+ Meer informatie

OPENINGSWOORD op de landelijke ambtsdragersconferentie van de Christelijke Gereformeerde Kerken, te Amersfoort op zaterdag 27 april 1985

7 minuten leestijd

Waarde broeders,

Door meerderen is deze conferentie als een riskante onderneming aangemerkt. De keuze voor een thema waarover binnen de kerken nogal diepgaande verschillen van mening bestaan, zou er oorzaak van kunnen worden dat de hier en daar toch al zo moeilijke verhoudingen onder nòg meer spanning komen te staan. De voorbije maanden hebben op verschillende plaatsen op gevoelige wijze te zien gegeven dat onze kerken een nogal turbulente periode doormaken.

Niet bij wijze van troost, maar in alle nuchterheid stellen we vast dat onze kerken, wat haar interne spanningen betreft, bepaald niet het alleenvertoningsrecht hebben. Alle kerkgemeenschappen lijden er in meer of mindere mate onder en als het op oorzaken van die spanningen aankomt, is er in veel opzichten een zekere parallellie aanwijsbaar. Wat in de geschiedenis van de kerk van Christus al eerder is vertoond, doet zich aan ons in verhevigde mate voor. De kerk heeft er moeite mee om antwoord te vinden op de vraag hoe zij wat zij gelooft en belijdt naar uitwijzen van Schrift en Belijdenis, in een tijd van overgang naar een nieuwe periode in de geschiedenis van mens en wereld, ongeschonden kan bewaren. Diep wordt het onvermogen gevoeld en hier en daar ook smartelijk gedemonstreerd, om de oude antwoorden op vitale vragen van geloof en leven, door middel van geduldige bezinning en zorgvuldige toetsing te transformeren tot duidelijke richtingwijzers voor deze tijd zònder de kern van die oude antwoorden geweld aan te doen.

Wat verdrietiger is, in plaats van een voorzichtig zoeken bij bijbels licht naar een verbinding tussen de oude antwoorden en de vragen, die bij zorgvuldige doordenking van de vraagstukken van vandaag aan ons worden opgedrongen, is er in de kerken een toenemende neiging elke bezinning en discussie, ook waar het vragen rond de christelijke ethiek betreft, in het schema te trekken van de tegenstelling tussen links en rechts, behoudend en vooruitstrevend, waarbij namen per definitie garant staan voor goede of kwade trouw; waarbij een zuivere beoordeling van eikaars intentie onmogelijk wordt en de ontvankelijkheid en gevoeligheid voor eikaars correctie wegvalt.

U zult begrijpen waarop ik doel. Welnu, het is bepaald niet mijn bedoeling mij te mengen in een zaak die kerkelijk nog „onder de rechter” is. Al heeft de procedurele gang van zaken wel eens vragen opgeroepen en al heeft het mij verdriet dat de wederzijdse kwalificaties naar buiten toe, niet boven kleinburgerlijke aanduidingen zijn kunnen uitkomen, ik zal mij van een oordeel over deze hangende zaak onthouden, eenvoudig omdat ik er niet alle merites van ken. Maar staat u mij toe wel een algemene waarschuwing te laten horen.

Wat de ethiek rond de biotechnologie betreft loopt de kerk gevaar bepaalde ontwikkelingen daarin te verzelfstandigen en visies en gevoelens daaromtrent te wraken, zonder zich voldoende bewust te zijn dat wat men laakt en straft, symptoom is van een problematiek die veel verder en dieper reikt dan wij in onze emotionele geladenheid beseffen. Om concreter te zijn. Abortus mag nooit, een stelling die wordt aangehangen en waarmee men zich ongetwijfeld het dichtst in de buurt van de Heilige Schrift bevindt. Abortus mag in bepaalde situaties wel, een omstreden opvatting, waaraan het gevaar van een elastische uitleg kleeft, maar waarbij christenen de garantie van een conscientieuze toetsing aan de bijbelse waarden rond leven en dood voorshands toch voldoende moet zijn? Want als het gaat over de christelijke ethiek in de ontwikkelingen van vandaag dan zijn er, broeders, nog wel enkele problemen en vragen aan wat ons nu bezighoudt, toe te voegen.

In heel wat technologische ontwikkelingen op biologisch gebied, waarvan wij ook als christenen profiteren, zouden wij ons wel eens ver verwijderd kunnen hebben van wat ons in de Heilige Schrift over Gods bedoeling mèt en Zijn handelen in ons leven is geopenbaard. Ik noem u vragenderwijs enkele voorbeelden, te beginnen met het minst problematische.

Onze boeren, ook christelijke gereformeerde boeren, genieten betere opbrengsten, dank zij de gekunstelde kruisingen en genetisch gemanipuleerde gewassen, die een betere bestendigheid tegen de grillen der natuur en een grotere ongevoeligheid voor ziekten hebben. Tegenslagen, als komend uit Gods hand, zijn op deze wijze grotendeels ondervangen.

Iets moeilijker is het gesteld met het kruisen of het fokken via kunstmatige inseminatie van rassen vee en pluimvee, die sneller méér vlees, méér melk, méér eieren produceren, vaak onder ruimtelijke omstandigheden die in flagrante strijd zijn met wat het Woord van God zegt over de zorg die de bezitter van vee voor zijn dieren behoort te hebben.

Terwijl in andere delen van de wereld jaarlijks miljoenen kinderen vrij kort na hun geboorte gedoemd zijn te sterven, zijn wij al ver gevorderd in de bedrevenheid om oude mensen, die vroeger aan de dood toe zouden zijn geweest en daarin de begrenzing van de hen door God toegemeten tijd zagen, desnoods door de vervanging van versleten lichaamsonderdelen, een aanzienlijke levensverlenging te bezorgen. Fijn dat dit kan, zeggen wij, maar zou het ook kunnen zijn dat we met het toenemend kennen en kunnen van de mens tot kwaliteitsverbetering van het leven, bezig zijn Goddelijke grenzen te verleggen?

Stellen wij jonge mensen, die ná hun huwelijkssluiting voorshands geen kinderen wensen en die met behulp van chemische preparaten de natuurlijke orde van het vrouwelijk lichaam verleggen, buiten de genademiddelen van de kerk, omdat het niet geboren doen worden van kinderen wel eens zou kunnen indruisen tegen Gods planning van eeuwigheid met het menselijk geslacht?

Hoe moeilijk is het te oordelen over jonge ouders, die een uitermate ernstig gehandicapt kind met uiterst beperkte en ontzaglijk veel zorg vragende levensomstandigheden ontvingen, wanneer zij een volgende risicodragende zwangerschap willen laten toetsen op eventuele onvolmaaktheden van de vrucht en in het bevestigende geval in de moeilijke afweging van de uiterste consequentie geraken.

Hoe te denken over het zogenaamde DNA-gesleutel, waardoor het straks mogelijk zal zijn genetische fouten in het leven van mensen te „repareren”. Om er dienstbaar mee te zijn mag het, zegt dr.ir. Schuurman in zijn nieuwe boek „Tussen technische overmacht en menselijke onmacht”, maar waar ligt de grens tussen dienstbaarheid en manipulatie, tussen „reparatie” en „fabricatie” van slechte resp. gewenste eigenschappen?

Waar ligt in deze gebroken bedeling de grens tussen mogelijkheid tot en toelaatbaarheid van de kwaliteitsverbetering van ons biologische bestaan door het kunnen van de mens, en de geestelijke functie die door het christelijk geloof aan ziekte en lijden is toegekend? Wie het weet mag het zeggen.

Er zijn méér vragen dan antwoorden, broeders. En het een staat niet los van het ander. Ik smeek mijn kerk dan ook er voor te wachten zich in zaken als deze al te snel op verabsoluteerde standpunten vast te leggen en bij niet aanvaarding daarvan, elkaar onmiddellijk buiten de wet te stellen. Ik smeek mijn kerk in haar vergaderingen op te houden met het zoeken naar menselijke denkconstructies, waarbij uit alle macht wordt geprobeerd het eigen gelijk bevestigd te krijgen door de woorden van de Schrift naar onze moderne of conservatieve denkbeelden toe te buigen. Het ontbreekt ons als kerken aan iets heel wezenlijks.

Het onvermogen om in dit tijdsgewricht samen de weg te zien die het Woord van God ons wijst, heeft onmiskenbaar veel, zo niet alles te maken met het feit dat op kerkelijke vergaderingen het inroepen van de bijstand van de Heilige Geest tot een versteende formule lijkt te zijn geworden. In plaats van eerbiedige en nederige afhankelijkheidsbetuiging jegens en in plaats van een innig en ootmoedig beroep op de genadige medewerking van God de Heilige Geest, waardoor aller hart wordt toegericht naar God en waardoor een klimaat van onderling vertrouwen wordt geschapen, worden kerkelijke vergaderingen te veel beheerst door vrees voor en vooroordeel tegen eikaars denkbeelden, van welk gehalte dan ook, waarbij feilloos voorspelbaar is wie wat zal steunen en waarbij in toewending van de een tot de ander niet meer wordt geloofd.

Zullen wij voor vandaag hopen op en bidden om de presentie van de Heilige Geest, veel beschreven, krachtig beleden, maar vooral in onze tijd waarschijnlijk te weinig gebeden?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.