+ Meer informatie

Herleefd verleden

4 minuten leestijd

(3).

De stad Ninevé

„En liet woord des Heeren geschiedde tot Jona, den zoon van Amittai, zeggende: Maak u op, ga naar de grote stad Ninevé, en predik tegen haar want hunlieder boosheid is opgeklommen voor Mijn aangezicht."

Maar Jona vluchtte naar Jafo en scheepte zich in naar Tarsis. Hij wilde het Goddelijke bevel niet opvolgen. Zijn vlucht was echter tevergeefs. Jona moest naar Ninevé en de profeet is gegaan, door wonderlijke wegen). Drie dagen en drie nachten was Jona in het ingewand van de walvis, de geschiedenis is ons allen welbekend. Nogmaals sprak God tot Jona en hij ging, nu eenswillend met zijn Grote Zender.

Eén dagreis trok Jona Ninevé binnen en predikte: „Nog veertig dagen dan zal Ninevé worden omgekeerd." En.... Ninevé boog in het stof. „En God zag hunne werken, dat zij zich bekeerden van hunnen boozen weg en het berouwde God over het kwaad dat Hij gesproken had hun te zullen doen, en Hij deed het niet."

Nu is het al enkele duizenden jaren geleden, dat God zulke bemoeienissen had met de goddeloze stad Ninevé.

Tot in de vorige eeuw was er van deze grote stad niets meer overgebleven dan een woestijn. De Fransman Botta, een liefhebber van de natuurwetenschappen is het gelukt Ninevé aan de vergetelheid te ontrukken. Wij willen u er iets van vertellen.

In 1840 werd de arts Botta aangesteld tot consulair agent in Mosoel, een stad aan de Boven Tigris. 's Avonds na de gedane dagtaak ging hij er op uit om de omgeving van het stadje te verkennen. Aan de bewoners vroeg hij of zij geen oude potten of vazen hadden. Dikwijls had de Fransman succes, maar als hij vroeg, hoe zij aan die voorwerpen kwamen dan haalden zij de schouders op. Telkens werd zijn oog getrokken naar geheimzinnige heuvels, die van boven plat waren, in de omgeving van Mosoel. De bevolking wist echter niets van deze heuvels te vertellen dus besloot Botta zelf maar eens te gaan kijken en graven. Maar Botta had geen succes. Na een jaar graven hadden hij en zijn medewerkers niets anders gevonden clan een paar tegels.

Op een dag komt een Arabier hem vertellen, dat hij een heuvel wist, zestien kilometer verder, die vol zat met allerlei voorwerpen. Botta geloofde hem niet, maar de Arabier bleef aanhouden. Slechts met tegenzin stuurde hij een paar mensen naar de bewuste heuvel.

Een week later kwam een van de inboorlingen terug met de mededeling, dat zij bij het graven op oude muren waren gestoten, waarop allerlei beelden en vreselijke voorstellingen van dieren waren afgebeeld.

Onmiddellijk reed Botta te paard naar de plaats van de vondsten. Enkele dagen later volgden al zijn helpers uit Koejoensdjik en het graven begon. Het resultaat was verrassend, vele muren kwamen tevoorschijn en het duurde niet lang of Botta twijfelde er niet meer aan, of dit was het oude Ninevé. Een der prachtigste paleizen van de Assyrische heersers werd blootgelegd. Andere oudheidkundigen kwamen en herkenden het paleis. Het kon niet anders, of dit paleis behoorde eenmaal aan koning Sargon, waarvan Jesaja spreekt in Jesaja 20 vers 1. (In het jaar, toen Tartan naar Asdod kwam, als Sargon, de koning van Assyrië hem gezonden had, toen hij krijg voerde, tegen Asdod en het innam).

Dit zomerpaleis heeft koning Sargon gebouwd na de verovering van Baby-Ion. Rijkversierde portalen, gangen enz. kwamen tevoorschijn. Vele beeldhouwwerken vielen echter in stof uiteen, maar toch konden zij op papier bewaard blijven, want de Franse regering stuurde onmiddellijk een kundig tekenaar, die alles zo snel mogelijk tekende, voordat de gevonden voorwerpen verpulverd werden door de hete woestijnlucht. Fotografie kende men toen nog niet. Gelukkig bleef nog een groot aantal beeldhouwwerken behouden. Botta vervoerde deze zware stukken met vlotten over de Tigris, maar de eerste vlotten kantelden en.... de afgoden van Assyrië zonken opnieuw weg, maar nu naar de bodem van de Tigris.

Botta probeerde het weer en stuurde een nieuwe lading stroomafwaarts en dit gelukte.

Vele beeldhouwwerken van de oude Assyriërs staan nu in het Louvre te Parijs tentoongesteld.

Zwijgend staan daar de afgoden van deze arme heidenen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.