+ Meer informatie

SLOTWOORD OP DE AMBTSDRAGERSCONFERENTIE 20 april 1996

8 minuten leestijd

We gaan straks naar huis toe. Voordien zou ik enkele korte opmerkingen willen maken die in verband staan met het onderwerp van vandaag.

Allereerst wil ik zeggen dat wij niet de gedachte moeten voeden dat meer dan de helft van de gemeente bestaat uit mensen die een ongelukkig huwelijk hebben. Er zijn gelukkig in de gemeenten heel veel mensen die weten wat een huwelijk is. Zij weten ook wat een gelukkig huwelijk is. Daarvoor mogen we erg dankbaar zijn.

Een tweede korte opmerking betreff het feit dat wij niet moeten denken te beschikken over een maatstaf om het geluk van een ander te bepalen. Wij mogen ook onze eigen manier van geluksbeleving niet gebruiken als een maatstaf waarmee wij het geluk bij anderen meten. Dikwijls heb ik in de gemeente gemerkt dat veel mensen hun eigen manier hebben om gelukkig te zijn. Ik ontmoette wel mensen van wie ik tegen mijn vrouw zei: Ik begrijp niet hoe die twee het volhouden. Wanneer ze echter bij elkaar wegraakten, omdat de Here één van hen wegnam, dan miste de overgeblevene de ander. Wij hebben blijkbaar niet de goede maatstaf om te zeggen wat echt geluk is. Waarin bestaat het eigenlijk? Men zal ook vandaag in de gemeenten veel mensen aantreffen die hun eigen wijze hebben gevonden om met elkaar om te gaan en die daarin elkaar ook als onmisbaar hebben ervaren. Laten wij daarom niet al te wettisch worden als we spreken over de vraag wat nu waarlijk geluk mag heten.

Wat bij het onderwerp dat we vandaag breed besproken hebben, opvalt, is dat we bezig zijn met een gegeven dat in volstrekte zin bij de schepping behoort. Wij spreken als schepselen daarover, zij het ook als gevallen schepselen. Wij spreken dan ook over een zaak waardoorheen een scheur, een breuk loopt, geschonden als zij is door de zonde. Niettemin behoort het huwelijk werkelijk en echt bij de schepping. Het eerste wat de bijbel ons laat zien omtrent de verhouding van man en vrouw, is dat het gaat om een verhouding die de bijbel een huwelijk noemt. De bijbel begint met een huwelijk.

U verwacht nu, dat ik zal zeggen, dat de bijbel ook eindigt met een huwelijk. En dat is ook zo. In het laatste bijbelboek wordt gesproken over de gemeente die als een bruid voor haar man versierd, nederdaalt van de hemel naar de aarde. In het nieuwe Jeruzalem staan de dingen in het teken van dit huwelijk. Er zal een vereniging plaats vinden tussen Christus en zijn gemeente.

Nu kunnen we over een gegeven uit de schepping en ook over een gegeven uit de grote toekomst nimmer spreken buiten het kruis om. Dat is een werkelijkheid, die we niet uit het oog mogen verliezen.

De Here Jezus Christus is vandaag degene, die ons deze dingen in een voorbeeld laat zien. Wie over de schepping spreekt, heeft het over een zaak waarvan het diepste wezen voor ons verborgen is. Het betreff een werkelijkheid die buiten het bereik ligt van ons verstand en van ons voorstellingsvermogen. Men kan wel een gedachte hebben, een idee over de vraag hoe het in de schepping is geweest vóór de zondeval, hoe Adam en Eva met elkaar zijn omgegaan voordat de breuk intrad in de schepping en ook in hun verhouding onderling. We zouden daarover zelfs mooie dingen kunnen opmerken, naar hoé het in feite was, weten wij niet.

Evenmin kunnen wij ons een reële voorstelling maken van de werkelijkheid die eens in de grote toekomst van Christus zich zal voordoen. Wij spreken daarover onder andere in beeiden van het nieuwe Jeruzalem, waarin Christus met zijn bruid zal verenigd zijn. We kunnen ook trachten elkaar met deze heerlijke werkelijkheid te troosten, het kan een visioen voor ons zijn, zoals het eens voor Johannes was. Maar niemand kan met stelligheid zeggen hoe het in finesses zijn zal. Men huwt er niet en men wordt niet meer ten huwelijk gegeven. Dat is duidelijk. Overigens is het goed om erover te spreken in algemene termen.

Ik bedoel slechts te zeggen dat wij vandaag, hier en nu, in deze werkelijkheid levend alleen kunnen spreken vanuit het kruis van de Here Jezus Christus. Vanuit die plaats waar Christus zichzelf heeft gegeven om voor zich een bruid te werven. Hij is de Borg en de Middelaar van zijn gemeente. Hij heeft zich voor haar overgegeven. Op die manier heeft Hij zich die gemeente gekocht en betaald.

Daarover lezen wij als de allerlaatste achtergrond van het heilige huwelijk in de brief aan de Efeziërs, hoofdstuk vijf, ‘t laatste gedeelte. Daar Staat dat Christus de gemeente heeft liefgehad en dat Christus van de gemeente houdt omdat zij zijn lichaam is. Daarom, zo Staat er, zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen en die twee zullen tot één vlees zijn. Dáárvan zegt Paulus, dat het een geheimenis is, een groot geheimenis, ‘doch ik spreek met het oog op Christus en de gemeente. Intussen ook gij, laat ieder voor zich zijn eigen vrouw zo liefhebben als zich-zelf en de vrouw moet ontzag hebben voor de man’.

En ditzelfde geldt van de relatie waarin Christus zich tot de gemeente heeft gesteld. Zo zien wij de dingen in het goede licht.

De gedachte erachter is, dat Christus zijn gemeente gekocht heeft. Déze verhouding tussen Christus en de gemeente betekent een zodanige relatie, dat daarin vervuld wordt wat in het huwelijk is bedoeld krachtens de schepping en wat in de grote toekomst van Christus werkelijkheid zal wezen. We vinden het in deze Paulinische tekst op een overweldigende manier uitgedrukt.

Hier hebben we een bijbels fundamenteel gegeven over het huwelijk. Gods Woord zegt hier dat het huwelijk een relatie is. Vandaag zegt men dat iedere relatie een huwelijk moet kunnen zijn. Maar dat is precies het omgekeerde van wat hier staat. Ik behoef dat niet nader toe te lichten. Men zegt dat iedere relatie tussen wie dan ook een huwelijk genoemd moet kunnen worden. De bijbel zegt echter dat het huwelijk een relatie is, maar dan een zodanige, dat zij een sacrament is. Niet in de rooms-katholieke zin, maar in de zin van het Nieuwe Testament: een geheimenis, een wonder, een teken dat wijst naar de relatie tussen Christus en zijn gemeente.

Ik merkte op dat wat in de schepping is gegeven, voor ons op dit moment naar zijn diepste wezen verborgen is. En wat in de toekomst wordt geschonken, is ook nu voor ons, als het op wezenlijk kennen aangaat, verborgen. Maar déze Verborgenheid, dit geheimenis, dit mysterie van het heilige huwelijk is ons geopenbaard in Christus. En de grote vraag die op ons afkomt, is deze: Of wij de relatie met Christus kennen en of in ons leven die verhouding met Christus zó levend is, zo krachtig en effectief vanuit het wonder van de rechtvaardiging, en tegelijk even krachtig levend in een leven van heiliging, dat in die vorm van gemeente-zijn zich weerspiegelen mag wat het huwelijk is en wat het naar zijn hoge roeping ook moet zijn.

Welnu, indien dit de werkelijkheid is, dan kunnen we naar huis gaan met de gedachte dat het eigenlijk vandaag ook weer ging om de vraag, of in onze gemeente waar we thuis horen, iets zichtbaar wordt van dat wat eigen is aan de relatie: namelijk die tussen Christus en zijn gemeente. Het is dan de vraag of in ons gemeente-zijn in prediking, pastoraat, sacramentsbediening en tuchtoefening (tucht als trekken tot Christus) iets zichtbaar wordt van die innige verhouding tussen de Here Jezus Christus en al de zijnen. Zou het dan niet zo zijn, dat waar die relatie levend is en krachtig, dit ook zijn invloed zal hebben op de omgang van mensen, onderling: ouderen en jongeren. Het zal krachtig inwerken op de verhouding tussen mannen en vrouwen, ouders en kinderen.

Denkt u niet dat deze door Woord en Geest herstelde relatie met Christus niet exemplarisch zou zijn voor alle relaties, waarin God ons stelt? En niet slechts exemplarisch, maar ook effectief? Niet slechts als voorbeeld, maar ook als bron zou zij immers werken, bron van waaruit alle andere verhoudingen hersteld, genezen en beleefd mogen worden.

We gaan nu naar huis. Morgen is het gemeente. Morgen komt de kerk bijeen. Laten wij dan in die gemeente waarin de Here ons een plaats heeft gegeven, deze dingen zoeken te ervaren. Dan weten we waar de grond ligt voor het herstel, voor de reiniging, voor de heiliging, voor de vergeving en de vernieuwing van alle relaties, die in de schepping geschonden werden door de zonde. Zij zullen door Gods genade vernieuwd worden, straks in heerlijkheid en hier in principe, dat wil zeggen in beginsel. Reeds nu mogen wij daarvan de kracht kennen. Een heilig huwelijk, dat God behaagt. Laten wij proberen het vast te houden en laten wij, waar het fout is gegaan of nog fout gaat in de gemeente, kracht en troost zoeken bij het kruis van de Here Jezus Christus. Daar ligt het geheimenis, ook van het huwelijk vast gegrond in zijn werk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.