+ Meer informatie

JONGEREN EN DE WERELD

15 minuten leestijd

Met ‘wereld’ bedoelen we in dit artikel niet de kosmos, de schone schepping van God. Op zich zouden er best zinnige dingen gezegd kunnen worden over de relatie tussen jongeren en de kosmos. Maar dat is nu niet het thema dat ons bezig houdt.

In het geheel van onze bezinning op de plaats en de positie van onze jongeren in deze tijd wordt een belangrijke plaats ingenomen door de verontrustende verschijnselen van kerkverlating en secularisatie. In dit licht gezien is duidelijk, dat we met ‘wereld’ bedoelen de wereld waar Johannes van spreekt in 1 Joh. 2: 15-17. De wereld van de begeerlijkheid des vleses, de begeerlijkheid der ogen en de grootsheid des levens. De wereld, die we niet mogen liefhebben.

We bedoelen de wereld, die in het boze ligt en waarvan de Boze overste is. De wereld, waar Jezus van sprak toen Hij van Zijn discipelen zei, dat ze wel in de wereld, maar niet van de wereld zijn (Joh. 17: 11, 16). De wereld, waar de Heiland zelf de vijandschap van ondervonden heeft en waar ook Zijn volgelingen de vijandschap van zullen ondervinden (Joh. 16:33). Van deze wereld heeft Gods kerk niets goeds te verwachten. Paulus heeft van deze wereld dan ook afscheid genomen. In Gal. 6:14 zegt Hij dat die wereld voor hem gekruisigd is en dat hij voor de wereld gekruisigd is.

De wereld dringt zich op

Intussen leeft de kerk nog wel helemaal midden in die wereld. Ook onze jongeren. Er is niet een ver-afgelegen eiland, waar we ons op kunnen terugtrekken om op die manier de wereld te ontvluchten. Nee, we staan er midden in. Dat betekent, dat er van die wereld invloeden op ons uitgaan. Die wereld schaamt zich namelijk in het geheel niet voor haar overtuigingen. Integendeel, zij poogt met grote ernst volgelingen voor haar visie te winnen. Zij draagt haar opinie uit en zij dringt die op. En dat gebeurt in onze tijd hoe langer hoe openlijker en bovendien hoe langer hoe intoleranter en opdringeriger. We kunnen er niet aan ontkomen. We zien het en we horen het en er gaat ongemerkt invloed van uit.

Daarom staan er waarschuwingen in de bijbel. We moeten er op bedacht zijn dat de wereld deze instelling heeft en dat de duivel bij zijn expansiezucht de wereld inschakelt om alles aan Gods macht te ontrukken en zeker ook de verbondsjeugd bij Hem weg te trekken.

Waar nu de waakzaakheid gaat ontbreken en waar mensen argeloos gaan worden, daar dringt de wereld gemakkelijk binnen en vallen er slachtoffers. Daar is de secularisatie met in haar gevolg onder andere kerkverlating. En als het niet terstond op kerkverlating uitloopt dan is er toch de innerlijke vermolming en verslapping, waardoor de christelijke overtuiging wordt uitgehold en er meer en meer komt een ‘hinken op twee gedachten’.

Het ‘evangelie’ van de wereld

In de propaganda die van de wereld uitgaat zijn drie factoren van belang. In de eerste plaats is er de factor dat het leven van God wordt losgemaakt; daardoor komt er godloosheid. Vervolgens wordt het leven aan de wet van God onttrokken waardoor er normloosheid komt. En als dan ook nog het eigen inzicht als beslissend wordt beschouwd, ontstaat er goddeloosheid, aangezien “het bedenken des vleses vijandschap tegen God is” (Rom. 8:7).

Vanuit deze achtergronden dringt de wereld haar ‘evangelie’ aan de mens op. Haar ‘evangelie’ - ja, want ze beschouwt dit als de goede boodschap, die de mens de weg naar het geluk wijst. Waarin is dan volgens het ‘evangelie’ van de wereld het geluk van de mens gelegen?

Het eerste ‘evangelie’ zegt: Het geluk van de mens is gelegen in het hebben van ‘dingen’ (materialisme). Het tweede ‘evangelie’ zegt dat het geluk van de mens is gelegen in de bevrediging van zijn begeerten (sensualisme). Het derde ‘evangelie’ zegt dat het geluk van de mens gelegen is in het bepalen van zijn eigen normen (wat leidt tot relativisme). Het vierde ‘evangelie’ predikt dat het geluk van de mens is gelegen in het volgen van zijn eigen inzichten (intellectualisme).

Deze vier ‘evangeliën’ worden langs allerlei kanalen gepropageerd. Met name langs die kanalen die opinievormend bezig zijn. Dat zijn in ieder geval de massa-communicatiemiddelen, zoals radio, TV, krant, magazines, enz.

Daarnaast moet natuurlijk ook genoemd worden het onderwijs, vanaf de allereerste groep op de basisschool tot en met het universitair onderwijs. We mogen ons wat dit terrein betreft gelukkig prijzen dat we in ons land als sinds vele jaren christelijk onder wijs hebben gehad, al moet daar anno 1996 natuurlijk wel de klemmende vraag bij gesteld worden wat er van het christelijk karakter van dat onderwijs nog is overgebleven. Het kan helaas niet ontkend worden dat het humanistische denken in vele gevallen de christelijke grondslag heeft ondermijnd en dat ook via het onderwijs - zeker het hoger onderwijs - het wereldse intellectualisme grote invloed uitoefent.

Materialisme

Wat komt er nu zoal op ons en op onze jongeren af? Welke boodschap wordt gepredikt, met name via de massa-media?

Laat ik eerst wat mogen zeggen van het ‘evangelie’ van het materialisme. Neem bijvoorbeeld de wereld van de reclame, hetzij de Ster, hetzij de advertenties in de krant, hetzij de reclameborden langs de openbare weg. De boodschap is: Uw geluk ligt in de dingen. Als u dit product koopt, draagt dat bij aan uw geluk. Kijk de mensen die het in het bezit hebben maar eens blij kijken. En zo gaan we in de boodschap geloven, die door de ‘verborgen verleiders’ wordt gebracht.

Het hele levenspatroon wordt langzamerhand door deze invloeden bepaald. Het begint al met het speelgoed voor de jonge kinderen. Niets lijkt meer te duur. Nooit is het ook genoeg. Auto’s en boten met afstandbediening, het kan niet op. Alleen, waar er zoveel is, is de aardigheid er ook snel weer af.

Ook de kleding doet mee. Sportschoenen voor de kinderen. ledereen heeft die toch? Maar dan liefst ook nog van een bepaald merk. Je kunt toch niet achteraan komen? En zo ligt het ook voor volwassenen. Het betreft de kleding, maar ook de luxe keuken en de nieuwe auto en het jacht en het tweede huis en nog veel meer. Vergeet ook de vakanties niet, twee keer per jaar en ook nog ver weg. Waar ben je geweest? O, daar ben ik verleden jaar al geweest. Hè ja, je moet toch kunnen concurreren!

Je moet voor dit alles natuurlijk wel geld hebben, dus moet er genoeg verdiend worden. Lukt dat niet dan moeten er twee verdienen. En als het bedrijf overgaat op zondagsarbeid dan is dat voor vele werknemers ook weer niet zo’n groot probleem. Als je het trouwens niet op een eerlijke manier kunt verdienen, dan kunnen we altijd nog fraude plegen. Deze week werd bekend dat het plegen van fraude met 20% is toegenomen en dat dit kwaad begaan wordt door allerlei soorten werknemers, van de jongste bediende tot de directeur toe. Ja, we zijn ‘geboeid door geld en goed’. Ook in kerkelijke kringen? Ja, ook in kerkelijke kringen.

De boodschap dat het geluk gelegen is in het hebben van ‘dingen’ wordt ons van alle kanten verkondigd. Ook de christelijke kranten bevatten volop advertenties die niets anders doen dan speculeren op de hebzucht van de mens.

Sensualisme

Vervolgens is er het ‘evangelie’ van het sensualisme, dat verkondigt dat het geluk van de mens gelegen is in de bevrediging van zijn lichamelijke begeerten. Lekker eten aan de hand van menu’s die allerlei exotische gerechten vermelden. Veel buiten de deur eten ook. En als je dat liever niet doet dan zijn er hele legerscharen kookboeken die ons vertellen op welke wijze wij het beste onze smaakpapillen bevredigen kunnen. Het eten is doel in zichzelf geworden.

Niet alleen wat onze smaak op prijs stelt, maar alles wat onze zintuigen streelt moeten we ons kunnen veroorloven. Of het nu ons gehoor is, of ons gezicht of onze reuk of ons gevoel. Trouwens, we moeten zonder enige belemmering kunnen genieten van alles waar we zin in hebben. Dat geldt ook van onze sexuele impulsen en driften. Onbegrensd genieten.

Ook dit ‘evangelie’ wordt ons van alle kanten toegeroepen. Alweer is hier de reclamewereld te noemen. Lingerie wordt op een prikkelende manier geadverteerd. Datzelfde geldt ook van parfums. Zelfs van auto’s en van Bavaria malt. Verder zijn er natuurlijk de damesbladen en Playboy en Penthouse en nog pornografischer lectuur. Vele TV-programma’s beogen niets anders.

Dit alles wordt ongelimiteerd gepresenteerd omdat het ‘evangelie’ van deze wereld er vervolgens van uitgaat dat het geluk van de mens gelegen is in het zelf normen stellen. Wie is heer over ons? We maken zelf uit wat we willen en wat goed voor ons is. Gods wetten worden opzij gezet. Hoererij moet kunnen. Porno moet ook kunnen.

Kinderporno kan niet, maar wie verbiedt dat eigenlijk? Het zal blijken dat het slechts een kwestie van tijd is en dan zal kinderporno ook kunnen. Net als moord en diefstal. Alles wat vroeger kwaad was en waarop een taboe rustte moet nu over de toonbank kunnen gaan. Via de videotheek en de bibliotheek. Geen remmen meer. We zijn eigen baas.

Ja, de mens gaat met zijn intellectualisme zelf zijn koers uitzetten. Het commentaar dat bij diverse gebeurtenissen in deze wereld gegeven wordt in totaal gespeend van bijbelse noties van de Godsregering en dergelijke. Of dat nu het commentaar op de TV is of in Elsevier of in TIME magazine - het maakt allemaal niets uit. God is uit het beeld verdwenen. We hebben Hem immers niet meer nodig. Zo staat de sluis open voor wat het Humanisme te verkondigen heeft. En dat is volledig tegengesteld aan de Bijbel.

Trieste gevolgen

In deze wereld leven wij met onze jongeren. Vanuit deze wereld ondergaan onze jongeren dagelijks invloeden. En dat uren lang. Zeker als ze gewend zijn aan uren lang TV kijken. Is het dan een wonder dat de wereld hen in haar greep krijgt? Is het een wonder, dat er tenslotte van kerkverlating sprake is? Is er geen aantoonbaar verband tussen TV-programma’s en toenemende criminaliteit? Dat erkent zelfs de wereld. Maar er wordt niets aan gedaan, want dat zou weer een inbreuk zijn op de menselijke autonomie. “Hoe meer porno, hoe meer gestoorden”, werd onlangs door een gezaghebbend hoogleraar gesteld. Maar een D66 voorman was er toen heel snel bij om te stellen, dat we porno niet moeten verbieden.

Er is echter niet alleen verband tussen TV en criminaliteit, maar ook tussen TV en kerkverlating. De enquête naar het leefgedrag van onze jongeren laat zien, dat de meningen ten aanzien van de levensstijl beïnvloed worden door de wereld. Moeten we de dingen dan niet een keer bij de naam noemen? Ik heb meer dan eens het gevoel gehad dat we in onze kringen niet te afwijzend over de TV moeten spreken. Dat wordt al snel als wettisch uitgelegd. Het is echter de vraag of dat niet een armzalig argument is, voortkomend uit onwil om met onze eigen verslaving te breken. Intussen doet de beïnvloeding door dit medium wel haar werk.

We dienen de oorzaken te signaleren. Als we moeten gaan dweilen, laten we dan eerst de kraan dicht doen. En de kraan dicht draaien is: weer bijbels gaan denken en onze gedachten laten vormen door wat God bekend gemaakt heeft. Niet luisteren naar de adviezen van deze wereld, maar naar het Evangelie van onze Here Jezus Christus. Dat Evangelie moeten we onze jongeren voorhouden en met dat Evangelie moeten we trachten onze jongeren jaloers te maken op een leven in de vreze des Heren. Niet met woorden alleen, maar door zelf het voorbeeld te geven. Door zelf zo te wandelen dat ons leven er getuigenis van aflegt, dat de wereld voor ons gekruisigd is en wij voor de wereld gekruisigd zijn.

Het geluk ligt in God

Welnu, dat Evangelie van de Here Jezus Christus zegt ons, dat de ‘dingen’ helemaal niet bedoeld waren om ons geluk te vormen. In het Paradijs waren zoveel ‘dingen’; daar kreeg de mens zelfs ook nog een vrouw. Maar beslissend was dat alles niet.

Beslissend was de relatie tot God. In die relatie lag het geluk. En toen de zonde begaan was, konden de ‘dingen’ de leegte van het hart niet opvullen. De mens was diep ongelukkig, hoewel hij nog veel ‘dingen’ overgehouden had. Maar hij ondervond, dat het geluk daar niet in ligt. En wie meent, dat hij het daar wel in kan zoeken, is een dwaas. Vergelijk maar wat Jezus zegt in Luk. 12 over die succesrijke zakenman, die zich schatten vergaderd had op de aarde, maar niet rijk was in God.

Hoe hebben we dan om te gaan met de ;dingen’? Om te beginnen dienen we eerst het Koninkrijk Gods te zoeken. Krachtens Jezus’ belofte komt de rest dan ook wel. Verder dienen we te beseffen dat we de ‘dingen’ ontvangen, maar ook weer moeten teruggeven al naar gelang het Gods wil is. Job had ook vele ‘dingen’, maar toen God ze hem ontnam kon hij toch zeggen: De Naam des Heren zij geloofd. Hij hield God over.

Paulus kende datzelfde geheim. In Fil. 4 zegt hij dat hij geleerd heeft vergenoegd te zijn met hetgeen hij is en heeft - hetzij gebrek, hetzij overvloed. Tenslotte leert de Schrift ons dat we tevreden dienen te zijn met het noodzakelijke, voedsel en deksel. Een moeilijke les, zeker in onze tijd waarin genoeg nooit genoeg is. Paulus zegt echter dat alleen al het begeren naar meer oorzaak van geestelijke schipbreuk kan zijn; vgl. 1 Tim. 6.

Het Evangelie van de Here Jezus Christus zegt ons ook dat het geluk niet gelegen is in de bevrediging van onze begeerten. God schiep onze zintuigen en in het Paradijs was heel veel dat de zinnen kon bekoren. Er was ook veel moois te zien. Er waren heerlijke dingen te ruiken. Er was ook heel veel dat het oor kon bekoren. Er was nog niets van het ‘zuchten’ van het schepsel, dat toen nog niet in barensnood was. Bovendien kreeg Adam een vrouw en God zei, dat die twee tot één vlees zouden zijn. Er was dus ook de mogelijkheid van de bevrediging van de sexuele begeerten. Maar lag het geluk in dat alles? Toen de mens gegeten had van de vrucht van de verboden boom bleek dat het geluk niet gelegen was in de bevrediging van onze begeerten. Vonden Adam en Eva bevrediging in al die mooie en lekkere dingen? Vonden ze bevrediging in elkaar en in lichamelijk contact met elkaar? Nee, ze vluchtten weg en ze vreesden. Ze waren God kwijt en er was niets van alles wat ze nog over gehouden hadden, dat het gemis van God kon vergoeden. Ze beseften, dat hun geluk alleen in God en in de gemeenschap met God gelegen kan zijn.

Het Evangelie laat bovendien zien dat God Zijn oordeel brengt over hen die wandelen naar het vlees. Adam en Eva hebben dat ondervonden. Sodom heeft dat ondervonden. Ook Gods kinderen ondervinden het; denk maar aan David. Daarom laat de filmwereld en de sexindustrie met het accent op de lichamelijke bevrediging niet het hele verhaal zien. Hoe het afloopt met overspelers wordt niet vertoond. Maar het einde heeft God ons wel geopenbaard en we moeten het er daarom wel bij bedenken.

Hoe dan wel?

Hoe wij dan met alle begeerten dienen om te gaan? Een ascetisch leven? Ja, desnoods! Voor sommigen althans zou vasten en onthouding op zijn tijd niet slecht zijn. Overigens blijft natuurlijk wel in de Schrift staan dat alle schepsel Gods goed is en dat er niets verwerpelijk is, met dankzegging genomen zijnde. Maar dan wel “met dankzegging genomen zijnde”.

De gevaren dienen onderkend te worden. We zijn niet neutraal en we zijn niet immuun. Waakzaamheid is geboden. Daar hoort ook bij dat we de tijd die we aan de ‘dingen’ besteden biddend zullen reguleren. Ik hoorde van iemand, die zich erop betrapte dat hij meer tijd besteedde aan het lezen van de krant dan aan het onderzoeken van Gods Woord. Hij nam zich voor en het beloofde het ook aan God, dat hij voortaan de krant staande zou lezen. Begrijpt u? We moeten rentmeester zijn ook van onze tijd.

En dan dient alles naar bijbels voorschrift tot eer van God te geschieden. Kan dat met TV kijken? Kunnen we over wat we gaan zien Gods zegen vragen?

Als we onze jongeren op een schriftuurlijk verantwoorde wijze voorgaan - nee, dan hebben we daarmee niet het kwaad van de secularisatie bedwongen. Is dat kwaad trouwens te bedwingen? Maar we doen wel ernstige pogingen om de kraan dicht te doen. En dan is het zinnig te gaan dweilen. Dan zouden wellicht onze jongeren iets kunnen gaan beseffen van het voorrecht om door de Here afgezonderd te zijn. Ook iets beseffen van de zaligheid van de dienst des Heren en van de voosheid en de leegheid van de wereld en de door de wereld gepropageerde dienst der zonde. Opdat ze zo mogen komen tot de keus van Mozes, die de versmaadheid van Christus meerdere rijkdom achtte dan de schatten van Egypte, omdat hij op de vergelding des loons zag (Hebr. 11:24-26).

Ds. P. den Butter is predikant te Middelharnis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.