+ Meer informatie

Preek ds. Latzel niet opruiend

7 minuten leestijd

De omstreden preek van ds. Latzel is niet opruiend of haatzaaiend, vindt ds. A. J. Post. Hij maakte er een samenvatting van.

De afgelopen dagen is de Duitse predikant Olaf Latzel in opspraak vanwege een preek die hij hield op 18 januari, over Richteren 6:25-32. Zelfs de Bremer Landtag (het regionaal parlement) sprak zich woensdag in een resolutie over de zaak uit en keurde deze prediking af (RD 19-2). De preek was „volksopruiing”, en „Bremen keert zich tegen haatprediking, van welke geloofsrichting dan ook”, zo luidt het in de resolutie. Het parlement distantieert zich van pogingen „om onder de dekmantel van prediking en Schriftuitleg haat tegen anders- en niet-gelovigen te verbreiden.”

Ik heb de moeite genomen om de preek na te luisteren. De preek gaat over de roeping van Gideon tot richter. De Heere zegt hem dat hij het altaar van Baäl, dat van zijn vader is, moet afbreken en de gewijde paal aan Asjera omhakken. Vervolgens krijgt Gideon de opdracht een altaar voor de Heere te bouwen. Omdat Gideon bang is voor de reactie van zijn familie, neemt hij tien mannen mee, en voert hij de opdracht van de HEERE ’s nachts uit. Wanneer de mannen van de stad het de volgende ochtend ontdekken, eisen ze bij Joas, de vader van Gideon, de dood van zijn zoon. Joas spreekt vervolgens de woorden uit: „Als Baäl werkelijk een God is, laat hij het dan voor zichzelf opnemen.”

De preek van ds. Latzel is in vijf punten onderverdeeld:

1. Het bevel tot reiniging

2. Het reinigen van het eigen huis

3. De angst bij de reiniging

4. De aanval vanwege deze reiniging

5. De hulp bij de reiniging.

Eerste gebod

Ik geef een samenvatting. Bij het eerste punt legt ds. Latzel uit dat het niet Gideons eigen idee was om zijn vaderlijk huis te zuiveren, maar een bevel van de Heere. Gideon werd opgeroepen om Hem oprecht en met toewijding te dienen. Daarbij past geen syncretisme (vermenging met andere godsdiensten). Het eerste gebod luidt immers: „Gij zult geen andere goden naast Mij dienen.” Ook de christelijke gemeente belijdt deze ene God: Vader, Zoon en Heilige Geest. Wanneer andere goden gediend of aanbeden worden, zal alles verkeerd gaan. Ook van ons wordt volledige reinheid gevraagd.

Daarom moet Gideon, en dat is het tweede punt, de godenbeelden verwijderen. Geheel Israël is bedorven door afgodendienst, maar Gideon moet beginnen met zijn eigen ouderlijk huis. Voor een christen betekent dat onder meer dat hij in zijn huis geen talisman behoort te hebben, geen amuletten met afbeeldingen van heiligen, geen voodoosleutelhanger, geen Boeddhabeeld. Zulke dingen behoor je te verwijderen uit je huis. Er zijn vele nieuwe vormen van heidendom. Wie met Christus door het leven gaat, komt hiermee –dat kan niet anders– in conflict. Het is niet Jezus en …, maar Jezus of… Het is Jezus alleen, het is God alleen!

Oecumene

Waarom moet dit ook in de St. Martinikerk gepreekt worden, vraagt ds. Latzel vervolgens? Dat weten we toch immers allang? Welnu, er is tegenwoordig zoiets als de abrahamitische oecumene: de gedachte dat je als joden, christenen en moslims samen tot één God kunt en zelfs moet bidden. Latzel zegt echter: „Dat is het allerlaatste wat we nodig hebben.” We hebben juist heldere verkondiging nodig van Jezus Christus. Er is maar één ware God, we kunnen geen gemeenschap hebben met de islam. Dan hebben we gemeenschap met de zonde. Ja, geen misverstand: deze mensen moeten we in liefde en met barmhartigheid tegemoet treden. Het is zonde als we samen bidden met een moslimgeestelijke, en als dat gebeurt, dan moeten we ons daarvan reinigen. We zeggen nee tegen een ander geloof of religie. Maar we zeggen wel ja tegen de mensen die zoiets geloven.

Ten derde: het is begrijpelijk dat Gideon bang is om de opdracht uit te voeren. Maar als je zegt, dat je de ene God toebehoort, dan moet je ook de nare consequenties die deze belijdenis in de wereld met zich meebrengt dragen. „In de wereld zult u angst hebben, maar wees getroost, Ik heb de wereld overwonnen”, zegt Jezus.

De bondskanselier heeft gezegd dat de islam bij Duitsland hoort, zo benoemt ds. Latzel. Maar dat is volgens hem niet het geval. De drie-enige God is Vader, Zoon en Heilige Geest, en dat is niet dezelfde als Allah.

Handrem

Ten vierde: ondanks zijn angst, gaat Gideon toch aan de slag. Hij wordt hierop aangevallen. Als je meedoet met het syncretisme van de wereld, dan heb je rust. Maar als je Jezus belijdt en zegt: „Alleen Zijn Naam moet geëerd worden”, dan word je aangevallen. Ieder heeft zo zijn eigen god: de voetbalgod, geldgod, Allah, of een hindoeïstische god. En er wordt gezegd: „Prima als jij je eigen God hebt en in Jezus gelooft.” Maar als je als christen zegt: „Jezus alleen en weg met deze andere afgoden”, dan word je aangevallen. Zo niet, dan heb je zelf de handrem te hard aangetrokken. Wie zich niet verzet tegen de afgodendienst, doet eraan mee.

Ten slotte het vijfde punt: de hulp bij de reiniging. Gideons angst bleek terecht, want de mensen komen boos naar zijn ouderlijk huis. Maar er komt hulp uit onverwachte hoek. Dat is ook vaak zo als je Jezus als Heiland belijdt. Maarten Luther heeft ooit ook eens een grote verzameling rooms-katholieke beelden en aflaten willen vernietigen. Een belangrijke hoogleraar keerde zich tegen hem, maar onverwachts kreeg hij steun van Frederik van Worms. Wanneer wij als christenen trouw zijn, dan zal de Heere ons bewaren. Jezus zal voor ons pleiten en voor ons instaan. Moge de Heere onze God, door onze Heiland Jezus Christus, deze prediking in onze levens willen zegenen. Amen.

Onterecht

Tot zover mijn samenvatting. Nu een korte analyse. De focus van de preek is mijns inziens dat christenen met toewijding zuiver de Heere hebben te dienen, en pal hebben te staan voor de belijdenis dat Gods Naam en Jezus’ Naam alleen de eer moet ontvangen. Ds. Latzel wil bewerken dat christenen zich niet begeven op het pad van het syncretisme. In dit kader spreekt hij niet erg fraai en genuanceerd over bijvoorbeeld Boeddhabeelden. Maar helder geeft hij aan dat mensen die een ander geloof aanhangen met liefde en barmhartigheid bejegend moeten worden. Deze preek is daarmee zeker niet opruiend of haatzaaiend. Het is onterecht dat hij beschuldigd wordt van het verbreiden van haat tegen anders- en niet-gelovigen.

Uit de gang van zaken blijkt opnieuw dat de belijdenis van de Reformatie en het grondrecht van de vrijheid van godsdienst op gespannen voet met elkaar verkeren. Zie bijvoorbeeld artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, en de discussie die hierover de afgelopen weken in deze krant gevoerd werd. Het is volgens mij zonder meer geoorloofd om gelovige christenen op te roepen om zuiver en toegewijd te leven. Het wordt spannender en moeilijker als vanaf de kansel klinkt dat bijvoorbeeld de islam niet thuishoort in ons land. Ds. Latzel wijst bij dit punt op historische ontwikkelingen en vindt dat Duitsland duidelijk wortelt in de christelijke traditie. Hij zegt echter niet dat de islam, al dan niet gewelddadig, verwijderd moet worden uit Duitsland.

Hoewel ds. Latzel sommige dingen pastoraler en fijngevoeliger had kunnen zeggen, valt de hoofdlijn goed te verdedigen. Deze is in overeenstemming met bijvoorbeeld de uitleg van het eerste en tweede gebod in de Heidelbergse Catechismus. Laten we hopen en bidden dat deze prediking mag blijven klinken, ook in ons land.

De auteur is hervormd predikant te Nieuw-Beijerland. Zie rd.nl voor een link naar de volledige preek.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.