+ Meer informatie

NIEUWS VAN OBA

7 minuten leestijd

Enquêtes

Deputaten Onderlinge Bijstand en Advies hebben tot taak de kerken te helpen. Maar wanneer heeft een gemeente hulp nodig? Daarvoor hebben we richtlijnen. Die bedenken we zelf en vervolgens vragen we de Generale Synode daarmee akkoord te gaan. Maar hoe weten we nu of onze richtlijnen redelijk zijn? Is het redelijk uit te gaan van een pastoriehuur van Nlg 1000 per maand? Is het redelijk uit te gaan van Nlg 500 autokosten per maand? En wat mag de dominee aan telefoonkosten rekenen? Is het redelijk te verwachten dat ieder lid en dooplid Nlg 500 per jaar voor de gemeente kan afstaan? Is het nodig dat er per lid en dooplid tien gulden per jaar wordt afgedragen om die andere gemeente op deze manier te helpen? Bij de extra kosten die zich voordoen als er een nieuwe kerk gebouwd wordt of als er een predikant wordt beroepen?

Deputaten zien elk jaar de complete boekhoudingen van de kerken die een beroep op bijstand doen. Maar dat is slechts een kwart van alle kerken. Het meest noodlijdende deel. De gemiddelden daarvan geven dus een vertekend beeld. Daarom hebben we vorig jaar een enquête gehouden onder alle kerken. Om ons eigen cijfermateriaal te toetsen, om een beeld van het totaal te krijgen, om beleid voor de komende jaren beter te kunnen formuleren. Gelukkig hebben 100 kerken positief gereageerd en de omvangrijke enquête ingevuld. Helaas liet ook 48% het afweten. Laten we maar zeggen dat de oogst in zuidelijke richting steeds schraler werd. Toch kunnen we ons een redelijk en representatief beeld vormen. En er zijn kerken geweest die vroegen: kunnen jullie ons ook vertellen wat straks de uitslag is? Zodat wij ook zelf weten hoe we tussen al die andere kerken er voorstaan. Welnu, dat is een redelijke vraag. En met deze publicatie lossen we onze belofte in. Het zal duidelijk zijn dat dit gebeurt met inachtneming van de vertrouwelijkheid. We zeggen tevens iets over de uitkomst van een tweede enquête die we hebben gehouden onder de kerken tot 260 leden en doopleden. Die gaat uitsluitend over het groot onderhoud van de gebouwen.

Gebouwen

Er zijn vier P.S.- en: Noord, Oost, West en Zuid. In Oost en Zuid zijn alleen maar eigen kerkgebouwen, in Noord moet 3 % van de gemeenten huren, in West 10%. Er zijn 24 gemeenten die binnen afzienbare tijd willen bouwen of verbouwen.

Daarvan denken er 8 het niet zelf te kunnen financieren en dus de hulp van OBA nodig te hebben. De kerken in Noord en Oost zijn heel wat groter en staan dus ook voor veel meer op de balans. De verzekerde waarde varieert van NIg 1,3 tot 1,8 miljoen. Dat is vier maal zo hoog en waarschijnlijk nog niet marktconform. Een beperkt aantal kerken zit door leegloop duidelijk te ruim in het jasje van de zitplaatsen en dus met te hoge onderhoudskosten.

Driekwart van de gemeenten heeft een eigen pastorie, bij de kleinere gemeenten in West is dat veel minder. De meeste huurpastorieën vinden we dan ook daar en in Noord. De gemiddelde huur ligt op NIg 13.000. Een enkele uitschieter komt boven de NIg 18.000. De gemiddelde pastorie kost een half miljoen. Helaas heeft minder dan de helft van alle gemeenten een meerjarenonderhoudsplan voor de kerkelijke gebouwen. Men verwacht gemiddeld ongeveer NIg 10.000 onderhoudskosten per jaar. Maar een enkele grote gemeente komt tot ver boven de halve ton. Ruim 60% heeft ook een onderhoudsreserve gekweekt van NIg 40.000 tot 50.000. Zo kan de eerste klap worden opgevangen. Energiekosten variëren van NIg 7.000 in West tot NIg 11.000 in Oost.

Predikantskosten

Een predikant ontvangt een traktement. De minimum-hoogte daarvan wordt jaarlijks vastgesteld door deputaten financiële zaken. In enkele grote en zeer grote gemeenten wordt meer betaald, maar die hebben ook geen steun nodig. Het overgrote deel van alle gemeenten houdt zich echter aan de tabellen van deputaten financieel. Daarnaast moeten de beroepskosten van de predikant vergoed worden. Gemiddeld ligt de vergoeding voor auto- en telefoonkosten in Noord, West en Zuid rondom de NIg 6.000 per jaar, in Oost komt men door de grotere gemeenten hoger uit. In de kleine gemeenten tot 250 zielen spreken we over een lager bedrag van NIg 3.000 tot 4.000. Daarnaast wordt vaak een paar duizend gulden uitgegeven aan minder omschreven overige vergoedingen. Doorgaans ontvangt de predikant 50% van de ziektekostenpremie, gemiddeld rond NIg 3400. De totale kosten van een predikantsplaats komen op ruim NIg 70000, afhankelijk van leeftijd en vergoedingenregeling.

Daarnaast is er meestal ook een betaalde koster. Die kost in West en Zuid ruim NIg 7.000, in Noord en Oost meer dan het dubbele, circa NIg 18.000. Er gaat ook nog een vierduizend gulden naar overige medewerkers en NIg 1.000 naar de organist.

Wie zal dat betalen?

Gemeenten boven de 250 zielen betalen het zelf, tenzij in geval van kerkbouw. Beneden de 250 zielen is steun predikantskosten en eventueel kerkelijke kassen mogelijk. De gemeenten brengen zelf duidelijk vrijwel NIg 500 per ziel op aan collecten, giften, vrijwillige bijdragen, exclusief de bijdragen voor de diaconie. In de kleine gemeenten komt men dan in Oost en Zuid zelfs boven de NIg 600. In de grote gemeenten vinden we gemiddelden tussen de NIg 400 en 500. Van deze inkomsten wordt ruim 50% via de VVB geïnd, de vaste vrijwillige bijdrage. Opvallend is dat in Zuid slechts 1/3 via de VVB binnenkomt, terwijl dit in het algemeen een uitstekend middel is om het inkomstenpeil te verhogen en bovendien een kerkenraad meer zekerheid biedt. Zuid trekt echter weer meer overige inkomsten uit b.v. verhuur en rente. De meeste kerken hebben een vermogen van 2 tot 4 ton, maar dat is vaak de waarde van grond en gebouwen minus de hypotheeklast. De kleine kerken komen niet verder dan ruim 1 ton. Bij een paar gemeenten is sprake van een zorglijke liquiditeitspositie en bij 12% van een negatief vermogen.

Conclusies

De norm van OBA dat gemeenten tenminste NIg 500 per ziel zelf moeten opbrengen lijkt te sporen met de realiteit. Ook een gemiddeld aanvaardbare huur van NIg 15.000 voor de pastorie en een onkostenvergoeding van ruim NIg 6.000 lijken redelijk. Wel is duidelijk dat de reservering voor groot onderhoud naar ca. NIg 50 per zitplaats moet, gemiddeld NIg 10.000 per kerk, zeg maar maximaal NIg 12.500.

In gevallen van zorglijke liquiditeit en negatief vermogen zal OBA desgewenst adviseren.

De gemiddelde Christelijke Gereformeerde Kerk telt in Noord en Oost meer dan 400 leden, in Zuid ruim 300, in West iets meer dan 250. Het kerkgebouw heeft tussen de 200 en 400 zitplaatsen, is verzekerd voor globaal NIg 1,5 miljoen. In de meeste gevallen is er een beperkte hypotheek met een looptijd van nog gemiddeld zeven jaar. De jaarlast van rente en aflossing is in Noord en Oost een kleine NIg 30.000, in West en Zuid de helft daarvan, maar daar zijn de kleinere kerken. Gemeenten zonder eigen kerkgebouw zijn meestal ongeveer NIg 10.000 aan kerkhuur kwijt. Deputaten verwachten in de komende jaren steunaanvragen kerkbouw tot ongeveer NIg 5 miljoen. De jaarlast van rente en aflossing die als steun moet worden verleend zal daardoor iets boven de 2 ton uitkomen.

Op de hoogte van de steun predikantskosten is geen peil te trekken. De verwachting ligt in de buurt van de 4 ton per jaar. Dat kan betekenen dat de jaarlijkse omslag van NIg 10 voor dit deputaatschap een paar gulden naar beneden kan.

Drs. H.J. van Maanen is voorzitter van deputaten OBA.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.