hun voorbijgaan. Zij, die tot dit volksdeel behoren staan er middenin.

Maar zij begeren allereerst te leven naar de beginselen van Gods Woord en Wet. Zij hebben de diepe overtuiging, dat die beginselen regel moeten zijn voor het beleid van de overheid. Daarom zien ze uit naar mannen, die met wijsheid de geboden Gods vertolken mogen in het regeerbeleid. Dit zal ten zegen zijn voor heel ons volk.

Door Gods lankmoedigheid
Is dat niet verblijdend? Dat dit volksdeel er door Gods lankmoedigheid nog is. Het is waar, dat er geen reden is vanwege de beleving van die beginselen op de borst te slaan. Verre vandaar! Niet minder is het waar, dat zij, die dit zoeken, een kleine minderheid zijn tegenover de velen die anders denken en handelen. Des te meer spreekt de noodzaak van bezinning in de omstandigheden, die zich thans binnen onze kring rond de verkiezingen voordoen.

Allen moeten we ervan doordrongen zijn, dat we niet breken moeten, wat naar Gods inzettingen zoekt te leven, maar veel meer dan moeten bouwen. En dat in afhankelijkheid van die God, Die het alleen maar geven kan. Geen afbraak, maar opbouw!

Dit artikel bedoelt niet een uitvoerige ontleding te geven van de situatie binnen onze kring rondom de verkiezingen. Het wil alleen een appèl zijn op allen, wie de zaak des Heeren in ons volksleven ter harte gaat. Meer niet maar ook niet minder. Van harte voel ik me aan die zaak verbonden. Goed zou het mij zijn als deze eenvoudige woorden dienstbaar zijn aan de rechte opbouw van wat de eer van Gods Naam in ons volksleven zoekt.

Nog goede dingen
Voor de bezinning op de huidige situatie is het van groot belang niet voorbij te gaan aan de goede dingen, die er ook in deze tijd nog zijn. Die daar geen oog voor heeft, doet tekort aan Gods onverdiende goedheid, die deze dingen nog onder ons laat. Het is zeker waar dat we een tijd van verval beleven, een tijd van grote ernst, maar voor wie dat niet enkel woorden zijn, zal toch het goede niet kunnen voorbijzien.

Zeggen we nu dat dat de Staatkundig Gereformeerde partij op zichzelf daartoe behoort? Een partij is dat nooit op zichzelf. We mogen wel bewaard worden voor 'n geest van gearriveerdheid, die het met de namen van het verleden of met de naam van een partij kan doen. De goede dingen zijn: Gods geboden, Gods inzettingen, Gods Woorden. Zolang de SGP Gods geboden en inzettingen binnen het staatsbestel tot gelding zoekt te brengen, meen ik dat we van een „goed ding" mogen spreken. En dat gebeurt met alle gebrek.

,We mogen erkentelijk zijn, dat ook in de afgelopen jaren dit betracht is door ds. H. G. Abma en de anderen, die in de Eerste en Tweede kamer onze partij dienden. De wijze, waarop het abortus-wetsontwerp (samen met de GPV) bestreden is en andere wetsontwerpen een principieel verweer vonden, moet tot dankbaarheid stemmen.

Als we nu de lijst bezien mogen we weer erkentelijk zijn voor hen, die blijven; maar ook voor hem die nu op de derde plaats is gesteld. Ir. B. J. van der Vlies staat bekend als iemand die begeert principieel het geluid te laten horen dat in het verleden — ook van de laatste tijd — is gehoord. Ik meen dat hij de bewijzen daarvan gegeven heeft in de Utrechtse Staten. Van belang is ook dat hij weet van de vragen en problemen van de jongere mensen in deze tijd door zijn positie in het onderwijs en die niet enkel met geijkte woorden tegemoet wenst te treden.

We kunnen ook verder zien naar de vierde op de lijst, hopend op vier zetels. Daar staat mr. G. Holdijk, die als fractiemedewerker getoond heeft de principiële achtergronden te kunnen verwoorden.

Moeten deze dingen, deze mogelijkheden, ons juist niet in deze tijd toespreken? Ieder, die de nood van deze tijd niet met kreten alleen tegemoet wil treden, maar door de vreze Gods in het licht van Gods Woord beleeft, kan toch niet anders dan met een benauwd hart de toekomst inzien. De dag van de verkiezingen valt kort na het aannemen van de wet tot verruiming van de abortus. Wat zal het verder brengen?

Helass is niet anders te verwachten dan een verdere opening naar de overtreding van de geboden Gods. Donker is het uitzicht op economisch gebied. En dan: moeten we niet bewogen zijn met de toekomst van onze jeugd, die almeer temidden van allerlei vragen en problemen terecht komt?

Dit alles noopt tot ernstige bezinning om niet ondoordacht te handelen met wat de Heere ons gelaten heeft.

Grotere verantwoordelijkheid
Onze verantwoordelijkheid in het uitbrengen van onze stem is in het licht van de ernst van deze tijd en de mogelijkheid tot verdere afbraak van wat de stem van Gods Woord wil vertolken wel bijzonder groot. Ieder stemt uiteraard in persoonlijke verantwoordelijkheid. Die kunnen we niet aan een ander overdoen. Dat geldt voor alle tijden. Maar nu moet de vraag wel op ons aller geweten gebonden zijn: dienen we de rechte opbouw wel?

Ik kan het niet anders zien dan dat het deelnemen van de RPF aan de verkiezingen een bewijs is, dat deze vraag niet voldoende onder ogen is gezien. We weten tevoren van de mogelijkheid, dat het verzwakking kan betekenen van het Schriftuurlijk geluid in de volksvertegenwoordiging. Er is door iemand buiten onze kring gesproken van een „ontoelaatbare luxe". Dat is in het licht van bovenstaande niet teveel gezegd.

Ook binnen eigen kring moet de grotere verantwoordelijkheid spreken. Ieder kan het weten dat we hier doelen op sommige voorkeursacties en wat er rondom geschreven is. Uiteraard kan zo'n actie — het woord hoort onder ons eigenlijk niet gebruikt te worden — niet altijd voorkomen worden. In het verleden zijn ze er ook geweest.

Vanuit de partij kan op deze manier gewezen worden op zaken, die men anders behandeld wenste te zien. Maar dan moet men blijven bij het punt van uitgang en niet - wie dan ook - in een hoek plaatsen, waar deze niet staat.

Als een enig man
Persoonlijk wens ik aan geen enkele voorkeursactie deel te nemen. Onze verantwoordelijkheid in deze tijd vereist, dat we als één man optrekken. In 1939, het jaar van dé laatste wereldoorlog sprak ds. G. H. Kersten op de jaarvergadering van onze partij over de noodzakelijke eenheid onder de titel „Als een enig man".

We kunnen niet laten in dit artikel een gedeelte aan te halen: „Gij, mijne vrienden, sluit de gelederen. Zoekt bovendien hen, die de beginselen der Reformatie hoog achten. Boven alles, wat wij voorstaan en wensen te bouwen, staat de waarheid. Heeft deze heerschappij in Kerk en Staat en in ons, dan zullen de poorten der hel ons niet overweldigen. Om der waarheid wil moge ik u oproepen om te staan als een enig man. Er is niets dat de vijand meer verheugt, dan de verdeeldheid onder degenen, die Gods Woord nog belijden, wijl hun kracht breekt. Daarom betreuren wij ook alle gedeeld optrekken. Het zal zover gaan, dat het Gereformeerde volk zichzelf verwoest en de vijand van vreugd om hen opspringt".

Van hetzelfde huis
„Eenheid in de waarheid" is gebleven het streven binnen onze partij. We denken ook nog aan de partijdagrede Het partijbureau van de SGP aan de Laan van Meerdervoort in Den Haag. van onze voorzitter in 1964: „Zonen van hetzelfde huis". Toen klonk hetzelfde geluid: „Wij hopen van ganser harte, dat bij de komende verkiezing... de partij eendrachtig mag optrekken. Verwarring en verwijdering kunnen ons geen enkel voordeel brengen. Natuurlijk kunnen er wel eens bezwaren rijzen, maar er zijn uitnemender wegen om tot een oplossing te komen. Wij herinneren aan mannen, die in het begin leiding gaven aan de partij. Vooral de drie onvergetelijken: Kersten, Zandt en Barth. Hun oogmerk was om degenen bijeen te brenggen, die wat hun beginsel betreft mochten worden aangemerkt als zonen van hetzelfde huis. Mensen, die ondanks kerkelijk gescheidenheid toch één zijn in de liefde tot de waarheid en de prediking naar Schrift en belijdenis..."

Deze woorden mogen nu in 1981, enkele dagen voor de verkiezingen, wel onderstreept worden. Laten we niet meedoen aan onwaardige kritiek. Breng uw bezwaren op de plaats waar ze gebracht moeten worden. Bedenk dat onze vertegenwoordigers in de kamers en op andere plaatsen, een moeilijke taak hebben. Zoek de waarheid in liefde ten opzichte van de anderen. Verbindt u niet met hen, die enkel op afbraak uit zijn.

Ik heb dit artikel niet zozeer geschreven als tweede voorzitter van de partij, het ligt voor mijn eigen verantwoordelijkheid. Wel is het in de lijn van de hoofdbestuursvergaderingen die aan deze zaken besteed zijn.

Verwarring
Ik weet, dat er sommigen zijn, die in verwarring zijn gebracht. Anderzijds weet ik dat het grootste gedeelte van hen, die aan ons verbonden zijn, zich gelukkig niet door deze dingen wil laten beïnvloeden. Zij wensen te stemmen op de lijst, zoals die gegeven is, alsof er geen advertentie heeft gestaan en geen woord geschreven is. Daartoe mag ik u allen opwekken. Ook en in het bijzonder de jongere mensen, die voor het eerst geroepen worden om hun stem uit te brengen.

Ik hoop, dat de Heere het geve, dat we nog met uitbreiding verblijd worden en dat er nog een vierde wordt toegevoegd aan het getal, dat in de kamer het op mag nemen voor Gods Wet, ook bij de vragen van deze tijd. Ik zal met alle vier blij zijn. In afhankelijkheid van 's Heeren zegen zal daarin de rechte opbouw gediend zijn.

Voor een luchthartig optimisme is geen plaats. Integendeel. De Heere zoekt verootmoediging voor Zijn Aangezicht. Vernedering onder eigen zonden en de zonden van land en volk. Maar evenmin is er plaats vpor een somber pessimisme. Dat is evenzeer tegen Gods Woord. In de weg der vernedering is er uitzicht. Voor de stemming moet het eigenlijke er geweest zijn, namelijk het biddend smeken tot die God, Die hoort naar hen, die in waarheid om Zijn gunst verlegen zijn. Onze hulp is in de Naam des Heeren, Die hemel en aarde gemaakt heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.