+ Meer informatie

„Confectie-industrie doet het best goed'"

Groei aantal illegale ateliers tot staan gebracht

3 minuten leestijd

AMSTERDAM - „Het gaat best wel goed met de Nederlandse confectie-industrie". Het aantal faillissementen is drastisch teruggelopen, de investeringen nemen toe en de bedrijfswinsten lagen vorig jaar hoger dan in 1989. Dit zei de voorzitter van Fenecon (Vereniging van Confectie- en Tricotage-ondernemingen), mr. A. C. Heintges, gisteren bij de presentatie van het jaarverslag over 1990.

j, Nederland heeft een steeds belangrijker rol bij de handel in kleding. Import en export worden jaar in, jaar uit belangrijker. In 1990 werd voor ruim 10 procent meer kleding geïmporteerd, waardoor een niveau van Jf 7,8 miljard werd bereikt. In het kcerste kwartaal van 1991 steeg de in;voer met 16 procent. Als de ontwik)keling zo door gaat, kan dit jaar een Jpeil van ƒ 10 miljard worden bereikt. ;Ue kledingexport groeide vorig jaar met meer dan 20 procent tot ƒ 3,8 miljard. In de eerste vier maanden ;,yan dit jaar steeg de uitvoer al weer )niet 18 procent, zodat de export dit Haar naar verwachting bijna ƒ 5 mil)|ard gaat bedragen.

Uitverkoop

De ontwikkelingen in Joegoslavië zijn een punt van grote zorg. De Nederlandse confectie-industrie besteedt een groot deel van hun werk in het buitenland uit. Joegoslavië is het belangrijkste produktieland, een kwart van het zogenaamde loonveredelingswerk (halffabrikaten die elders geproduceerd worden) ter waarde van in totaal 800 miljoen gulden wordt daar verricht. De spanningen in het land hebben nog niet tot problemen geleid. Fenecon wil echter snel maatregelen voor het geval Slovenië en Kroatië door de EG worden erkend. Op dat moment is het namelijk nog maar de vraag of de voorkeursbehandeling die Joegoslavië nu geniet, ook voor de afzonderlijke staten geldt. Zo niet, dan wordt de confectie-industrie op kosten gejaagd, omdat er opeens wèl bij de grens btw moet worden betaald.

De Fenecon heeft geen klagen meer over de kledingbestedingen in Nederland. Vorig jaar namen de verkopen met 10 procent toe. In totaal werd er voor 12 miljard gulden aan kleding besteed. De prijzen staan, door scherpe concurrentie en veelvuldige uitverkoopacties, onder druk, tekent Fenecon hierbij aan.

Illegale ateliers

Dit jaar begon wat aarzelend, als gevolg van de economische zekerheid die de Golfoorlog met zich meebracht. Ook het koude voorjaar was niet echt bevorderlijk voor de verkoopcijfers. De mooie zomermaanden hebben dit echter voor het grootste deel weer goedgemaakt: de verkoop van bovenkleding nam (naar waarde) in de eerste vijf maanden van dit jaar met 4 procent toe.

De illegale ateliers blijven een punt van zorg voor de bij de Fenecon aangesloten ondernemingen. De stormachtige groei waar al een jaar of tien sprake van is, is echter voor zover Heintges kan beoordelen tot staan gebracht. Hij schat dat er in Nederland 6000 tot 10.000 mensen illegaal in de confectie werkzaam zijn. „Het gaat zeker om 300 bedrijven. Ze betalen geen loonbelasting, ze dragen geen btw af, daarom is er sprake van oneerlijke concurrentie".

De confectie-industrie sloeg in 1987 de handen ineen om wat aan de toename van de illegale ateliers te doen. Sindsdien is er ook wel wat veranderd, maar echt helpen doet het niet. Er is sprake van een opsporingsbeleid, maar de pakkans is klein. Sinds april 1989 bestaat er een soort vrijwillige ketenaansprakelijkheid; de opdrachtgever is verantwoordelijk voor het afdragen van sociale premies. Volgens Heintges heeft deze stap wel wat effect gehad. „Er komt aanmerkelijk meer aan sociale premies binnen".

Heintges: „We kunnen als organisatie wel wat besluiten, maar een besluit heeft alleen effect als het door iedereen gedragen wordt". Hij kondigde aan dat een gezaghebbend bureau zich momenteel over het probleem buigt. Het rapport wordt op korte termijn verwacht maar „we kunnen nu al wel zeggen dat de oplossing voor een heel groot deel van de overheid zal moeten komen. Het is geen Nederlands probleem meer, het is zelfs geen Europees probleem meer. De hele wereld heeft te maken met dergelijke "economische vluchtelingen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.