+ Meer informatie

Ministerie geeft te rooskleurig beeld van inkomens

MENING LANDBOUWSCHAP

2 minuten leestijd

Het vermelden van bcdrijfsuitkomstcn voor de landbouwbedrijven kan een vertekende indruk geven van de werkelijke inkomenssituatie in de Nederlandse landbouw. Eer nadere analyse van het inkomen op de „nationale boerderij" toont aan dat in 1972 op bijna de helft van de Nederlandse landbouwbedrijven een inkomen wordt verdiend, dat lager of weinig hoger ligt dan het minimumloon voor werknemers, aldus het bestuur van het Landbouwschap in zijn commentaar op de landbouwbegroting 1973.

De huidige algemene economische situatie in ons land wordt geschetst in de Macro-Economische Verkenningen 1973 en de Miljoenennota. Ondanks de opwaardering van de gulden is de uitvoer in het afgelopen jaar gestegen. De landbouw heeft daaraan een grote bijdrage geleverd. Terwijl de arbeidsproduktiviteit in de industrie naar de verwachtingen van het Centraal Plan Bureau, dit jaar met 9 a 10 pet. zal toenemen, geeft de landbouw een ongebruikelijke lagere stijging (nl. 2 pet.) te zien. Dit wordt mede verkjaard door het verschil in het afstoten van arbeidskrachten. Voor de land- en tuinbouw als geheel is 1971 geen ongunstig jaar geweest. De' inkomensachterstand in de landbouw is gedeeltelijk ingelopen, maar bedraagt no^' steeds 11 pet. Ook de sgrarische werknemers blijven met hun inkomen achter bij de werknemers in de nijverheid.

De door de minister van landbouw in de memorie van toelichting weergegeven arbeidsinkomens per ondernemer kunnen volgens het bestuur van het Landbouwschap een misleidende indruk wekken. De sterk gespecialiseerde bedrijven (met name de veredelingsbedrijven) zijn niet in de memorie opgenomen. Voorts komen in de vier genoemde groepen van bedrijfstypen (akkerbouw - gemengd - weidebedrijf kleinere gemengd en weidebedrijf) niet evenveel bedrijven voor. Bijna de helft van de Nederlandse landbouwbedrijven is te rangschikken in de groep ..kleine gemengde en weidebedrijven". Het inkomensbeeld van de landbouw in 19'/'2 komt er daardoor anders uit te zien dan in de landbouwbegroting voorgesteld wordt. Ook blijkt dat enkele sectoren o.a. de glastuinbouw, de opengrondsgroenteteelt en de fruitteelt een ongunstige inkomensontwikkeling te zien geven.

Het Landbouwschap is van mening dat ze,fs wanneer de produktiviteitsontwikkeling zich weer herstelt een verhoging van de landbouwprijzen zelfs is om de algemene inkomenstrend te volgen. Een door de overheid gewenste algemene stijging van de loonsom met 9 pet, betekent een stijging van de EEG-Iandbouwprijzen met tenminste 4 è 5 pet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.