+ Meer informatie

Abraham

6 minuten leestijd

Stille nacht
Vroeger zongen wij „Stille nacht, heil'ge nacht, Davids Zoon, lang verwacht. Die miljoenen eens zaligen zal". Op de Doelenconcerten in Rotterdam wordt als derde regel echter gezongen: "Die tot God ons terugbrengen zal". Hoe zit dat? Amsterdam — Het Bijbels Museum vindt het kerstfeest een goede aanleiding om iets extra's te organiseren. Tot 12 januari laat het museum een combinatie van 'kerst"-verzamelingen zien: postzegels op muziek van "De Messiah", antieke prenten van "De Wijzen uit het Oosten" en kleurige tekeningen van bijbelse verhalen van Kees de Kort. De verzameling van kerstkijkdozen maakt het geheel compleet. Amsterdam — Aan de hand van ongeveer 100 spotprenten —grotendeels originelen, van het begin van deze eeuw tot heden— probeert het Nederlands Persmuseum duidelijk te maken welke verbanden tekenaars legden tussen politieke gebeurtenissen en het theater. "Allemaal theater!; politieke tekenaars en to- . neelscenes" duurt tot 5 januari. Delft — Vanaf vandaag is in het Legermuseum de overzichtstentoonstelling "Inzet in Nederlands-Indië, 19451950" te bezichtigen. Volgens het museum wordt voor het eerst op dergelijke grote schaal aandacht besteed aan het Nederlands-Indonenische conflict tussen 1945 en 1950, dat voor beide landen grote politieke en maatschappelijke gevolgen heeft gehad. Den Haag - Het PTT Muséum toont Noord

Vitamine-F zalf
In deze rubriek van 22 november schreef u een stukje over vitamine-F-zalf. Kunt u ons de merknaam van ditprodukt geven? Antwoord: Er zijn fabrikanten die hun produkten met fraaie benamingen als vitamine betitelen. Bij een aantal drogisterijen en kruidenzaken verkoopt men vitamine-F-preparaten als een comtot 12 januari "Variaties op techniek", kleinplastieke en elektronisch aangedreven objecten. Groningen — Tot 16 februari is in het Noordelijke Scheepvaartmuseum de tentoonstelling "De zee getekend" te bezoeken. Het gaat om olieverfschilderijen van Betzy Berg en Oscar Mendlik. Groningen — "De Breede Merct" is een expositie die een beeld geeft van de ontwikkeling van de stedelijke structuur vari'de Grote Markt in Groningen en omgeving. Groningen — Een van de voorlopers van psychologische tests is de frenologie, de schedelmeetkunde. Aan de vorm van de schedel werden dertig tot veertig eigenschappen toegekend. Deuken en instulpingen waren daarvoor verantwoordelijk. Een demonstratiemodel van deze test is onderdeel van de tentoonstelling "Op de proef gesteld, geschiedenis van de psychologische test". Tot 26 januari in het Universiteitsmuseum aan Zwanestraat 33. Haren - Hortus Haren heeft deze maand een speciale route uitgezet door Oost

Bloedarmoede
Dat bietensap geen biet helpt tegen bloedarmoede, heeft u onlangs in deze rubriek kunnen lezen. Een lezer uit Hardinxveld-Giessendam wil graag een goede raad doorgeven. „Voor bloedarmoede helpt heel goed elke avond een borrelglaasje Malaga-wijn. De wijn is in elke goede wijnwinkel te koop en kost ongeveer 7,50 gulden. Ik zelf gebruik het al een paar jaar en ik ben er erg van opgeknapt". Voor de derde keer vindt in Autotron Rosmalen de tentoonstelling Autovisie plaats. De Citroen Activa 2 is een van de vele superautomobielen die tot 5 januari te West Onlangs verscheen in Leiden een prachtig proefschrift. Onder de titel "Ministers in beeld" is "de sociale en functionele herkomst van de Nederlandse ministers" tussen 1848 en 1990 onderzocht. De schrijfster, mevrouw W. P. Seeker, heeft zich dus verdiept in vragen als: Wat deden de vaders van onze ministers? Wat deden de ministers voordat ze minister werden? Waar studeerden ze af? Hoe oud waren ze toen ze op het pluche werden geheven? En: naar welke kerk gingen ze?

In dat verband wijdt mevrouw Seeker in haar dikke pil ook een paragraaf aan joodse ministers. In hoeverre hadden religieuze joden vrij toegang tot het ministersambt, vraagt ze zich af. „Religieuze joden" wel te verstaan. Daarmee liet ze de niet-synagogische meelevende ministers links liggen. Te noemen zijn (na de oorlog) de ministers Van den Bergh (VVD), Samkalden, Polak, Van Thijn en D'Ancona (allen PvdA).

De eerste belijdende joodse bewindsman was mr. H. W. Godefroi, die ertoe voorbestemd leek minister van justitie te worden in het eerste kabinetThorbecke (1852). „In de voordracht aan de koning durfde men zijn belijdenis van de joodse godsdienst niet onvermeld te laten", schrijft Seeker. Willem III greep dit aangevertje dan ook gre^ tig aan om z'n veto over Godefroi uit te spreken, zich daarbij beroepend op „het belang van de regeering en de staat". Thorbecke echter hield voet bij stuk. Hij preste de Koning alsnog met de kandidatuur van Godefroi akkoord te gaan. Maar toen de Koning na lang touwtrekken eindelijk wilde bewilligen, hoefde het allemaal niet meer zo nodig voor Godefroi. Stichtelijk bedankte hij voor de eer.

Maar gelukkig voor Godefroi kwam er nog een herkansing. Acht jaar later, in 1860, toen hij alsnog minister van justitie werd, dit keer in het kabinet van Thorbeckes tegenvoeter Van Hall. Toen dit feit wereldkundig werd, schreef mr. W. Baron van Lynden aan collega-kamerlid Groen van Prinsterer: „Nu een zoon van Abraham in het kabinet is gekomen, is deze belangwekkende minderheid der Nederlandse natie ook tevreden".

De tweede religieus joodse minister belandde ook op Justitie. Het was mr. E. E. van Raalte, een vooraanstaand liberaal, die in 1905 werd opgenomen in het kabinet-De Meester. Van Raalte was een van de geachte afgevaardigden uit Rotterdam („de tweede koopstad des Rijks"), waar hij als advocaat al snel een bloeiende handelspraktijk had weten op te bouwen. Dat Van Raalte een kundig kamerlid en minister was, werd ook door zijn politieke tegenstanders beaamd. Zo waarschuwde Abraham Kuyper in een van zijn beruchte Standaard-artikelen tegen de „knappe joden" als „de Levi's en de Van Raalte's".

Nummer drie in de rij van joodse ministers is dr. Arie Pais, minister van onderwijs in het eerste kabinet-Van Agt. Tegenover de sympathieke veelvrager dr. G. Puchinger liet Pais zich ooit ontvallen dat het zijns inziens voor de toekomst „meer dan ooit noodzakelijk is" dat mensen „een sterk persoonlijk geloof" hebben. „Geloof waarin?" vroeg Puchinger prompt, waarop de minister rijkelijk vaag antwoordde: „Gelóóf! De een gelooft in Mohammed, de ander in wat of iemand anders, maar ik doel zeer bewust op religieuze connotaties".

Tenminste één keer, zo onthult promovendus Seeker, schijnt het zo geweest te zijn dat iemand geen minister is geworden omdat hij jood was. Het betrof de vrijzinnig-democratische hoogleraar A. C. Josephus Jitta. Diens naam circuleerde in 1935 als mogelijke kandidaat voor het departement van sociale zaken. De toenmalige minister van buitenlandse zaken, jhr. mr. A. C. D. de Graeff, suggereerde in een brief aan een vriend van hem dat Josephus Jitta zou zijn gepasseerd, omdat de benoeming van deze „practiserend Israëliet" — zoals hij schreef— „een uitdaging zou zijn voor de NSB". De Graeff zelf dacht daar overigens geheel anders over. Voor mij, zo schreef hij, zou dat nu juist een argument zijn geweest om de benoeming door te laten gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.