+ Meer informatie

Zending onder Papoea's

5 minuten leestijd

Laurens Tanamal naar Nienw-Guinca.

In het , , Daniël"-nummer van 23 Jan. 1953, dus nog maar een klein eindje terug, hebben we , .Een brief uit Biak" kunnen lezen. Ik hoop, dat iedereen, die zich voor , , Daniël" interesseert, ook die

brief echt gelezen hééft. We hebben dan gehoord, dat korp. Schaddelee met Papoea's Psalmversjes en Gezangen zong en dat de heer des huizes met trots zijn Maleise Bijbel en liederenbundel toonde. En we hebben wellicht gedacht: hoe is het mogelijk dat zoiets plaats kan hebben. Want we weten toch van onze schooljaren, dat de Papoea's toch min of meer ruwe, heidense mensen zijn.

Hoe het mogelijk is? Het antwoord is heel eenvoudig: het is het werk van de Zending. Dat is heel spoedig gezegd, maar we weten maar heel weinig wat het gekost heeft, om van de Papoease bevolking op Nieuw-Guinea een beschaafd Christelijk volk te maken. Daarvoor hebben mensen hun hele persoonlijkheid moeten inzetten, met noeste ijver en verloochening van vele dingen, met een vast geloof en grote liefde voor de naasten en met een uitzien op de zegen des Heeren.

Zendeling J. L. van Hasselt heeft wel 44 jaar als zendeling op Nieuw-Guinea gewerkt.

Naast de zendelingen werkten ook goeroe's, onderwijzers, of liever in dit geval godsdienstonderwijzers. Zo'n goeroe, die 42 jaar zijn beste krachten gaf, was Laurens Tanamal. In een jaarverslag over 1927 schreef zendeling Bout:

, , Ik had het plan om goeroe Tanamal van Maraoe over te plaatsen naar Koeroedoe en besprak dit met hem. Hij had echter een prachtige tuin, met veel moeite aangelegd, en huis en school waren zo goed in orde, dat ik aarzelde. Ik zei dan ook tegen hem: , , Goeroe, dat kan ik je niet aandoen, want op Koeroedoe staat helemaal niets, geen huis, geen school; je moet er helemaal opnieuw beginnen.'' Hierop antwoordde hij zeer geroerd: , , Laat alles mij ontvallen; ik geloof, dat de Heere mij roept. Laat vrouw en kinderen mij desnoods verlaten, ik wil gaan."

Toen ik nogmaals zei: „Maar daar is helemaal nog niets", was zijn wederwoord: „Dat weet ik, maar al zou ik het koninkrijk Gods uit de modder moeten opbouwen, ik wil gaan. De Heere zal mij helpen, zoals Hij het deed in Seroei-laoet, op Seroeidarat, op Marjadei en hier op Maraoe."

Toen zweeg ik, want ik wist: met zulke strijders zijn bergen van moeilijkheden te overwinnen."

Tot zover het verslag van zendeling Bout.

Het kan boeiend en leerzaam zijn, iets meer over goeroe Laurens Tanamal te horen, vooral nu we al iets van zijn ijver hebben vernomen.

Laurens werd geboren op het eiland Noesa Laoet, dat behoorde tot de residentie Ambon. (De Ambonnezen hebben heel veel gedaan voor de zending op Nieuw-Guinea). Nog maar een half jaar oud werd Laurens door zijn ouders afgestaan aan een onderwijzer-voorganger van het dorp. Wij kennen de toestanden in die streken zo slecht, maar wel weten we, dat vader Tanamal zijn zoon Laurens aan zijn pleegouders overgaf, met de bede in zijn hart, dat het de Heere behagen mocht om Laurens te bekwamen, dat hij later zou mogen werken in Gods wijngaard.

Op zijn zevende jaar kwam hij op de H.I.S. (Hollands-Inlandse-School) in Ambon. Later bezocht hij de Maleise lagere school. Hij leerde in het huis van zijn pleegouders timmeren, metselen, vissen en raakte ook goed op de hoogte met de landbouw. Het zouden allemaal zaken zijn, die Laurens later zo zeer van pas zouden komen.

Zijn pleegvader vatte het plan op, de jeugdige Tanamal te bekwamen tot het werk in 's Heeren wijngaard. Zo zou het al in de richting gaan, zoals Laurens' vader van God had afgesmeekt. Elke avond ontving hij les van zijn pleegvader uit de Heilige Schrift, en het duurde niet lang, of hij werd aangesteld als leerkracht aan de Zondagsschool.

Begin Februari van het jaar 1906 was Laurens met de postprauw naar Ambon vertrokken. In deze plaats ontmoette hij een kennis, die leerling was van de Stovil (School Tot Opvoeding Van Inheemse Leraren). Deze vertelde, dat de directeur van genoemde school een brief had ontvangen van een zendeling op Nieuw-Guinea. In die brief stond, dat jonge mannen bij de zendeling in huis konden komen, om opgeleid te worden tot gemeentevoorganger.

Toen Laurens dat vernam, was het alsof de Heere tot hem sprak, dat nu de tijd was aangebroken om naar het land der heidenen te gaan. Zo sterk werd de drang in zijn hart, dat hij ogenblikkelijk naar de directeur ging en zijn voornemen bekend maakte.

, , Als je wilt gaan, ga dan direct terug naar je familie en bespreek alles met hen, " zei de directeur. , , Kom dan zo gauw mogelijk weer hierheen, dan kun je op 8 Febr. met de boot mee."

Om 6 uur des avonds vertrok de postprauw, om pas 2 uur in de nacht te arriveren op het eiland waar Laurens woonde. Vanaf de haven was het nog 3 uur lopen om op het dorp te zijn, maar het was lichte maan, zodat de jongeman alleen op pad ging.

Wat stonden ze thuis te kijken! „Waarom ben je nu al terug? "

Laurens deelde alles mee en tot zijn groot genoegen hoorde hij: „Wij geven je van harte gaarne onze toestemming om de wens van je hart te volgen. Misschien is dit de roepstem Gods voor jou."

Zo kon Tanamal op reis gaan. Met de K.P.M.boot werd hij gebracht naar Manokwari op Nieuw-Guinea, waar hij 20 Febr. 1906 arriveerde en zijn intrek nam in de woning van zendeling Starrenburg.

M. NIJSSE.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.