+ Meer informatie

Belijden en vergeven

5 minuten leestijd

„Indien wij onze zonden belijden. Hij is getrouw en rechtvaardig dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid." 1 Johannes 1:9

In dit Schriftgedeelte staan twee dingen tegenover elkaar: het ontkennen en het belijden van de zonde. De mensen over wie het hier gaat ontkennen hun zonde wel heel radicaal: zij zeggen dat ze geen zonde hébben (vs. 8)! Nu zal er onder ons niemand zijn die zó ver gaat, maar ook wij hebben de neiging onze zonden toe te dekken, of te vergoelijken. Wie de zonde probeert te ontkennen, bedriegt zichzelf en maakt God tot een leugenaar (vs. 10). Wat daarmee bedoeld wordt? Wel, als iemand de zonde ontkent, zegt hij daarmee eigenlijk dat het Woord van God niet waar is. In de Schrift staat immers telkens weer te lezen dat ieder mens zondaar is en dat er niemand is die goed doet...? Wie weigert dat te erkennen, beschuldigt ten diepste de God van het Woord van leugen en bedrog! Maar de hoge God is niet als wij: Hij is geen mens dat Hij liegen zou (vgl. Num. 23:19). Hij spreekt de waarheid, en niets dan de waarheid, óók wanneer Hij ons aanzegt dat wij schuldig staan voor Hem. Daarom is het zo nodig dat wij onze zonden niet ontkennen of verhullen, maar ze eerlijk belijden voor Hem!

Nu heeft de uitdrukking "onze zonden belijden" een diepe inhoud. Letterlijk betekent "belijden" namelijk zoiets als: "hetzelfde zeggen", "instemming betuigen met". Wie oprecht zijn zonden belijdt, stemt dus van harte in met wat God over onze zonden in Zijn Woord zegt. En dat is bepaald geen vleiende boodschap. In de Schrift lezen we namelijk dat wij door onze zonde en schuld God bedroeven en onteren en Hem tot toorn verwekken. Hij kan het kwaad dat wij mensen bedrijven niet aanzien en dreigt met Zijn zware straf Wie zijn zonden belijdt, buigt bij die scherpe boodschap het hoofd en erkent met verdriet in zijn hart: „Alles wat uw Woord over mijn leven zegt, is waar: ik heb tegen Uw heiligheid en tegen Uw liefde, tegen Uw wet en tegen Uw evangelie gezondigd!" „Onze zonden belijden" betekent trouwens ook dat we erkennen dat we tegen God gezondigd hebben en gedaan hebben wat kwaad is in Zijn ogen. Dat maakt onze zonde zo ernstig en onze schuld zo zwaar...! We hebben gezondigd, tegen Hem Die ons voortdurend met Zijn vele zegeningen omringt en er recht op heeft dat wij Hem kennen en Hem dienen. Is er juist daarom geen reden te over om onze knieën te buigen en eerlijk te belijden: „Heere, ik heb tegen U gezondigd!?

Iemand vraagt zich misschien af waarom het zo belangrijk is dat wij onze zonden leren belijden. Welnu, de Heere heeft daaraan in Zijn genade rijke beloften verbonden. Zo houdt de Spreukendichter ons voor: „Die zijn overtredingen bedekt zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen" (Spr. 28:13). Onze tekst zegt in wezen hetzelfde: „Indien wij onze zonden belijden. Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid." Neen, dat betekent niet dat we door de belijdenis van onze zonden die genade verdienen. Wèl is het zo dat God vergiffenis belooft aan hen die hun zonde en schuld voor Hem leren belijden. In de tekst die voor ons ligt, wordt daarom benadrukt dat Hij getrouw is aan deze belofte, wanneer Hij hun die met een verbroken hart tot Hem vluchten de zonde vergeeft. Maar er staat niet alleen dat God getrouw, maar ook dat Hij rechtvaardig is. Hoe kan een God Die rechtvaardig is nu de zonde vergeven? Als hij „in het recht treedt", moet Hij de zonde toch straffen? Inderdaad, maar er is ook nog een ander aspect van Zijn rechtvaardigheid. We moeten daarvoor letten op het kruis van Christus. Toen en daar heeft de hoge God Zijn rechtvaardigheid betoond door de zonden te straffen aan de bloedende, stervende Zaligmaker. Welnu, als een verloren zondaar door het geloof achter het bloed van deze Christus schuilen mag, dan straft God de zonde niet twee keer: een keer aan Zijn Zoon en ook nog eens een keer aan die zondaar. Aangrijpend heeft de Engelse predikant- dichter Joseph Hart dat in een van zijn liederen bezongen:
Betaling eist God nooit twee keer:
Eerst van de hand van mijn lijdende Heer'
En dan nog weer van mij.

Volkomen verzoening bereidde Gij;
De laatste penning voldeed Ge voor mij
Van heel mijn hoge schuld.

Omdat God getrouw èn rechtvaardig is, gaat de zondaar die door het geloof schuilen mag achter het bloed van Christus vrijuit. Want in dat bloed vindt hij volkomen vergeving van al zijn zonden. Daarom klemt de vraag: Hebt u, die deze regels leest, de toevlucht leren nemen tot het bloed van Christus? Vergeet het niet: zonder het bloed van Christus bent u zo arm, want dan draagt u het pak van uw zonden nog! Daarom wordt ons dringend de weg van de schuldbelijdenis gewezen, want „Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve..."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.