+ Meer informatie

TER OVERWEGING

18 minuten leestijd

Ds. P. Vermaat, Liever toch bezoek. Over sterven en rouwverwerking. Reformatie-reeks. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1996. 170 biz. f 24,90.

In het begin van dit jaar heeft ds. Vermaat (Nederlands Hervormd predikant in Maassluis) een serie artikelen in De Waarheidsvriend geschreven over bezoeken en gesprekken rondom het sterven.

Dit boek beslaat een breder terrein, al staat in de ondertitel ‘Over sterven en rouwverwerking’.

Er is eigenlijk geen aspect van het onderwerp dat niet aan de orde komt. Bijvoorbeeld Hoe de eeuwen door over het sterven werd gedacht en gedicht, Begraven in de tijd van de Bijbel, De vraag of een kerkenraad/predikant aanwezig moet zijn bij een crematie, De orde van de dienst bij een begrafenis, Dat men toch vooral de kist moet laten zakken, De tekst van het rouwbericht en op de grafsteen. Voorbeelden worden gegeven van hoe het niet moet en hoe het wel kan. Vijf bladzijden met verwijzing naar boeken die meer informatie geven. En zelfs adressen van hulpverlenende instanties.

Het pastorale element domineert niet. De zakelijke behandeling van beslissingen en regelingen loopt door heel het boek heen. Nooit verloochent zich in de schrijver de pastor. Een heel apart boek, dat door velen gelezen moet worden.

Nicholas Wolterstorff, Van zekerheid naar trouw. Christen-zijn in een postmoderne cultuur. (Vertaling uit het Engels door Bart Cusveller). Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1996.128 blz. f 29,90. De auteur is hoogleraar geweest aan de VU. Nu doceert hij aan de bekende Harvard University. Hij is overtuigd protestant. In de crisis van onze cultuur pleit hij voor een duidelijk belijden van het christelijk geloof in het kader van de filosofie.

De uitdaging opnemend doet hij enkele stappen terug om des te nadrukkelijker voor het evangelie plaats en aandacht te vragen. Hij vertegenwoordigt naar mijn mening een eigen manier van christelijk filosoferen in een postmoderne situatie. De stijl van deze opstellen is niet zo gemakkelijk voor de lezer. Ter kennismaking met deze filosoof is het boek aan te bevelen.

J.K. Vredenburg-Schouten, De pastor en de laatste eer. Over pastoraat en uitvaart. In de serie Hulpvaardig. Uitg. Kok, Kampen 1996. 118 blz. f 19,90.

Dit boekje gaat over uitvaart - een stukje geschiedenis ervan, tevens de verschillende gebruiken erbij. Daarnaast treffen we opmerkingen aan over pastoraat. Het boekje is toegespitst op pastoraat bij de uitvaart van mensen die niet meer tot een kerk behoren, maar zich wel gelovig noemen. De schrijfster is als freelance pastor bij zulke uitvaartplechtigheden actief geweest. Zij is docent persoonlijke, godsdienstige en maatschappelijke vorming aan een MBO-college in Almelo.

Het boekje is sympathiek geschreven. Mijn moeite zit in de uitdrukking en de inhoud van freelance pastor. Dat wil toch zeggen: op je eigen houtje, zonder binding aan of machtiging van de gemeente. Daarmee verandert zowel het pastoraat als de daaruit voortvloeiende verplichtingen. Het boekje is onder dit gezichtspunt typisch eigentijds.

Dr. W.H. Hollander, 1 Korintiërs. Deel I. Een praktische bijbelverklaring. Tekst en toelichting. Uitg. Kok, Kampen 1996. 137 blz. f 35,-.

In de bekend geworden serie nu het eerste deel van een commentaar op 1 Korintiërs.

De auteur vergelijkt Paulus’ tekst met die van tal van andere auteurs. Zie de literatuuropgave op blz. 16 en 17.

Dat levert veel kennis op. Dit woord zou ik voor dit deel karakteristiek willen noemen. Een boek dat verhelderend werkt, maar wel kritisch gebruikt moet worden. De pneumatische dimensie moet de predikant er zelf aan toevoegen. Dit deel gaat over de eerste zeven hoofdstukken. Hoeveel delen volgen er nog over 1 Korintiërs? Het gehele commentaar op dat boek wordt tamelijk kostbaar, vrees ik.

Hans Bouma en Jaap Faber, Bidden in het pastoraat. In de serie Pastoraat en gemeenteopbouw. Uitg. Kok, Kampen 1996. 136 blz. f 19,90.

Twee auteurs beschrijven ieder veertien pastorale gesprekken en de daarbij behorende veertien gebeden. Vooraf een korte inleiding over het gebed, geschreven door Jaap Faber. De gesprekken zijn herkenbaar. Ze belichten zowel de moeiten/vreugden van het gemeentelid als de ervaringen van de bezoeker. Een merkwaardige mixture. Ik neem aan dat de schrijvers dit kenmerkend achten voor het pastorale gesprek. De gebeden zijn heel apart. Mij viel op dat de persoon en het werk van de Here Jezus Christus weinig expliciet naar voren komt. Het boek doet verslag van pastoraal werk. De toonzetting spreekt aan, maar de gesprekken roepen vragen op.

Drs. Henk Hagoort (red.), Theologische Verkenningen. Nr. 17, Kerkelijke eenheid, 120 blz. en Theologische Verkenningen. Nr. 18, Geloof en geschiedenis, 127 blz. Serie Bijbel en praktijk. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1996. Per deel f 19,90.

Twee deeltjes in de bekende serie EO-lezingen. De onderwerpen spreken voor zichzelf. In 13, respectievelijk 14 hoofdstukken wordt het thema belicht. Ik heb de indruk dat de redactie wat meer nadruk legt op populariteit. De lezingen zijn soms een samenvatting van elders reeds gepubliceerde stof. De inhoud is van betekenis, maar is van wat ander niveau dan in de eerste delen van deze serie. Ik neem aan dat daarachter een bewuste keus van de redactie ligt.

Dr. G.D.J. Dingemans, Manieren van doen. Inleiding tot de studie van de praktische theologie. Uitg. Kok, Kampen 1996. 248 blz. f 44,50.

In de bekende blauwe serie van Kok (Inleidingen in de theologische studie) is nu de praktische theologie aan de beurt. De emeritus hoogleraar uit Groningen, Dingemans, verzorgt deze inleiding. Het is een vakspecialistisch boek, dat behoorlijk verschilt van de inleiding die prof. Heitink enkele jaren geleden schreef. Het werkterrein, methode en theologische normativiteit komen in deel I aan de orde. In deel II de basistheorie. Geen eenvoudige stof, wel inzichtgevend in hedendaagse opvattingen.

Klaus Douglass, Het Christendom dichterbij. Hoe een levend geloof in onze tijd mogelijk is. Uitg. Callenbach, Baarn 1996. 239 blz. f 39,90.

De auteur is een Duits theoloog. Hij is mij verder onbekend. Hij tracht het christelijk geloof, naar leer en leven, te herschrijven op een heel persoonlijke wijze. De opbouw van het boek pakt. Telkens wordt er binnen een kadertje een samenvatting in enkele punten gegeven. Dat vergemakkelijkt het verwerken van de inhoud. De schrijver beroept zich vooral op Bonhoeffer, Lewis en H. Thielicke. Deze drie zijn de peetvaders van het boek. Hij wil op een hedendaagse manier orthodox zijn, maar laat toch wel wat steken vallen. De poging is te waarderen; of de titel geëffectueerd wordt, blijft voor mij de vraag. Een sympathieke poging, die toch lacunes vertoont.

Ton Valkenburg, Eenzaamheid….. Kan ik er wat aan doen? Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1996.83 blz. f 18,90.

Eenzaamheid wordt in heel verschillende situaties beleefd. De auteur somt wel twintig situaties op, waarin mensen zich eenzaam (gaan) voelen. Ik noem er slechts enkele: het overlijden van een partner, ziekte, ouderdom, echtscheiding, buitengesloten worden in een schoolklas.

Er is een inleidend hoofdstuk over drie soorten eenzaamheid, zoals: gebrek aan sociale contacten, ondanks het feit dat iemand veel contacten heeft, en een innerlijke diepe vorm van eenzaamheid.

De auteur geeft enkele voorbeelden uit de Bijbel. Dat van de eenzaamheid der discipelen bij de verheerlijking op de berg (Mattheüs 17) vind ik niet het meest treffend. Er worden praktische handreikingen geboden aan de eenzame zelf en aan mensen die de eenzaamheid van anderen willen doorbreken.

Het is een eenvoudig boekje, met korte stukjes en praktische raadgevingen, in een taal die ieder mens kan verstaan. De pretentieloze titel is typerend voor de inhoud. Goed om dit boekje eens door te lezen.

Goede Moed. Dagkalender 1997, onder redactie van Ds. P.D.J. Buijs en Ds. J. Oosterbroek. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1996. f 12,95.

Het bekende groene boekje voor het nieuwe jaar. Oude en nieuwe namen treffen we aan onder de schrijver. Ds. J.H. Velema doet nog wel mee, maar is als redacteur teruggetreden. Zijn plaats wordt ingenomen door Ds. J.G. Schenau.

Per maand wordt een bijbelboek of een gedeelte van een bijbelboek behandeld. Bij het doorlezen werd ik getroffen door de pakkende frisse opschriften boven de uitleg. Elk stukje verklaring loopt uit op een persoonlijke toespitsing, wilt u: toepassing.

Het is de eenendertigste keer dat de dagkalender onder de titel Goede moed verschijnt. Ruime afname zal betekenen dat er ook voor volgende jaren op de dagkalender gehoopt mag worden.

Ds. E. de Vries, Jakobus. Een praktische bijbelverklaring. Uitg. Kok, Kampen 1996. Tekst en toelichting. 90 blz. f 25,-.

Een helder commentaar op de brief Jakobus. De auteur heeft een eigen opvatting over de inhoud en de intentie van de brief. Hij ziet het slot van de brief als een aanhangsel, dat mogelijkerwijs kritiek heeft op het wat vrijbuiterige optreden van Paulus. Jakobus zou daar moeite mee hebben gehad. Paulus zou zich als eenling en vrijbuiter hebben gedragen. Het slot corrigeert hem. Het thema van de brief is volgens ds. De Vries: Werk en Geest.

Het bovenstaande wordt ais suggestie aan de lezer voorgelegd. De auteur maakt geen melding van andere commentaren, wel van andere opvattingen. Het is een commentaar dat te denken geeft.

Henk Veldkamp, Troost als houvast. Uitg. Kok, Kampen 1996. 95 blz. f 19,90.

Een boekje van een ziekenhuispastor over Troost. De schrijver begint bij de ervaring van lezers en wijst dan positief op de betekenis van troost. De werking van troost wordt behandeld in de thema’s Troost maakt ruimte voor verdriet, Troost versterkt het hart, Troost brengt verwerking op gang. Troost als kracht tot verandering, Mediatroost, Bio- en Geotroost, Buurmansleed Troost, Geloof en Bijbeltroost, Een troostende kerk?

Het is opmerkelijk dat de bijbel en de kerk achteraankomen. Dat geldt ook voor de inhoud. In het menselijke vlak worden hier rake dingen gezegd. Psychologisch gezien is dit boekje een warme handreiking. Voor het pastoraat is meer nodig. Dat komt helemaal aan het eind.

Dr. P.B. Cliteur, Cultuur, politiek en de christelijke traditie. Welke plaats is er voor het christelijke verhaal in onze samenleving? Uitg. Callenbach, Nijkerk 1996. 189 blz. f 34,90.

Dit boek behandelt een actueel onderwerp. Het thema is door Dr. De Kruijf enkele jaren geleden aan de orde gesteld. De publieke betekenis van het christelijke geloof. Niet minder dan veertien scribenten laten er hun licht op vallen. Het meest hebben mij getroffen de bijdragen van de hoogleraren Van Deursen en Cliteur. Zij verdedigen een precies tegenovergesteld standpunt.

Dit boek verschijnt in de inmiddels bekend geworden serie ‘Leidse lezingen’. Het is voor een oriëntatie in het thema een ‘must’, juist vanwege de verscheidenheid van de hierin verdedigde standpunten.

Faith Cook, Samuël Rutherford en zijn vrienden. Uitg. Kok, Kampen 1996. f 29,90.

John Wesley heeft de brieven van Rutherford (1600-1661) tijdens een bezoek aan Schotland ontdekt en in 1753 uitgegeven. Bij een herdruk schreef Wesley: ‘Deze brieven zijn over het algemeen geprezen door al Gods kinderen vanwege de geest van vroomheid, vertrouwen in God en heilige ijver, die erdoor waait!’

In dit boek worden de contacten beschreven die Rutherford met de geadresseerden van de brieven heeft gehad. Hun levensgeschiedenis, hun geloof en hun lijden om de zaak van Christus zien we hier. De brieven van Rutherford, waaruit breed wordt geciteerd, zijn een spiegel waarin we hen leren kennen.

’t Is een mooi, enigszins breedsprakig boek, voornaam uitgegeven.

Wat hebben reformatorische christenen in de dertiger tot de vijftiger jaren van de zeventiende eeuw veel moeten lijden. Hun geschiedenis wordt hier in fragmenten beschreven.

Gerard Dekker, Van roeping naar baan. Arbeid in godsdienstig perspectief. Uitg. Ten Have, Baarn 1996. 80 blz. f 19,90.

Dit boekje bevat het uitgewerkte afscheidscollege van de bekende godsdienstsocioloog van de VU, Gerard Dekker. Hij heeft veel gepubliceerd. Zijn afscheidscollege is gewijd aan de godsdienstige en niet-godsdienstige waardering van de arbeid.

Het beroep was voor godsdienstige mensen een goddelijke roeping. In deze beschouwing is een radicale verandering gekomen. De arbeid wordt een onontkoombare plicht. Tegelijk wordt de arbeid ontpersoonlijkt. Dat wil zeggen, zij wordt een verschijnsel waarop mensen geen invloed meer hebben. Zelfontplooiing wordt daarom verlegd naar de vrije tijd.

Het arbeidsbestel gaat steeds meer de plaats innemen die de godsdienst vroeger heeft ingenomen.

Op dit punt ziet Dekker een geweldige verandering in het denken en en spreken over arbeid.

Het is een boeiend verhaal, met scherpe tekening van de posities en de verschuivingen daarin.

Dat werk toch een zingevend, welhaast religieus kader is geworden, lijkt mij niet geheel te stroken met de negatieve waardering van de arbeid als (bijna) een vorm van slavernij.

De grondstelling dwingt tot nadenken, maar klopt toch niet met de aandacht voor de arbeid, die van werk meer een functie of een instrument maakt.

Zoals vaker in het werk van godsdienstsociologen (ook van Dekker) ontbreekt de evaluatie. Intussen ligt zij wel opgesloten in de tekening van de verschuivingen.

Ik zou graag een duidelijk oordeel over dit hele gebeuren hebben vernomen. Brillenburg Wurth bewoog zich met zijn aandacht voor sociologie op een normatief spoor. Dat ontbreekt. Of is de secularisatie de norm?

Drs. C.G. Geluk, Traditie als beweging. Jongeren en het oorspronkelijke geloof. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1996. 171 blz. f 24,90.

Traditie is een belangrijk thema in kerken van gereformeerde belijdenis. Ds.Geluk is lange tijd jeugdpredikant in algemene dienst van het Hervormd-Gereformeerde Jongerenverbond geweest. Sinds enkele jaren is hij weer gemeentepredikant, nu in Huizen.

De jeugd gaat hem ter harte. Hij heeft een onderzoek ingesteld naar de mate waarin meelevende jongeren (van twintig tot vijfentwintig jaar) de traditie overnemen en haar persoonlijk verwerken. Van de uitkomst van dat onderzoek is hij geschrokken. De jongeren gaan wel in hetzelfde spoor, maar hebben innerlijk weinig binding met de traditie. Ze wordt niet hun geestelijk eigendom.

Ligt dat aan de jongeren of aan de traditie? Heel voorzichtig, maar met overtuiging wijt ds. Geluk de oorzaak aan het traditionele leven in veel gemeenten. Niet de traditie op zichzelf, maar de manier waarop de traditie in stand gehouden wordt, werkt verstarrend. Ds. Geluk pleit voor traditie als beweging. De traditie is niet de laatste norm. We moeten met de traditie terug naar de bron, de Schrift.

Hij doet niet minder dan twintig aanbevelingen om jongeren op een dynamische, creatieve wijze bij de traditie te betrekken, en om de traditie in het leven van jongeren een plaats te geven. Daarbij nemen rituelen, symbolen en liederen een niet onbelangrijke plaats in.

Ik waardeer de waardige toon en de bewogenheid die uit het boek spreekt. Eigenlijk zou de kern van dit boek besproken moeten worden onder jeugdouderlingen, jeugdwerkers, ouders en kerkenraadsleden. Dan moet men niet achteraan (symbolen en liederen) beginnen, maar vooraan: Hoe wordt bevinding ook door jongeren beleefd? Hoe dragen wij onze geestelijke schat over aan de volgende generatie? Hoe laten we hen delen in wat wij als waardevol erfgoed hebben ontvangen? Ds. Geluk schrijft niet tegen de traditie in, maar juist om de traditie voortgang te doen vinden en jongeren houvast aan de traditie te geven.

Ik kan me indenken dat er in de Gereformeerde Bond en bij ons op bepaalde punten kritiek wordt uitgebracht. Dat mag echter pas gebeuren nadat men eerst het appèl in dit boek heeft opgepakt en de hand naar de jongeren heeft uitgestoken.

Gerard Dekker en Herman Noordegraaf, redactie. Van meerderheid naar minderheid. Kerk-zijn in een post-christelijk tijdperk. Uitg. Kok, Kampen, in samenwerking met het Multidisciplinair Centrum voor Kerk en Samenleving, Driebergen 1995. 134 blz. f 24,90.

Niet minder dan tien auteurs hebben meegedaan aan dit boek. Prof. Heitink levert een centraal hoofdstuk over kerk-zijn in een post-christelijke tijd. Zo ook Hans Alma over zingevende oriëntatie van jongeren in de context van een geïndividualiseerde samenleving. Tenslotte Sipco J. Vellenga -Groeien tegen de stroom in. De evangelische beweging in Nederland. Deze auteur ziet voor deze beweging toekomst - dat is een ander perspectief dan we bij Heitink aantreffen. Hij ziet in de kerkelijke achteruitgang meer gezichtsverlies dan gewichtsverlies. Heitink wijst op vier centrale thema’s: individualisering, pluraliteit, geloofsoverdracht en laïcalisering. De uitwerking van deze thema’s helpt de kerk overleven.

Een boek met veel visies en met grote verscheidenheid in vertrekpunt en in verwachting voor de toekomst.

Dr. F. Ledegang, Origenes. Een experimenteel theoloog uit de derde eeuw. Uitg. Kok, Kampen 1995. 88 blz. f 19,90.

Origenes’ naam is bekend. Zijn positie is wat verdacht, omdat hij door de Kerk veroordeeld is. De schrijver van dit boek betoogt dat Origenes verkeerd is beoordeeld door de kerk. Hij heeft in de beginperiode van de kerk geëxperimenteerd. Hij trachtte greep te krijgen op het mysterie, met name op het geheimenis van de Kerk. Vanuit dat gezichtspunt worden de inzichten van Origenes beschreven. Dat betekent in zekere zin dat ze herschreven worden. Zijn bemoeienis met de Bijbel, zijn visie op de kerk, de joden en de overheid komen aan de orde. Het is een interessante, naar ik aanneem voor velen nieuwe benadering. Daarom is het boek van betekenis voor wie zich in de kerkgeschiedenis van de eerste eeuwen interesseert.

Dr. C.J. Klop, Macht en gezag. Serie Bij-tijds pastoraat. Uitg. Kok, Kampen 1995. 88 blz. f 19,90. Beide woorden uit de titel worden in hun betekenis geanalyseerd en in hun praktische functionering beschreven.

De schrijver bestrijkt een breed terrein: De markt en het geld; Mannen en vrouwen; De dokter en de patiënt; De kerk en de macht over het heil; De overheid en de zwaardmacht; Macht over de natuur; De macht der gewoonte; De Almachtige. Tenslotte: Van macht naar gezag. Het boek is eigenlijk een sociale filosofie in een notendop. Voor de brede aanpak en de gedetailleerde kennis van de auteur heb ik respect.

Bij het betoog heb ik nogal wat vragen. De almacht van God en het - summiere - bijbels getuigenis komt aan het eind ter sprake. De lezer krijgt de indruk dat deze gegevens naadloos aansluiten bij het gevoerde betoog. Vanuit de dienstbaarheid van moreel gelegitimeerd gezag is de stap naar wat de Bijbel over gezag zegt, voor de auteur niet zo groot. Ik zou beginnen waar de auteur eindigt. Dan zou het hele betoog een niet onaanzienlijk aantal graden draaien!

De kijk op onze geseculariseerde samenleving komt mij te optimistisch voor. De strijd tussen goed en kwaad gaat dieper dan de auteur ze tekent.

Ook nu vraag ik: wat is de formule van de redactie voor de serie Bij-tijds pastoraat?

Rabbijn mr.drs. R. Evers, Oude wijn in nieuwe zakken. Een joodse visie op actuele problematiek. Uitg. Kok, Kampen 1996. 159 blz. f 27,50.

De bekende Amsterdamse rabbijn behandelt op populaire wijze niet minder dan twintig onderwerpen. Ze raken het joodse godsdienstige leven en de ethiek. Bijvoorbeeld: Het milieu, gijzelingen, televisie en agressie (in Londen zijn er synagogen, waarvan de leden geen televisie mogen hebben), naamgeving, kosjer eten, begraven of cremeren, geen bloemen, wel bezoek in het sterfhuis.

Het is een boeiend boek, dat inzicht geeft in het joodse leven en de geestelijke achtergrond. Voor mij kwam het verschil tussen Jodendom en Christendom wel duidelijk naar voren. Een christen zal respect hebben voor een duidelijke, consequente joodse levenshouding, zoals die hier wordt toegelicht.

Derk Visser, Niets menselijks is mij vreemd. Leven en werk van Philippus Melanchton (1497-1560). Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1995. 221 blz. f 54,90.

In een fraaie band met foto van een schilderij aan de voorkant verschijnt dit werk. Ik neem aan in vertaling, al wordt de oorspronkelijke titel van de Engelse editie niet vermeld. De uit Nederland afkomstige hoogleraar schreef een soortgelijk boek over Ursinus.

Dit boek behandelt Melanchtons leven en werk vooral na de dood van Luther. Door uit deels weinig of vrijwel onbekende brieven te citeren, maakt de auteur duidelijk dat Melanchton in de lijn van Luther is gebleven, en diens erfenis niet verkwanseld heeft, zoals lateren en ook tijdgenoten hem hebben verweten. Deze polemische intentie maakt het boek tot iets anders dan alleen een beschrijving van het leven en werk van Melanchton.

R.A. Jongeneel, Economie van de barmhartigheid. Een christelijk-normatieve visie op economie. Uitg. Kok, Kampen 1996. 272 blz. f 44,90.

Dit boek heeft tweeërlei doel. Een overzicht van het denken binnen de kerk over geld, goed en economie. Interessant en helder geschreven overzichten. En een poging vanuit de Bijbel normatief over economie te schrijven.

De schrijver toont zich een leerling van prof. T.P. van der Kooy. Hij heeft ook uitvoerig gebruik gemaakt van het werk van Douma en ondergetekende. Dat gebeurt niet zo vaak.

Ik vind het een boeiend, leerzaam en breed en diep oriënterend boek, dat door studenten en op cursussen gebruikt kan worden.

Vooral de bespreking van gegevens uit Oud en Nieuw Testament maken het boek waardevol.

Kees van der Kooi, Heil en verlangen. Centrale thema’s in het geding tussen christelijk geloof en nieuwe-tijdsdenken. Uitg. Meinema, Zoetermeer 1995.155 blz. f 24,90.

De auteur is docent aan de VU. Vanuit een gereformeerd vertrekpunt tracht hij in te gaan op hedendaagse vragen zoals rationaliteit, cultuur- en levensvragen in de theologie, ascese, hedendaags adventisme, openbaring (voortgaande openbaring?), de orde van het geloof, God en mens: identiteit of nabijheid?, schuld en lot, karma en reïncarnatie, en de vraag naar de toetsing.

Bijna heel de dogmatiek en onderwerpen uit de ethiek komen aan de orde. De schrijver tracht de moderne probleemstelling te verwerken in de antwoorden die hij geeft. Dat maakt de indruk van een èn-èn-methode! Toch houdt hij vast aan de prioriteit van het Woord. Dat doet weldadig aan. Mijns inziens had hij hier en daar kritischer kunnen schrijven naar moderne posities. Toch een boek dat iets te zeggen heeft in deze tijd.

Gerrit Klein, Dick Steenks, redactie, De waarheid is theocratisch. Bijdragen tot de waardering van de theologische nalatenschap van Arnold Albert van Ruler. Uitg. Callenbach, Nijkerk 1995. 126 blz. f 25,-.

Het Theologisch Litterarisch Studentengezelschap Excelsior heeft in mei 1995 een symposium gehouden over het werk van Van Ruler.

De bijdragen zijn alle interessant. Vrijwel alle aspecten van Van Rulers theologie komen aan de orde - te veel om hier op te noemen. Mij heeft bijzonder getroffen het opstel van prof. Graafland over Bevinding en cultuur bij Van Ruler. Graafland trekt lijnen uit zijn doctoraalscriptie door naar de positie van Van Ruler in de theologie van vandaag.

De hele bundel acht ik voor de kennis en de waardering van Van Ruler belangrijk. Het Van Ruleronderzoek heeft een nieuwe impuls gekregen en kan om deze bundel niet heen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.