+ Meer informatie

Voor de jeugd

7 minuten leestijd

Beste jongelui!

Het is al weer enige tijd geleden, dat we iets van elkander gehoord hebben. Het was me de laatste keer echt ontgaan. De feestdagen zijn altijd drukke dagen voor een predikant en de tijd gaat zo snel. Nu zijn dan de feestdagen voorbij. Dat wil niet zeggen, dat de drukte nu ook voorbij is. Als men werk ziet, dan is er altijd volop te doen. Gelukkig als men zijn werk zien mag. Dat geldt ook voor een jong mens. Dan heb je van de verveling niet gauw last. Want „verveling” is een kwaad ding in het leven. Men komt dan zo heel gemakkelijk tot dingen, die men voor God en mensen niet meer verantwoorden kan. Er is een spreekwoord, dat zegt: Ledigheid is des duivels oorkussen. Sommigen denken, dat dit in de Bijbel staat. Nu, zo is het niet. Maar dat wil niet zeggen, dat het daarom niet waar zou zijn. Het is wel terdege waar. Ik hoop, dat jullie er allemaal rekening mee zullen houden. Inmiddels hoop ik, dat mijn jeugdige korrespondentievriendin haar geduld nog niet verloren is. Het is al enkele weken geleden, dat ik haar brief, met verschillende vragen, mocht ontvangen. De eerste vraag heb ik beantwoord. Ik hoop van naar genoegen. Reakties heb ik daarop niet meer ontvangen.

Doch nu zit mijn vriendin nog met enkele vragen omtrent de Heidelbergse Catechismus. Het is haar opgevallen, dat de vragen, die daarin voorkomen, allemaal zo persoonlijk gericht zijn. Ze weet daar niet goed weg mee, n.l. of deze vragen nu alle mensen gelden dan wel of ze alleen betrekking hebben op Gods volk. Ze heeft er met haar vriendin over gesproken en die meende, dat die vragen alle mensen gesteld worden, en ze verbond daaraan tegelijkertijd de konklusie, dat de Heere Jezus toch voor alle mensen gestorven is. Maar dat kon mijn geachte jeugdige vriendin niet geloven. Dat komt haar wat al te gemakkelijk voor. Dat de Heere Jezus gestorven is voor heidenen, roomsen en alle mensen. „Als dat zo is, dan is er geen bekering meer nodig. Want dan komt iedereen in de hemel door het lijden van Gods Zoon, zonder meer. Gaat het dan zo gemakkelijk, enz.?”

Dat is het probleem. Met deze vraag ben ik ook blij en wel om verschillende redenen. Want mijn vriendin geeft blijk interesse te hebben voor de Heidelbergse Catechismus. En dat vind ik geweldig. Want oudere mensen houden dikwijls niet zo van de Heidelbergse Catechismus. Men vindt hem wat moeilijk, men begrijpt hem niet. Waarom moet daar elke week weer uit gepreekt worden? Men hoort veel liever een vrije stof, enz. Men zou het helemaal niet erg vinden als die Heidelbergse Catechismus maar verhuisde naar het museum van oudheden. Nu, dat zou erg jammer zijn als dat gebeurde. Want de Heidelbergse Catechismus is wel niet geïnspireerd door de Heilige Geest, gelijk de Bijbel (velen geloven dat ook al niet meer, helaas! ), maar de opstellers van de Heidelbergse Catechismus zijn toch wel door de Heilige Geest „verlicht” geworden. Het boekje heeft daarom in de loop der eeuwen verschillende namen gekregen waar men de betekenis en de waarde van de Heidelbergse Catechismus in heeft zoeken uit te drukken. Men heeft hem genoemd „Het Schatboek van de Kerk”. „Het Troostboek van de Kerk”, gedachtig aan de eerste vraag en het antwoord. De Heidelbergse Catechismus is ook wel genoemd „De eeuwige jeugd van Heidelberg”. Dit zijn stuk voor stuk allemaal zinvolle benamingen. De Heidelbergse Catechismus is met recht een Schatboek. De kerk is er de eeuwen door uit gevoed geworden. Voor het geloofsleven zijn er veel schatten uit naar boven gedragen. Het is ook een Troostboek. Menigeen van Gods kinderen heeft in dagen van droefheid daarin zijn troost gezocht en gevonden. Men heeft met de belijdenis van het daarin omschreven geloof de brandstapel beklommen. Men ging, gelovende al wat in die Catechismus staat, blijmoedig de dood in.

Dat men de Heidelbergse Catechismus de „eeuwige jeugd van Heidelberg” noemde, daar heeft men mee te kennen willen geven, dat het boekje nooit oud wordt. Het zal zijn betekenis voor de kerk blijven behouden. Het opmerkelijke ten deze is, dat men zo dikwijls niet uit de Heidelbergse Catechismus kan preken, of men ontdekt er iedere keer weer nieuwe dingen in. Het is echt een boekje, dat nog steeds bij de tijd is. Het zal ook bij de tijd blijven, omdat de dingen, die erin verhandeld worden, hun betekenis hebben voor tijd en eeuwigheid.

Het boekje is samengesteld met de bedoeling om de jeugd te onderwijzen in die dingen, die ter zaligheid van node zijn. Daarom acht ik het een voorrecht als jonge mensen heden ten dage nog van de Heidelbergse Catechismus notitie nemen. Want laten we eerlijk zijn, de jeugd vraagt vandaag wel naar wat anders dan die „oude kost”. Terwijl ik dit schrijf, hoop ik, dat er onder onze jonge mensen nog vele goede uitzonderingen leven.

Ik acht het ook een voorrecht, dat jonge mensen met elkander over de Heidelbergse Catechismus praten. Al is men het met elkander niet dadelijk eens, dat acht ik minder erg. Grote mensen zijn het ook niet altijd met elkander eens. Wat wil men dan van jonge mensen, die nog in de leeftijd verkeren, dat ze bezig zijn een eigen mening te vormen.

Het boekje is samengesteld in de vraag- en antwoordvorm. Je moet het je dan zo voorstellen: De leraar stelt de vraag en de leerling geeft het antwoord. Het antwoord, dat gegeven wordt, is altijd een „geloofsantwoord”, gegrond op Gods Woord. Het doel van deze leermethode was - en is nog - om de leerlingen de geloofswaarheden bij te brengen.

De „persoonlijke” vraag werd dan aan „iedereen” gesteld. „Wat is uw enige troost...?” „Hoeveel stukken zijn u nodig te weten...?” „Waaruit kent gij uw ellende?” enz. Men moest dan op die vraag een antwoord geven. Het antwoord, zoals dat in het boekje omschreven staat. Nu kon men een antwoord geven met zijn hoofd alleen, dus met het verstand, zonder het hart. Men kon het ook doen met hoofd en hart. Zo gaat het nu nog. Helaas worden de meeste antwoorden gegeven met het hoofd. De leerlingen hebben dan het lesje van buiten geleerd. En dat is goed natuurlijk, maar het is niet genoeg om welgetroost te kunnen leven en zalig te kunnen sterven. Daarvoor moet men het antwoord met het hart leren verstaan.

Als men dus de Heidelbergse Catechismus leest of daaruit leert, dan worden de vragen aan iedereen gesteld, bekeerd of onbekeerd. Een ieder, die antwoord geeft, moet zich echter wel afvragen - dat is de bedoeling van het „persoonlijke” in de vragen - geef ik dit antwoord nu met mijn hoofd, met mijn verstand alleen dus, of kan ik dat antwoord nu ook met mijn hart geven? Sta ik er achter wat ik zeg? Is het waarheid in mijn leven wat ik antwoord? En dan zal menigeen tot de ontdekking komen, dat dit niet het geval is. Als ik dit nu ontdek, dat mijn leven niet beantwoordt aan de antwoorden uit de Heidelbergse Catechismus, dan is het met dat leven van mij niet in orde.

Dit is een ontdekking, die iedereen moet doen, ook jonge mensen. En ik acht diegenen gelukkig, die ontdekken, dat ze ongelukkig zijn. Niet omdat men er dan al is. Ook niet omdat die ontdekking zulk een aangename zaak is, maar omdat men dan geen rust meer hebben kan in het leven voor dat het in orde is. Men is dan begonnen om de drie stukken te leren, die nodig zijn gekend te worden om welgetroost te kunnen leven en zalig te kunnen sterven. Ik hoop, dat deze drie stukken door onze jonge mensen geleerd zullen worden, niet alleen met het hoofd, maar ook met het hart.

Inmiddels ontdek ik, dat mijn artikel zijn lengte al weer heeft bereikt om een bescheiden plaatsje te krijgen in „Bewaar het Pand”, en nog ben ik niet aan het eind. De nog resterende vragen beantwoord ik dan wel in een volgend nummer. Heeft C.S. nog even geduld? Tot de volgende keer dan.

Jullie aller vriend,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.