+ Meer informatie

Afgeluisterd

4 minuten leestijd

W. F. Bach
W. F. Bach moet een bijzondere figuur zijn geweest. De oudste zoon van vader Bach wordt doorgaans afgeschilderd als ongedisciplineerde vrijbuiter, een hoogbegaafde drankorgel, voortdurend in conflict met zijn omgeving en met zichzelf. Luisterend naar twee (eerder op dubbel-lp verschenen) cd's, waarop Leo van Doeselaar de complete orgelwerken van W. F. Bach speelt, valt inderdaad op dat Friedemann het produkt —maar tegelijkertijd ook het slachtoffer— is geweest van twee elkaar slecht verdragende muzikale stijlperiodes. Opgegroeid in de klankenwereld van zijn vader (een stijl die toen al door menigeen als ouderwets werd bestempeld), kwam hij terecht in een milieu-dat om galante en "empfindsame" muziek vroeg. Beide elementen vinden we in zijn orgelwerken terug, waarbij ik sterk het gevoel krijg dat de composities in de stijl van pa slechts toonbeelden van ambachtelijke vaardigheid zijn, terwijl de stukken waarin de rococo doorklinkt werkelijk uit Friedemanns hart lijken te komen.

De eerste cd, opgenomen op het Lohmann-orgel in Farmsum, geeft de "8 Fugen für Orgel oder Clavier", zeven koraalbewerkingen en een losse fuga. De acht manualiter fuga's behoren mijns inziens tot Friedemanns meest geïnspireerde composities. Treffend is de wijze waarop elke fuga een eigen inzicht heeft gekregen, geheel overeenkomstig de "Tonartencharakteristik" van Mattheson: C-dur klinkt echt vreugdevol en een tikkeltje brutaal, c-moll liefelijk maar ook een beetje droevig enzovoort. De koraalvoorspelen zijn gave stukjes handwerk, maar muzikaal minder boeiend. Hier hanteert de componist veelal het Pachelbel-systeem, waarbij regel na regel fugatisch behandeld wordt. Dat werkt op den duur nogal vermoeiend en voorspelbaar.

Op de tweede cd (Grote kerk Leeuwarden) komen de verrassingen wel degelijk. Het programma lijkt saai, met uitsluitend fuga's: drie voor orgel met pedaal, twee driestemmige zonder pedaal en vier voor orgel "mit zwei Manualen und Pedal". Vooral in die laatste vier is Friedemann soms echt ondeugend: lange, o zo traditionele fuga's breken plotseling af en worden, na een inspannende stilte, besloten met passages waarin de componist alle contrapunctische strengheid van zich af lijkt te schudden. Een volkomen onverwacht zacht slot aan een sterk geregistreerde fuga, revolutionaire akkoorden na archaïsche polyfonie: Wilhelm Friedemann Bach was een bijzondere figuur!

N.a.v. "W. F. Bach, The Complete Organworks"; Leo van Doeselaar, Etcetera Records; Vol. 1 (Farmsum) KTC 2003-1; Vol 2. (Leeuwarden) KTC 2003-2.

D. Sanderman

Haydn

"La petite bande" is een van de vele ensembles die zich toeleggen op de authentieke uitvoeringspraktijk. Sigiswald Kuijken, uit de bekende familie van barokspecialisten, zwaait de scepter over de groep, die regelmatig blijk geeft van geïnspireerd en geestdriftig muciseren. "La petite bande" vindt iti dit laatste wellicht een rechtvaardiging voor haar bestaan. 
Men beperkt zich echter niet tot de barok. Terecht claimt dit soort ensembles de Rococo en Vroegromantiek, omdat in die tijd nog algemeen gebruik werd gemaakt van instrumenten die nog niet waren omgebouwd voor het grote zaalwerk van de negentiende eeuw: koper zonder ventielen, hout met gaten in plaats van kleppen en violen met een platte toets. Het orkest vult een cd met drie symfonieën van Haydn (1732-1809), een vroege en twee uit de middenperiode. Eigenlijk vergelijken we Haydn te veel met Mozart. Maar hij wilde in elk geval iets anders met zijn symfonieën. Hij liet bij voorbeeld zien hoe je een Gregoriaanse melodie kunt gebruiken als thema voor een instrumentale compositie. Dat gebeurt in nummer 26, bijgenaamd "Lamentatione". Een langzame blazersmelodie, ontleend aan een gezang uit de Lijdenstijd, wordt omspeeld door onrustige syncopen in de strijkers.

De rijpere symfonieën 52 en 53 zijn ware meesterwerken. Nummer 52 staat in mineur en is een zeer dramatisch stuk. Wellicht heeft men het in die tijd modern gevondem Met name de blaasinstrumenten klinken wat ongebruikelijk. De vaak als een volgzame dienaar van vorst Esterhazy afgeschilderde Haydn blijkt hier over ongedachte' durf te beschikken. In de symfonie nummer 53 "LTmperiale" is hij echter weer veel vriendelijker. Vooral in het tweede deel, een thema met variaties, toont Haydn zijn meesterschap.

Kuijken en zijn ensemble ontpoppen zich als ware Haydnspecialisten. Er wordt ontspannen en toch in zeer afgewogen verhoudingen gemusiceerd. Zowel aan Haydns humor als aan diens geniale componeertechniek wordt volledig recht gedaan. 
N.a.v, "Haydn: Symfonien 26, 52 en 5 3 " ; "La petite bande" o.l.v. Sigiswald Kuijken; Virgin Classics VC 790743-2.                S. M. W. Bezemer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.