+ Meer informatie

Vaderschap: hoeksteen van de opvoeding

12 minuten leestijd

Tweehonderd jaar geleden nam vader onbetwistbaar de positie van gezinshoofd in. In 1971 schreef Swildens in zijn „Vaderlandse AB-boek voor de jeugd": „Bij den vader, als Hoofd des Huisgezins, berust inzonderheid het oppergezag over de opvoeding, of tenminste in veel hogere trap dan bij Moeder: want de Natuur stelt tussen Moeder en kinderen een gemeenzaamheid, welke daartoe veel te groot en te teder is. Derhalve moet de naam Vader bij de kinderen een onbetwijfelbaar en tevens onwederstaanbaar oppergezag insluiten, dies temeer naarmate zij minder vatbaar zijn voor redenering". Al wordt naar ons gevoel de moedertaak hier nogal onderschat, de zware verantwoordelijkheid van de vader als gezinshoofd is door Swildens aardig onder woorden gebracht.

Het oppergezag van de vader heeft inmiddels deze vanzelfsprekendheid verloren. Ook in kringen die zich nog verbonden weten aan Gods Woord knaagt de tijdgeest aan vaders functie in de opvoeding. Meer dan ooit geldt het gezegde „Vader worden is een gunst, vader zijn een hele kunst". Een kunst die we niet uit een boekje of kranteartikel kunnen leren.

Vergeten grootheid
Toch kan het weleens nuttig zijn om zich over het vaderschap te informeren. De wetenschap stelt dan echter teleur. Zij heeft wel de rol van de moeder vrij diepgaand onderzocht en daarover belangwekkende uitspraken gedaan. De vader is, vreemd genoeg, een vergeten figuur.

In 1980 verscheen b.v. van Walter Braun een boek, getiteld „Der Vater im familiaren Erziehungsprozess". Het eerste hoofdstuk heet, heel karakteristiek, „De vader, een vergeten grootheid in de opvoeding".

Al spoedig maakt Braun duidelijk dat de menswetenschappen nauwelijks over de vader spreken. Verschillende schrijvers over vaderschap maken er geen geheim van, dat de vaderrol zelfs bloot staat aan ondermijning. Sommigen spreken zelfs van een "vaderloze cultuur".

Literatuurstudie wijst uit, dat het vaderschap door de wetenschap niet zomaar is vergeten. Onder de beoefenaren van de menswetenschappen bestaat een aanwijsbare agressie tegen de vader als opvoeder. De vader wordt door hen gezien ais vertegenwoordiger, als symbool, van „Er staat geschreven" en „Er is geschied". De vaderfunctie wordt vereenzelvigd met absolute waarden en traditionele nonnen.

Marcuse
Een duidelijk voorbeeld hiervan vinden we bij Marcuse. Deze filosoof is sterk beïnvloed door de psychiater Freud en de wijsgeer-econoom Marx. In de menswetenschappen is Marcuse een graag geziene gast. Freud stelde vanuit een aantal ziektegeschiedenissen een mensbeeld op, waarin de vader — en alles wat aan hem herinnerde — wordt vernietigd. Vader is symbool van het taboe.

Marcuse werkte dit mensbeeld uit in een maatschappijvisie. Volgens hem zijn er twee werkzame principes in de wereld: het lustprincipe en 't realiteitsprincipe. Moeder staat voor het eerste, vader voor het tweede. Het lustprincipe is het veld van de oorspronkelijke vrijheid, maar wordt onderdrukt door het realiteitsprincipe. In zijn boekje „Psycho-analyse en politiek" noemt hij de overwinning op de ongeremde lustvrijheid „een van de grootste prestaties van de cultuur en een van de laatste".

Het vaderschap is in deze visie slechts een tijdelijke aanpassing van de mens om te overleven, maar zal overwonnen moeten worden. Studenten kunnen de authentieke vrijheid van het lustprincipe herontdekken en in ere herstellen. De godin van de vrijheid voert een onverbiddelijke strijd tegen het vaderschap.

Bevrijding
Nu is Marcuse een extreem voorbeeld van een tamelijk ver doordachte stellingname tegen het vaderschap als hoeksteen van opvoeding en onderwijs. Onder invloed van verschillende wijsgerige stromingen wordt in West-Europa de vrije ontplooiing en zelfverwerkelijking van het individuele kind centraal gesteld voor de opvoeding.

Veelvuldig komt men termen tegen als ,,bevrijding van het kind" en ,.emancipatie van het kind" tegen. Kinderen moeten leren zich te gedragen als gelijkberechtigde groep en zij moeten zich losmaken van bindingen die het tot gediscrimineerde groep stempelen. Dit zou dan betekenen dat zij in vrijheid volwassen worden.

Al sluit dit begeleiding nog niet per definitie uit, voor schriftuurlijke leiding door vader is in deze gedachtengang beslist geen plaats. Ondertussen prent men de kinderen wel een heel bepaalde vrijheidsopvatting in, alsof dat geen vorm van indoctnnatie is!

De Franse schrijver Le Gall merkte zeer juist op: ,,Het is dus van belang dat opvoeders en vaders op de hoogte zijn van deze politiek-wetenschappelijïce aanvallen op het vaderschap". In kringen van modern socialisme stelt men alles in het werk om vaders invloed te minimaliseren.

Positieve aspecten
Er zijn nog wel pedagogen en psychologen die de waarde van de vader benadrukken. Het genoemde werkje van Braun getuigt van een vernieuwde belangstelling voor de positieve aspecten van het vaderschap. Maar men komt toch niet verder dan het partner zijn van de vader.

Als eerste onder de zonen en dochteren mag hij geen beslissingen nemen zonder hun medezeggenschap. Van onder de tafel gehaald, mag hij nu aanzitten omdat men hem toch eigenlijk niet goed kan missen.

Had de vader vroeger, volgens Freud, met zijn zonen te maken, vrouw en dochters mogen niet meer worden uitgevlakt. De emancipatie van de vrouw, als proces van gelijkberechtiging, heeft veel verwarring bij vaders gegeven.

Prof. dr. Hart de Ruyter beklemtoont dit sterk: „Nog meer dan de overgang van het gezin van de geslotenheid naar de open structuur heeft naar onze mening de emancipatie van de vrouw bijgedragen tot ondermijning van de vaderlijke functie van het gezin..."

Overleg is goed, maar het gaat om het laatste woord! Met alle waardering voor de resten van het vaderschap, verliezen sommigen teveel uit het oog, dat iemand in het gezin hoofd moet zijn. Helaas wordt dit emancipatieproces gestimuleerd door de huidige overheid, die „ethisch" kennelijk gelijkstelt aan „emancipatorisch".

Behalve de uitholling van het vaderschap door de wetenschap die plaats vindt via vele kanalen, is ook door de stand van wetenschap en technologie de vervulling van het vaderschap onder druk komen te staan. Onze wereld is een haastige wereld, een wereld van vluchtige contacten. Tijdnood is een bekend verschijnsel, juist voor degenen die een leidinggevende positie innemen. Bijscholing neemt de avonduren bijna geheel in beslag.

De leefwereld van vader en kind liggen onmetelijk ver uit elkaar. De vader vervreemdt in hoge mate van zijn zoon, terwijl deze juist zo'n behoefte heeft om zich in te leven in vaders werkzaamheden. De vakanties kunnen hier bijna niets goedmaken. Juist de geregelde omgang in een sfeer van rust en veiligheid is onnoemelijk belangrijk voor de opvoeding.

Hoeveel vaders voelen zich niet schuldig aan wat een zeker dichter zo treffend verwoordde:

„Mijn grote jongen, op de meeste dagen/ ben ik zo haastig,/ heb voor jou zo weinig tijd./ Dan geef ik je geen antwoord/ op je vragen,/ en word ik driftig om een kleinigheid.

Maar 's avonds laat dan kom ik/ altijd kijken/ hoe of je slaapt. Ik geef je/ eventjes/ een zoen./ Dan moet ik gauw nog langs je/ haren strijken,/ zoals miljoenen vaders doen.

Tegen beter weten in ontstaat menigmaal een sfeer van onverschilligheid en oppervlakkigheid. De uitspraak in het onderzoek van Crammaer: „Jonge mensen wensen een meer vertrouwelijke omgang met hun ouders" vond 75% van de jongens en meisjes in de leeftijdcategorie van 14/15 jr. juist. Is dat dan teveel gevraagd?

Een ander onderzoek, gedaan in zeven landen van Europa, naar de verlangens van de kinderen ten opzichte van hun vaders is onthullend. „De onderzoekers komen tot de conclusie: de vader is een man van flink postuur die in zijn beroep iets presteert. Hij voedt de kinderen streng en consequent op. Hij is opgewekt en heeft veel voor zijn gezin over. Hij is een liefhebber van de natuur en besteedt zijn vrije tijd aan nuttige en ontspannende activiteiten met de kinderen".

Ook hier weer het verlangen naar aandacht, maar ook een erkenning van vader als autoriteit. Het kind is aangelegd op vaderschap. Wel op consequent vaderschap. Een combinatie van de leer van Dordt en het leven van Antwerpen zal het vertrouwen van de kinderen in vader niet bevorderen, evenmin als een zeer onevenwichtige aanpak.

Kleine gezinnen
De situatie van een klein gezin is al evenmin bevorderlijk voor de ontwikkeling van vadergedrag. In de ontwikkelingspsychologie begint men langzamerhand enigszins oog te krijgen voor de nadelen van kleine gezinnen voor de ontwikkeling van de kinderen.

De al meer geciteerde prof. Hart de Ruyter schreef opmerkelijk: ,,Nog steeds zijn er families, meestal grote gezinnen, die een meer of minder hecht gesloten eenheid vormen en waar de vader nog de typische functie van pater familias vervult. Dit zijn dan meestal gezinnen waar nog strenge normen heersen, in de regel gebaseerd op een orthodox-religieuze levensbeschouwing".

We mogen gerust stellen dat in het getal der kinderen des vaders heerlijkheid ligt. De vele verschillen tussen de kinderen in gaven en gebreken doen een beroep op de vader om het unieke van ieder kind te onderkennen en te erkennen. Tegelijkertijd zal vader fundamentele beslissingen moeten nemen om ieder kind zo goed mogelijk het zijne te geven op de weg naar de volwassenheid, die in onze cultuur vaak zeer lang is.

In een groot gezin ontstaat vaak een heel eigenaardige structuur, een onderlinge verhouding die het kleine gezin mist. Een troost te midden van de vele zorgen die het vaderschap in een groot gezin met zich meebrengt is wel, dat ouders van grote gezinnen nimmer eenzame grootouders worden.

Autoriteit en piëteit
Het vaderschap een hoeksteen. De bekende dr. H. Bavinck merkt in zijn „Pedagogische Beginselen" op: „Autoriteit en piëteit zijn de zuilen, waarop het huisgezin en het schoolleven, en alle in het vijfde Gebod der Wet geregelde verhoudingen der mensenwereld rusten".

Geen lustprincipe en realiteitsprincipe, zoals bij Marcuse, maar autoriteit en piëteit. Vader vooral als vertegenwoordiger van het eerste, moeder vooral vertegenwoordiger van het tweede. Met nadruk: vooral! Want moeder is ook in het vijfde Gebod begrepen, maar de opvoedingsstructuur van het christelijke huisgezin is Bijbels patriarchaal.

De vader is het hoofd van het gezin, hij is bekleed met het oppergezag. Vanuit zijn verantwoordelijkheid zal de vader zijn gezag ook inhoudelijk moeten vullen. Een autoriteit zijn is wat anders dan autoritair doen. In kennis mogen de kinderen boven vader staan, in wijsheid zal hij hen moeten voorlichten.

Moeder is meer gericht op de binnenwereld, vader is de contactman tussen het gezin en de cultuur. Over het algemeen erkent men wel dat de kinderen door vader tot taakaanvaarding komen. De vader is degene die in de crisissituatie zich ontfermt over de kinderen. Hen moed probeert in te spreken en hen stuwt in de gewenste richting.

Door de grotere afstand die hij tot de kinderen heeft is hij meer de ander en wordt de communicatie zoveel zinvoller. Deze afstandelijkheid, waar ook Swildens reeds over schreef, verschilt veel met de onverschilligheid en kilheid van moderne vaders. Zij is daarentegen uitnodigend van karakter en leidt tot hechtingsgedrag.

Reeds vroeg voelden wijze opvoeders aan, dat er een bepaalde distantie nodig was om in de opvoeding effect te sorteren. Het kind wordt niet geboeid door iets wat het al kent, waar het zich gelijk aan voelt.

Zo schreef de oude ds. Koelman al in zijn boekje „De plichten der ouders": ,,Zijt niet te familiair en te gemeenzaam met uwe kinderen en laat ze niet al te vrijmoedig zijn omtrent ulieden; laat niet toe, dat ze zich oneerbiedig gedragen; te grote gemeenzaamheid baart verachting en doet verstouten tot ongehoorzaamheid; houdt behoorlijke discrepantie tussen ulieden en hen en laat hen die ook houden en zijt niet mal met hen..."

De bekende Amerikaanse jeugdpsychiater Ericson slaat de plank niet zover mis als hij schrijft, dat ouders op jongeren vaak de indruk maken, dat zij zelf overjarige jongens en meisjes zijn gebleven, volkomen opgaand in een wereld van foefjes en geld.

Afgeleid gezag
Het gezag van de vader, hoe onmisbaar ook, is steeds een afgeleid gezag. De vader zal zich hiervan steeds bewust moeten zijn, opdat zich bij hem geen despotische neigingen ontwikkelen. In voorkomende gevallen heeft hij zelfs de dure plicht om zijn gezag voor de kinderen te verantwoorden.

Zo schrijft ds. Koelman in zijn reeds genoemde boekje: ,,Toont aan uwe kinderen, hoe redelijk en hoe nodig hun kastijdingen zijn en hoe nuttig voor hun ziel; hoe de Heere het de ouders gebiedt, de roede te gebruiken..."

De vader vertegenwoordigt Woord en Wet. Het vaderlijk gezag vereist dan ook de macht om zijn roeping gestalte te geven in het gezin. Deze macht komt het duidelijkst in de kastijding openbaar. Alhoewel ook moeder zeker gerechtigd is om lichamelijke tuchtiging toe te passen, is het in de Bijbelse lijn als dit met betrekking tot de zoon als regel door de vader gebeurt.

De goede vader zoekt zijn zoon vroeg, op jonge leeftijd, met tuchtiging. De overheid straft vooral om te vergelden, de vader straft uitsluitend om te verbeteren. De vader die zich bewust is van zijn verantwoordelijkheid, zal traag in het straffen zijn en niet steeds vergelden naar de overtreding.

Zaken die wij gemakkelijk als overtredingen aanmerken, komen vaak ook voort uit onbegrip en zwakheid, ja worden zelfs vaak door het eigen gedrag opgeroepen. Vader moet een voorbeeld zijn van levenslucht.

Kinderen die de vaderfiguur missen, missen veel. Alhoewel op dit terrein nog heel veel te onderzoeken en te verklaren is, is uit een aantal onderzoekingen wel naar voren gekomen, dat de vader voor een goede ontwikkeling van het kind, vooral van de jongen, onmisbaar is. De vereenzelviging, de identificatie, met de vader is voor de jongen van zeer groot belang.

De Amerikaanse psychiater Lasch, de laatste maanden nogal in de publiciteit, ziet de „vaderloze cultuur" als oorzaak voor het feit dat de mens gevangen raakt in het egoïstische gedrag. Deze mens wordt een prooi van verlammende angst en is niet in staat zich dienstbaar te maken. In dezelfde geest spreekt Ericson over de identiteitscrisis in onze cultuur.

Onderwijs
Het vadergedrag is ook voor het onderwijs belangrijk. Hooggegrepen idealen, strakke normen, prestatiegericht werken en beheersing van een behoorlijke hoeveelheid leerstof zijn niet populair meer. Individualisering en een buitengewone aandacht voor de emotionele aspecten wel. Het onderwijs tendeert momenteel naar een „moederlijke" structuur.

Het is zeer de vraag of we daarmee het kind een dienst bewijzen. Goede leerstof reikt sleutelbegrippen aan, waarmee het kind toegang krijgt tot de cultuur. Een bepaalde basiskennis zal ingeprent moeten worden.

Juist in tijden van grote veranderingen zal het reformatorisch onderin beducht moeten zijn om door de tijdgeest meegenomen te worden en noodzakelijke veranderingen zeer bedachtzaam in hebben te voeren. De Bijbelse opdracht voor de vader zal, goed verstaan, de schoolweerbaarheid van de kinderen ten goede komen en de school weerbaar maken tegen ondermijnende invloeden.

Vaderschap Gods
In communistische en fascistische landen nemen de scholen en jeugdorganisaties de gezaghebbende rol van de vader over. De opvoeding wordt dan bij onpersoonlijk (gewetenloos) en vervalt tot dressuur. Het is geen opvoeding vanuit verantwoordelijkheid tot verantwoordelijkheid. De vader als genitor losgekoppeld van de vader als pater. Ook hierbij komt openbaar dat de revolutie gericht is tegen de ordening Gods.

In zijn Catechismuspreek over Zondag 9 wijst ds. G. H. Kersten erop, dat alle vaderschap onder de mensen een flauwe afspiegeling is van het eeuwige Vaderschap Gods. Het vaderschap dat door God in de schepping ingedragen. In het Paradijs heeft de mens zijn Vader krachtens schepping verlaten, alleen een waarachtige bekering betekent het herstel van die verbroken relatie.

Vaderschap kan slechts recht geleerd worden op de terugweg van de verloren zoon. Christelijk vaderschap wordt beoefend in het oprechte geloof dat de eeuwige Vader van de Heere Jezus Christus, mijn God en Vader is. De vreze des Heeren is het enige beginsel van Christelijk vaderschap. "En gij vaderen verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren" (Efeze 6:4).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.