+ Meer informatie

Paddestoelen

Bloemen van de herfst

7 minuten leestijd

Sluiers van flarden nevel hangen als slordig gedrapeerde stukken vitrage tussen grillig gevormde beuken, machtige eiken en sierlijke berken. De zon laat zich niet langer inpakken door de mist, want hier en daar begint de vochtige aarde al te dampen en een vage geur van verval, schimmel en verrotting vermengt zich met de nevels en verdwijnt tussen de boomkruinen. Het is weer volop paddestoelentijd.

Dit is de tijd dat de herfst haar vlammende kleurenpracht toont en op donkere plekjes, stronken, takken en zelfs bomen haar bloemen te voorschijn tovert, die in de vorm van paddestoelen en zwammen overal hun kop opsteken in de meest spectaculaire kleuren en vormen. Afhankelijk van voedselaanbod, temperatuur en luchtvochtigheid is groeien, bloeien, sporen droppen en gegeten worden of afsterven het lot van de meeste paddestoelen. Dat proces voltrekt zich in snel tempo. Dat wil zeggen in hun verschijningsvorm boven de grond, als vruchtlichaam van de zwamvlok die ontelbare schimmels en draden herbergt. Ondergronds gaan de schimmels als ware sluipmoordenaars te werk en verrichten heel wat onzichtbare arbeid. Hun taak in de kringloop bestaat grotendeels uit opruimwerkzaamheden. Natuurlijk afval als bladeren, bloemen, takken, stronken, schors, bessen en uitwerpselen slopen zij snel en doeltreffend. Ze zorgen er mede voor dat de overblijvende stoffen als voeding door de natuur weer opgenomen kunnen worden.

Parasieten
Veel loof- en naaldbomen zijn bijzonder gastvrij ten opzichte van een aantal paddestoelen, die eigenlijk je reinste parasieten zijn. Een gastvrijheid die de meeste bomen duur komt te staan en dan met name die bomen die, om wat voor reden dan ook, tijdelijk een verminderde conditie bezitten. Na een aantal extreem natte of droge zomers bij voorbeeld kan de weerstand van zo'n machtige beuk of imposante eik een gevoelige knauw gekregen hebben. Parasieten zijn er dan als de kippen bij om zich op de kwakkelende gastheer te storten, die uiteindelijk van wortel tot kruin aangetast wordt en ten slotte sterft. Een bekende parasiet is de tonderzwam, die het vooral op zeer oude beuken en berken voorzien heeft. Een omhelzing van de enorme, hoornachtige vruchtlichamen van de tonderzwam betekent vroeg of laat de dood van zo'n oude, trouwe reus. Eveneens een geduchte vernietiger is de schadelijke honingzwam, die korte metten > maakt met kwijnende naald- en loofbomen en zelfs gezonde bomen niet ontziet.

Schelpenpaadjes
Saprofieten zijn in allerlei verschillende biotopen te vinden; het maakt ze nauwelijks uit waar ze staan. Als er maar genoeg andere organismen zijn waarmee ze gezamenlijk ten strijde kunnen trekken, om afval en organisch materiaal af te breken, redden ze het overal. Veel mycena's behoren tot de familie der saprofieten; meestal zijn het heel fijne, tere paddestoeltjes met bijzonder mooi doorrekende hoedjes, zoals de kleefsteelmycena. Door het gebruik van schelpen om fietspaden beter berijdbaar te maken is er een milieu ontstaan waardoor aardsterren plots als kometen uit de grond schieten. Deze kwamen eerder alleen op kalkrijke gronden in duinstreken voor, maar nu stralen deze sterren ook hier en daar langs schelpenpaadjes in andere contreien. Misschien een reden voor de bevoegde instanties om schelpenpaden in stand te houden. Want ook een aantal vogelsoorten profiteert van deze extra kalkgift, die voor de kwaliteit van hun eierschalen van belang is.

Toestand milieu
Het al dan niet voorkomen van paddestoelen en zwammen kan ons veel vertellen over de toestand van ons milieu en dan vooral de gezondheid van bodem en bomen. Sommige paddestoelen vormen een symbiose met de wortels van bomen, wat zeggen wil dat zowel boom als paddestoel voordeel van de ander heeft en daardoor afhankelijk van de ander is. Tot deze mycorrhizavormers behoort ook de bekende vHegenzwam. De cantharel of hanekam, van oudsher geliefd om zijn aromatische smaak, is ook zo'n paddestoel die in symbiose leeft en dan vooral met eiken die op relatief arme zandgronden groeien. Om die reden kwamen ze vroeger massaal voor, onder andere op de Veluwe, maar nu moet je ze met een lantaarntje zoeken, want er zijn nog maar een paar plekjes waar ze te vinden zijn. Men neemt aan dat hun verdwijning te maken heeft met de zure regen en de algemene achteruitgang van het milieu. Nog een paddestoeltje dat heel gevoelig is voor negatieve milieu-invloeden is het zeldzame, knotsvormige mijtertje. Hij onderscheidt zich nogal van zijn soortgenoten: ten eerste is hij een voorjaarsbloeier en ten tweede is hij dol op natte voeten. Hij gedijt het beste aan de rand van schone, heldere beekjes, waar hij lekker kan soppen tussen rottend blad. Op zijn korte pootjes is hij een echte dwerg onder de paddestoelen; als hij drie a vier centimeter wordt is het op.

Bloemkool
Tegen de tijd dat de parasol weer naar de zolder verhuist, komt ineens de parasolzwam aanzetten. Niet bepaald kieskeurig te noemen wat betreft zijn standplaats; hij is overal te vinden, zowel in parken als weilanden en bossen. Deze plaatsjeszwam is niet makkelijk over het hoofd te zien, want zijn parasol kan met gemak een doorsnede bereiken van vijfentwintig centimeter. Zijn lange trommelstokvoet kan die zware hoed nauwelijk torsen, vandaar dat hij bij een zuchtje wind al wankelt en omknakt. Bij die manoeuvre laat hij echter wel zijn sporen vallen en dan is zijn doel bereikt. Van heel ander kahber is de grote sponszwam, die zich graag aan de voet van naaldbomen nestelt. Hij doet nog het meest denken aan een uitheemse bloemkool: hij schijnt er zelfs naar te smaken! In de buurt van Paleis Het Loo in Apeldoorn worden ieder jaar een paar van deze "bloemkolen" gesignaleerd, maar verder behoort hij tot de zeldzamere soorten. Sommige zwammen hebben wel wat weg van een trilpuddinkje dat uit het brein van een creatieve kok ontsproten lijkt, zoals de gelatine-achtige judasoor, die het vooral op vlierstruiken gemunt heeft.

Voedsel
Vroeger lieten veel paddestoelen het leven in de koekepan om als ragout over de tong te gaan. De natuur was rijk en gul en manden vol cantharellen, boleten, oester- en inktzwammen oogstte men uit bos en veld. Vooral inktzwammen werden gewaardeerd om hun heerlijke, bouillonachtige smaak en een maaltje inktzwammensoep gold bepaald als delicatesse. Nog niet zo lang geleden gingen velen naar het bos in plaats van naar de slager voor hun wekelijkse biefstukje. De biefstukzwam was een geliefde lekkernij. Gebakken met een uitje in wat roomboter is deze parasiet bijzonder smakelijk. Een prettige bijkomstigheid was dat de biefstukplukkers uiterst lenig bleven, want vaak kwam er nog al wat klimwerk aan te pas als het biefstukje het hogerop in de eik gezocht had! Lange tijd nam men aan dat deze massale pluk de oorzaak van de verdwijning van paddestoelen en zwammen was. Echter, na onderzoek is gebleken dat er een negatieve milieufactor in het spel moest zijn, omdat in gebieden die jarenlang afgesloten waren voor het publiek de achteruitgang net zo dramatisch was. Mocht het milieu op korte termijn verbeteren, dan breken er voor de zwameters weer gouden tijden aan...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.