+ Meer informatie

Ds. Gezelle Meerburg De boefeprediker von hef land van Alfeno

5 minuten leestijd

Echter niet anders dan zoals God Zelf het openbaart. Dit besef van verantwoordelijkheid spreekt reeds in zijn eerste preken als jong predikant in zijn gemeente. Het is niet moeilijk dit aan te wijzen. Wie zijn catechismuspreken kent - zestig leerredenen over de Heidelbergse Catechismus, onlangs nog opnieuw uitgegeven - weet, dat elke preek getuigenis geeft van dat besef.

Deze preken dateren uit de eerste tijd. In de preek over Zondag 1 vr. en antw. 1 horen we hem: „Toehoorders! Uw bloed zou van mijn hand geëist worden, wanneer ik u met een verkeerde troost geruststelde, en gij zoudt tegen mij getuigen in de dag ter toekomst en wraak over mij inroepen, wanneer gij, indien ik u ongegronde troostwoorden had toegediend, zoudt menen in te gaan en niet kunnen.....” En ook in de prediking van de vrije stoffen van toen en later kunnen we op allerlei wijze dit element telkens terugvinden. Trouwens, het is ook verder bepalend voor de inhoud van de prediking van Gezelle Meerburg. Ja wij weten het, dat hij vanuit dit besef ook niet anders dan na een ernstige voorbereiding van de preek de kansel wenste op te gaan.

’t Is goed er op te wijzen, dat Gezelle Meerburg een afkeer had van al te gemakkelijke voorbereiding op de bediening van Gods Woord. De hem door God geschonken gaven brachten hem er niet toe om zonder een degelijke voorbereiding de kansel op te gaan. Zelf heeft hij daarover geschreven en wel in de voorrede op een bundel van zes preken, uitgegeven in 1848.

’t Is niet voor niets, dat we hier het jaartal vermelden. Ondanks de grote verdeeldheid groeit het aantal afgescheiden gemeenten. De behoefte aan predikanten neemt steeds meer toe. De opleiding van degenen, die zich geroepen gevoelden tot het ambt van predikant, was in die tijd gebrekkig. Enkele predikanten gaven deze studenten binnen de provincie waar zij gevestigd waren, onderwijs, of soms ook verenigd met een andere provincie. Uiteraard was dit onderwijs niet zo veelomvattend. De predikanten, die het gaven, waren vaak bezet met de arbeid in hun eigen gemeente en de vele vacante gemeenten, terwijl de zorgen over de scheuringen en twisten ook veel van hun tijd vergden. De studenten waren daarbij vaak van eenvoudige afkomst. In de eerste tijd voor een deel ouderen, die menigmaal overdag moesten werken en ’s avonds zich toelegden om Gods Woord te verstaan. Meestal waren de ouderen als oefenaars ’s zondags in de gemeenten bezig.

Uit hen heeft de Heere menige predikant geschonken, die met ijver en stichting de gemeente mocht dienen. Mannen van aanzien zijn zelfs van deze eenvoudige opleidingsscholen gekomen. Echter had de gebrekkige opleiding uiteraard een schaduwzijde. Gedegenheid in het verklaren en toepassen van Gods Woord ontbrak bij meer dan één Bespraaktheid werd vaak aangezien voor welsprekendheid. Het gevaar dreigde ook, dat men het zelfs als een bijzonder geestelijke zaak ging beschouwen als zonder voorbereiding de kansel beklommen werd.

Gezelle Meerburg heeft ongetwijfeld voor deze schaduwzijde oog gehad. Hij geloofde voor zichzelf wel dat er mannen waren, die door God bekwaamd zijn om met een korte voorbereiding te preken. Hij acht deze echter uitzonderingen. Ernstige voorbereiding kan in den regel niet gemist worden Horen we hemzelf daarvan: „En ik schroom mij niet hier voor uit te komen. Verre van mij tot een voorbeeld van anderen te willen stellen, of mijn preken tot modellen te willen geven, moet ik toch betuigen, dat het mij reeds lang gesmart heeft, dat het prediken door menigeen onder de afgescheiden leraars voor een altegemakkelijke taak schijnt beschouwd te worden. Zodat men met een geringe, met een korte voorbereiding de leerstoel durft betreden. Dit was nooit de praktijk der vroegere leraren, ook niet der meest geestelijken onder hen. Men mag een zekere vaardigheid in zulk prediken gekregen hebben, men mag zich beroepen op de eenvoudigheid en onkunde der hoorders, toch zal hij, die zich er niet op toelegt om altijd hetzelfde en toch altijd wat anders der gemeente voor te stellen, spoedig als een verwelkte bloem al zijn frisheid en geur verloren hebben; en leraar en gemeente, die zich eerst zozeer over elkander verheugden, zullen zo ras elkander moede worden”.

De ernst, waarmee Gezelle Meerburg zich zocht voor te bereiden voor zijn preken, kwam dus bij hem voort uit het besef, dat God verantwoording eiste van de wijze, waarop hij de hem toebetrouwde zielen bearbeidde. Alleen in dat licht kunnen we dit verstaan. En spreekt dat niet voor onze tijd? Enerzijds zijn er die met een beroep op de bediening van de Heilige Geest de voorbereiding op de prediking verwerpen. Anderzijds zoekt men naar een gewild-populaire prediking, die ook allesbehalve getuigt van het graven naar de schatten in Gods Woord. Gezelle Meerburg heeft dit geheel anders betracht. Hij heeft de middellijke weg van het onderzoek van Gods Woord niet veracht, maar deze naar de gaven hem geschonken, bewandeld. Hij raadpleegde de oorspronkelijke tekst, de kanttekeningen op de Staten-Vertaling en anderen, die zich beziggehouden hebben met de verklaring van Gods Woord. Als dienstknecht des Heeren wist hij zich afhankelijk van de zegen van de Heilige Geest, niet alleen in de prediking zelf op de kansel, maar ook in de voorbereiding daartoe.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.