+ Meer informatie

Vaderlandse Geschiedenis

LEICESTER.

6 minuten leestijd

De gunsteling van Elizabeth landde dan in Dec. 1585 te Vlissingen en de vraag mocht gesteld worden: Hoe zullen de zaken verlopen?

De graaf wordt ons geschetst als een volmaakt edelman. Maar het voornaamste miste hij: Hij was noch staatsman, noch veldheer. En een staatsman had men in onze landen juist nodig. Blok zegt van hem terecht: „Hij was niet berekend voor de zware taak de Nederlanden. tegen Parma te verdedigen, om de Nederlandse gewesten zo verschillend van belangen en inzichten één lrjn te doen trekken en ze te leiden tot het grote doel, dat prins Willem had nagejaagd. ,

Hij was niet de man, die prins Willem kon vervan-

gen, wiens eenvoudig uiterlijk in diens latere jaren in treffende tegenstelling' stond tot diens innerlijke grootheid, die op ieder, die hem ontmoette, aanstonds een diepe indruk maakte."

Dat is kras gezegd! Voeg er bij, dat Leieester opvliegend, wraakgierig, hooghartig was, zich door politieke slimmeriken o zo gemakkelijk aan de haak liet slaan en we begrijpen, dat hij nu niet de rechte man op de rechte plaats was.

Hij behoefde anders over de ontvangst hier te lande niet te klagen, 't Was in onderscheiden plaatsen van Zeeland en Holland feest op feest. Hij schreef aan zijn supérieure enthousiaste brieven over de aanhankelijkheid der Nederlanders aan H.M.; maar tevens over de bloeiende nijverheid en scheepvaart, die in scherpe tegenstelling met die van Engeland was en een diepe indruk op de Engelsen maakte. Men denke hierbij direct aan de handelsnaijver, die toen reeds aanwezig was en biina driekwart eeuw later zijn hoogtepunt zou bereiken.

Ook de Calvinisten, vooral de predikanten, waren zeer in hun nopjes. Dat de heren regenten hun zelfgevoel reeds lieten blijken (denk weer aan de volgende eeuw) en niet van plan waren zich de wet voor te laten schrijven, daar had hij geen erg in. Hij zou het echter ondervinden. De narigheden begonnen al spoedig en nog wel met zijn Vorstin.

Reeds in Jan. 1585 verschenen de Staten-Generaal voor hem en boden hem de absolute regering als landvoogd aan. Dat leek onze graaf een begeerlijk kluifje toe. Het vervelende was, dat de heren, evenals voorheen bij prins Willem, door een Raad van State of iets dergelijks zijn macht wilden beperken.

Begin Februari was de zaak beklonken.

Maar hoe zou Elizabeth het opnemen? Daarvoor had zij hem niet naar deze landen gezonden; maar om militaire hulp te bieden, als „luitenant-generaal." Zij was buitengewoon boos op hem; dacht er zelfs over hem terug te roepen. Maar enige engelse staatslieden wisten haar te overtuigen, dat in de gegeven omstandigheden het de beste oplossing was.

Ook de Staten-Generaal wierpen wat olie op de golven. Ze wezen er op, dat zij geen afstand van de souvereiniteit hadden gedaan; de landvoogd stond oncler hen, niet boven hen.

Leieester schreeft tenslotte zijn gebiedster een ootmoedige brief en zijn ongehoorzaamheid werd hem vergeven. De hartelijke vriendschap met de Staten-Generaal heeft niet lang geduurd en daarvan was de landvoogd zelf de schuld.

Hij wist, dat hij bij het gewone volk zeer in de gunst stond; vooral de calvinistische predikanten hadden veel met hem op, omdat hij zich geheel als Calvinist voordeed. Zijn doel was: le. een krachtige centrale regering te vormen; d.w.z., niet bij de afzonderlijke gewesten zou de klem der regering in feite berusten, maar het zou worden een regering van bovenaf; 2e. wilde hij een krachtige nationale (Calv.) kerk. Hij wist ook dat, behalve het volk, veel instanties voor hem waren; aanvankelijk de St.-Generaal, verder de Staten van veel gewesten, de Raad van.State, de Heren van Justitie.

Prins Willem, die ons volk door en door kende, zou zo'n doel nooit nagestreefd hebben. De landvoogd ging stukken maken. Het was vooral Holland, dat hem bij zulk een centralisatiestreven de voet dwars ging zetten; ook veel stedelijke regenten. Voorts waren er de Libertijnen en de Roomsen die zeer talrijk waren. Dat alles prikkelde hem. Vooral op Holland was hij zeer gebeten en hij nam zich voor de macht van dit gewest te breken.

Zijn boos oog was ook gericht op de 18-jarige Maurits. Deze begon te vrezen voor een overheersing van engelse invloeden en kwam meer en meer in de gunst van Holland. Leieester meende: hij kon wel eens de plaats van zijn vader in willen nemen.

De landvoogd koos verder zijn raadgevers uit uitgeweken Vlamingen en Brabanters. We noemen er één van om de toestand te typeren: Reingout. Dit heerschap had voorheen onder Margaretha, Alva en Requesens de Spaanse regering gediend!

De bekende oud-raadpensionaris Buys, die altijd een vriend van Engeland was geweest, zei nu tegen de landvoogd, dat hij die Reingout niet begeerde en nooit onder hem zou dienen. Hierop schold Leieester Buys voor een Libertijn, een verrader, een duivel, een atheïst, een geheim vriend van Rome, en liet hem vervolgens gevangen zetten. (Blok).

Nog al meer. Zoals we weten was Maurits stadhouder van Holland. Dit gewest bestond uit twee delen: het Noorderkwartier en het Zuiderkwartier. De landvoogd gaf nu het Noorderkwartier aan Sonoy, zodoende de macht van Maurits verminderende.

De stadhouder van Holland en Zeeland w r as tevens admiraal-gene2'aal van de zeemacht. Leieester verdeelde de zeemacht in drieën.

Maar de ergste twist ontstond door zijn bemoeiingen inzake onze handel.

Onze hollandse en zeeuwse kooplieden hadden tot hiertoe een drukke handel gedreven met Spanje, de Zuidelijke Nederlanden en Picardië. Veel van deze handelswaren (vooral koren en andere levensmiddelen) kwam bij de vijand terecht. Vooral niet-kooplieden, ook de Engelsen, klaagden hierover.

Direct bij zijn komst ging de landvoogd op deze zaak letten en de bestaande verbodsbepalingen (vooral de levering van levensmiddelen) werd streng toegepast. Een jaar later werd per plakkaat het verbod hernieuwd en met zeer strenge straffen gedreigd.

Geen levensmiddelen en ammunitie naar de vijand, werd het parool.-

De kooplieden werden zeer boos door deze maatregelen en haalden allerlei argumenten uit de hoek: er o.m. op wijzend, dat als zij het niet deden, anderen (de Hanze) het direct overnamen.

Om kort te gaan: Leieester stoorde zich niet aan; de veelvuldige klachten, voorgelicht als hij werd door zijn vlaams-brabantse raadgevers.

En het gevolg was, dat de kooplieden met hun verwanten en vrienden, die vaak in de regeercolleges zaten, benevens de fabrikanten en de hele plattelandsbevolking zich tegen hem keerden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.