+ Meer informatie

Operatie Woestijnstorm bKes Arabische eenheid uit elkaar

8 minuten leestijd

CAIRO — Juichend, toeterend, met vlaggen zwaaiend reden duizenden Koeweiti's door de binnenstad van Cairo nadat bekend was geworden dat hun land bevrijd was. De grootste demonstratie van gelulc vond plaats voor het hoofdkantoor van de Arabische Liga aan de Nijl.

Midden voor het instituut dat de eenheid van alle Arabieren vertegenwoordigt, werd de overwinning van de Arabische coalitie gevierd op het evengoed Arabische Irak. Voor de meeste Koeweiti's heeft de slogan "Arabische eenheid" geen enkele betekenis meer.

Betekent de Arabische broederoorlog dat het idee van "arabisme" (de eenheid van alle Arabieren in één volk) voorgoed wordt begraven? Veel Arabische experts vermoeden dat de Arabische wereld voorlopig in twee blokken verdeeld blijft: die van winnaars en die van verliezers.

Lange periode

Jemen, Jordanië, Soedan en de PLO hebben zich sterk aan het lot van Irak verbonden en horen nu bij de verliezers. Maandenlang heeft de bevolking van deze naties zich fel tegen de Egyptische president Hosni Moebarak en de Saoedische koning Fahd verzet.

De Iraakse leider Saddam Hoessein is in de straten van Marokko, Algerije, Mauretanië en Tunesië de grote held. Volgens sommige analisten zal diens verlies, zodra de werkelijkheid daarvan doordringt, tot krachtige anti-westerse en antiEgyptische gevoelens leiden.

Nu de legers van Koeweit, Saoedi-Arabië, Syrië en Egypte samen met de westerse legers een gruwelijke nederlaag hebben toegebracht aan Irak, zal de bitterheid onder de sympathisanten van Irak jaren duren. „Ik geloof dat we een tamelijk lange periode van verdenking, spanning en harde gevoelens tegemoet gaan", zegt de Jordaanse minister van informatie, Ibrahim Izzedin.

Die periode is al ingeluid. Egypte en de zes Golfstaten hebben talloze Palestijnen, Jemenieten, Jordaniërs en Irakezen de deur gewezen of gearresteerd. Veel Egyptenafen hebben juist de benen moeten nemen uit Irak, Jemen en Noord-Afrika.

Rijkdom

De verdeeldheid onder de Arabieren moet worden afgezet tegen twee assen. Enerzijds lijkt de keus van de Arabische naties „voor of tegen Saddam" bepaald te zijn door hun rijkdom. De olierijke Golfstaten verachten de veroveraar van Koeweit.

Toch was de economische positie niet doorslaggevend bij de positiekeus van de Arabische naties. Een grotere rol speelde de mate van anti-westerse of "arabistische" gevoelens. Dat die vooral onder arme landen sterk zijn, heeft ongetwijfeld te maken met een gevoel van inferioriteit en uitbuiting.

Toen Saddam Hoessein zich het afgelopen jaar steeds feller antiwesters ging uiten, steeg zijn populariteit in de hele Arabische wereld. Toen Washington zich gewapenderhand tegen de bezetting van Koeweit opstelde, was voor veel Arabieren duidelijk dat ze hun „leider van het arabisme" te hulp moesten snellen.

De Arabische naties die zich hard tegen Irak keerden, zijn evengoed aanhangers van het "arabisme"', maar niet op de manier van Saddam Hoessein. Syrië en Egypte hebben Irak fel gehekeld omdat het door de bezetting van Koeweit juist een harde klap aan de Arabische eenheid toebracht.

„De afgelopen 207 dagen hebben de wereld (vooral de Arabische natie) op zijn kop gezet... Men vraagt zich af of het zoeken van Saddam Hoessein naar het Arabisch leiderschap zoveel bloedvergieten en verwoesting waard is. Het heeft bovendien een ongeneeslijke breuk in de Arabische natie teweeg gebracht", zegt een commentator in The Egyptian Gazette.

Schoktherapie

Dr. Boetros Ghali, de Egyptische minister van staat van buitenlandse zaken, is hoopvoller en gelooft dat de oorlog de hoofden van de Arabieren zo stevig tegen elkaar heeft geslagen dat ze wellicht een begin maken met het opruimen van hun geschillen. „We hebben een nieuwe benadering nodig, waardoor we de schoktherapie van de oorlog op positieve manier verwerken", aldus Boetros Ghali afgelopen week in een interview.

Optimistisch is ook de Syrische krant al-Thawra. „In onze Arabische natie moeten alle middelen worden opgerakeld die we tot onze beschikking hebben, zodat de Arabische natie zich weer opricht. Ze is ertoe in staat, want ze bezit waarden en een erfgoed. De weg ligt open van solidariteit in het belang van de Arabische natie en haar doelen", aldus al-Thawra eind vorige week.

„Natuurlijk heeft de catastrofe vooral het Iraakse volk getroffen. Maar ook de hele Arabische natie is getroffen, omdat de oorlog de mars naar solidariteit heeft afgebroken. Die solidariteit stond op het punt werkelijkheid te worden kort voor de Iraakse invasie in Koeweit", meent het dagblad al-Tishrien in Damascus.

Net als dr. Boutros Ghali vindt ook al-Tishrien dat de Irakezen en de Arabische wereld „een les moeten leren omdat de politiek van avonturisme en van individuele besluiten de Arabische natie jaren heeft teruggeworpen".

Zelfs optimisten benadrukken de moeilijkheden op de weg naar eenheid, vrede en veiligheid in het Midden-Oosten. Het systeem voor veiligheid waaraan nu wordt gewerkt, wordt gevormd door maar acht van de 21 Arabische lidstaten.

Arabische top

Gisteren vergaderden in Damascus Egypte, Syrië en de zes leden van de Raad van Samenwerkende Golfstaten. Die laatste 'rijke zes' willen aan Egypte en Syrië enorme donaties doen in ruil voor militaire bescherming.

Om een definitief plan op tafel te krijgen, dat de staatshoofden van deze acht landen op een spoedig verwachte top zullen ondertekenen, waren hun ministers van buitenlandse zaken bijeen in Damascus. Definitieve onthullingen over de inhoud zijn voorbehouden aan de top.

Deze samenwerking zal de veiligheid van de Golf vergroten en een belangrijke rol spelen in de economische ontwikkeling van Egypte en Syrië, maar het onderstreept evengoed de verdeeldheid van de Arabieren. Cairo, Damascus en Riaad kiezen dus duidelijk voor het versterken van hun eigen belangen boven het uitvoering geven aan het ideaal van algemene Arabische eenheid.

Overigens zullen ze dat zelf nooit zo willen uitleggen. Het geloof in Arabische eenheid is zo diep verankerd in het Arabische politieke jargon dat Egypte, Syrië en de Golfstaten daarvan voorlopig geen afstand zullen doen.

Een ambtenaar van een van deze acht landen zegt dat in de discussies over de veiligheid van de regio in Damascus acht wordt geslagen op „het raamwerk van alomvattende Arabische veiligheid, het handvest van de Arabische Liga en het gezamenlijke militaire bondgenootschap".

Volgens deze ambtenaar is het akkoord dat wordt opgesteld „niet bedoeld als een as tegen andere Arabische landen". Tegen wie de defensieve maatregelen dan wel zijn gericht, is een raadsel.

Samenwerking

De kans dat spoedig een poging wordt ondernomen om een Arabische top te organiseren is groot. In november ging de toen geplande top niet door vanwege onenigheid over de Golfcrisis en de plaats van samenkomen. Zo'n top moet volgens de Caireense Al-Ahram Weekly niet alleen de consequenties van de Golfoorlog bespreken, maar ook een amendement in het handvest van de Arabische Liga. Overwogen wordt om een Arabisch gerechtshof te stichten voor het oplossen van onderlinge geschillen, een Arabisch parlement voor overleg op "volksniveau" en een Arabische defensieraad van alle ministers van defensie.

Het "arabisme" lijkt dus niet gestorven. Maar van belang is de verandering die een aantal naties onder leiding van Egypte in het handvest wil aanbrengen. Tot nu toe kunnen Arabische topbesluiten alleen worden genomen als er geen tegenstemmen zijn. Egypte wil dat voortaan eenvoudig bij meerderheid van stemmen kan worden besloten.

Doel van president Hosni Moebarak is de Arabische samenwerking soepeler te laten verlopen en de Arabische Liga besluitvaardiger te maken. Nu de Liga sinds kort weer is ondergebracht in Cairo, heeft Moebarak baat bij een dynamischer instituut. Zijn greep op de Liga is immers groot.

Rol Moebarak

De rol van Moebarak in het Midden-Oosten is sterk gegroeid. Door de vernietiging van het militaire potentieel van Irak is de machtsbalans met een dreun naar de kant van Egypte (met een leger van een miljoen man) doorgeslagen. Een geliefd leider in de hele Arabische wereld zal Moebarak nooit meer kunnen worden. Daarvoor heeft hij in de ogen van Jordaniërs, Jemenieten, Algerijnen en Palestijnen te veel „met Amerika en de zionisten geheuld" in de oorlog.

Juist het Palestijnse probleem deed in de jaren dertig en veertig veel Arabische leiders besluiten dat Arabische eenheid nodig was. Daarom werd in 1945 de Arabische Liga opgericht. In 1977 reageerde de Arabische wereld woedend toen de Egyptische president Anwar Sadat op eigen initiatief vredesbesprekingen met Israël begon, waarbij Sadat niet aarzelde op eigen houtje naar oplossingen van het Palestijnse vraagstuk te zoeken.

Natuurlijk heeft de Arabische wereld vanaf de oprichting van de Liga altijd meer over eenheid gepraat dan samengewerkt, maar Sadat deed zelfs geen moeite de droom van het "arabisme" in stand te houden. Om de eenheid te bewaren werd Egypte geëxcommuniceerd.

Nu is de val van het "arabisme" veel groter. Het gaat niet om een breuk met een land, maar om een scheidslijn die de Arabische wereld in twee blokken verdeeld. Maar nog steeds durft geen Arabische leider de droom eerlijk een mythe te noemen.

Gevolg daarvan is dat béide machtsblokken in de Arabische wereld zullen proberen te bewijzen de 'ware' Arabieren te zijn. De beste manier om dat te doen is door op te komen voor het recht van het Palestijnse volk op eigen land.

Droom

De oprichting van de Arabische Liga om de Arabieren te verenigen werd in 1945 als de enige oplossing van het Palestijnse vraagstuk gezien. Nu zijn de rollen omgedraaid. Nu hebben de Arabische leiders de Palestijnse zaak nodig om hun rechtzinnige geloof in Arabische eenheid te bewijzen.

Het shibbolet van de Arabische Liga was altijd de Palestijnse zaak. Naarmate de verdeeldheid onder de Arabieren groter was, spraken Arabische leiders krachtiger over hun devotie met betrekking tot de Palestijnse zaak. Dat was tenminste een duidelijk Arabisch doel.

Jasser Arafat wist zich altijd voldoende neutraal op te stellen in Arabische conflicten om van alle leiders steun te houden. Nu heeft 'president' Jasser zijn eigen ruiten ingegooid door zjn lot aan dat van Bagdad te binden.

„Saddam heeft (de oplossing van) het Palestijnse probleem weer een decennium vooruit geschoven", zegt politiek analist Anis Mansour in het partijblad van de heersende Nationale Democratische Partij in Egypte.

Veel Arabische politieke analisten hebben het gevoel dat de realisatie van de Arabische eenheid voor tientallen jaren uit elkaar is geblazen door operatie Woestijnstorm.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.