+ Meer informatie

Vossen in ´t vizier

7 minuten leestijd

Vossen zijn zeer schuwe dieren. Je moet dan ook heel wat geduld hebben om ze voor de lens te krijgen. Geurt Besselink nam er vorig jaar mei en juni de tijd voor en betrapte de vossewelpen verschillende malen. Een vertederende reportage over de kinderen van een felle rover.

Al vroeg in het voorjaar kwam ik vaak vossen tegen in hetzelfde stukje bos. Het bos bestaat hoofdzakelijk uit naaldhout en aan de rand van het bos is een wei waar in voorjaar en zomer vee loopt. Verder wonen er ook nog zwijnen, reeën en edelherten. Jonge vossen worden in maart of april geboren in een hol dat door de moervos nauwkeurig is uitgekozen. Kan ze geen geschikte woning vinden, dan graaft ze er zelf een op een plek waar het niet te koud en niet te vochtig is. Na de geboorte verlaat de moervos de jongen niet vaak, maar als de welpen ouder worden is ze steeds minder bij het hol te vinden. De eerste drie weken worden de jongen gevoed met melk, daarna krijgen ze steeds meer dierlijk voedsel, zoals konijnen en vogels, maar vooral veel muizen die gevangen worden met de muizensprong. Heeft een vos een muis gelokaliseerd, dan springt hij door de lucht op de muis.

Buiten spelen
Na ongeveer vier weken komen de jonge vossen voor het eerst buiten het hol spelen. Nu breekt voor mij dan ook de tijd aan om de precieze lokatie van het hol te vinden. Vele avonden heb ik op een vijfsprong doorgebracht om te zien of er inderdaad wel jonge vossen in het gebied aanwezig waren. Na heel wat avonden observeren liet een jonge vos zich even op het zandpad zien, maar al gauw was hij weer verdwenen in een dicht dennebosje. Er volgden nog een paar avonden dat er een jonge vos op het paadje kwam. Van fotograferen was nog geen sprake, want de afstand van de vijfsprong tot de plek waar de welpen kwamen was 250 meter. Je moet in het begin zeer voorzichtig te werk gaan, want bij een geringe verstoring verhuist de moervos het hele zaakje. Om toch te kunnen fotograferen ging ik wat dichter bij de plek zitten waar ze vaak uit de dekking kwamen. Aan de kant van het weggetje stond een den waar ik achter kon zitten, zodat ik een beetje uit het zicht van de vossen was. Toen ik de eerste avond op die plek zat kwam de moervos het zandpad op, meteen gevolgd door een jong. De oude vos ging even zitten en de jonge vos liep naar zijn moeder en likte haar langs de snuit. Een paar tellen later stak de vos het pad over en het jong volgde haar en samen verdwenen ze in de dekking. Op de avonden die volgden kwam een enkele keer I> een jong het weggetje over, maar dat was al heel laat in de avond.

´s Morgens
Ik had inmiddels vakantie en kon nu ook in de ochtend de vossen gadeslaan; misschien had ik in de ochtend meer geluk. Om half zes was ik de eerste ochtend present en het is dan gewoon wachten totdat er wat gaat gebeuren. Na anderhalf uur zag ik in de verte op het pad wat aankomen. Het was een van de welpen die op pad was geweest en nu naar huis kwam. En op de plek waar ze anders uit de dekking kwamen ging hij nu naar binnen. Nog geen tien minuten later kwam nummer twee uit dezelfde richting aangelopen. Door de lens zag ik hoe hij dichterbij kwam en toen ik een keer afdrukte vloog er een jonge vos op 15 meter voor mij de dekking in. Die vos stond mij dus in de gaten te houden, terwijl ik hem niet door had. Gelukkig had de naderende welp er niets van gemerkt. Hij liep iets verder door dan de andere en ging even bij wat omgezaagde bomen snuffelen die aan de kant van het zandpad lagen. Maar al gauw had hij het daar gezien en stak het pad over en liep de dekking in richting het hol. Even later stak nummer drie het pad over en verdween ook tussen de dennen. Je blijft dan nog een paar uur wachten in de hoop dat ze zich nog weer laten zien, of dat nummers vier en vijf nog moeten thuiskomen, want gemiddeld bestaat een nest uit vier tot vijf jongen. Maar kennelijk waren ze moe want ze lieten zich niet meer zien. Vaak is de aanwezigheid van vossen te merken aan de vogels. Ze gaan namelijk alarm slaanals de vossen op pad gaan.

Jonge hond?
Als ik vroeg in de middag weer ga kijken, zitten er twee mensen op de boomstammen. Het is vakantietijd en er zijn nu meer recreanten die je zo af en toe in de weg zitten. Als ik een praatje met ze maak, vertellen ze dat ze een jong hondje op het pad hebben gezien. Het zal wel een jonge vos zijn geweest, want honden mogen hier in het bos niet komen. De recreanten hebben nog niet zo veel haast om weg te gaan, dus probeer ik ze weg te krijgen door ze te wijzen op de teken die hier overal rondlopen. Het werkt; binnen vijf minuten zijn ze vertrokken en kan ik plaats nemen achter de den. Als ik een half uur zit te wachten komt er een welp achter mij op het pad. Snuffelt hier en daar wat rond en verdwijnt dan weer in de dekking. Een tijdje later komt er een tractor over het zandpad gereden. Het voertuig is nog maar net voorbij, of er komt een jonge vos kijken wat daar wel niet voor een raar beest langs kwam.

Kip in de bek
De welpen worden nu steeds ouder en ze gaan ook steeds verder op hun verkenningstochten van het hol vandaan. Zo kwam ik er een op de vijfsprong tegen, die daar gewoon wat om zich heen zat te kijken. Op een ochtend ben ik ook eens aan de rand van de wei gaan zitten waar ze nu ook regelmatig komen. Ik had een plekje achter een boom opgezocht. De jonge vossen waren in geen velden of wegen te zien. Wel stond er plotseling tien meter achter de boom een van de oude vossen. Die had wat bij zich, want van alle kanten staken er kippeveren uit zijn bek. Ik had de vos niet zien aankomen en de vos zag mij ook niet maar rook mij wel, ondanks de kip in zijn bek. Nu bleek ook weer eens hoe goed de reuk van de vos ontwikkeld is. Het was nu een paar dagen rustig op de plek waar de jonge vossen vaak kwamen, misschien had ik ze dan toch verstoord.

Slapen
Op een ochtend na een paar uur wachten was ik het wachten zat. Ik wou nu wel eens weten of ze er nog zaten. Ik liep een stukje de dekking in, wat ik daarvoor nooit had gedaan. Ik kwam op een open plekje waar tegen een afgezaagde boom een jonge vos in de zon lag te slapen. Ik drukte een paar keer af en na de derde foto tilde hij slaperig zijn kop op om te zien wat er aan de hand was. De jonge vos keek nog even maar maakte toen dat hij weg kwam. Een paar keer heb ik twee welpen bij elkaar gezien; ze hadden een vast plekje waar ze in de zon lagen. Af en toe likten ze elkaar of waren wat aan het krabben, want ze hebben behoorlijk last van teken en ander ongedierte. De hele zomer zijn ze er nog geweest, want bijna elke avond was een van de jonge vossen op de wei tussen de koeien mestkevers aan het vangen. Aan het einde van de zomer moeten de jonge vossen voor zichzelf zorgen; veel jonge rekels (mannetjes) trekken dan weg, waarbij afstanden van 50 kilometer geen uitzondering zijn. De familie valt dan uiteen. Misschien komen de rekel en de moer elkaar volgend jaar tijdens de ranstijd in januari/februari weer tegen, en worden er in het voorjaar weer jonge vossen geboren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.