+ Meer informatie

SLOTWOORD

5 minuten leestijd

Mij is gevraagd een resumerend, evaluerend slotwoord te spreken. Ten dele kan ik daaraan voldoen. Ik ga de referaten niet becijferen, want het was geen competitie.

Het is belangrijk dàt er gesproken werd, dàt er geluisterd werd en dàt er van gedachten werd gewisseld. Dat is voor mij de allereerste waarde van de dag.

Van harte hoop ik dat het niet bij deze conferentie blijft. Er moet vèrder gepraat worden. Praten is nog altijd beter dan schrijven. En dan niet in een massale vergadering, maar in een kleine kring. Het meest ideale is wel het gesprek van man tegenover man, vrij van supporters, achterban, applaus en scheidsrechters. Praten voor het aangezicht van God. Dan kijk je elkaar in de ogen en hopelijk ook in het hart.

Ook deze dag heeft mij opnieuw in de overtuiging gesterkt hoe broodnodig het is dat wij ons blijven oefenen in het echte luisteren naar de ander. Voelt de ander - of het nu een persoon is of een vleugel - zich door mij begrepen? Neem ik hem en wat hij zegt serieus, ook kwalitatief? Of meen ik alléén de wijsheid in pacht te hebben, alléén begiftigd te zijn met de heilige Geest, alléén te buigen voor het gezag van de heilige Schrift en voor de gereformeerde belijdenis? Ik zeg tegen mezelf en tegen u allen: weest niet hoogevoelende. Laten wij alle farizeïsme - hoe ook verkapt - uitbannen. We dienen aan anderen te willen geven maar evenzeer van hen te willen ontvangen, tenzij hetgeen wat de ander zegt in duidelijke strijd is met het geopenbaarde Woord van God.

Daar is vandaag gesproken over: Wat is de rechte prediking anno 1985? We begrepen allemaal ruimschoots van tevoren waarom de vraag zó geformuleerd werd.

Principieel blijft de rechte prediking inderdaad voor elke tijd gelijk. Het hart van alle mensenkinderen is boos en verdorven vanaf het begin. Paulus schrijft in Romeinen 3 dat allen onder de zonde zijn. Wel dienen we terdege te beseffen dat we in 1985 leven, in een tijd die heel sterk het kenmerk draagt van „de laatste tijd”, waarin geweldig uitkomt - ik verwijs u naar het openingswoord van de voorzitter - „Gij hebt de mens bijna goddelijk gemaakt” en eveneens „hoe groter geest, hoe groter beest”.

Daar is gekozen voor het bijvoeglijk naamwoord rechte. Er zijn ook andere bijvoeglijke naamwoorden. In de pastorale brieven (1 en 2 Timotheüs en Titus) bezigt Paulus diverse keren het woord „gezond”, zoals: we moeten een gezonde leer verkondigen, gezonde woorden spreken. Letterlijk staat er hygiënisch.

Wanneer is de prediking hygiënisch? Als zij in overeenstemming is met de apostolische leer, dat is: als zij een etalering is van de uitstraling van de door God in Christus aangebrachte verlossing. Of anders geformuleerd: als verkondigd wordt de levende Jezus Christus voor ons, in ons en door ons. Ik herhaal: voor ons, in ons en door ons. Dus ook door ons, door middel van ons. We dienen Christus’ transparant te zijn. Zijn beeld vertonend, ook bij voorbeeld in uiterste liefde, in lankmoedigheid, in zelfvernedering, in eerlijkheid. Dit „door ons” moet dus geconcretiseerd worden. Inderdaad, het komt aan op deze drie voorzetsels: voor, in en door. De preek is onhygiënisch als er één voorzetsel van deze drie principieel ontbreekt.

Als ouderlingen hebt u de opdracht om toezicht te oefenen of onze prediking gezond is, of er naar deze maatstaven niets valt op te merken. Ten aanzien van andere predikanten dan uw eigen bent u tot dit beoordelen enkel enigszins in staat als u hen persoonlijk beluistert in de verkondiging.

De toezicht op de gezonde prediking is ontzaglijk belangrijk, met name omdat het de heilige Geest belieft door middel van de prediking mensen voor God en voor elkaar gezond te maken en gezond te houden. Daarvoor liggen rijke beloften. Met als resultaat: een gezonde gemeente.

Wat is een gezonde gemeente? Waarin het apostolisch woord alle gezag heeft 1. in de leer, in de vermaning, in de wederlegging; 2. in de levenswandel, inclusief in die van de kerkelijke vergaderingen; 3. in het geloof, de liefde en de volharding.

Het is noodzakelijk dat wij werken aan de geestelijke gezondheid van onze gemeente en dat wij elke echte verstoring daarvan trachten te voorkomen. Laten wij alstublieft geen hygiënisten zijn zonder meer, maar laat een ieder van ons zichzelf onderzoeken of hij tot jongeren en ouderen kan nazeggen wat Paulus eens sprak tot Timotheüs in 2 Timotheüs 1:13: Neem tot voorbeeld de gezonde woorden, die gij van mij gehoord hebt, in het geloof en de liefde, die in Christus Jezus is. De gezonde woorden moeten het normerend schetsbeeld zijn, maar dan wel beoefend in het kader van het levend geloof tot God en in de liefde tot de gemeente zoals die voortvloeien uit de gemeenschap met Jezus Christus. Ons toezicht moet in dat geloof en in die liefde gedompeld zijn, als het ware daarin zwemmend.

Mannen broeders, ik eindig met vers 14: Bewaar aldus - dat is bewaak en breng in praktijk - door de heilige Geest, Die in ons woont, het goede, dat u is toevertrouwd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.