+ Meer informatie

TER OVERWEGING

17 minuten leestijd

Jaarboek 1999 van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland. Uitg. Buijten & Schipperheijn / Van Brummen, Amsterdam 1999. 320 blz. f 14,90.

Deze bespreking bedoelt slechts een aankondiging te zijn. Dankbaar voor de verschijning, de cijfers, de feiten en de aandacht daaraan gegeven door drs. Starreveld, de chroniqueur van dit jaar. Er zou over feiten, cijfers en besluiten van de generale synode veel te zeggen zijn. Het is beter daaraan een artikel of referaat te wijden (zoals op de ouderlingenconferentie in april jl. gebeurde). Laat ik nu onze erkentelijkheid tegenover de redactie uitspreken en de wens dat in een volgend jaaroverzicht er ook een dieptepeiling van onze kerkelijke en geestelijke situatie wordt gegeven. Hoezeer daaraan het gevaar is verbonden van een persoonlijke kleur, toch zou dat de onderlinge discussie kunnen stimuleren. Die hebben we nodig, vanuit het verlangen naar meer begrip voor de eigen situatie en die van de wereld om ons heen. We hebben die ook nodig om samen verder te kunnen verder gaan.

Nogmaals dank voor dit kerkelijk informatieboekje - onmisbaar voor een meelevend kerklid.

Drs. J.C. Schaeffer (red.), Informatieboekje voor de Nederlands Gereformeerde Kerken, editie 1999. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1999. 288 blz. f 17,25.

Blijkens het statistisch overzicht (van de hand van ds. Storms) mogen de Ned. Geref. Kerken zich Verheugen in een voorzichtige groei - in tegenstelling tot onze kerken. Eind 1998 werd de grens van 30.000 leden gepasseerd. Niettemin spreekt ds. Schaeffer in zijn jaaroverzicht over een ‘rampjaar’. Dat spitst hij o.a. speciaal toe op de onderlinge verhoudingen met de Chr. Geref. Kerken en Geref. Kerken (vrijg.). Een groot gedeelte van het overzicht wordt aan het ontbreken van een doorbraak, ja zelfs het beëindigen van samensprekingen gewijd. Inderdaad is e.e.a. een erg verdrietige ontwikkeling, waarbij iedere kerkelijke gemeenschap er goed aan zal doen de hand in eigen boezem te steken. Dat is altijd nog het meest vruchtbaar. Intern, zo blijkt uit het overzicht, zijn er vele activiteiten in de NGK waarbij men de zegen van de Here mag opmerken. Te denken is aan de zending op verschillende terreinen, en het plaatselijk gemeenteleven. Laten we samen als kerken van gereformeerd belijden blijven staan voor de verwerking van wat Schrift en belijdenis ons geven als fundament voor het kerkzijn in deze verwarrende tijd.

Ds. Peter H. van der Laan, Eenmaal gedoopt. Spiritualiteit van de doop. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1998. 179 blz. f 27,50.

Gesprekken met mensen die nadenken over - of over willen gaan tot volwassendoop brachten ds. Van der Laan, Geref. (vrijg.) predikant te Leiden tot het schrijven van dit boek, een verantwoording van zijn bijbels-gereformeerde visie op de (kinder)doop. Vooral jonge mensen en gezinnen heeft hij daarbij op het oog. In die kring wordt immers heel veel nagedacht over ‘geloofsopvoeding’ en loopt men soms ook tegen de grenzen van onze eigen mogelijkheden en die van het christelijk onderwijs aan. De kracht van dit boek is ongetwijfeld dat het op een frisse, eigentijdse wijze de beloften van God, die ons bij de doop geschonken zijn, en de geloofsgehoorzaamheid die daar onzerzijds op moet volgen, onder woorden brengt. Daarbij komen veel zaken uit vroegere en hedendaagse kerkelijke verschillen ter sprake: veronderstelde wedergeboorte, verbondsautomatisme, afgrenzing tegen evangelische tendenzen. Een boek om je ‘tanden in te zetten’, zowel kerkelijk als persoonlijk.

Dr. Pieter K. Baaij, De God antwoordende mens. Exegetische studie van Romeinen 3:21-8:39. Uitg. Groen Heerenveen 1998. 761 blz. f 79,–.

In 1992 sloot dr. Baaij zijn theologische studie af met een promotie over 2 Cor. 3. Hij had deze studie opgevat na afsluiting van zijn maatschappelijke carriere. Toen reeds bleek zijn belangstelling voor de figuur van Paulus. Na 1992 heeft hij deze belangstelling via een exegetische studie over Romeinen 3-8 verdiept. Het resultaat ligt voor ons: een respect afdwingende studie over het betreffende Schriftgedeelte, gevoed vanuit de overtuiging dat Paulus slechts verstaan kan worden vanuit de taal van zijn volk, het Hebreeuws. Door te onderzoeken welk Hebreeuws achter Paulus’ Grieks verborgen ligt, komt de bedoeling van de brief aan de Romeinen aan het licht: het eigenzinnig doen van de geboden brengt de mens niet nader tot de God van Israël; alleen het vertrouwen op God - gevoed door de Messias als spil van Gods heilsplan met de mens - brengt vrede. Op de flap staat dat het boek behalve voor theologen ook ‘uitstekend leesbaar’ is voor de niet theologisch gevormde leek’. Het spijt mij, maar dát is echt niet waar. Wel is het waar dat de auteur getuigenis aflegt van niet aflatende noeste exegetische arbeid; hij heeft een bewonderenswaardige prestatie geleverd.

Drs. O. Mooiweer, Bidden & verwachten. (22 meditaties). Uitg. Barnabas, Heerenveen z.j. (1998). 116 blz. f 19,95.

Ds. Mooiweer, emeritus-predikant binnen de Ned. Geref. Kerken, heeft ons gediend met een bundeling van zijn meditaties. Ze stoelen op een degelijke Schriftverklaring en leggen getuigenis af van een innig geloofsleven, dat door de stormen heen gelouterd is. U zult er geen spijt van hebben als u het aanschaft; het zal u dienen in de persoonlijke omgang met God, maar het heeft ook zijn waarde bijv. bij de opening van een vergadering of kring. Elk gedeelte sluit af met een opmerking of een vraag. Soms in de roos (ik denk aan blz 74, ‘Het is niet belangrijk hoe uw levensbeschrijving eruitziet. Het gaat erom welke lijn erdoorheen loopt’); soms ook roept dat om een verhaal op zichzelf en gaat het daardoor aan de opzet voorbij (blz. 31, ‘Hoe moeten wij de zogenaamde agressieve gedeelten in de psalmen verklaren?’)

Genesis (1-3). Hebreeuwse tekst en Nederlandse vertaling. Uitg. Wever Van Wijnen, Franeker 1999. 32 blz. f 9,95.

Ter gelegenheid van de nieuwe start van de bekende boekhandel in Franeker verschijnt dit begin van de uitgave van het boek Genesis, waarbij de vertaling in het Nederlands naast de weergave van de Hebreeuwse tekst is geplaatst. Het maakt de vergelijking van deze twee tot een gemakkelijke zaak. De vertaling is strak, dicht aansluitend bij de letterlijke Hebreeuwse tekst, maar toch ook qua Nederlands zó gekozen dat het goed (voor) te lezen is. De Godsnaam is met ‘HEER’ weergegeven, het woord ‘isja’ met ‘vrouw’, en niet met ‘mannin’. De onderlinge verwantschap tussen de woorden ‘man’ en ‘vrouw’ in het Hebreeuws is daardoor niet meer zichtbaar. Dat is opgevangen door een voetnoot.

Hans Groen, Identiteit als belofte. Over organisaties die een naam hebben op te houden. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1998. 152 blz. f 39,90.

In dit boek wordt de vraag gesteld hoe het komt dat vele christelijk-sociale organisaties die vanaf het eind van de 19e eeuw in Nederland werden opgericht, in de loop van ruim honderd jaar weer goeddeels zijn verdwenen. Hebben maatschappelijke organisaties op basis van een christelijke identiteit nog zin? Een belangrijke vraag, dunkt me! De auteur gaat de geschiedenis door en komt uiteindelijk tot de conclusie dat de gestelde vraag bevestigend beantwoord kan worden. De wijze waarop dat gebeurt, kan mij inmiddels niet geruststellen. Dat komt hierdoor, dat meteen al (op blz. 3) ons gemeld wordt dat ‘de christelijke identiteit niet op voorhand zal worden gedefinieerd’. En verderop in het boek komt dat niet echt goed. Maar hoe kan een belofte helder worden wanneer er geen duidelijke afspraken zijn gemaakt? Is één van de problemen rond het verdwijnen van de christelijke zuil niet juist dat de verworteling in de Schriften een vraag is geworden? Dat had naar mijn gedachte veel meer bezien moeten worden.

Emile J.P. Brommer e.a. (red.), Schrijf ze op de tafel van uw hart. Lessen uit het leerhuis. Uitg. Stichting voor Talmudica, Hilversum 1998. 140 blz. f 25,–.

Oud-leerlingen en medewerkers van rabbijn Yehuda Aschkenasy hebben hun krachten gebundeld en ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Folkertma Stichting voor Talmudica een aantal onderwerpen belicht. Het betreft o.a. gelijkenissen (Matt. 25:14-30), naastenliefde (Lev. 19:18), helende werking van de psalmen (Ps. 92). In de bezinning verwerkt men de omgang met de Joodse traditie. Zodoende komen het Oude en Nieuwe Testament, maar ook de Talmud en Midrasj en de Joodse mystiek in beeld.

De lezer krijgt op deze wijze de gelegenheid om allerlei teksten uit en rond de Schriften op te zien lichten vanuit deze tradities, die ieder een eigen omgang met die teksten hebben. Dat is leerzaam en prikkelend, het laatste bijv. bij de stelling: ‘Het onderwijs van Jezus verbindt Joden en christenen, het onderwijs over Jezus Scheidt hen’ (blz. 38). Zo nodigen de auteurs uit tot kritisch meedenken. Voor hen die iets verder willen spitten dan gewoonlijk biedt dit boek ruime mogelijkheden daartoe.

Gerard Dekker en Hijme Stoffels, Een kerk die bij mij past. Gereformeerde jongeren over de kerk. Uitg. Kok, Kampen 1998. 72 blz. f 19,90.

Een onderzoek onder een flink aantal belijdeniscatechisanten uit de kring van de Geref. Kerken in Nederland leverde een dwarsdoorsnede op van hun meningen over geloof, kerk en samenleving. Een aantal opvallende zaken: de jong-belijdende leden vinden dat de kerk er in eerste instantie voor de gelovige is, en niet omgekeerd. Verder blijken begrippen als verzoening en verlossing nauwelijks enige rol te speien. Dat is bepaald onthullend. Ook de vorm van kerkdiensten en kerkzijn i.h.a. ontmoet veel kritiek. Men wil vooral eigen keuzen maken, waarbij de kerk niet voor de voeten moet lopen en zeker geen kritische kanttekeningen moet maken. Al met al veel om over na te denken. Ook voor onze eigen kerken? Niet integraal, zo denk ik. Maar dat dergelijke geluiden ons voorbijgaan, denkt u dat als ambtsdrager maar niet. Leg uw oor maar eens goed te luisteren, vooral bij groepen catechisanten nog vóór de belijdenisgroep. De kunst is vervolgens het positieve door te laten werken en het negatieve - voor zover mogelijk - te keren, met geduld en liefde.

L.W. Smelt, Van kracht tot kracht. Om een diepere beleving van het avondmaal. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1999. 56 blz. f 9,90.

Met name voor hen die pas belijdenis hebben gedaan, maar ook voor hen die in de avondmaalsviering opnieuw de verrassing van Gods liefde willen ontdekken, schreef ds. Smelt (eertijds predikant in dienst van de GZB en nu in Ede) een boekje waarin hij van dag tot dag via het avondmaalsformulier stof tot meditatie en toerusting aanreikt. Vanaf twee weken vóór tot één week na de viering geeft het dagelijks geestelijke voeding. Na het stukje formulier volgt een bijbelgedeelte met korte uitleg en een gebed. Principieel betrouwbaar en qua vormgeving/woordgebruik eigentijds, een fijne en zeldzame combinatie!

Ds. F. van Deursen, Handelingen van de apostelen I (1-14), deel 1R in de serie ‘De Voorzeide Leer’. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1999. 336 blz. f 59,90.

De bekende reeks ‘De Voorzeide Leer’, waarin de Heilige Schrift en de belijdenisgeschriften al lange tijd worden toegelicht, vordert langzaam maar gestaag. Het is dan ook geen geringe opgave. Nadat wijlen ds. C. Vonk er aan begonnen was, heeft ds. F. van Deursen (nu Ned. Geref. emeritus-predikant) de serie voortgezet. Het nu verschenen deel heeft dezelfde opzet als vorige delen: duidelijke, voor iedere geïnteresseerde bijbellezer te volgen, uitleg van een bijbelgedeelte van tekst tot tekst, met daarbij ook telkens een samenvattende toelichting van de pericoop. De vele tekstverwijzingen tonen iets van de nauwgezetheid van de exegese. Dat levert soms heel mooie ‘doorkijkjes’ op; daarbij denk ik, om een voorbeeld te noemen, aan de uitleg van Hand. 8:26-40 met de lijn naar Jesaja, niet alleen Jes. 53, maar ook de volgende hoofdstukken. Juist vanwege die vele verwijzingen miste ik de lijn van Hand. 1:9 - de wolk - naar Ex. 13:21.

Het dwingt respect af wanneer iemand een zo uitvoerige studie het licht laat zien, zeker in het licht van wat al eerder verschenen is. We hopen dat de serie haar voltooiing mag vinden.

Thijs Weersfra, Als het hart waakt. Gebeden. Uitg. Kok, Kampen 1998. 126 blz. f 18,50.

Van de in 1998 overleden predikant, schrijver en dichter Thijs Weerstra is in deze bundel een ‘collectie gebeden’ opgenomen. En dat in grote variatie: rond verschillende situaties ouders-kinderen, rond overlijden en eenzaamheid, rond pesterijen van kinderen (!), rond verslaving, rond vergeving door God en mensen, rond het reizen toegespitst op de eeuwigheid enz. Zo spreekt hij nadat hij gestorven is. Ik onderstreep wat op de flap staat: ‘gebeden die opvallen door eenvoud en zeggingskracht’. En goede tip voor een geschenk namens de kerkenraad bij allerlei gelegenheden.

Ds. A. van der Veer, Woorden die teilen. Bijbels dagboek. Uitg. Voorhoeve, Kampen 1998. 140 blz. f 22,50.

Opnieuw een bundel meditaties van de bekende voorzitter van de EO, eerder in Visie verschenen. Ze staan garant voor een korte, duidelijke en vaak pakkende boodschap. Dat hebben we ook uit eerdere boeken van hem gemerkt. Met dit boek heb ik zitten worstelen als het gaat om de structuur. De titel doet vermoeden dat er veel over de gefallen in de bijbel zal worden gesproken. De inhoudsopgave verraadt dat dit - in opklimmende lijn van 1 tot 1000 - ook zo is. Dat wil zeggen: om de vier meditaties. Maar wat is dan de verbinding van het aan de orde zijnde getal in een bepaald stukje en de drie daarop volgende stukjes? Eerst vermoedde ik een duidelijke uitwerking (en daar was ik blij mee): van ‘één’ ging het naar ‘eenzaamheid’, maar toen kwam ik in datzelfde blokje bij het zeven dagen durende loofhuttenfeest. Dat getal werd in het stukje overigens niet nader toegelicht. Eén kwam - veel - later weer terug tussen 40 en 50, namelijk in het stukje ‘Eén zijn met God’, blz. 99. Gaandeweg verder lezend dacht ik: Ìs er eigenlijk wel een samenhang? Zij is mij in ieder geval niet echt duidelijk geworden.

Dr. A. van de Beek, Jezus Kurios. De Christologie als hart van de theologie. Uitg. Kok, Kampen 1998. 320 blz. f 45,–.

Voor ons ligt een boek, dat in vele opzichten in zijn theologische positiekeuze weldadig aandoet. Er zijn, niet in het minst uit de kring van gereformeerde theologen, de laatste tijd verschillende studies over Jezus verschenen die inhoudelijk het predicaat ‘gereformeerd’ werkelijk niet konden dragen. Hier is een (hervormd) theoloog die het opneemt voor de betrouwbaarheid van wat ons in de Schriften over de Here Jezus is overgeleverd. Geen gemakkelijke kost; direct al in het eerste deel kruipen we door de kerkgeschiedenis heen en laat de auteur de zaken zien waar het altijd om gegaan is: hoe is de relatie tussen God en Jezus? Zijn persoonlijke positiekeuze tekent zich daar al af, maar wordt in het tweede deel (ad fontes: naar de bronnen van de Heilige Schrift en de oude christelijke belijdenis) nog duidelijker. Wil men het kort samenvatten, dan kan dat via deze overtuiging (bijv. op blz. 141): laten wij ons ervoor wachten om een theologische benadering van de Schrift tegen een historische uit te speien. Wie dat doet zal niet alleen de historie, maar ook de theologie kwijt raken.

Het boek gaat verder, met een doorlichting van verschillende ‘genitief’-theologieën (derde deel) en met een deel vier: ‘Christus en de godsdiensten’. En ook daar weer: vele zaken om diep over na te denken, soms tot beschaming. Wat denkt u in dit kader van het volgende citaat: Luisterend naar veel preken en nog meer naar veel expressies van gelovigen in het pastoraat, zou ik tot de conclusie moeten komen dat er geen enkele belemmering hoeft te zijn om Christendom en islam te fuseren’ (blz. 270)? Tegelijk kan men hier wel de vraag stellen (naast kleinere opmerkingen door het boek heen) of voldoende de noodzaak om exclusief tot de keuze van de unieke Christus te komen uit de vert komt. Hangt dat samen met het feit dat in het boek weinig de noodzaak van het geloof in deze Kurios wordt beklemtoond? Maar laat ik eindigen met een citaat dat mij recht in het hart trof:‘… laat niemand denken dat je met een goede trinitarische godsleer je knieën al gebogen hebt voor God de Heer. Want het kennen van deze God betekent dat de gezindheid van Christus Jezus jouw gezindheid is.’ (blz. 123).

Annelies Barth, Tegendraads?! Een andere kijk op homoseksualiteit. Uitg. Voorhoeve, Kampen 1998. 64 blz. f 16,50.

De titel zegt het al: de auteur verdedigt haar benadering van de (gepraktiseerde) homoseksualiteit tegen de steeds meer gangbare maatschappelijke aanvaarding. Ze gaat daartoe de relevante bijbelgedeelten langs en laat zo zien dat de Here God de seksualiteit ingebed heeft in de kaders van het (hetero-)huwelijk; alles daarbuiten valt buiten zijn heilige goedkeuring. Soms is zij daarin speculatief (bijv. op blz. 22, waar meer aan OT-ische profeten wordt toegedicht dan eruit te halen valt), maar meestal betrouwbaar. Van groot belang is hoofdstuk 7, waar de bijbelse liefde wordt ingevuld vanuit de waarheid en norm van Gods Woord. Dat betekent overigens ook (zo wordt terecht gesteld) dat we een uiterst zorgvuldige benadering dienen te hebben met ieder die met die liefde van God in aanraking komt, ook als er sprake is van (seksuele) misvattingen. Dat is waardevol in dit boek.

Dr. A. Noordegraaf, Vijf broden en twee vissen. Missionair gemeentezijn in een (post)moderne samenleving. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1998. 333 blz. f 44,50.

Met dit boek zijn wij voorlopig niet klaar. Een standaardstudie over het onderwerp zoals in de ondertitel verwoord. De titel verwoordt enerzijds de verlegenheid die de christelijke gemeente aan het eind van deze eeuw bekruipt: zó klein geworden en met name in de Steden vaak zozeer vergrijsd, maar anderzijds de gelovige verwachting dat juist dat weinige in de handen van de drieënige God tot een gezegend werk mag worden.

Het boek is geschreven tegen de achtergrond van de Ned. Herv. (en Geref.) Kerk. De auteur is immers daaraan verbonden, het laatst als docent Praktische Theologie aan de Universiteit Utrecht. Echter ook in de kleinere reformatorische kerken kan het goede dienst bewijzen. Allereerst gaat hij de bijbels-theologische noties na van het missionair gemeente-zijn (hoofdstuk 2), tekent een halve eeuw apostolaat in NHK en GKN (hoofdstuk 3), bespreekt verschillende kerkmodellen (hoofdstuk 4), om vervolgens in hoofdstuk 5 de eigen visie te ontwikkelen (die natuurlijk daarvoor al telkens in de confrontatie met anderen zichtbaar werd): de concentratie op ons kerk-zijn is de omgang met God, gemeenschap met elkaar, getuigenis en dienst aan de samenleving (blz. 225 en 226). Deze dienen evenwichtig aandacht te krijgen; al eerder (hoofdstuk 3) werd in het boek duidelijk gemaakt, dat daar waar in de geschiedenis het aspect van de noodzaak van de persoonlijke verzoening met God ondersneeuwde ten koste van de maatschappijke assimilatie dit ten koste ging van de bijbelse werfkracht van de kerk. De Schrift moet ten volle spreken! Tenslotte wordt deze visie in hoofdstuk 6 praktisch uitgewerkt, zodat we ons verdiepen in de liturgie, de missionaire toerusting, het evangeliseren, het dienstbetoon enz. Noordegraaf graaft zich in in de materie, neemt de bezinning van (vele!) anderen positief-kritisch mee en doet dat met zijn bijbels-gereformeerde overtuiging.

Met name het laatste hoofdstuk kan - met de andere als ondergrond - vruchtbaar gemaakt worden voor kerkenraden en andere leidinggevende en/of dienende groepen in de gemeente: men bestudere een aspect en houde er een gesprek over aan het begin van een vergadering.

Dr. D. Martyn Lloyd-Jones, God de Heilige Geest. Serie geloofsleer. Uitg. Groen, Heerenveen 1999. 260 blz. f 59,95.

De naam van de auteur zal onder ons nauwelijks meer toelichting nodig hebben. AI vele boeken van zijn hand zijn in de gereformeerde gezindte bestudeerd en tot zegen geweest. Dit boek is uit de serie ‘pastorale uitleg van de geloofsleer’. Het belicht het werk van de Heilige Geest bij de heilsorde. Het zijn uitgewerkte lezingen, die in het kader van de bestudering van de belijdenis van grote waarde zijn. Op onderdelen zou men de auteur in gesprek willen gaan; ik denk bijv. aan het behouden worden van de jong gestorven kinderen, zoals dat op blz. 89 benaderd wordt. Gebeurt dat op grand van een vroege wedergeboorte, of (zoals de DL toch bedoeld hebben) door de kracht van Gods beloften?

Drs. L.C. Klein-Vuijst, Rouwen om een kind. Uitg. Groen, Heerenveen 1999. 181 blz. f 29.95.

Dit boek is verschenen in de serie Praktisch en pastoraal. Het gaat over een teer onderwerp: het sterven van een kind en de verwerking daarvan. Tien ouderparen hebben de schrijfster verteld over hun ervaringen i.v.m. het sterven van hun kind en hoe hun gezinsleven daarna is verdergegaan. Hierdoor staat het boek dicht bij rouwende gezinnen en kan als een handreiking dienen. Verder wordt veel informatie gegeven waardoor familie, vrienden, gemeenteleden en ambtsdragers geholpen worden om de rouwende gezinnen tot steun te kunnen zijn. Een bespreking over het hoofdstuk “meeleven” zou ik iedere kerkenraad van harte willen aanbevelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.