+ Meer informatie

Is de begeerte naar geloof ook al geloof?

4 minuten leestijd

Is de begeerte naar geloof het geloof zelf in zijn aard en wezen? Nee, maar de begeerte is voor de Heere wel als het aanroepen van Zijn Naam waarnaar Hij zeker horen zal. Begeerte naar geloof en genade wil echter niet zeggen dat het geloof niet meer noodzakelijk zou zijn!

In zijn boekje "Het mosterdzaadje" geeft de Engelse theoloog William Perkins een aantal stellingen die hij nader uitwerkt. Een van deze stellingen luidt: „Een volhardende en ernstige begeerte om met God verzoend te worden, om te geloven en om zich te bekeren, indien het is in een getroffen hart, is aangenaam bij God, evenals de verzoening, het geloof en de bekering zelf." Anderen hebben gezegd dat God de begeerte houdt voor de daad zelf Dergelijke uitspraken kunnen ons brengen tot de vraag boven dit artikel.

Oprecht
Het zal duidelijk zijn dat het hier gaat om een oprecht begeren, een verlangen dat in het gebed wordt gebracht voor Gods aangezicht, wordt neergelegd voor Zijn genadetroon. M'n ziel, geraakt, gewond door het Woord van God, roept uit tot de levende God in het diepgewortelde verlangen naar Zijn genade. Simon de Tovenaar denkt bij zijn "begeren naar genade" aan een bepaald werelds gewin, evenals Judas met zijn geldbuidel, Bileam aan een goede afloop van zijn reis op zich, maar zou het in het hier bedoelde begeren ten diepste niet om de levende God Zelf gaan? Is het tenslotte niet om Hemzelf te doen?

Bedoeling
Natuurlijk kan en mag het niet de bedoeling zijn om de begeerte naast het geloof te stellen als een tweede mogelijkheid om deel te krijgen aan Christus en Zijn heil. De begeerte naar geloof en genade wil niet zeggen dat het geloof niet meer noodzakelijk zou zijn! En zeker moeten we de omschrijving van het geloof uit Zondag 7 recht overeind laten staan. Een man als Perkins bedoelde niet te zeggen dat de begeerte naar geloof het geloof zelf in zijn aard, zijn wezen is. Wel wilde hij stellen dat zij door God gezien en aanvaard wordt als het geloof De begeerte is voor Hem als het aanroepen van Zijn Naam waarnaar Hij zeker horen zal. Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Een mooi voorbeeld van wat bedoeld wordt, vinden we in de Dordtse Leerregels, I, 16: „Veel minder behoren voor deze leer van de verwerping verschrikt te worden degenen die ernstig begeren zich tot God te bekeren. Hem alleen te behagen en van het lichaam des doods verlost te worden en nochtans in de weg der Godzaligheid en des geloofs zover nog niet kunnen komen als zij wel wilden." Wanhoop niet als u uzelf straatarm voor God ziet en u begeert rechtvaardig te zijn in Christus en heilig te leven voor God! Denk niet klein van God en Zijn Christus! Hij heeft er lust in de hongerige met goederen te vervullen. Genadig vervult Christus de begeerten van Zijn bedelaars.

Stilstand of groei
Hopelijk zal wel voldoende duidelijk zijn dat er, als het goed is, geen sprake kan zijn van een eindeloos steunen en rusten op mijn begeren. Echt genade en geloof begeren houdt juist in dat ik in niets van mezelf het leven vind. Ook wil dit begeren niet zeggen dat alles maar jaar en dag eender blijft. Langere of kortere tijd geleden -vijf, tien, soms vijftig jaargebeurde er iets en eigenlijk... is sinds die tijd alles nog precies eender. Als uw leven lijkt op stilstaand water (wat kan het stinken!), buig uw knieën voor de levende God en smeek Hem om leven.

Bekend bij God
Met name in de Psalmen horen we van begeerten naar genade die eigenlijk niet uit te spreken zijn, maar wel... bekend bij God! Zijn ze trouwens niet door de Geest gewekt? Zouden deze begeerten niet door Hem vervuld worden? Zouden hongerigen en dorstigen naar de gerechtigheid niet ve.. adigd worden, en wel om die Ene voor Wie ten slotte geen lafenis meer was? Deze groei en voortgang in het geestelijk leven betekent intussen niet dat er ten slotte niets meer te begeren is. Er is altijd nog veel meer genade dan hier ontvangen is. Steeds weer treffend is in dit verband het begeren van Paulus: „Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding en de gemeenschap Zijns lijdens..." (Fil. 3:10). Wat blijkt hier? Voor alles is dit bij Paulus een begeren naar.. Iemand. Naar de kennis van Hem, van Christus. Het gaat uiteindelijk in de zuivere begeerte naar de genade, naar geloof, naar verzoening, om Hem en de levende kennis van Hem. Misschien zouden wij vandaag eens voor God moeten overwegen waarop en op wie (Wie) ons begeren gericht is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.