+ Meer informatie

Te laat

5 minuten leestijd

Het is merkwaardig steeds weer opnieuw te bemerken, dat het denkpatroon van socialisten ondanks alle veranderingen en vernieuwingen uiterst beperkt blijft. Zij kunnen alleen maar denken in termen van klassenstrijd en polarisatie, waarin per definiitie grootkapitalisten uitbuiters, en weerloze arbeiders het slachtoffer zijn en waarin onrecht in deze wereld te lijf gegaan wordt met een verbetenheid die tot bewustzijnsvernauwing leidt.

De crisis waarin de boeren en tuinders zijn geraakt heeft ook de socialistische pers bereikt. In „Vrij Nederiand" wordt deze week de agrarische woordvoerder onder de socialislien ir. A. J. Voortmam „van stal" gehaald. Onder de suggestieve kop: „een boer is ook maar een gewone arbeider" wil „Vrij Nederand" (het weekblad dat zijn inhoud ons laat zien hoever de decadentie in onze westerse wereld al is voortgeschredeni) in een kronkelig verhaal de belangenbehartiging van de agrariër ook binnen het gezichtsveld van de PvdA trekken.

Landbouwspecialist Arend-Jan Voortman, sociaal wetenschapsman met wageningse ingenieurstitel, negen jaar werkzaam op de Landbouwhogeschool en sedert 1971 kamerlid, zegt het ronduit: „De PvdA heeft de boeren verwaarloosd".

Tot nu toe staat inderdaad de PvdA buiten hetgeen leeft onder de boeren en tuinders. De identificatie van deze partij met haar grote voorman dr. Sicco Mansholt is daar mede debet aan. Zijn plannen en ideeën die in het Europese landbouwbeleid hun weerslag vinden, hebben nooit aanisluiting kunnen krijgen bij de denkwereld van de autochtone agrariër. Uiteraard belemmert dit de communicatie, hetgeen ook weer blijkt uit de poging die Arend-Jan Voortman doet.
Hij kwam op vrijdag 2 augustus op het Binnenhof in gesprek met een Westlandse demonterant, die een SGP-er en trouw lezer van het „Reformatorisch Dagblad" blijkt te zijn. Wanneer die de straat op gaan, schrijft „VN", moet er toch wel iets aan de hand zijn.
De Westlander voegt Voortman toe: „Jullie moeten er mee ophouden om ons alltijd te pakken. Wij zijn ook maar gewone arbeiders. Jullie zouden het grootkapitaal moeten aanpakken. Maar dat gebeurt niet". Met deze uitspraak ziet Voortman zijn opvatting bevestigd dat de agrarische beroepsbevolking in dezelfde situatie verkeert als de mensen waarvoor de sociaal-democratie in WestEuropa traditioneel op de bres staat. Hij verbindt er tegelijk de conclusie aan dat boeren en tuinders het slachtoffer zijn van het monopoliekapitalisme; opvattingen en conclusies die in genen dele overeenkomen met het „iets dat er aan de hand is". Want deze man demonstreert helemaal niet tegen het door linkse kringen zo gesmade grootkapitaal. Integendeel, hij verlangt net als de door hem aangehaalde arbeider erkenning voor zijn arbeid. Hij voelt het als een groot onrecht dat de regering met vele sociale voorrechten „de arbeider" vereert, terwijl dezelfde regering kennelijk geen tijd heeft de zorgen van de agrariër tijdig op te lossen. Steeds weer opnieuw wordt de zelfstandige agrarier in zijn ontplooiing belemmerd door allerlei dirigistische maatregelen waarvan hij het nut niet kan inzien.
Een sprekend voorbeeld daarvan is het toekomstage wetsontwerp dat bij onteigening ten algemene nutte de waarde van de grond beperkt wil zien tot gebruikswaarde, hetgeen ten gevolge heeft dat uitgerekend de agrariër moet afzien van de toekomstige waarde die ontstaat. Deze ligt veel hoger, mede door de voorthollende inflatie en de hogere waarde die de grond krijgt door het intensievere en andere gebruik. Het verschil valt terug aan de gemeenschap. Dit is dus een stuk eigendomsoverdracht, dat op geen enkel ander maatschappelijk terrein kan plaatshebben, zeker niet op het terrein wat men dan pleegt aan te duiden met „monopoliekapitalisme".
In het gevecht met de oliemaatschappijen over de hogere olieprijzen dat minister Lubbers de vorige maand voerde, kwam dit weer tot uitdrukking in het compromis dat bereikt werd. De stookolieprijzen werden per 1 augustus verhoogd, maar de benzineiprijs bleef gehandhaafd. Het is maar een van de voorbeelden, waarmede het verwijt van de demonstrant de juiste kleur krijgt. Hoe weinig „links" van de problematiek van de boer en tuinder begrijpt, blijkt ook uit de stokoude bewering, dat wanneer deze groep uit onze samenleving in de klem komt, zij soms rijp blijkt voor fascistoide denkbeelden. Een bewering, geïllustreerd met de opmerking: de NSB had een stevige agrarische aanhang en ook Koekoek is nog steeds niet van het politieke toneel verdwenen. Het is een illustratie, die het Nederlandse volk duidelijk moet maken met wat voor een ontaarde groep mensen we hier te doen hebben.
Dat onder boeren en tuinders nog normen gehanteerd worden, morele en ethische normen, en dat onder hen velen zijn met liefde tot hun beroep, die gehecht zijn aan hetgeen voorgeslachten zuinig bij elkaar hebben gewerkt, wordt hier afgedaan met „fascistoide denkbeelden". Geen wonder dat de kloof tussen links en boeren en tuinders onoverbrugbaar lijkt.
Dat er echter „iets" aan de hand is heeft „VN" ondertussen wel begrepen. Al is het percetnage agrariërs onder de beroepsbevolking dan geslonken tot zeven procent, nog altijd wordt meer dan de helft van de Nederlardise bodsmoppervlakte gebruikt als cultuurgrond. Wat zich daar afspeelt, merkt het weekblad op, is niet alleen interessant voor confessionelen en liberalen.
Maar wie dit nu pas ontdekt, is te laat. Te laat om in redelijk overleg met de boer en tuinder tot overeenstemminig te komen. Dit overleg willen ze wel, maar het zal echter onvruchtbaar zijn wanneer de normen van boer en tuinder worden afgedaan met „fascistoide denkbeelden". Dat moet Voortman c.s. wel begrijpen,.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.