+ Meer informatie

Een godvruchtige roerganger

Godefridus Udemans

11 minuten leestijd

Godefridus Udemans is nog geen twintig jaar oud wanneer hij in 1599 tot predikant wordt bevestigd in het ruwe Haamstede. Hier begint hij zijn levenslange strijd voor een nadere reformatie. Zijn "Geestelijck Roer" is een toonaangevend ethisch handboek in die dagen. Maar voor alles is het Udemans' begeerte „om de mensen te brengen tot het rijk van de genade hier beneden en het rijk van de glorie boven in de hemel en dat tot prijs van de heerlijkheid Gods in Christus Jezus."

"Hoewel ik zelf wel een van de minsten ben onder de dienaren van de Heere Jezus Christus, toch heb ik me verplicht gevoeld om u mee te delen wat ik in deze 33 jaren in de Heilige dienst door Gods genade geleerd heb, te weten hoe een getrouwe herder dit grote werk met vrucht en vreugde kan doen tot de meeste stichting van de gemeente van Christus en tot troost van zijn consciëntie." Woorden van Godefridus Cornehsz. Udemans. Een man die een groot deel van zijn leven, vanaf zijn 19e jaar tot aan zijn dood op 67-jarige leeftijd, in dienst stond van zijn Zender. Aan deze bescheiden predikant besteden we in dit artikel aandacht.

Haamstede
Het geboortejaar van Udemans staat niet met zekerheid vast. Waarschijnlijk is het 1581, maar het kan ook een jaar later zijn. Hij wordt in Bergen op Zoom geboren, in het gezin van Cornelis Udemans. Zijn vader is een overtuigde calvinist, die betrokken is geweest bij de vestiging van een nieuwe gemeente in zijn woonplaats waar de gereformeerde leer wordt verkondigd. Zijn zoontje krijgt bij de doop de naam Godefridus. De jongen groeit voorspoedig op. Hij beschikt over een helder verstand en gaat, na het bezoek aan de Latijnse school, theologie studeren. De studie wordt vlot voltooid en al in 1599 stelt de classis Tholen-Bergen op Zoom hem beroepbaar. Op zo'n jeugdige leeftijd en dan al werkzaam in de wijngaard van God, kan dat wel? Hoe moet zo'n jongen mensen opbouwen in het allerheiligst geloof, huisbezoek doen, waarschuwen tegen de zonden, begrafenissen leiden, kortom alle werkzaamheden verrichten van een herder en leraar? Op deze wijze wordt er geredeneerd. Ook binnen de gemeente Haamstede, die een beroep op de jonge Godefridus uitbrengt. Het zullen niet de meest onverschilligen zijn geweest die zich laten horen. Het heil van de gemeente gaat hun ter harte. Toch gaat alles door en op 12 december 1599 wordt Udemans er in het ambt bevestigd.

Nadere reformatie
Haamstede is in die dagen een vrij ruwe gemeente, waar de leer wel gereformeerd is, maar het leven nog lang niet. Een nadere reformatie van het dagelijkse leven is dringend nodig. Al te veel wordt nog rekening gehouden met de traditionele rooms-katholieke heiligendagen. De zondag wordt meer dan eens ontheiligd door openbare spelen, waarbij het er soms erg ruw toegaat. Soms is er zelfs een dode te betreuren. De nog vrijgezelle Udemans gaat voortvarend aan de slag. Hij weet dat zijn opdracht is om "de mensen te brengen tot het rijk van de genade hier beneden en het rijk van de glorie boven in de hemel en dat tot prijs van de heerlijkheid Gods in Christus Jezus", zo schrijft hij later in een van zijn boeken. Hij beschouwt het als de eer van een getrouwe predikant dat hij de mensen leert de hemel te bestormen. Prediking en pastoraat zijn daartoe de aangewezen middelen. Ook huisbezoek acht de Haamsteedse predikant van groot belang. Hoe kan de herder waken over de hem toebetrouwde kudde, als hij niet weet hoe het met de zielen gesteld is? Daarom moet de dienaar des Woords regelmatig de huizen binnen gaan, om heel concreet met de mensen te spreken over de staat van hun ziel. Praktisch als hij is schrijft hij dat het bezoek het best kan plaatsvinden in de middag. Dan zijn de gezinnen tenminste op orde en kan er zonder ongemak of hinder gesproken worden. Veelbetekenend voegt hij er aan toe dat de morgen door de predikant gebruikt kan worden voor studie.

Zierikzee
Is Udemans niet al te ambitieus? Loopt hij niet te hard van stapel? Is het niet verstandiger om in zo'n gemeente wat water bij de wijn te doen en het een en ander door de vingers te zien? Later kunnen dan de teugels wellicht iets aangetrokken worden. Door onmiddellijk zo streng te beginnen, jaag je de mensen tegen je in het harnas. We weten echter dat de Heere het werk van deze dienstknecht wilde zegenen. Als hij twee jaar later wordt beroepen door het naburige Zierikzee, zijn de banden in Haamstede al zo hecht dat de gemeente de jonge dominee niet wil laten gaan. De Staten van Zeeland moeten er zelfs aan te pas komen. Bijna twee jaar nadat Zierikzee Udemans beroepen heeft, kan hij intrede doen in Zeelands tweede stad. Daar blijft hij tot aan zijn dood. Korte tijd verblijft hij in 'sHertogenbosch. Deze grote stad is in handen van Frederik Hendrik gevallen en de Zeeuwse predikant krijgt het verzoek om naar Brabant te komen om daar de calvinisering gestalte te geven. Het ideaal van een nadere reformatie probeert hij ook in die regio te realiseren. Na de reformatie van de leer, hervorming van het dagelijkse leven. Tijdens zijn eerste verblijf in 'sHertogenbosch -van april tot november 1630- wil de kerkeraad hem beroepen. De predikant "bij leeninghe" vraagt de broeders om uitstel, zodat hij in biddend opzien tot de Heere mag weten welke weg hij heeft te gaan. Het antwoord luidt dat hij zich blijvend verbonden weet aan Zierikzee.

Nationale Synode
Op 13 november 1618 wordt in Dordrecht de eerste zitting van de Nationale Synode op plechtige wijze geopend. De plaatselijke predikant, Balthasar Lydius, smeekt in een ootmoedig gebed de zegen des Heeren af over deze belangrijke kerkelijke vergadering. Ieder gewest heeft afgevaardigden naar Dordrecht gestuurd. Onder de Zeeuwse afgevaardigden treffen we de pastor van Zierikzee aan. Op de synode speelt hij een belangrijke rol: Hij wordt gekozen tot assessor, een van de ondervoorzitters, die de voorzitter ds. Bogerman in zijn werk moeten bijstaan.
Samen met andere theologen van naam, Walaeus en Trigland, gaat Udemans aan het werk om een leerschrift op te stellen over de vijf verschilpunten met de remonstranten: de bekende vijf artikelen tegen de remonstranten. Hij is een toegewijde verdediger van de gereformeerde leer. Deze wordt door de remonstranten op diverse punten ter discussie gesteld en bestreden. Udemans' werk voor de synode omvat echter meer. Een van de zuilen van de gereformeerde leer, de Nederlandse Geloofsbelijdenis, moet vastgesteld worden. Om dit op zo verantwoord mogelijke wijze te kunnen doen, benoemt de synode een vijftal mannen uit haar midden, die de Latijnse, Franse en Nederlandse uitgave van de door Guido de Brés opgestelde geloofsbelijdenis moeten vergelijken. Tevens formuleren deze vijf een nieuwe tekst. Tijdens de zeventiende zitting, het is dan inmiddels 1619, leest Udemans de tekst in de synodezaal voor. Vrijwel ongewijzigd wordt deze goedgekeurd en definitief vastgesteld. Tot vandaag hebben de 37 artikelen van de Nederlandse Geloofsbelijdenis onder ons gezag.

Zeevaart
Ook het maatschappelijk terrein heeft zijn aandacht. Als predikant van een forse havenstad wordt hij rechtstreeks geconfronteerd met de zeevaart en de visserij. Veel leden van zijn gemeente oefenen beroepen uit die met deze tak van bedrijvigheid verbonden zijn. Udemans is geen studeerkamergeleerde, die zich omgeeft met boeken en de pastorie beschouwt als een eiland. Hij staat midden in zijn gemeente, midden in de maatschappij. Daardoor is hij op de hoogte van het reilen en zeilen van zijn gemeenteleden. Hij wil hen bijstaan, hen raad geven, met hen meedenken. Vanuit deze betrokkenheid ontstaan diverse boeken, die een leidraad vormen voor het staan in de samenleving. Het "deo vivere", het Gode leven, neemt daarin een centrale plaats in. Tijdens het lezen van deze boeken komt de lezer onder de indruk van de ernst waarmee de schrijver de zaken van dit leven benadert. Ernst in de betekenis van gebondenheid aan de Schrift. Zijn voorschriften en adviezen zijn geen zaak van "gebod op gebod, regel op regel", maar wortelen direct in het Woord van God. En juist dat gegeven maakt zijn ethische handboek, zoals 't Geestelijck Roer van 't Coopmansschip wel genoemd mag worden, waardevol en tijdloos. Er is geen gebied in het dagelijkse leven dat zich kan en mag onttrekken aan de wil van God, zoals Hij die ons geopenbaard heeft in Zijn Woord.

Voorzichtig
Op consequente wijze bespreekt Udemans talrijke kwesties waarmee zeevarenden te maken krijgen. De ondertitel van 't Geestelijck Roer geeft dit weer: "Hoe een koopman en een koopvaarder zich moeten gedragen in hun handelingen voor God en mensen te water en te land, in het bijzonder onder de heidenen in Oost- en West-indië, tot eer van God, tot stichting van Zijn gemeente en tot zaligheid van hun zielen, bovendien tot het tijdelijk welvaren van het vaderland." Al deze aspecten komen in het uitgebreide boek ter sprake. Een voorbeeld ter illustratie. Udemans waarschuwt de kooplieden om niet al hun geld in één zaak te investeren. Als iemand dat wel doet, kan het uitgelegd worden als een moedige daad, maar het is in de meeste gevallen een uiting van hoogmoed. Wees voorzichtig, de prijzen op de markten kunnen soms hoog oplopen en dan weer scherp dalen zonder dat het te voorzien is. Zie eens naar de stad Samaria. De ene dag wordt een ezelskop verhandeld voor tachtig zilveringen. Een dag later verhandelt men in de poort van de stad volop voedsel voor veel lagere prijzen. „Hieruit moet een koopman leren voorzichtig te handelen en niet alleen te vertrouwen op zijn eigen verstand en op de adviezen die hij ontvangt, maar op de Heere."

Mohammedanen
Op praktische wijze verdiept de predikant van Zierikzee zich in allerlei ontwikkehngen van zijn dagen. Zo beschrijft hij de voordelen en de noodzaak van de vaart op Indië. In zo'n veertig pagina's behandelt hij dit onderwerp aan de hand van vijftien punten. Allerlei kwesties die ermee te maken hebben, passeren de revue. De inhoud van deze pagina's is zeer divers. Zo geeft hij als zijn opvatting weer dat de handel met Indië en de aanwezigheid van de Nederlanders in dat gebied de Spaanse tegenstanders benadeelt. Ook die hebben in dat gebied grote belangen. „Men moet de vijand bij de keel grijpen." Een paar pagina's verder roept hij op om de heidenen het Evangelie te verkondigen. „Zo moeten wij hen van onze geestelijke goederen geven." In een ander deel van 't Geestelijck Roer wordt de vraag beantwoord of handel met de mohammedaanse Turken toegestaan is en welk standpunt men moet innemen ten aanzien van de slavernij. Praktische zaken, waarmee de schrijver zich diepgaand bezighoudt. Alleen daardoor is het mogelijk om tot beargumenteerde, afgewogen meningen te komen. Het is goed voor te stellen dat betrokkenen in Indië veel aan dit boek gehad hebben.

Zevende gebod
Is Udemans een koopman die wellicht aandelen heeft in compagnieën? Is hij niet te veel zakenman? Deze vraag kan ontkennend beantwoord worden. Voor deze predikant is de gereformeerde godsdienst niet alleen een zaak van de zondag, een binnenkerkelijke aangelegenheid.
Hij ontwikkelt ethische gedragsregels op basis van de Bijbel. Dat is een van zijn opdrachten die eveneens duidelijk naar voren komt in zijn boek Praktycke, Dat is, Werckelijcke oeffeninge van de Christelijcke hooft-deughden, Geloove. Hope en de Liefde. Een deel van de meer dan 400 pagina's wordt gebruikt om de tien geboden uit te leggen en deze een praktische invulling te geven. Daarbij valt de evenwichtigheid op die Udemans kenmerkt. Bij de bespreking van het zevende gebod legt hij er de nadruk op dat mannen met zorg hun vrouw dienen te kiezen. Dit mag niet gebeuren zonder gebed tot God en zonder advies van de ouders, die uiteindelijk hun toestemming voor het huwelijk moeten geven. Anderzijds moeten de ouders zo wijs zijn dat ze hun kinderen niet dwingen om een huwelijk te sluiten dat zij als ideaal zien, maar dat niet naar de zin van de jonge mensen is.

Brede belangstelling
Uit al zijn boeken komt Udemans naar voren als een man met een brede belangstelling en van grote ontwikkeling. Door de gaven die zijn Schepper hem had toebedeeld, heeft hij veel mogen betekenen voor de christelijke gemeente in de volle breedte van de 17e-eeuwse samenleving. Daarbij bleven de zaken die rechtstreeks verbonden zijn met het persoonlijke zieleheil voorop staan. Ze vormen een vast onderdeel van zijn vele geschriften. In één boek vraagt hij daar heel nadrukkelijk aandacht voor. Het heeft als titel De ketste Basuyne. De vergankelijkheid van het leven is het thema dat een centrale plaats in dit werk inneemt. In bijna 800 pagina's roept de schrijver de lezers indringend op om de zaken betreffende de eeuwigheid toch niet te veronachtzamen. „Deze zijn van gewicht omdat ons eeuwig welvaren of verderf ermee is verbonden. We moeten bedenken dat dwaasheden op dit gebied nooit hersteld kunnen worden." Hij houdt het voorbeeld van Alexander de Grote voor, die volgens de overlevering iedere dag als eerste boodschap wilde horen: "Gedenk heer koning, dat gij een sterfelijk mens zijt." Een vermaning die wie ook vandaag nodig hebben. Wellicht zelfs meer dan ooit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.