+ Meer informatie

Genezing van Bezetenen II.

5 minuten leestijd

-Voorbeelden van genezing:

A. De bezetene in de Synagoge van Kapernaüm. (Mare. 1:21—28; Luc. 4:31—37).

B. De bezetene die blind en stom was. (Matth. 12 : 22; Luc. 11 : 14).

C. De bezetene te Gadara. (Matth. 8 : 28—34; Mare. 5 : 1—20; Luc. 8 : 26—39).

D. Het dochtertje van de Kananese vrouw. (Matth. 15 : 21—28; Mare. 7 : 24—30).

E. De maanzieke jongeling. (Matth. 17 : 14—22; Mare. 9:14—29; Luc. 9:37—42).

A. Te Kapernaüm heeft Christus voor het eerst een mens van een onreine duivelse geest verlost.

Het was een van Zijn eerste wonderen en het had plaats op de Sabbathdag in de Synagoge.

Velen waren getuigen van dit machtige wonder. Daar zulke bezetenen niet altijd gevaarlijk waren en de werking van de boze geest zich niet altijd openbaarde, werden zij, zolang zij de orde niet verstoorden, in de Synagoge geduld.

Maar als Jezus in de Synagoge komt, kan de boze geest zich niet stil houden.

Die geest weet dat Christus de Machtige is om hem uit te werpen.

Met angst vervuld roept hij uit: „Laat af, wat hebben wij met TJ te doen, gij Jezus, Nazarener! Zyt Gij gekomen om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, n.1. de Heilige Gods."

Jezus wil echter die lof van de duivel niet ontvangen, en evenmin dat hij de mens zal gebruiken om anderen mede te delen wie Hij is. Hij gebiedt de onreine geest het lichaam van die ongelukkige man te verlaten. Nog eenmaal zal h\j zijn kracht tonen en laten zien, dat de man zijn speelbal is.

Maar dan vaart hij uit en Jezus heeft over de duivel getriumfeerd.

B. Een tweede feit van bezetenheid wordt ons verhaald in Matth. 12:22.

Jezus is weer in Galilea.

Tot Hem wordt gebracht een van de duivel bezetene die blind en stom was.

Daaruit zien we, dat de onreine geest de mens ook lichamelijk nadeel berokkende.

Soms spraken ze door de mens, andere malen hadden zij er vermaak in hen het spreken te beletten. Hier krijgt Jezus te doen met een man die machteloos is om zijn ogen en zijn mond te gebruiken. Als de oorzaak der stomheid en blindheid is weggenomen, kan de man weer spreken en zien. De duivel die hem het spreken en het zien belet werpt Jezus uit en die man is nu een ander mens.

C. Een derde voorval, waarbij ons de macht des Heeren getoond wordt had plaats in het land der Gadarenen, een landstreek ten oosten van het meer Genesareth.

De Heere was over het meer gevaren en aan land gegaan in een rotsachtige streek waar de doden begraven werden.

De bezetene die Hij daar ontmoette had zijn woonplaats in een grafspelonk.

Hij was gevaarlijk voor zijn medemensen en maakte heel die streek onveilig.

Men had hem meermalen met ketenen geboeid, maar door de macht des bozen werden de ketenen verbroken.

Voor Jezus is die boze geest echter bevreesd. Hij toont zijn angst door Hem te aanbidden. De duivel vreest om in de diepte der hel te worden geworpen.

Jezus staat alleen tegenover een legioen duivelen. Zij begeren in de kudde zwijnen te mogen varen. Hun begeerte is om in de schepping te blijven, in een lichaam te wonen, niet in de afgrond te varen.

Jezus staat hun begeerte toe, maar zij zullen slechts kort in die zwijnen wonen, want heel de kudde 2inkt in de afgrond weg.

De mens schijnt voor de inwoning van boze geesten meer geschikt te zijn dan het redeloze dier. De dwaze Gadarenen smeken dat Jezus hun landpalen spoedig zal verlaten.

Uit vrees voor tijdelijk verlies verwerpen zij de geestelijke winst.

Het verzoek van de bezetene om bij Jezus te blijven wordt afgewezen, want hij moet de daden Gods verkondigen.

D. Ook in de omstreken van Tyrus en Sidon heeft Jezus Zijn macht getoond.

Een heidense vrouw smeekt om ontferming om dat haar moederhart zo pijnlijk getroffen is door het lijden van haar kind.

Als de Heere Zich als doof houdt, roept ze harder en al is het, dat Hij haar schijnbaar afwijst, komt het volhoudend karakter van haar geloof duidelijk uit.

De Heere is gekomen in een geZin waar de kinderen hun deel ontvangen.

Men geeft dat deel toch niet aan de hondekens. Zeker, die heidense vrouw gevoelt zich als een hondeke, maar al heeft ze geen recht op een kinderdeel, de hondekens eten toch van de brokskens die de kinderen laten vallen.

De Heere verwondert zich over haar geloof en geneest haar dochter.

E. Na de verheerlijking op de berg, heeft Jezus de duivel uitgeworpen uit een jongeling, die tevens maanziek was. '

Dat was een soort vallende ziekte, welke ziekte verband hield met de wisselende gestalte der maan. De vader van die jongeling had hem tot de discipelen gebracht.

Zij waren onmachtig geweest om hem te genezen vanwege hun gebrek aan geloof.

Na de discipelen bestraft te hebben, beveelt Hij de vader zijn zoon tot Hem te brengen.

De boze geest toont nu zijn ware aard, door die jongen te benauwen.

Kalm en vol majesteit beveelt Christus, dat de boze geest hem zal verlaten.

Ook die prooi moet hij loslaten en Christus openbaart Zich als de Machtige die het geweld der hel verbreekt en dok Zijn volk zal verlossen.

Ds. A. de Bloois.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.