+ Meer informatie

VERENIGINGSNIEUWS

3 minuten leestijd

RING ROTTERDAM

Verslag van de vergadering gehouden op Woensdag 21 September 1955.

De vergadering, die zoals gewoonlijk onder leiding stond van de heer T. Molenaar, werd geopend met het zingen van Psalm 146 vers 3, het lezen van Romeinen 13 van vers 8 tot het einde en gebed. In zijn openingswoord betuigde de voorzitter zijn spijt over het feit dat er zo weinig jongeren aanwezig waren; maar aan de andere kant was hij verblijd dat er verschillende ambtsdragers in ons midden waren, w.o. ds. A. de Blois. Na de aanwezigen een hartelijk welkom te hebben geheten, in het bijzonder de heer Kuijt die een uurtje uit zijn drukke werkzaamheden heeft vrij weten te maken, merkte de heer Molenaar nog op dat de eerste collecte bestemd is voor de kweekschool te Gouda en voegde er aan toe: Geef een beetje aan de royale kant.

Hierna kreeg de heer P. Kuijt het woord, die, vordat hij met zijn referaat over de liefde tot de naaste begon, liet zingen Psalm 79 vers 4.

Allereerst bracht spreker ons in gedachten terug naar de Generale Synode van Mei 1619 en zei dat de binnen-en buitenlandse afgevaardigden van deze vergaderingen een penning kregen met het randschrift (vertaald): Nu de religie gehandhaafd is zullen zij zijn als de bergen Sions. Dit randschrift, dat zo'n kernachtige inhoud heeft, drong de spreker vooral aan de jongeren op om dat gedurig voor ogen te houden. Want de religie (de leer) moet gehandhaafd worden tot op de dag van de Heere Jezus Christus.

Hierna behandelde de spreker achtereenvolgens het vijfde t.m. het tiende gebod, waarin telkens naar voren kwam: iefde tot de naaste. Niet het verbieden, zo zei de heer Kuijt, maar het gebieden in deze geboden behandel ik met U; want we spreken niet van de tien verboden maar van de tien geboden. Wij zijn gebonden aan dat wat God gebiedt. Want (om maar een enkel gebod weer te geven daar dit verslag anders te lang wordt) al laten de ouders ons maar zitten met vele problemen en ons bepaalde dingen verbieden e.d., toch moeten wij onze ouders eren. Want in de aardse vadernaam heeft God enige glans van Zijn heerlijkheid gelegd. En als je nog wat waarde vindt in de godsdienst, begin dan met vader en moeder te eren. We moeten radicaal gehoorzamen. Wat vader doet moet hij verantwoorden tegenover God. Nadat de spreker het vijfde t.m. het negende gebod had behandeld, werd gezongen Ps. 80 : 11, waarna de inleider nog even stil stond bij het tiende gebod. Daar er op dit onderwerp geen bespreking mogelijk was, dankte de voorzitter de heer Kuijt voor het ernstige en leerzame referaat, waarna ds. A. de Blois deze vergadering , eindigde door te laten zingen Ps. 133 : 3 en gebed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.