+ Meer informatie

Prof. Sumito Haruna: ,,De Japanner is een typische heiden''

Een Hollander verkent Japan

9 minuten leestijd

Tientallen jaren verdiepte prof. Sumito Haruna zich in de reformatorische wijsbegeerte. Sinds drie jaar kan hij dit specialisme ook officieel doceren, aan de Kwansei Gakuin Universiteit. In 1993 meldde zich één student. Het afgelopen cursusjaar waren er zeven geïnteresseerden. Het geeft de Japanse christen-filosoof moed om door te gaan. Hij is ervan overtuigd dat het calvinisme voor zijn vaderland het antwoord biedt op de grote vragen. Persoonlijk en maatschappelijk.

Het ontroert prof Sumito Haruna nog altijd als hij in de dagboeken van zijn vader leest hoe die biddend heeft geijverd voor een calvinistische kerk in Japan en een gereformeerde theologische hogeschool. Beide idealen zag hij verwezenlijkt. Het stimuleert de gereformeerde filosoof uit Kobe om in het voetspoor van zijn vader voort te gaan. „Ik ben God nog altijd intens dankbaar dat ik mocht opgroeien onder de gereformeerde leer. Mijn vader, menselijk gesproken een van de grondleggers van de Gereformeerde Kerk in Japan, werd voor het calvinisme gewonnen tijdens zijn studie aan het Central Theological Seminary in Kobe, dat destijds is gesticht door zendelingen van de Southern Presbyterian Church in de Verenigde Staten. Acht maanden na de capitulatie van Japan kwam hij met een aantal gelijkgezinde collega's en ouderlingen in Tokio bijeen en werd een kerk gesticht die puur gereformeerd wil zijn in leer en kerkregering. Ik was toen elf jaar oud. Enkele jaren later werd het seminarie heropend als Reformed Theological Seminary, de theologische hogeschool van de Gereformeerde Kerk in Japan. Mijn vader, die predikant was in Kobe, werd benoemd tot deeltijdhoogleraar praktische theologie."

Dooyeweerd
Vanaf zijn vroegste jeugd hoorde Haruna thuis met achting spreken over calvinistische voortrekkers in Amerika en Nederland als Charles Hodge, Benjamin Warfield, John Gresham Machen, Cornelius van Til, Abraham Kuyper en Herman Bavinck. Bij het ouder worden werd hij ook zelf door het werk van deze mannen gegrepen. Na de middelbare school besloot hij filosofie te gaan studeren aan de Osaka National University, met als specialisme de filosofie van Kant. Op advies van zijn vader. „Hij onderkende de geweldige invloed van Kant op de moderne theologie. Wil je die bestrijden, dan zul je bekend moeten zijn met de opvattingen van Kant: de autonomie van het redelijk denken." Als tegengif gaf Haruna senior aan zijn zoon de driedelige "New Critique of Theoretical Thought" van dr. Herman Dooyeweerd. Precies op tijd. „Enkele maanden later begon ik aan m'n doctoraalscriptie over het concept van het hoogste goed in de filosofie van Kant. Ik heb geprobeerd zijn gedachten zo objectief mogelijk weer te geven, om ze vervolgens te bekritiseren aan de hand van de opvattingen van Dooyeweerd. Voor mijn proefschrift heb ik dezelfde werkwijze toegepast."

Scheiding
De meest invloedrijke leermeester van de filosofiestudent bleef zijn vader. Onder diens leiding bestudeerde hij, samen met studenten van het Reformed Theological Seminary, de beroemde Stone-lezingen van Abraham Kuyper over het calvinisme. „Dat werk heeft een geweldige invloed op mijn denken gehad. Tot op de dag van vandaag. Met Kuyper ben ik ervan overtuigd dat we God hebben te eren op elk terrein van het leven. Japanners zijn sterk geneigd om de betekenis van de religie te beperken tot het hart. Dat vind je ook onder de christenen terug. De meeste christelijke wetenschappers in Japan onderscheiden zich in hun publicaties niet van seculiere collega's, omdat ze een scheiding aanbrengen tussen hun persoonlijke levensovertuiging en hun wetenschappelijke arbeid." In 1960 maakte Haruna persoonlijk kennis met de Amerikaanse hoogleraar Cornelius van Til, die in Kobe een serie gastcolleges gaf De calvinistische wetenschapper, een van de bekendste bestrijders van de theologie van Karl Barth, maakte diepe indruk op de jonge filosoof Hij besloot nog een jaar te gaan studeren aan het Westminster Theological Seminary in Philadelphia, waar Van Til apologetiek doceerde. „Het werd het mooiste jaar van m'n leven."

Hoogleraar
Na zijn terugkeer uit Amerika doceerde Haruna een aantal jaren aan de universiteit waar hij zelf gestudeerd had. Sinds '73 is hij hoogleraar filosofie aan de Kwansei Gakuin Universiteit, een door Canadese methodisten gestichte universiteit die momenteel ongeveer 12.000 studenten telt. Van het oorspronkelijke, bijbelgetrouwe karakter is volgens de Japanse christen-filosoof weinig over. De theologische faculteit functioneert als het opleidingsinstituut van de liberale Verenigde Kerk van Christus in Japan. „Het is een eenzaam en moeilijk werk om er college te geven vanuit een gereformeerde visie." Tussen '74 en '86 was de calvinistische wetenschapper tevens hoogleraar aan het Reformed Theological Seminary. Daar kon hij zijn boodschap gemakkelijker kwijt. Het merendeel van de studenten was afkomstig uit zijn eigen kerkverband. En de toenmalige president, prof Ryuzo Hashimoto, was tevens de voorganger van de gemeente waar hij zelf ouderling is.

Pantheïstisch
Aan de Kwansei Gakuin Universiteit wordt prof Haruna dagelijks geconfronteerd met de kloof tussen het bijbelse denken en de Japanse denkwijze. „Het Japanse denken en voelen wortelt in een mengsel van shintoïsme en boeddhisme. Daaruit is een nationale zede voortgekomen die zich moeilijk laat omschrijven, omdat de Japanse geest zich bijzonder makkelijk aanpast. In ieder geval kun je stellen dat het religieuze denken van de meeste Japanners pantheïstisch van aard is. Bij een persoonlijke, almachtige God, Die alles heeft geschapen, kunnen ze zich niets voorstellen. Tekenend is dat bij de vertaling van de Bijbel in het Japans de vertalers al meteen op het probleem stuitten hoe ze het woord God moesten vertalen. Onze taal bood daarvoor geen enkel aanknopingspunt. Voor de Japanner is het heelal Mushi-Mushi: zonder begin, zonder einde. Het meest opvallende kenmerk van onze cultuur is het denken vanuit de totaliteit. De enkeling is niet los te zien van de familie. Ook met de doden kun je gemeenschap oefenen, door de shintoïstische voorouderverering. De gedachte daarachter is dat de levenden de zielen van de gestorvenen troosten, terwijl die op hun beurt het welzijn van de levenden bevorderen. In de jaren voor en tijdens de laatste wereldoorlog werd dat gemeenschapsdenken aangegrepen om het nationalisme te verbreiden. Het gehele volk moest zich gedragen als één familie, met de keizer als vader."

Totalitarisme
Niet alleen het shintoïsme voedt volgens de hoogleraar uit Kobe de Japanse totaliteitsgedachte, maar ook het boeddhisme. „De essentie daarvan is dat je door contemplatie je eigen persoonlijkheid kunt laten oplossen in de kosmos, het universum, de natuur. Door de invloed die de mix van beide religies uitoefent, is de Japanner bijzonder vatbaar voor totalitarisme. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam dat naar voren in de massale verering van de keizer en de bereidheid van militairen om het eigen leven op te offeren. Na de oorlog in een onvoorwaardelijke inzet voor de eigen onderneming. De individuele persoonlijkheid en het eigen welzijn werden ondergeschikt gemaakt aan het succes van de company, een vorm van economisch totalitarisme. Bij alle technologische vooruitgang bleef de Japanner in geestelijk opzicht zeer irrationeel en primitief. Een typische heiden. Je hoeft niet vreemd op te kijken als je hier op het dak van een modern kantoorgebouw een altaar ziet staan, gewijd aan de slang of de vos."

Calvijngenootschap
Momenteel signaleert Haruna bij veel volksgenoten een geestelijk vacuüm. De stagnatie van de economie heeft het zelfbewustzijn stevig aangepakt. Tegelijkertijd neemt de beïnvloeding vanuit de westerse wereld toe, waardoor de eeuwenlang gecultiveerde identiteit onder druk komt te staan. „Wat ervoor in de plaats komt, is helaas niet beter. Vooral onder jongeren zie je een sterke secularisatie, die zich uit in een volkomen materialistische levenshouding. Of ze vervallen in het andere uiterste, en sluiten zich aan bij een van de extreme sekten die de laatste jaren opgang hebben gemaakt." Het doet de gereformeerde hoogleraar verdriet dat de geestelijke spankracht in zijn eigen achterban afneemt. Het ledental van de Gereformeerde Kerk in Japan, de grootste calvinistische kerk van het land, is na decennia van gestage groei gestabiliseerd op zo'n negenduizend leden. De interesse voor het gereformeerde gedachtengoed wordt minder. Een goede graadmeter is de in 1954 opgerichte Japan Calvinist Association, waarvan Haruna al vele jaren voorzitter is. Doel van dit genootschap is de verbreiding van de gereformeerde opvattingen in de Japanse samenleving, onder meer via vertalingen van werk van bekende calvinistische wetenschappers. De laatste jaarlijkse studiedag trok slechts twintig bezoekers. Vijftien jaar geleden, toen prof dr. ir. E. Schuurman als gastspreker in Kobe was, waren dat er nog bijna tweehonderd.

Heidelberger
De vriendschap tussen Haruna en Schuurman ontstond in 1979, toen de Japanse hoogleraar acht maanden in Nederland was om zich op de hoogte te stellen van de reformatorische wijsbegeerte zoals die wordt beoefend aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In 1990 kwam hij opnieuw voor enkele maanden over en werd de band bevestigd. Het contact leidde er onder meer toe dat Schuurmans bekende publicatie "Techniek, middel of moloch" door Haruna in het Japans werd vertaald. Zeker in het vertechniseerde Japan kan bestudering ervan corrigerend werken. Zelf houdt de Japanse christen-filosoof zich vooral bezig met de verhouding tussen filosofie en theologie. Door de twee langdurige bezoeken aan Nederland heeft hij een diepe genegenheid opgevat voor het kleine landje aan de Noordzee. Vanwege de variatie in landschap en cultuur, de vriendschap die hij er ondervond en de theologische lijnen die Nederland verbinden aan Kobe, met name via de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt in Kampen. Bezorgd informeert hij of het waar is dat steeds meer reformatorische predikanten in Nederland de leerdienst over de Heidelberger Catechismus loslaten. Het bevestigende antwoord doet hem zichtbaar pijn. „Hoe kun je beter de gereformeerde leer overdragen dan via de Heidelberger Catechismus?"

Kracht
Toch is de Japanner, ondanks alle zorgwekkende ontwikkelingen in binnen- en buitenland, niet somber gestemd. Hij is ervan overtuigd dat er toekomst is voor de gereformeerde waarheid. Die overtuiging ziet hij op bescheiden schaal ook bevestigd. In 1993 ging een vurige wens van hem in vervulling. Hij kreeg de mogelijkheid om wekelijks een aantal uren reformatorische wijsbegeerte te gaan doceren aan de Kwansei Gakuin Universiteit. „Menselijkerwijs gesproken is dat te danken aan de steun van een aantal gereformeerde collega's. Filosofie valt bij ons onder sociologie. Die faculteit telt vier gereformeerde hoogleraren, in Japan een unieke situatie." Het eerste jaar was de belangstelling voor het nieuwe specialisme minimaal. Zegge en schrijve één student meldde zich aan. Haruna liet zich echter niet ontmoedigen. Het afgelopen cursusjaar volgden al zeven jonge Japanners de colleges reformatorische wijsbegeerte. Nog belangrijker is voor de gereformeerde hoogleraar dat één student door zijn colleges werd overtuigd van de bijbelse waarheid en zich aansloot bij de Gereformeerde Kerk in Japan. „Christelijke filosofie mag nooit op zichzelf staan. Het gaat er ten diepste om dat mensen bij het Woord van God worden gebracht en de kracht daarvan leren kennen. Dat beschouw ik als de kroon op mijn werk."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.