+ Meer informatie

Achterstand bij Raad van State steeds groter

4 minuten leestijd

In 1976 is de administratieve rechtspraak van de Raad van State van start gegaan, die ingesteld werd bij de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen, in de wandeling genoemd de Wet AROB. Deze wet opent de mogelijkheid om bij de Afdeling Rechtspraak van de Raad beroep in te stellen tegen beschikkfaigen van de overheid van hoog tot laag.

Daarop bestaan enkele uitzonderingen, die op verschillende wijze geformuleerd zijn, hetgeen de toepassing van de wet niet gemakkelijker maakt. Ook blijkt, dat de grens tussen de AROB-rechtspraak en die van de burgerlijke rechter niet steeds duidelijk is.

Het is namelijk zo, dat, toen er geen administratieve rechtspraak was, althans niet voldoende, de gewone rechter zich de bescherming van de burger tegen de overheid heeft aangetrokken. Men denke aan de berechting van de onrechtmatige overheidsdaad met behulp van art. 1401 BW, en aan het kort geding voor de president van de Rechtbank. Die berechting is door de Wet AROB voor een deel overgegaan naar de Voorzitter van de Afdeling Rechtspraak.

Achterstand

Wanneer we nu de AROB-rechtspraak, zoals die tot nu toe is uitgeoefend, mede aan de hand van het onlangs verschenen jaarverslag over 1980 willen bezien, dan moet één ding voorop staan, te weten dat door de afdeling Rechtspraak van de Raad van State zeer hard gewerkt wordt en dat door haar op het gebied van de rechtspraak ongelooflijk veel gepresteerd is.

De thans te noemen getallen zullen het uitwijzen, maar zij zullen tevens doen zien hoe, ondanks het door het college verzette werk, de achterstand ontstellend is.

Op 1 jan. 1980 nog aanhangige zaken: 7.549

Ingekomen zaken in 1980: 11.972

Uitspraken in 1980: 6.429

Ingetrokken etc.: 4.959

Aantal zaken per 31 dec. 1980: 8.133

De aan het einde van elk jaar nog niet afgehandelde zaken worden steeds groter in aantal:

- 31 december 1977: 4213

- 31 december 1978: 5316

- 31 december 1979: 7549

- 31 december 1980: 8133

Dit houdt uiteraard verband met de aantallen van jaarlijks inkomende zaken. Deze stegen van 5183 in 1977 tot 11.972 in 1980.

Geen zin meer

Deze cijfers moeten wel de vraag doen rijzen, wat de burger aan deze tak van rechtspraak nog heeft. Wanneer men een groot deel van een jaar of nog meer dan een jaar op een uitspraak moet wachten, zal deze veel van haar waarde verloren hebben.

Het spreekt vanzelf dat men dit niet zo kan laten doorgaan. De totale aantallen zouden wel eens zodanig kunnen gaan stijgen, dat de AROB-rechtspraak geen zin meer zou hebben, en wel geliquideerd zou moeten worden, met als gevolg, dat de rechtsbescherming van de burger een grote knak zou hebben gekregen.

Als men wil streven naar verbetering van deze tak van rechtspraak, dan zal men eerst de oorzaken moeten kennen. Een der oorzaken moet wel zijn de omstandigheden, dat men deze algemene, op beslissingen van talloze overheidsinstanties betrekking hebbende rechtspraak, heeft toevertrouwd aan één hoog college zonder een voorafgaande instantie. Zou men er ooit aan gedacht hebben om de gewone rechtspraak alleen door de Hoge Raad te doen verrichten?

Het is waar, dat de voorloopster van de Wet AROB, te weten de Wet Beroep Administratieve Beschikkingen, weinig te baat is genomen, maar dat kon er verband mee houden, dat volgens die wet de beslissingen werden genomen  door de Kroon en dus niet door een echte, onafhankelijke rechter. Wat de oorzaak ook is, in elk geval blijkt men zich te hebben verkeken op de grote behoefte aan deze nieuwe tak van administratieve rechtspraak.

Goedkoop

Een andere oorzaak van de grote hoeveelheid beroepen is het gemak en de goedkoopte van het te baat nemen van de AROB-rechtspraak. Er behoeft slechts ƒ 25,- te worden gestort bij de Raad van State en het proces wikkelt zich verder gratis af. Geheel anders loopt het bij de gewone rechtspraak, waarbij kosten zijn van deurwaarder, griffierechten, honoraria voor procureurs en advocaten, wier bijstand v verplicht is.

Aan de veel te gemakkelijke toeg keliikheid van de AROB-rechtspr; zal het ook wel liggen dat blijkens jaarverslag in 1980 door één appell 893 zaken aanhangig werden gemaakt!

Onderbo

Hierboven werd reeds opgemei dat men met de AROB-recntspr niet kan doorgaan zoals het thans lo< Daar moet iets op gevonden word Maar wat? Men bestrijdt op het og blik de zaak door meer staatsraden gaan benoemen. Uit de bovengeno* de cijfers blijkt wel, dat dit niet helpt. Een andere oplossing zou kuni zijn het alsnog scheppen van een „ derbouw" onder de Raad van State, lagere gerechten, die de eerste stoot' de beroepen zouden kunnen opvang In 1979 IS een commissie ingesteld, tot taak heeft te adviseren over moge ke verbeteringen. Laten we hopen deze commissie de steen der wijzen vinden. Er is haast bij! Tenslotte zou ook een beroep ged; moeten worden op personen en orgj saties om niet onnodig een beroep op nieuwe rechtspraak te doen. Uit \ beslissingen van de Afdeling Re( spraak blijkt, dat er beroepen ingest worden, die geen reële betekenis h ben. Dit werkt uiteraard belemmert op het afdoen van de serieuze beroepe

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.