+ Meer informatie

GEZONDE LEER

8 minuten leestijd

Het woord ‘leer’ gooit geen hoge ogen vandaag. Over ervaring mag het gaan in de kerk, maar liever niet over ‘leer’, en al helemaal niet als die als ‘gezond’ wordt aangeprezen. Dit levensgevoel heeft zijn directe weerslag op die middag diensten in kerken van gereformeerd belijden, waarin een gedeelte uit de Heidelbergse Catechismus centraal staat. Is het nog wel van deze tijd? Van velen ‘hoeft het niet meer’.

GEZOND

Nu is de uitdrukking ‘gezonde leer’ niet een term uit het recente verleden, maar voluit bijbels (1 Tim. 1:10; 2 Tim. 4:3; Titus 1:9; 2:1). En in de brieven aan Timotheüs en Titus is óók nog sprake van ‘gezonde woorden’ (1 Tim. 6:3; 2 Tim. 1:13) en ‘gezonde prediking’ (Titus 2:8). Alleen als de leer, de predking en de woorden ‘gezond’ zijn, kan de gemeente ‘gezond in het geloof (Titus 2:2) zijn.

Uit het gegeven dat in die drie — betrekkelijk korte — brieven het woord ‘gezond’ zo vaak voorkomt, valt op te maken het om een sleutelterm gaat. Het staat voor: ‘goed, recht, zuiver, onvervalst’. Maar is dat nu ook niet precies waarvan velen hun bekomst hebben — dat er een of andere maatstaf is, aan de hand waarvan de zuiverheid van ons geloof gemeten wordt? Een ‘starre leer’, die ongewijzigd wordt doorgegeven, zonder in te gaan op de eigen tijd.

Toegegeven: er zijn uitleggers, die zo’n ontwikkeling inderdaad menen te kunnen herleiden tot de uitdrukking ‘gezonde leer’ in deze pastorale brieven. Kijk maar, zeggen ze, hoe de apostel die term inzet tegen ‘ketters’, en hoe het een vaststaand criterium is in de vermaningen aan de ambtsdragers. Dat laatste klopt. Maar is daarmee ook aangetoond dat de leer star is, en vreemd aan het leven?

LEVEN EN LEER

Laten we even wat preciezer kijken. De eerste keer dat we de term ‘gezond’ tegenkomen, in 1 Timotheüs 1:10, staat de uitdrukking in een ethisch kader. In de verzen die eraan voorafgaan wordt de tweede tafel van de tien geboden samengevat, en de opsomming daarvan wordt kortweg afgesloten met: ‘en wat er verder allemaal ingaat tegen de gezonde leer’.

Daaruit valt op te maken, dat de ‘gezonde leer’ direct het leven raakt, net zoals Paulus in Efeziërs 4:20 kan uitroepen: ‘maar zó hebben jullie Christus niet leren kennen!’ Dan heeft hij het over de levenswandel van de heidenen, die zich overgeven aan losbandigheid en winst halen uit onreinheid. Nee, het gaat in het christen zijn niet maar om consequenties die ik trek uit mijn geloof, maar die toch van het ‘eigenlijke’, van de ‘kern’, kunnen worden onderscheiden — zodat bij een verkeerd leven het geloof zelf nog min of meer onaangetast blijft. Nee, het is één op één: bij de ‘gezonde leer’, in overeenstemming met het Evangelie, hoort een bepaald leven. Het is ermee gegeven, en ligt er helemaal in besloten. Genade is niet los verkrijgbaar, d.w.z. zonder de daadwerkelijke vernieuwende werking van het Evangelie. En die vernieuwing blijft niet in het vage, maar zij is heel concreet het aandoen van de nieuwe mens, die naar de wil van God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid (Ef. 4:24).

Het gaat dus niet om een vorm van redeneren die losstaat van het leven. De ‘gezonde leer’ wordt duidelijk als een levende en effectieve afweer tegen allerlei vormen van moreel wangedrag in het veld gebracht.

DE LEER STAAT DWARS OP HET LEVEN

Misschien is dat voor vandaag wel het meest aanstootgevende. Onder geen voor waarde willen we dat iemand anders ons de wet voorschrijft. Prof. C.J. Schuyt — zelf geen christen — heeft dat onze ‘collectieve allergie’ genoemd. Alleen al de idee, dat we het goede niet uit onszelf putten, is onverdraaglijk en onverteerbaar We houden er strak aan vast dat we wel degelijk zelf kunnen bepalen, wat een goed leven is.

Inmiddels zijn er wel barstjes zichtbaar in die zekerheid. We hebben de lat al wat lager gelegd, maar nog is het niet zó dat iedereen spontaan het goede doet. De eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat het ethisch principe vandaag dat van het ‘hedonisme’ is: ‘vergeet vooral niet te genieten’. Het is wel het elfde gebod genoemd: ‘Gij zult genieten’. Er zit trouwens ook meer dwang onder dan ons lief is. Het komt in de buurt van: ‘geniet of ik schiet!’. Als daar dan de ‘gezonde leer’ tegenover geplaatst wordt, horen we in die uitdrukking — terecht — dat we het allemaal niet zo goed weten, en dat het bovendien ontbreekt aan kracht om wat goed is dan ook te dóen.

In 1 Tirnotheüs 1:10 brengt Paulus de leer van ‘het Evangelie van de heerlijkheid van de zalige God’ met het oog hierop ter sprake. Die ‘gezonde leer’ staat dwars op het je ongeremd uitleven. Het is niet een statisch geheel van waarheden, een zaak van het verstand alleen. Nee, het is helemaal betrokken op het leven. Maar — het staat er dwars op. Waar de apostel spreekt over de ‘gezonde leer’ heeft hij het over de verkondiging, die betrokken is op hoe mensen vandaag in elkaar zitten. Het Evangelie van Jezus Christus wordt daarin op een levende manier uitgelegd, met de inhoud in alle hoekigheid betrokken op waar de mensen vandaag zitten.

Zo is en blijft het — leer. Gezonde leer. Zoals de apostel ook kan spreken over ‘gezonde woorden’ en ‘gezonde prediking’. Bij ‘leer’ denkt de apostel dus aan een levend woord, dat als verkondiging van Jezus Christus tot mij komt. Het gaat er levend en beweeglijk aan toe. Juist de variëteit in bewoordingen — leer, prediking, woord — laat dat zien. Tegelijk is het een afgrendeling in de richting van wat niet in overeenstemming met het Evangelie is. Maar die afgrenzing vindt plaats in een levende verkondiging van Jezus Christus. En het gaat er daarom om, dat we de gemeente geen liflafjes en lieverkoekjes voorzetten, maar zeggen waar het op staat.

DE LEER IS NIET LEVENSVREEMD

Dwars is de leer dus. Maar niet levensvreemd. Dat ligt óók uitgedrukt in het woord ‘gezond’. Daarin ligt toch besloten, dat deze leer het leven niet afknelt en fnuikt, maar veeleer tot bloei brengt. Daarmee is bedoeld dat deze wereld erop is ‘gebouwd’ dat mensen recht en gerechtigheid doen, trouw liefhebben en ootmoedig met de Here, hun God wandelen. Het Evangelie is niet een aan deze wereld wezensvreemd element, maar Gods geboden doen het leven opbloeien. De wereld en wij erbij zijn erop gemáákt, zoals een stekker in een stopcontact past.

‘Niet gelijkvormig aan deze wereld’ (Rom. 12:1) is iets anders dan irrelevant, nergens op slaand. De dwarsheid van de leer is er precies om het leven tot zijn ware bestemming te brengen. Dat lijkt me een grote uitdaging voor de christelijke gemeente in deze tijd. Intern: geloven we dit zelf ook echt? En: ervaren we het ook op deze manier, zodat we het anderen kunnen uitleggen? Die vraag moet de gemeente zichzelf stellen, omwille van de levende verbondenheid met het Evangelie.

Maar deze vraag is van niet minder belang naar buiten toe. Het is niet goed voor de mensen, het dient uiteindelijk het leven niet, als ze zich vrijwel ongeremd kunnen uitleven. Deze wereld heeft recht op de ‘gezonde leer’, dat is dus: op een gemeente, die die leer met woord en daad uitdraagt, zonder de illusie te koesteren van alle kanten bijval te oogsten. Paulus althans begrijpt heel goed waarom mensen voor al dat ongezonds kiezen: ze verdragen de ‘gezonde leer’ niet meer. Die ligt te zwaar op de maag. Daarin gaat het over een sterven aan jezelf en een nieuw leven, dat alleen in Jezus Christus ligt. Het is altijd weer kauwen en slikken, terwijl de praatjes voor de vaak zo naar binnen glijden… Maar tegen onze kinderen zeggen we al: van snoepjes word je niet groot. Je moet boterhammen met kaas eten. Dat is gezond. En — nog lekker ook. Wees eerlijk — wat smaakt uiteindelijk beter dan het Evangelie van Jezus Christus, recht toe, recht aan?!

Het Evangelie is betrouwbaar, heilzaam, en je wordt er ‘gezond in het geloof, de liefde en de volharding’ (Titus 2:2) van. Dus: als de Teer’ of de ‘woorden’ gezond zijn, máken ze de mens ook gezond — en gezond wil niet maar zeggen dat je je er goed bij voelt, maar dat je gezond bent op die punten, waar het op áánkomt: ‘in geloof, liefde en volharding’.

Daarin is het ‘gezonde’ van de Heidelbergse Catechismus dan ook gelegen, dat glashelder beleden wordt, dat mijn heil buiten mijzelf ligt, in Jezus Christus, en dat God de Heilige Geest mij eigen maakt wat ik in Hem al heb. Daar knapt een mens van op, als deze dingen je uitgelegd worden op een manier, dat je merkt dat die ander wéét waar hij het over heeft. Alles zit erin. Het is een uitgekiend geheel van voedingsstoffen, mineralen, vitaminen, enz.. Je moet er alleen wel wat van maken, en laten zien wat het allemaal voor vandaag betekent. We zouden misschien enige campagne kunnen gaan voeren, met die reclameleus (ik weet niet meer waarvoor) van jaren geleden: ‘fijn dat lekker ook gezond kan zijn’!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.