+ Meer informatie

Ds. López: Onder Franco had kerk het beter dan nu

Spaanse predikant bedroefd over verval openbare zeden

4 minuten leestijd

OUDDORP - „Onder Franco hadden calvinisten heteigenlijk beter dan nu. Nu staan we vaak alleen in ons protest tegen het verval van de moraal en de openbare orde", Dat zegt ds. José López uit het Spaanse Mataró. Hij is predikant van de Iglesia Reformada Presbiteriana, een kleine protestantse kerkgemeenschap, met drie zusterkerken in Barcelona, Sevilla en Tenerife.

Volgens ds. López functioneerde , de staat in Franco's dagen als een soort vader. „Een buitenlandse dame die in minirok op het stadsplein van Madrid verscheen, werd door de politie naar huis gestuurd met de opdracht zich beter te kleden. En zakkenrollers had je toen ook niet".

De predikant wil niet ontkennen dat de Spaanse protestanten het nade oorlog moeilijk hadden, maar denkt dat de verhalen over vervolgingen wel eens worden overdreven. Ook hij werd in het verleden meer dan eens gevolgd door politieagenten, maar bleek ook met hen vrijuit te kunnen spreken over de Bijbel.

„Respect"

Na de grondwettelijke regeling van de vrijheid van godsdienst (1966, 1978) is er zelfs sprake van een zeker respect. Ds. López: „Regeringsambtenaren beschouwen ons als iets bijzonders. Maar dat respect staat voor hen op gelijke voet met hun waardering voor homoseksuelen".

Een probleem is volgens ds. López wel, dat de autoriteiten zich, als vanouds, wenden tot de hoogste gezagsdragers in de kerken en moeite hebben met de positie van onafhankelijke presbyterianen.

Verdeeld huis

Een gesprek met ds. López leert dat de protestantse minderheid in Spanje een verdeeld huis is. Zo zijn er de Iglesia Espanola Reformada Episcopal, de Iglesia Evangélica Espanola, de Unión Evangélica Bautista Espanola. Maar er zijn ook de Vergadering, onafhankelijken, pinkstergemeenten en zevendedags-adventisten.

De muren tussen de verschillende kerken worden soms hoog opgetrokken. Sympathisanten van de Northern Baptists willen bijvoorbeeld niets weten van de Southern. Maar ook de presbyteriaanse kerken blijken in vele gevallen onafhankelijk van elkaar te opereren, aldus ds. López. Zelf gaat hij tweemaal per zondag voor in Mataró, een industriestad met 110.000 inwoners, in de regio Barcelona.

Kleinschalig

Veel leden heeft zijn gemeente niet. Twintig jaar geleden waren er nog zestig. Daarvan zijn er vijfentwintig over. Het kerkverband waartoe zijn gemeente behoort, heeft in totaal 150 leden. Groei is er bijna niet. Sommigen hebben de kerk verlaten omdat zij ds. López te streng vinden. Hij legt namelijk sterke nadruk op de persoonlijke levensheiliging en de kerkelijke tucht.

Ds. López groeide op in de kring van de Vergadering van gelovigen. In deze gemeenschap had men weinig berip voor zijn ervaring „totaal zondaar te zijn voor God". Ds. López leerde dat middellijk door de intensieve lectuur van Calvijns Institutie. Later ontving hij een opleiding aan een presbyteriaanse bijbelschool. Zijn bibliotheek getuigt daarvan. Ds. López leest Manton en Watson en heeft een bijzondere voorliefde voor John Bunyan. „Zijn Christenreis is mijn levenservaring".

Samen met een kleine, actieve kern in zijn gemeente evangeliseert ds. López in Mataró, met foldermateriaal van de Spaanse Evangelische Zending (SEZ). Dat „moeizame" werk leerde hem dat de invloed van Amerikaanse pinksterkringen groot is. Veel meer zorgen maakt hij zich echter over de opmars van Jehova's getuigen.

De diensten in Mataró hebben veel weg van een willekeurige dienst in de gereformeerde gezindte. Elke eredienst begint met de voorlezing van de Wet des Heeren. Vervolgens wordt een psalm gezongen en (staande) gebeden. Na een tweetal schriftlezingen volgt de preek. Deze duurt slechts 15 minuten en wordt -in tegenstelling tot de gereformeerde liturgie- afgesloten met de wekelijkse viering van het Heilig Avondmaal.

Tijdens zijn korte verblijf in Nederland is het ds. López duidelijk geworden dat de avondmaalsviering hier minder frequent is. Hij kan dat eigenlijk niet zo goed begrijpen. De eerste christenen kwamen immers dagelijks bijeen om brood te breken. Later, in Troas, verschoof de viering naar de eerste dag van de week.

Dat deze avondmaalsmijding zo wijd verbreid is, noemt hij opmerkelijk. De „heilige huiver" kan hij wel begrijpen, maar aan het kerkelijk lidmaatschap gaat toch een onderzoek vooraf. Leden die door genade leerden dat zij zondaren zijn, worden juist, aldus ds. López, door de Bijbel opgeroepen aan de viering deel te nemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.