+ Meer informatie

Bladeren in levensboek van Hoekendijk

Waren alle zendingsarbeiders maar zo doordrongen van verlangen om zielen te redden

5 minuten leestijd

„Wat ga ik nu toch beginnen? Ga ik nu al, voordat nog de eindpaal werd bereikt, vertellen van wat God in mijn leven deed en wat ik in mijn leven verknoeide?" Met deze woorden begint ds. C. J. Hoekendijk het voorwoord van zijn levensboek. Hij voegt er aan toe: „Hier volgen dus niet de bladzijden uit een levensboek van een heilige, doch van een zondaar, maar die werd gered door het bloed van het Lam en aan wie God veel genade heeft willen schenken, zodat zijn leven voor velen ten zegen werd".

Christiaan Johannes ("Kees") Hoekendijk werd geboren op 29 oktober 1873 te Kralingen. Op boeiende wijze beschrijft hij het ouderlijk huis en de jeugdjaren te Rotterdam. Zijn moeder behoorde tot de „bevindelijk gereformeerden". Zij heeft op haar gezin een nadrukkelijk stempel gezet.

Mede onder invloed van het Leger des heils kwam Hoekendijk tot een besliste aanvaarding van de genade in Christus. Het sterven van zijn broer Willem heeft diepe indruk op hem gemaakt.

Op zeventienjarige leeftijd ging hij werken in de Inrichting voor lijders van vallende ziekte "Meer en Bosch" te Heemstede. De directeur, de oudzendeling J. L. Zegers, oefende grote invloed op hem uit. Herhaalde malen mocht hij in de inrichting de erediensten leiden.

Van 1895 tot 1899 volgde Hoekendijk de opleiding in het Zendingshuis van de Nederlandse Zendingsvereniging te Rotterdam. Op Hemelvaartsdag werd hij uitgezonden naar het zendingsveld in Indië.

Zendeling in Indië

Na zijn huwelijk vertrok Hoekendijk op 25 november 1899 per boot naar Nederlands-Indië. Op 4 januari 1900 bereikte hij zijn eerste standplaats, Indramajoe. Hij werkte voornamelijk onder de Chinezen. De door innerlijke conflicten verdeelde gemeente kwam op wonderlijke wijze tot geestelijke bloei door openbare schuldbelijdenis van de leiders.

In die tijd teisterde de cholera grote delen van Indië. De zendeling bleek een 'manusje van alles' te zijn: veel tijd werd besteed aan de behandeling van patiënten. Na een gedwongen verlof werd Hoekendijk overgeplaatst naar Garoet. De dertien jaren in deze plaats waren voor hem zwaar. Zegen op de arbeid bleef uit. Zijn zoontje Wimpje stierf. De tovenaar, nadat hij vele jaren trouw naar de kerk kwam, bleef onbekeerd en viel terug in het heidendom van de magie. Hoekendijk verzuchtte: 

„Moet ik gaan met lege handen
zo mijn Heiland tegemoet
zonder een verloste zondaar
mee te brengen aan Zijn voet?" 

In Garoet begon hij met het schrijen van traktaten in de volkstaal: de papieren zendeling werd geboren. 

Evangelist van de Bond 

Na een verlofperiode in Holland keerde Hoekendijk terug naar Indië. Zijn vrouw en kinderen liet hij in Nederland achter. Hij werd benoemd tot evangelist van de Bond voor Evangelisatie (1918-1925). Hij ging nu voornamelijk werken onder de Europeanen op Java. Veel Nederlanders hadden zich in die tijd daar gevestigd. De nu volgende jaren waren Hoekendijks glorietijd. Samen met G. van de Weg (uit Oldebroek gekomen) maakte hij maandelijkse evangelisatiereizen over geheel Java. Hij redigeerde het blad "De Vredebode". Zijn hartstocht was: zielen winnen voor Jezus!

Predikant in Holland

De gezondheidstoestand van zijn vrouw dwong Hoekendijk definitief terug te keren naar Nederland. Hij werd predikant in de Vrije Evangelische Gemeenten te Rotterdam en Bussum. Hij raakte betrokken bij de Maranatha-beweging van Johannes de Heer. Behalve aan de vele Zoeklichtconferenties werkte Hoekendijk ook mee aan het blad "De Levensgids". De lectuurarbeid nam een grote vlucht. Ter gelegenheid van zijn 40-jarig ambtsjubileum werd Hoekendijk ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Zijn vrouw overieed op 4 februari 1941. In augustus van dat jaar hertrouwde hij. Na zijn emeritaat in 1942 vestigde hij zich te Oosterbeek, waar hij zijn autobiografie schreef. Zijn zoon, prof. dr. J. C. Hoekendijk, werd in 1945 zendingsconsul te Jakarta en is sinds 1953 hoogleraar te Utrecht en Princeton (Amerika).

Waardering

Het boek heeft op mij diepe indruk gemaakt. De drijfveren en de spiritualiteit van deze zendeling-evangelist komen duidelijk naar voren. Al lezend kwam het verlangen boven: waren alle arbeiders in zending en evangelisatie maar zo diep doordrongen van het verlangen om zielen te redden van het verderf en te brengen aan de doorboorde voeten van de Heere Jezus Christus.

Het boek ademt de sfeer van het kerkelijke leven van voor de Tweede Wereldoorlog. Voor ons die leven in de kille tijd van kerkverlating en verwereldlijking doet dit boek weldadig aan: deze God leeft nog! Het is een misvatting te denken dat God veranderd is. De oproep tot geloof en bekering, de prediking van zonde en genade, wil de Heere ook in onze tijd zegenen, zoals Hij dat in het verleden heeft gedaan.

Misschien is het een goede gedachte om aan zendelingen en evangelisten die vanaf de gereformeerde gezindte zijn uitgegaan, te vragen hun levenservaringen aan het papier toe te vertrouwen. Hoekendijk vertelt hoe de Heere hem gebruikt heeft in Zijn dienst. Wie volgt het voorbeeld? Tot verheerlijking van de Koning der Kerk en ter vertroosting van de arbeiders in de Wijngaard des Heeren.

Hoewel Hoekendijk zich geestelijk verwant voelde met de kring rond Joh. de Heer, het Zoeklicht en de Maranatha-beweging, blijft de vraag staan waarin de gereformeerde visie op zending verschilt van zijn opvatting. De grote overeenkomst ligt in de noodzaak van de persoonlijke bekering en het geloof in Christus Jezus.


In de hedendaagse beschrijving van de zendingsgeschiedenis krijgt de persoon van de zendeling steeds meer aandacht. Dit boek zal zeker een bijdrage leveren aan de verdere inkleuring van de zendingsgeschiedenis.

Het boek bevelen wij aan bij allen die bij het zendings- en evangelisatiewerk betrokken zijn. Het werd bewerkt door dr. Th. van den End, die tevens verantwoording aflegt van de gevolgde handelwijze. Het boek is keurig uitgegeven en de prijs dubbel en dwars waard. 

N.a.v. "Bladen uit mijn levensboek. Autobiografie van ds. C. J. Hoekendijk (1873-1948)", bewerkt door Th. van den End; uitg. Boekencentrum, Zoetermeer, 1993; 227 blz.; prijs 32,50 gulden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.