+ Meer informatie

Wederdopers

5 minuten leestijd

vervolg van pag. 3

mail up wacken und wil ju straffen"! Hier zou het nieuwe Sion gebouwd worden en al het oude moest verdwijnen: kerken en kloosters moesten het ontgelden, verbrandingen en beeldenstormen waren aan de orde van de dag en archieven en boekerijen gingen er evenzeer aan als beelden en altaren.

Koning van Sion...
Een revolutie heb je nooit voor jezelf alleen. Dat ervoer Jan Matthijsen, die in Jan Beukelszoon een flinke mededinger kreeg. Die ijverde voor een soort oudtestamentisch communisme met Munster als hoofdstad van een wereldrevolutie. In maart 1534 besloot bisschop von Waldeck toch gewapend in te grijpen. Jan Matthijsen sneefde bij een uitval rond Pasen om de stadsomsingeling door de bisschop te doorbreken.

Jan van Leiden werd de nieuwe „koning" van het Nieuwe Jeruzalem. Hij omringde zich met twaalf oudsten en liet hen verkondigen, dat iedereen boete moest doen en dat christenen geen privé- eigendom mochten hebben. Maar koning Jan eiste wel zestien mooie vrouwen voor zichzelf op, onder wie de weduwe Matthijsen, Divara van Haarlem, die ook Gertrud van Utrecht werd genoemd en die op 7 juli 1535 op de Domhof werd onthoofd omdat ze, nu de bisschop de macht hernomen had, het Doperdom toch niet wilde afzweren.

Ratten en muizen
Niet ieder was het met Jan en zijn beroep op bijbelse veelwijverij eens. De prediker Rothmann meende, dat ontucht en hoererij toch moeilijk bijbels te verdedigen waren. Koning Jan „bewees" echter uit de Schrift zijn gelijk en dwong ook zijn medestanders tot dit geestelijke inzicht. Een stadsoproer van smid Henrich Mollenhecke en een schare volk werd door koning Beukelszoon scherp onderdrukt; de beul Knipperdolling stelde Mollenhecke op het Domplein terecht.

Een bestorming op 25 mei 1534 van de bisschoppelijke troepen liep op niets uit. De Rijksdag van Worms kende hem toen 105.000 goudguldens toe om een versterkt leger op de been te brengen in een kruistocht tegen de dwepers. Intussen deed het beleg zijn werk: de stadsbevolking verhongerde en ratten en muizen werden begeerde lekkernijen. Dat duurde voort tot in begin 1535, maar ieder die het waagde zich te beijveren voor overgave werd vóór het Stadswijnhuis aan de Prinzipalmarkt door de „koning" als landverrader gevonnist.

Verblinding
Toen één zijner vrouwen, Elisabeth Wantscherer, hem erop wees dat de toestand echt onhoudbaar was geworden, onthoofdde hij haar vóór het oude Raadhuis in blinde woede en liet zijn andere vrouwen een rondedans rond haar lijk houden, terwijl ze „Alleen God in den Hoge zij eer" zongen. De verblinding van Jan van Leiden bleef voortbestaan. Ze herinnert aan die van Hitler tegen het eind van de oorlog. Jan geloofde nog in de eindzege en zond zijn apostelen uit in Munsterland om hun mare te verkondigen.

Maar de stad stierf langzaam en het geloof in Jans tijding nam af. Alleen zijn schrikbewind hield er de ,,moed" nog in. Niet lang meer, want twee overlopers haalden stiekem een stoottroep de stad binnen en in Johannesnacht 1535 kwam de doorbraak. De drie grootste raddraaiers werden opgepakt. Honderden Dopersen werden afgemaakt, tenzij ze hun Wederdoperdom afzwoeren. Met Jan van Leiden („zijt gij een koning?") en zijn makkers trok men rond door Munsterland tot lering en vermaak. Eerst in januari 1536 kwamen de drie voor het gericht op de Prinzipalmarkt.

Gekooide koning
Na een verhoor door bisschop Franz von Waldeck deden de beulen hun folterwerk met ijzeren tangen en een gloeiende dolk. De dode lichamen werden in de drie kooien aan de Lambertitoren aan de zijde der Prinzipalmarkt te kijk gehangen. Dat was het einde, niet van het Doperdom, maar wel van dit korte pogen, het nieuwe Godsrijk alvast zelf op aarde op te richten.

Nog één maal vragen we ons af: wereldse machtswellust of een toch — zij het volslagen verkeerd gerichte — begeerte om als Gods nieuwgeboren kinderen in gemeenschap van het ware geloof te leven?

Ik denk, dat beide elementen erin zaten. In navolging van diverse kerkhistorici zie ik Jan van Leiden wel als een overwegend misdadige en machtsbeluste boef, maar sommigen van zijn volgelingen-volkspredikers waren dat zeker niet. Hun kritiek op zijn handelen kostte hen soms het hoofd. De hervormers, met name Melanchthon, waarschuwden fel tegen dit dweperdom. Rome èn de Luthersen hadden hier een gemeenschappelijke vijand. De bisschop die Jan van Leiden bestreed, von Waldeck, neigde trouwens in deze tijd zelf naar Luthers leer.

Naast de drie kooien zijn andere souvenirs van het nieuwe Sion bewaard: het harnas van koning Jan (in de Burgerijzaal in het Raadhuis), de foltertangen, de door de Wederdoper-goudsmid geslagen eigen munten met de letters D.W.W.F. (Das Wort ward Fleisch; het Woord is vlees geworden), een speeltafel voor schaak- of damspel (in de Domschat), en vooral de illustraties.

Stadgenoot Heinrich Aldegrever heeft na de arrestatie van de leiders tal van gravures van hen vervaardigd: in vol ornaat met gouden ambtsketen en star („Gottes Macht ist myn Cracht" staat onder de prent van koning Jan). Tal van tijdgenoten brachten personen en gebeurtenissen in beeld, maar de dansfeesten van koning Jans hof in de oude Raadzaal zijn voorgoed verstomd: hij stelde vlees tot zijn arm en liet zich niet drijven door de Geest!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.