+ Meer informatie

Cultuurverval niet blind voorbijgaan

Dr. Oppenheimer over taak kerk:

4 minuten leestijd

UTRECHT — De taak waarvoor de kerk zich in deze tijd geplaatst ziet, in een absurd snel veranderde tijd is gigantisch, aldus dr. K. E. H. Oppenheimer emeritus-predikant te Leiden tijdens de jaarlijkse vergadering van de Nederlandse Hervormde Predikanten Vereniging die maandagavond in Utrecht plaats had.

De Leidse emeritus-predikant sprak over: De Kerk bij de tijd, buiten de tijd, tegen de tijd?

Op zichzelf zijn de problemen waarmee de predikanten te doen hebben niet nieuw. Het thema van de grote concilies was de éénheid, het geloof en de vernieuwing van de kerk. Precies dezelfde zijn ook onze problemen aldus Oppenheimer.

Het nieuwe is echter het atheïsme. Kerk zijn in een atheïstisch tijdperk. Haar taak is de verkondiging van het Evangelie in tegen de boodschap van Christus immuun geworden, oorsprong kelijk christelijke, landen.

De kerk is vrij plotseling „zendingskerk" geworden. Zij is daar echter nauwelijks op berekend en daarvoor toegerust.

Dreiging
Wij leven in een precaire tijd. Wij staan voor wellicht het einde van de welvaarts- en verzorgingsstaat. Wij kennen bovendien de nucleaire dreiging. Voor alles is het voor de kerk van belang, zo vervolgde dr. Oppenheimer zijn lezing dat zij gericht blijft op het heil... Zij dient te exegetiseren, te verkondigen, te onderwijzen en de mens op zijn weg pastoraal te begeleiden.

Toch is er altijd de spanning tussen opdracht, idee en de werkelijkheid. De opdracht van de kerk is om pijler en fundament der waarheid te zijn.

Maar zo vroeg Oppenheimer zich af: Weet zij dat? Kent zij dat? De waarheid is een pantser en bolwerk tegen het boze. Weerstaat zij het boze? Haar geloofwaardigheid hangt daar van af.

De kerk dient ons met God te confronteren. In een atheïstische tijd, het verval der cultuur, een toenemende anarchistische samenleving is het de zaak der kerk om indringend, waarschuwend en verhelderend te spreken over de soevereiniteit Gods.

Wat betreft de christologie zag dr. Oppenheimer een combinatie van Barth Bultman mogelijk. Als voorbeeld zag hij enigszins een theoloog als Berkhof die in die lijn denkt.

Jeugd
Dr. Oppenheimer ging ook in op het jeugdprobleem, omdat predikanten daarmee in het pastoraat te maken hebben. Helmut Schmidt, zo zei hij heeft kort geleden in een interview gezegd: „Jeugd duurt tegenwoordig veel langer dan vroeger. Ze wordt weliswaar door de wet eerder mondig verklaard, maar de feitelijke levensrijpheid treedt kennelijk eerst later in".Ook in psychiatrische wetenschappelijke publicaties is daarop ingegaan aldus Oppenheimer.

Des, te meer sprak daarom de Leidse emeritus-predikant er zijn verbazing over uit dat het parlement voornemens is de meerderjarigheidsgrens te verlagen.

Bovendien sprak hij de mening uit dat het tijd wordt dat de kerken tegen de overschatting en overwaardering van de jeugd, de steeds verder gaande concessies aan haar eisen, haar stem verheft. Met name noemde hij de ongelimiteerde sexuele vrijheid en het op jonge leeftijd beschikken over een eigen woning.

Huwelijk
Het wordt tijd dat de kerken het monogame huwelijk verdedigen. Sex is geen consumptie-artikel en het huwelijk (de mens) is geen wegwerpartikel.

De kerk mag niet aan dit schreeuwend cultuurverval voorbijgaan. Er dient zo vervolgde Oppenheimer niet op straat en met stenen gevochten te worden voor een beter en rechtvaardiger wereld. Het is volstrekt ongewenst dat de jeugd als vijfde machtsblok in de staat gaat optreden.

Van de vier aspecten van de kerk, te weten het christologische, de missionaire, de oecumenische en de politieke kerk dient het missionaire aspect thans alle prioriteit te hebben.

Het is absurd dat in de grote steden één predikant in een wijk met vijfduizend of meer mensen moet werken. In de praktijk betekent dat, dat hij zich moet beperken tot de kerkleden.

Natuurlijk is het belangrijk dat de kerk geactiveerd wordt. Maar de apostolaire activiteit is een bijzonder moeilijke taak. Men valt zijn atheïstische buren, vrienden niet zo gauw lastig met zijn godsdienstige overtuiging, laat staan vreemden.

Dr. Oppenheimer vroeg zich af of het geld, waar de kerk over beschikt niet vooral hiervoor moet worden gebruikt. Hij zag daarvoor aanwijzingen bij Karl Barth, en bij Paulus. Bij Paulus staan de apostelen, profeten leraren en evangelisten steeds vooraan. Daar valt alle accent op. De diakenen hebben de zorg voor de armen. Er dient ook gepreekt en gedoopt te worden.

Voor de missionaire taak hebben wij, op dit ogenblik het meest dringend predikanten, leraren, evangelisten of hoe ze ook heten mogen, nodig. Als slot van zijn lezing gaf dr. Oppenheimer een toelichting op zijn vorig jaar verschenen boek „In de tijd der catastrofen". In dat boek gaat de auteur uitvoerig in op de kerk in bezettingstijd, op Barth en de kerkstrijd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.