+ Meer informatie

LIGT ER EEN VERHARDING OVER NEDERLAND?

12 minuten leestijd

Sinds vele jaren zien we ons in Nederland geconfronteerd met een gestage achteruitgang van kerkbezoek en kerkelijke betrokkenheid. Op sommige plaatsen wordt het gemaskeerd door de groei van het inwoneraantal, of door overkomsten vanuit andere kerken. Zeker, evangelisatieactiviteiten halen soms wel wat uit, worden kennelijk gezegend—de Alphacursus bijvoorbeeld -, maar de tendens in ons land is en blijft over de hele linie: een gestage achteruitgang. Nee, je kunt niet een is-gelijk-teken plaatsen tussen kerkgang en echte geloofsbetrokkenheid, en het is mogelijk dat veel afvallers meelopers waren. Toch doen we er goed aan ons niet rijk te rekenen met die gedachte. We zouden dwaas zijn als we zouden menen dat het ondanks de afname van kerkelijke betrokkenheid met het gelóóf in Nederland nog wel kan meevallen.

Nu gebiedt de eerlijkheid te erkennen, dat de situatie in ons land niet uniek is. Er zijn zelfs landen in Europa, waar het nog veel ernstiger is. Frankrijk bijvoorbeeld—het is niet voor niets, dat een aantal Franse christenen recentelijk het initiatief heeft genomen voor een gebedsoffensief voor hun zo verregaand geseculariseerde land. Maar ook Duitsland en Engeland staan er niet rooskleurig voor. Recente cijfers uit Engeland laten zien, dat de Anglicaanse kerk ineenschrompelt, en dat alle kerken met elkaar een kleiner wordende minderheid vormen.

Voegt men daarbij de opkomst van de Islam in onze contreien, dan kan de vraag zomaar opkomen of God zijn handen van ons als Nederlandse volk aftrekt. Ligt er misschien een verharding over ons land?

Godsverduistering?

Prof. dr Η. Berkhof heeft in de jaren tachtig van de vorige eeuw een uitdrukking van de joodse denker Martin Buber—‘Godsverduistering’—gebruikt om de huidige situatie van onze cultuur mee te typeren. Hij bedoelde met die term het volgende: ‘Zoals de maan bij tijden zich tussen de zon en de aarde schuift, zo verduistert het dogma van de autonomie van de mondige mens (“Verlichting” geheten!) het licht van God.’ De moderne autonome mens (= de mens, die geen gezag van anderen over zijn denken erkent en aanvaardt) met zijn aanspraken is tussen onze leefwerkelijkheid en God in gaan staan, zodat het licht van Gods aangezicht verduisterd wordt en niet meer over ons leven strijkt. Men hoeft de toespitsing die Berkhof eraan geeft niet over te nemen, om toch het juiste en waardevolle van zijn kenschets te erkennen. Vandaag zien we de gapende leegte van een leven zonder God onder ogen. Het is ontegenzeggelijk iets als de ‘dood van God’, zoals de ‘dwaze mens’ in het verhaal van Nietzsche die heeft aangekondigd. De ‘dood van God’—dat is dat we als autonome mensen onze wereld helemaal hebben ontdaan van iedere verwijzing naar en mogelijkheid van ontmoeting met God. Toen Nietzsche die ‘dwaze mens’ die ‘dood van God’ liet aankondigen, gaf hij ook de reactie van de mensen weer: ze lachten de ‘dwaze mens’ gewoon uit. Men was nog min of meer vanzelfsprekend godsdienstig in de 19e eeuw. De tijd die de ‘dwaze mens’ aankondigde, moest nog komen. Daarom roken de mensen de geur van ontbinding ten gevolge van de ‘dood van God’ nog niet. Inmiddels staan we er midden in, en we ervaren ook de kilte en duisternis die het heeft teweeggebracht. De waarde van de typering ‘godsverduistering’ is dat het de keerzijde van de Verlichting benoemt. Die Verlichting, het trotse project van de autonome mens, is feitelijk in veel opzichten geworden tot verduistering—en niet alleen van de menselijkheid, of wat dan ook, maar vooral ook van God, de bron van ons bestaan. Alleen, wijst de term—en de vulling die Berkhof eraan gegeven heeft—ons een uitweg? Het kan ook een verlammende uitwerking hebben. En verlamming—dat is zoals we weten niet erg vruchtbaar. Je komt niet verder. Je wordt niet naar God verwezen. In zekere zin is dit de tragiek van de idee van de godsverduistering dat ze wat ze poogt te verhelderen alleen maar bevestigt en versterkt. Anders gezegd: als onze moderne, autonome cultuur inderdaad als een soort ‘geluidswal’ fungeert, die bij de huidige generatie het besef heeft doen verdwijnen dat er nog iets—de levende God! -achter die ‘geluidswal’ schuilgaat, dan is de constatering daarvan iets dat ons op onszelf terugwerpt. We hebben immers zelf die wal opgeworpen, we zullen hem ook zelf moeten slechten. Op deze wijze wordt de autonomie niet doorbroken, maar ten diepste bevestigd. De idee van de godsverduistering staat ons uiteindelijk als zodanig in de weg om ons terug te laten werpen op God en zijn belofte.

Maar is God er niet ook Zelf?! En hoe dan? Kan en wil Hij ons eruit helpen? Of laat Hij ons erin? Bewust zelfs misschien? Nog eens: Ligt er misschien een verharding over ons land?

Ontkerkelijking

Nu kunnen we nog denken dat de geschetste ontwikkelingen in wetenschap en cultuur, of we die duiden als ‘Godsverduistering’ of op een andere manier, aan ‘gewone mensen’voorbijgaan. Ten dele is dat misschien ook inderdaad zo. Alleen, om het proces van ontkerkelijking kunnen we niet heen. Wat is de diepste achtergrond ervan? Zo’n anderhalfjaar geleden verscheen in het tijdschrift Kontekstueel een artikel over deze vraag van de hand van dr B. Wentsel, gereformeerd emeritus-predikant in Den Haag. Het was niet een evenwichtig historisch onderbouwd artikel, maar eerder een hartenkreet en een appèl. Het is duidelijk, dat wat hij in Den Haag zich heeft zien voltrekken hem diep geraakt heeft. Op een aangrijpende manier tekent hij hoe de ene Gereformeerde en Hervormde kerk na de andere in Den Haag gesloten werd, graag gekocht door een projectontwikkelaar om er een supermarkt van AH van te maken, of ook verbouwd tot moskee. De cijfers die hij opsomt liegen er niet om: ruim 60 % van de bevolking van ons land is onkerkelijk!

Het heeft dr Wentsel aan het denken gezet. Moeten we de verklaring en beoordeling van die ontwikkeling overlaten aan godsdienstsociologen, die uit de doeken doen hoe het allemaal komt? Dan krijg je verhelderende verhalen over secularisatie, over religieuze betrokkenheid die zich niet meer laat voegen in kerkelijke kanalen, maar het eigen pakket samenstelt, en dat alles loopt dan uit op de prognose dat deze ontwikkeling onomkeerbaar doorgaat. Maar is dat alles? Raakt het de kern? De hervormde emeritus-predikant dr A.A. Spijkerboer, die vanaf 1966 in Amsterdam predikant is geweest, vermeldt in zijn recente autobiografie ‘Een rondje om de kerk’ het antwoord van een gemeentelid op zijn vraag waar de malaise in de kerk vandaan komt. ‘Het geld, dominee’, was het heldere antwoord. Niet: ‘De mens van vandaag kan nu eenmaal niet meer geloven na…’, maar eenvoudig: ‘We hebben het te goed’.

Dr Wentsel kent de sociologische verklaringen en weet ook wel, dat een vet geworden Jeschurun achteruit kan slaan en God verwerpen, die hem gemaakt had (Deut. 32,15). Maar hij gaat nog een stap verder en vraagt: kan de diepste oorzaak van alle ellende niet zijn, dat de HERE ons overgeeft aan en vastpint op onze eigen keuze tegen Hem, en dat wij Hem dáárom niet kunnen vinden?

Dr Wentsel trekt een aantal lessen uit wat hij heeft waargenomen. Om te beginnen moeten we er rekening mee houden, dat God ons laat ‘struikelen en te pletter vallen’ in een strafgericht van verblinding, dat we zelf over ons heengehaald hebben. Het is diep-ernstig waar hij aan denkt. Hij trekt in dit verband een lijn van de kerkverlating naar de beide wereldoorlogen, en stelt de schokkende vraag: ‘Wat gaat onze Koning in de 21ste eeuw doen met het van Hem afvallige Noord-West-Europa? Wereldoorlog I kostte 10 miljoen doden, nummer II minstens 40, wat zal nummer III aan doden kosten?’ Maar de gemeente dan? Nu, zij heeft zelfs een functie in de verharding die zich over ons land heeft heengelegd: door de ergernis die zij oproept, stijft zij de afhakers in hun verzet, en zó heeft God het bedoeld. Daarom is er tot nog toe geen sprake van een Réveil, hoezeer er ook naar wordt uitgezien en om wordt gebeden. Dit alles mag ons overigens niet bij de pakken doen neerzitten, want onderling gekibbel tussen christenen staat de HERE in de weg en wordt door mensen buiten de kerk aangegrepen om hun verzet tegen het Evangelie te rechtvaardigen. Is de situatie in ons land dus al met al uitzichtloos? Nee, want verharding is in de Bijbel altijd aan een termijn gebonden, en we mogen ook hopen dat God de ‘rest’ van betrokken-kerkelijk Nederland wil gebruiken om uit te groeien tot een grotere groep, of zelfs de meerderheid.

De gedachten van dr Wentsel zijn minder abstract dan die van prof. Berkhof, en ze bieden ook meer hoop, omdat ze ons niet op onszelf terugwerpen. De vraag die achterblijft is niettemin, of de HERE ook kan zwijgen en ons zelfs bewust verharden.

Geen vreemde vraag

Bijbels gezien is het geen vreemde vraag. In Lucas 18,8 vraagt de Here Jezus: ‘Als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?’ Die vraag houdt daar zoveel in als: zullen er mensen zijn, die als de weduwe tegenover de onrechtvaardige rechter blijven pleiten op Gods beloften? Stellig is de vraag in de mond van Christus volstrekt ernstig bedoeld.

Als we in dit Evangelie en het boek Handelingen blijven, valt op hoe wij mensen daarin getekend worden als van onszelf afgesloten voor de HERE en zijn Woord. De Schriften moeten open, en ook de ogen en het verstand (Lucas 24,13–35) en ook het hart (Handelingen 16,14). Dat geldt ieder mens persoonlijk, maar het geldt ook bepaalde streken en volkeren. Op diverse plaatsen in het Nieuwe Testament is er sprake van dat er een ‘deur geopend’ is (Handelingen 14,27; 1 Kor. 16,9; 2 Kor. 2,12; Kol. 4,3; Openbaring 3,8). Dat houdt in, dat de Heilige Geest daar ruimte schept voor de verkondiging van het Evangelie.

Er is óók een andere kant. We horen ervan dat de Heilige Geest Paulus verhindert het Woord in Asia te spreken, omdat Hij hem naar Macedonië wilde zenden. Dat hoeft echter niet te betekenen, dat ze het Evangelie in Klein-Azië helemaal niet te horen krijgen. Het laat zich denken, dat de Heilige Geest hier heel gericht met Paulus andere dingen voorhad. Toch is er op andere plaatsen wel degelijk ook sprake van verharding, van een verstoten van het Woord, met als gevolg dat het Evangelie nu naar hen gaat die buiten stonden (Hand. 13,46). Het boek Handelingen eindigt bij Paulus in Rome, waar sommigen uit de synagoge gehoor gaven aan het Evangelie en anderen niet. Dan klinken daar die indringende woorden uit Jesaja 6, die we in het Evangelie ook te horen krijgen, als Jezus de gelijkenis van de Zaaier uitlegt. Die woorden spreken van verharding, die door God bewust gewild is, en die belemmert dat het volk zich bekeert en de HERE hen geneest.

We doen er al met al goed aan er terdege rekening mee te houden, dat de HERE zijn eigen weg gaat in de geschiedenis van mensen en volken. De Bijbel is er niet onduidelijk over, en dan mogen wij het óók niet zijn. Hij kan óók zwijgen. Luther waarschuwde het Europa van zijn dagen: Gods Woord is als een zomerse plensbui na een periode van droogte. Als die bui valt moet je er wel midden in gaan staan—anders trekt die over en ‘likt’ de zon de regen op, en laat jou even dor en doods achter als je al was. Zó is het ook bedoeld in Jesaja 55: ‘Zoekt de HERE, terwijl Hij Zich laat vinden.’ (vers 6) Kan het vandaag óók niet zó zijn, als we in Arnos 8,11 vv lezen, dat de HERE een honger naar het Woord in het land zendt, maar dat wij dat Woord niet vinden, omdat Hij de toegang ertoe voor ons afsluit?

Woord of systeem?

Geven de hierboven opgesomde bijbelse gegevens dr Wentsel nu zonder meer gelijk? Kan het zó zijn, dat er een verharding over ons ligt, waar we niet onder vandaan kunnen komen? Boven dit laatste gedeelte van mijn artikel heb ik als kopje neergeschreven: ‘Woord of systeem?’. Als ik de bijbelse gegevens op me in laat werken, kom ik werkelijkheden tegen als dr Wentsel die aanduidt. Alleen—ze worden nooit tot een theorie of een systeem, dat je van God los kunt maken. De profeten kondigen meer dan eens zonder pardon, zonder enig uitzicht de zwaarste gerichten aan—maar ze doen het in de naam van de HERE, de levende God. Meer dan eens lezen we ook, dat Hij Zich omkeert en ontfermt over de niet-ontfermde (Jona!). Waarom? Wat brengt Hem ertoe? We zullen de redenen ervan in Hemzelf hebben te zoeken.

We doen er goed aan rekening te houden met de werkelijkheid van Gods ‘openen en sluiten’. Maar nooit en nergens gaat de hemel boven ons dicht, en zijn we hier op aarde overgeleverd aan een ‘wet van Meden en Perzen’, aan een onherroepelijk’nee’ van een onverbiddelijk God. In hetzelfde nummer van Kontekstueel waarin dr Wentsel schreef was ook een bijbelstudie van prof. dr A. van de Beek opgenomen over Jesaja 63,17, met de titel: ‘Doet God dwalen? Bijbelstudie over Jesaja 63:17’. De profeet zoekt de diepste oorzaak voor de troosteloze situatie van het volk Israël niet bij dat volk, maar richt zich tot de HERE: ‘Waarom liet Gij ons, HERE, afdwalen van uw wegen, verharddet Gij ons hart, zodat wij U niet vreesden?’ Prof. Van de Beek onderstreept dat dat een vraag is, die uitmondt in een gebed: ‘Keer wéér!’ Het is geen systeem, geen proces dat onomkeerbaar is, maar boven onze geschiedenis troont de HERE, en we kunnen bij Hem aankloppen.

Er is en blijft een deur geopend in de hemel (Openbaring 4,1). Er is en blijft een ‘troon der genade’, waar we heen mogen om ‘barmhartigheid te ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd’ (Hebr. 4,16). We doen er daarom goed aan de huidige geestelijke situatie te peilen, de ernst ervan te onderkennen en tegelijk zonder ophouden ‘ons behoud te blijven bewerken met vreze en beven, want het is God die in ons werkt het willen en het werken, naar zijn welbehagen’ (Filipp. 2,12v) Als er een verharding over ons land ligt, dan is die geen onafwendbaar noodlot, maar drijft die ons uit naar Hem, in Wiens hand onze tijden zijn. Zijn heil is nabij hen, die Hem vrezen, en waar we uitzien naar de omkeer die Hij alleen kan geven, zal de hemel boven ons niet gesloten blijven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.