+ Meer informatie

Gods Woord en het gezin

6 minuten leestijd

6

Gezin zonder tucht.

Van de gezinnen, die ons in Gods Woord getekend worden, geeft het gezin van Eli ons wel een droevig beeld te zien. Zijn zonen leven op het terrein van het heiligdom. Zij bekleden een heilig ambt. Als priester dienen zij op de plaats, waar de naam des Heeren geofferd en gebeden wordt. Hun leven is omringd met de heiligheden des Heeren en hun naam kan tot een zegen zijn.

Echter het tegendeel is waar. Door hemeltergende gruwelen maken zij zichzelf tot een vervloeking. Ze worden kinderen van Belial genoemd. Zij rekenen in niets met de Heere en leven de lusten van het vlees uit. Zonder schaamte nemen zij van de offers, die door het volk gebracht worden. Daardoor zorgen ze, dat de dienst der offeranden in verachting komt. En dan…. ze maken het heiligdom Gods tot een huis van ontucht. Zij geven zich af aan de vrouwen, die in de buurt van de tent der samenkomst loeren tot verleiding. En de oorzaak?

God Zelf laat het bekend maken, dat tuchteloosheid in het gezin van Eli mede oorzaak van deze ontstellende ontwikkeling geworden is: „Want als zijn zonen zich hebben vervloekt gemaakt, zo heeft hij hen niet eens zuur aangezien”.

We gaan Eli niet zwarter tekenen dan hij is. We lezen wel degelijk van hem, dat hij zijn zonen vermaand heeft. Zelfs heeft hij hen ernstig gewezen op het wraakgericht dat komt. Maar… ten eerste te laat, en ten tweede te slap! Hij komt niet op voor de rechten des Heeren tegenover zijn zonen en laat ze uiteindelijk begaan.

Een verwoest gezin, het gevolg van deze slapheid. Donker breidt zich het oordeel uit over Eli’s huis. Niemand behoeft hier uit op temaken, dat Eli voor eeuwig verloren is. Toch komt zijn slapheid hier uit als een waarschuwing voor alle tijden.

Als we in plaats van „voor alle tijden”zetten: „voor deze tijd zal dit weinig verzet ontmoeten! Alle tijden door zijn er tuchtloze gezinnen geweest, maar het ontbreken van tucht is rondweg openbaring van de geest van de ze tijd geworden. Niet los te denken van de gezagscrisis, die zich vooral na de laatste oorlog in alle gelederen vertoont. De kronen rollen over straat. Kronen van koningen. Luister eens naar de revolutionaire klanken, die we vandaag weer kunnen horen, over ons koningshuis. Wat dat betreft, is er weeniet zo veel nieuws onder de zon. Kronen van allerlei gezagsdragers. Denk aan de provo s, die toch maar zo weinig mogelijk tegengegaan moeten worden.

Het is met de vader- en moederkronen al niet beter gesteld. Tucht is handhaving van het ouderlijk gezag. En als het gezag niet recht funktioneert f verwordt tot diktatuur óf ver valt in bandeloosheid, dan zal de tucht niet gevonden worden zoals God deze vraagt. Van diktatuur over de kinderen hebben we niet zoveel last in onze dagen, er is meer de geest van bandeloosheid, Het beeld van de onhandige koe uit Hosea’s dagen doemt steeds meer op, ook in de gezinnen. En laten we het nooit vergeten, dat diktatuur en bandeloosheid dichter bij elkaar liggen dan wij vaak denken. Het niet handhaven van het gezag brengt de ruïne, waarop de diktatuur zijn huis bouwt. Trouwens, tuchteloosheid in het gezin brengt reeds direkt een diktatuur over de kinderen, n.l. van de zonden, die het vlees gaat uitleven.

Waar de band van het gezag wordt losgemaakt door de ouders, daar gaan de kinderen als vanzelf de band losmaken van de geboden in dit leven, ’t Is heus niet het huis van Eli alleen dat openbaar komt in heiligheidschennis en ontucht. De tuchteloosheid openbaart nu nog vaak grote zonden. De kinderen hebben feitelijk niets anders geleerd dan te doen wat goed is in hun ogen, omdat de tucht hen niet geleid heeft.

Zien we niet dagelijks de droevige voorbeelden van de tuchteloosheid in veel gezinnen? Vader en moeder hebben niets in te brengen. De kinderen gaan de deur uit ’s avonds en zeggen niet waarheen. Even klinkt het: „Ik ga weg”. U voelt hoe hier de verhouding al omgedraaid wordt. Ze vragen niet: mag ik weg? Ze zeggen het en nemen zo de vrijheid naar hun eigen goeddunken. Ze bepalen zelf wat ze doen. En dat maar niet als ze negentien of twintig jaar zijn, maar ’t behoort niet tot de zeldzaamheden als dit al aanvangt bij een leeftijd van elf of twaalf jaar.

Er is een „gezellige” avond van de zaak. Cabaret, toneel zal de avond vullen. Door en door werelds, de sfeer. De vaders weten in hun hart wel: mijn zoon hoort er niet. Een flauw protest. De jongen weert het af. Hij beslist én gaat. Moeder ligt wakker tegen middernacht. Het dansje daarna is laat afgelopen. De volgende morgen is zoonlief niet te spreken. Is het moeilijk te zeggen, wie hier allereerst verantwoordelijk zijn?

„We kunnen de kinderen niet meer twee keer mee krijgen”. Hoe vaak horen we dat niet op huisbezoek. Dertien, veertien jaar en ’t gaat niet meer. De kinderen zelf hebben ’t uitgemaakt: één keer is genoeg! Het gezag sprak niet in ernst en met liefde. De ouders zijn vergeten, dat ze dit niet mochten aanvaarden, niet allereerst omdat zij dit niet goed vinden, maar omdat de Heere Zelf anders spreekt.

Enkele voorbeelden geven we maar. Ze zijn met tientallen te vermeerderen. Duidelijk is het het gezag verhuist van de ouders naar de kinderen. En dat betekent nu eenmaal, omdat het daar niet thuishoort, dat het helemaal verhuist.

Tuchteloosheid is een ramp. Een ramp voor het gezin zelf, ook straks in de maatschappij en waar de kinderen later ook komen. Het ergste is, dat geen tucht in het gezin zonde voor God is. God heeft geboden, dat het gezag door de ouders gehandhaafd zal worden. Zij zijn gesteld over hun kinderen. Van God Zelf is het gezag op hen afgedaald. Tegenover God zullen zij ook moeten verantwoorden wat zij met dat gezag gedaan hebben. Temeer moet dit spreken op het erf van de kerk, omdat zij een eed hebben gedaan voor Gods aangezicht hun kinderen naar hun vermogen te zullen onderwijzen. En dat ja-woord is juist van hen gevraagd, die door God in het ambt van ouders gesteld zijn.

Gods eer wordt tekort gedaan, als we ons gezin in tuchteloosheid opvoeden. Een officier in het leger, die zijn minderen heel gemakkelijk zijn eerbewijzen laat afnemen, laat niet alleen zichzelf onteren maar ook de koningin, die hij dient. God vraagt om Zijneer: „Ben Ik dan een Vader, waar is Mijn eer?”

Een aardse vader moet geëerd worden om Gods wil, maar hij speelt met Gods eer, als hij zijn kinderen rustig laat doen wat zij willen.

Zijn we dan klaar met de harde tuchtoefening?

Ongelukkig wie denkt enkel met de vuist of met een krachtig woord het gezag te handhaven. Liefdeloos en ongeestelijk is zo iemand. Tuchteloosheid is gemis aan de beleving van de vreze Gods. God is een God van recht en genade. Wie het recht Gods voorbij gaat in het gezin, zal de gevolgen ondervinden. Maar daarom zal de tucht alleen recht beoefend worden in de vreze des Heeren. En we zouden wel zeer eenzijdig zijn, als we daarover een volgende keer zouden zwijgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.