+ Meer informatie

TER OVERWEGING

13 minuten leestijd

G.J. Schutte (red.), Een arbeider is zijn loon waardig. Uitg. Meinema, ’s-Gravenhage 1991. 334 blz. f 35,-.

Dit is een bundel studies gewijd aan ”de ontwikkeling van het christelijk-sociaal denken en handelen in Nederland 1891-1914”, aldus de ondertitel. Het boek ziet terug op de be-kende Encycliek ”Rerum Novarum” en op het eerste Christelijk-Sociaal congres, beide in 1891. Van beide worden de historische achtergronden geschetst. Het artikel van H.J. Langeveld over het congres is onthullend. Het congres is ontstaan uit een spanning, om niet te zeggen een gevreesde botsing, tussen Patrimonium en de A.R.P. Het is verras-send hoe behendig Kuyper met dit congres heeft gemanoeuvreerd. Het artikel van G.J. Schutte heeft mij het meest geboeid - een totaaloverzicht van de achtergrond en de voor-geschiedenis. Verder veel detailinformatie over de verhoudingen tussen de Rooms-Katholieke Kerk en de arbeidersbeweging. Daarnaast ook een overzicht over dezelfde periode in Engeland, Duitsland en België. Het is een boek met waardevol materiaal. He-laas ontbreken overzichten over de periode vanaf de Eerste Wereldoorlog. De drie hoofd-stukken over het buitenland vallen buiten de titel. Een sterker concentratie op de honderd jaar in eigen land zou meer beantwoord hebben aan de verwachting die de titel wekt.

Dr. W. van ’t Spijker, De verzegeling met de Heilige Geest. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1991. 112 blz. f 27,50.

In dit boek heeft prof. Van ’t Spijker Wekkerartikelen gebundeld. Het was in de voorgaande jaren een lange serie die onder wisselende titel is verschenen. Nu krijgt de lezer ze gebundeld in handen. Het boek bevat een exegetisch en een historisch deel. In het eerste deel gaat het vooral over Efeziërs 1 : 13, 14 en over de eigen aard van het werk van de Geest, ”relatief onzelfstandig” (blz. 14) ten opzichte van het werk van Christus. Vervolgens komen Luther, Calvijn, Bucer, Zanchius, Jean Taffin, Wilhelmus à Brakel en Com-rie aan de orde. Van de mannen van de Nadere Reformatie (de laatste drie dus) wordt het geloofsbegrip besproken en van kritische vragen voorzien. Dit is een boek dat de lezer veel informatie verschaft, veel te denken geeft en bepaalde lijnen in de geschiedenis laat ontdekken. Het is het werk van een deskundige, waarvoor we waardering hebben. Toch kan ik niet nalaten eraan toe te voegen dat ik het jammer vind, dat de schrijver de kans heeft laten voorbijgaan om de stof van de Wekkerartikelen te bewerken tot een goed gedocumenteerd boek, dat in de context van Reformatie en Nadere Reformatie de Problemen uiteenzet. Wat nu op de achterkant staat (een oproep om terug te keren tot de volle en rijke zekerheid van het geloof zoals ons dat in de Bijbel en in de reformatorische bronnen wordt getekend) is meer een conclusie die de lezer zelf moet trekken, dan dat hij historisch en pastoraal in het boek wordt voorbereid. Wekkerartikelen kunnen wel voor-werk voor een boek zijn, maar moeten niet het boek zelf worden. Dat doet te veel denken aan de Herautartikelen van Kuyper die in vele delen zijn verschenen. Ik denk dat de auteur aan zichzelf en aan de lezers van De Wekker verplicht is, een boek tot meer dan bundeling van Wekkerartikelen te maken. De stof is in dit boek volop aanwezig, en met kennis van zaken. Uitwerking en vormgeving vragen om meer tijd!

Dr. Gl. Hartveit, Symboliek. Een beschrijving van kernen van christelijk belijden. Uitg. Kok, Kampen 1991. 364 blz. f 52,50.

De emeritus (dogmatiek en symboliek) van Kampen heeft ons verrast met een nieuw ontwerp van een symboliek. Laat ik direct zeggen: geheel verschillend van de oude Biester-veld, de nieuwere Doekes, en ook van de klassieke Müller. De theologie en de theologische motieven van de verschwende confessies, uit zeer onderscheiden families, worden beschreven en doorgelicht. Dat is het nieuwe en boeiende. Tegelijk mist men een stuk informatie die men in een werk met de titel Symboliek wel zou verwachten. De beper-kende ondertitel ”kernen van christelijk belijden” compenseert de teleurstelling over de afwezigheid van inhoudelijke informatie. Opmerkelijk is de kruising van de behandeling van confessionele Stromingen en van themata. Men vindt niet alle symbolisch-dogmatische onderwerpen behandeld bij de desbetreffende confessie. Als voorbeeld noem ik de (kin-der)doop op blz. 316-326. De gereformeerde visie komt ter sprake onder VII ”De derde weg. Het innerlijk licht.” Het register - aan de hand van de families van confessies opge-zet - vergemakkelijkt het zoeken. Aan het eind van elk van de zeven hoofdstukken is er een bondige en overzichtelijke samenvatting. Telkens wordt onder ”Nader bezien” in kleine letter op het probleem en/of de literatuur dieper en breder ingegaan. Dit zijn waardevolle subparagrafen. In totaal vindt men 184 van zulke subparagrafen (in het boek doorgenum-merd). De zeven samenvattingen zijn buiten die nummering gelaten. Het boek bevat een schat aan informatie (vooral over de contemporaine theologie). Het is een nieuw boek over symboliek, niet in de plaats van, maar wel met een eigen plaats naast die van de hierboven genoemde auteurs. Voor wie op dit terrein op de hoogte wil zijn, een belangrijke steun.

G.C. den Hertog, Om de eenheid van denken en leven. De stem van Hans Joachim Iwand. Uitg. Boekencentrum, Den Haag 1991. 149 blz. f 32,50.

Zoals bekend, is dr. Den Hertog gepromoveerd op Iwand. Hij heeft een aantal opstellen van Iwand gebundeld en vertaald. Hiermee wil hij de geestelijke erfenis van Iwand aan de lezers voorleggen. Hij heeft voorafgaand aan de vertaling een overzicht van het theologisch optreden van Iwand gegeven, en daarmee een introductie tot de vertaalde opstellen. Diens positie is er een van zich verzetten tegen de theologie van de Bultmannianen en tegen het klassieke, confessionele (confessionalistische) Lutheranisme. Hij oriënteert zich op Barth. Op tal van plaatsen wordt dat duidelijk (66, 94, 101, 122). Iwand gaat zijn eigen weg in het spoor van Barth. Men vraagt zich af wat de lezer met deze opstellen moet. Wil de auteur zeggen dat Iwand de weg wijst aan kerk en theologie in de crisis van de moderne tijd, toen en nu? Christus Staat centraal en Gods openbaring in Hern. Iwand theologiseert vanuit het midden. Is er vanuit het begin (protologie) niet méér te zeggen? Ik neem aan, dat er nog andere oriëntatiepunten zijn, die hier buiten het ge-zichtsveld vallen. De opstellen tonen wat thema betreft wel variatie. wat boodschap betreft niet. Wie met Iwand kennis wil maken, kan dat door deze opstellen doen. De theologische consequenties van deze stellingname worden niet getrokken.

Gerechtigheid en sociale rechtvaardigheid. Kanttekeningen bij een thema van het Conciliai Proces, met bijdragen van Wil Derkse (red.). Uitg. Kok Agora, Kampen 1991. 162 blz. f 25,-.

Een bundel studies met (kritische) kanttekeningen bij het conciliair proces. Eerst een verheldering over opvatting en positie van R. von Weiszäcker, de vader van dit proces. Daarna vanuit verschwende wijsgerige posities (o.a. vanuit Levinas) kritische kanttekeningen. Een boek dat nogal afstandelijk is geschreven en meer de wijsgerige reflectie beoogt dan de dagelijkse praxis.

Dr. W. van’t Spijker, Zijn verbond en woorden. Over Doop, Belijdenis en Avondmaal volgens de klassieke formulieren.Tweede herziene druk. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1991. 167 blz. f 27,50.

De tweede druk van een een aantal jaren geleden versehenen boek over Doop en Avondmaal, uitgaande van de formulieren die daarvoor in de kerken worden gebruikt. De toe-lichting is historisch en praktisch van aard. Er is een paragraaf toegevoegd over kinderen aan het Avondmaal (blz. 86-90). Daarin staan overwegingen die als argumenten tegen de toelating van kinderen dienen. Ook deze druk zal haar weg vinden.

Dr. J. Rinzema, Het verhaal verder verteilen.Beschouwingen over communicatie in de geloofsoverdracht. Uitg. Kok, Kampen 1991. 107 blz. f 18,50.

De schrijver is gereformeerd predikant in Utrecht. Dit boekje is een getuigenis van een omkeer, die de schrijver heeft doorgemaakt. Hij behandelt de overdracht van het evangelie. Daaraan vooraf gaat de Stelling dat de algemene openbaring de basis is, de bijzondere openbaring is aanvulling. Dat geldt ook van de boodschap van het kruis van Christus. De schrijver haalt uit de filosofie en de moderne communicatieleer zijn argumenten (helaas niet uit de Bijbel). Het meest heeft mij getroffen het feit, dat de schrijver zo’n ingrijpende ommezwaai in belijden, prediking en pastoraat voorstelt als een simpel te rechtvaardigen gebeuren. Alsof niet het hele fundament van de gereformeerde belijdenis, kerk en theologie in deze honderd bladzijden wordt opgebroken.

J. Calvijn, Harmonie van de laatste vier boeken van Mozes. Vierde deel en Jozua. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1991. 430 blz. f 85,90.

Met vreugde en dankbaarheid kondig ik de verschijning van deel 4 aan, waarin ook Jozua behandeld wordt. Voluit Calvijn: zakelijk, praktisch, geestelijk. Hij sluit op blz. 430 met ”Ere zij God”. Van hieruit is de commentaar geschreven. Het trof mij dat hij in Jozua 7 Jozua door de HEERE berispt ziet worden vanwege aanhoudend en overmatig wenen. Het gebed als alibi voor zijn schuldbelijdenis en bekering komt niet ter sprake! Opmerkelijk is ook dat hij verschil ziet tussen het voorschrift over het verdelen van de buit in Numeri 31 en in 1 Samuël 30. Calvijn gaat zijn eigen weg. Eigenlijk zou ieder gezin deze commentaar moeten bezitten, in elk geval iedere ambtsdrager.

N.T. Bakker, Miskende gratie. Van Calvijn tot Witsius, een vergelijkende lezing. Balans van 150 jaar gereformeerde orthodoxie. Uitg. Kok, Kampen 1991. 205 blz. f 39,50.

We moeten met een korte aankondiging volstaan. Calvijn en Witsius worden met elkaar vergeleken op het punt van de heilsorde en de leer van de Openbaring/de Schrift. Daar-bij is Barth de canon, waaraan beiden worden gemeten. Calvijn komt er beter af dan Witsius. Het slothoofdstuk over de zogenaamde Weber these (het calvinisme zou de vader van het kapitalisme zijn), is onthullend voor de instelling van de schrijver. Hij valt Webers these niet bij, maar onderschrijft de intentie ervan wel. Zelden las ik een boek dat zo onkritisch Staat tegenover Barth en dat zo vooringenomen Calvijn en Witsius als mannen van de Reformatie en de Nadere Reformatie onder het juk van Barth doet doorgaan. Wie de moeite, door deze vooringenomenheid veroorzaakt, weet te overwinnen, kan veel materiaal in dit boek vinden, dat hij op zijn eigen wijze moet verwerken.

A.G. Knevel, Verkenningen in Jesaja. Bijbel en exegese deel 6. Uitg. Voorhoeve, Kampen 1991. 182 blz. f 29,50.

Opnieuw een deel in de serie Verkenningen. Ditmaal over Jesaja. Van veel kanten wordt dit bijbelboek besproken. De meeste auteurs wijzen de gedachte af dat het tweede deel (perikoop 40-66) van een ander is dan van de profeet Jesaja. Daarvoor voeren ze Sterke argumenten aan, uit vroeger tijd en uit het heden. Verder wordt op de verschillende onder-delen (in al hun verscheidenheid) ingegaan. Een probleemstelling vooraf en een samen-vattende literatuurlijst achteraf completeren dit belangrijke werk. Uit onze kerken werkt behalve de eindredacteur ook drs. M.C. Mulder mee. Voor wie op dit onderwerp studeren wil of moet, een belangrijk hulpmiddel.

Martin Bucer, Over de ware zielzorg. Vertaling H.J. Selderhuis. Reformatiestudies/ver-talingen. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1991. 144 blz. f 32,50.

Drs. Selderhuis uit Hengelo heeft er goed aan gedaan dit werk van Bucer te vertalen. Het is een bekend werk, dat nog niet in Nederlandse vertaling is verschenen. Wel is er over geschreven. Men kan de bronnen hier vermeld vinden. Prachtig is de manier waarop Bucer schrijft over de zorg aan de Schapen van de kudde in heel verschillende situaties. Hij doet dat aan de hand van Ezechiël 34. Bucers taal is soms wat weerbarstig. Daarvan voelt men iets in de vertaling. Deze is duidelijk, maar wat stroef. Dat lijkt me meer aan Bucer liggen dan aan de vertaler. Ik ben dankbaar dat dit boek in het Nederlands te ver-krijgen is.

D. Koole en dr. W.H. Velema, Zichtbare Liefde van Christus. Het diakonaat in de gemeente. Uit. Kok Voorhoeve, Kampen 1991. 245 blz. f 39,90.

Binnen onze kerken zijn twee boeken uitgegeven die specifiek gericht zijn op ondersteu-ning van de ouderlingen. Deze boeken zijn: ”Uit liefde tot Christus en Zijn gemeente” (Een handreiking aan de ouderling) en ”Verricht uw dienst ten volle” (De ouderling in de praktijk). Voor de diakenen bestond geen dergelijke uitgave. Op initiatief van de deputaten voor algemene en maatschappelijke aangelegenheden is, in overleg met het lande-lijk comité ter voorbereiding van ouderlingen- en diakenenconferenties, nu ook een boek verschenen voor de diakenen. Aan het boek hebben een groot aantal auteurs uit ehr. gere-formeerde kring een bijdrage geleverd. Naast een uitvoerige en gedegen beschrijving van de bijbelse fundering en de ontstaansgeschiedenis van het diaconaat, wordt er ruim aandacht geschonken aan de praktische invulling van het ambt van diaken en alles wat daarmee samenhangt, zowel binnen als buiten de gemeente.

In het eerste hoofdstuk wordt uitgebreid aandacht geschonken aan de bijbelse achtergron-den van het diaconaat in de gemeente, waartegen de diaken ook vandaag zijn ambt en zijn functioneren moet zien. In het tweede hoofdstuk wordt een historisch overzicht ge-geven van diaconie, diaconaat, diaken en diacones. De ontwikkelingen vanaf het begin van het diaconaat (de vroege kerk) tot het diaconaat zoals het thans gestalte heeft ge-kregen. Door de tijden heen is het diaconaat aan veranderingen onderhevig geweest en is haartaakinvulling altijd nauw verbunden geweest met de maatschappelijke situatie. In het derde en Vierde hoofdstuk worden praktische aanwijzingen, suggesties en verduide-lijking van taken gegeven van de werkzaamheden van de diaken, zowel binnen als buiten de gemeente, de diaken en de kerkelijke vergaderingen, de diaconale roeping in onderling verband, in de samenleving en de taak die ze dient te vervullen m.b.t. de wereldnoden. Verder worden er suggesties en ideeën aangedragen om het diaconaat nader vorm te geven, waarbij de diaken een taak heeft de gemeente actief te maken. Het ambt van diaken is dynamisch, activerend en initiërend. Aan het einde is een uitgebreide literatuur-lijst toegevoegd.

Het is verheugend dat een dergelijk boek op de markt is versehenen. Uit contacten met diakenen komt regelmatig naar voren dat de daadwerkelijke uitvoering van het ambt zich vaak beperkt tot geld inzamelen tijdens de eredienst, het organiseren van een bejaar-denreis en nog enkele kleine diaconale taken. Jammer genoeg ontbreekt niet zelden informatie en visie over de diaconale roeping en taken die een diaken zou moeten kunnen vervullen. Dit boek dat iedere diaken in zijn boekenkast zou moeten hebben, kan fungeren als een goede bron van informatie om zowel theoretisch als praktisch geschoold te worden in het ambt van diaken. Elk hoofdstuk is met zorg samengesteld. Aan vele aspecten is aandacht besteed, waarbij moeilijke vraagstukken omtrent verschil in visie op het diaconaat en de vragen die er kunnen leven (bijv. de voorzienigheid), niet uit de weg gegaan worden. Het verschijnen van dit boek kan dan ook een goede aanzet, een nieuwe impuls zijn, om de (jonge) diakenen te laten zien dat hij een wezenlijke bijdrage aan de opbouw van de gemeente naar eigen aard en mogelijkheden kan hebben en op deze manier de wet van Christus, de liefde van Christus in daden zichtbaar kan maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.