+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd

De eenheid van de kerk.

Ds. N. de Jong vertelt in ons Gemeenteblad, 11e jaargang nr. 6, dat hij de bevestiging en de intrede bijgewoond heeft van kand. H. van der Post in de Hervormde Kerk te Bergambacht. Ds. Van der Post is in Driebergen als kind opgegroeid en ds. De Jong heeft in oktober 1967 zijn huwelijk kerkelijk bevestigd. Hij schrijft naar aanleiding van die bevestiging en intrede het volgende:

„We hebben ‘s middags en ‘s avonds goede uren gehad in een stampvolle kerk. We waren daar samen uit verschillende kerken: Hervormd, Chr. Geref., Geref. Gemeente, en dan wordt het pijnlijke van de verdeeldheid gevoeld, maar dit neemt toch de eenheid van de „heilige, algemene, christelijke kerk” niet weg. De eenheid van die kerk, die de Zoon van God uit het ganse menselijke geslacht Zich tot een gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren, door Zijn Geest en Woord, in enigheid des waren geloofs, van het begin der wereld tot aan het einde, vergadert, beschermt en onderhoudt.

Dit is een andere eenheid dan die in onze dagen zo luide gepredikt wordt. Men predikt een wereldlijke eenheid, een eenheid van roomsen en protestanten en allerlei godsdiensten en men is samen Gods volk onderweg. Maar de éénheid in Christus kan alleen maar zijn een éénheid in de waarheid, een éénheid in „enigheid des waren geloofs”, zoals we belijden in zondag 21 van de Catechismus. Maar waar men nu almecr ontzinkt aan de gereformeerde belijdenis en die maar het liefst geheel wil loslaten en het gezag van de Heilige Sehrift al meer dubieus wordt gesteld, wordt door de oekumene van onze tijd het geloof ondermijnd, werkt men het horizontalisme in de hand, is geen wedergeboorte en bekering meer nodig en breekt men de kerk af. Er is echter één sterke troost: God houdt Zijn kerk in stand en dat is de vergadering van ware christengelovigen, die hun heil en zaligheid alleen verwachten van de Heere Jezus Christus, het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt.

Die eenheid wensen wij. Om die éénheid bidden wij. 1 én met allen, die belijden de volstrekte soevereiniteit Gods, die geloven dat de genade partikulier is, die erkennen het absoluut gezag van heel de Heilige Schrift, belijden wat onze vaderen klaar en helder hebben uitgesproken in de drie formulieren van enigheid, die we onverkort aanvaarden, en die, wat de persoonlijke zaligheid betreft, de toevlucht hebben genomen om de voorgestelde hoop vast te houden en hun ankergrond zoeken in Gods beloften en eed, die vastliggen in de opstanding van Jezus Christus uit de doden en Die als de Voorloper is ingegaan in de hemel der verheerlijking.

Zoeken we die éénheid te kennen. I en eenheid zoals die ook werd gevonden bij de discipelen in de opperzaal te Jeruzalem, waar ze eendrachtig bijeen waren: in eenheid des waren geloofs, in eenheid des vurigen gebeds, in eenheid ener godzalige praktijk, eendrachtig volhardend in het smeken en in het uitzien naar de vervulling van die éne belofte, de vervulling met de Heilige Geest, die op de Pinksterdag heerlijk werd vervuld. Dan zal ervaren worden de gemeenschap der heiligen. En die gemeenschap is een gemeenschap in Christus door de Heilige Geest, een gemeenschap in Zijn eeuwig, onvergankelijk Woord. En dat volk zal één worden. Die zal de Koning der kerk bijeen vergaderen, al vrezen we dat het zal gaan dwars door de oordelen heen.

Zijt ge nu van die éne, heilige, algemene Christelijke kerk een levend lid? Zoekt dit door de genade des geloofs, gewerkt door Gods Geest in het hart, te kennen.

Dan zult ge daar eeuwig lid van blijven”.

Tot zover ds. De Jong. We geven dit met instemming aan de lezers van dit blad door.

Het hol op de hei door G. van Essen. Uitgave van N:V.

Uitgeverij „De Banier”, Vianen.

Dit boek bevat een verhaal uit de oorlogsjaren 1940-1945. Het verhaal gaat in hoofdzaak over een jongen, die in deze oorlogstijd allerlei mcemaakt. Zo lezen we van zijn verblijf bij een boer in Gelderland, waar een oudere broer ondergedoken is, en waar hij een nacht doorbrengt in een hol op de hei. We lezen van gevaren, van bombardementen en beschietingen, van dolle dinsdag, van honger en hongertochten en nog veel meer en tenslotte van de bevrijding.

Het is goed, dat de jeugd weet wat er toen geleden is en hoe wonderlijk de Heere toen uitkomst gegeven heeft. Dat mag niet vergeten worden door één onzer. Waar is Nederland gebleven met de vrijheid, die de Heere ons gegeven heeft?

Een paar opmerkingen willen we maken. We krijgen de indruk, dat de schrijver niet bekend is met het station in Amsterdam noch met de situatie in en rond Apeldoorn. We vinden het vreemd, dat de held van het verhaal uit de stad groente meeneemt naar de boerderij. De mensen uit de stad gingen juist naar het platteland ook om nog wat groente te bemachtigen. Op blz. 170 lezen we: „Het is een paar weken later….” Dus een paar weken na de bevrijding. Dan pas komt de ondergedoken broer thuis. Op blz. 177/178 wordt verteld van de kerkdienst, die op de eerste zondag na de bevrijding gehouden wordt. De later teruggekomen broer is dan al thuis. Dat klopt niet. We zouden graag wat meer diepgang willen zien in geestelijk opzicht.

We hebben dus wel opmerkingen, maar menen toch dit prettig geschreven boek te kunnen aanbevelen. Onze jeugd zal met gespannen aandacht lezen.

Het boek kost in geplastificeerde band f 6,75.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.