+ Meer informatie

„Tips“ voor omgang met dementerenden

19 minuten leestijd

De vraag om een poging te doen wat praktische tips te geven voor de omgang met de menterende ouderen, speciaal met het oog op pastoraat, is aanleiding geweest om on derstaand verhaal te schrijven. leder mens is bij zijn geboorte al uniek en door zijn le vensloop neemt uniciteit slechts toe. ledere demente bejaarde is dus uniek, zodat slechts wat algemene principes aan de orde kunnen komen.

Allereerst wil ik wat zaken op een rij zetten, om daarna te trachten u mee te nemen in de belevingswereld van de dementerende oudere, om het vervolgens wat toe te spitsen op de pastorale situatie.

Dementie betekent letterlijk „de geest is eruit”. Gelukkig, maar dit terzijde, betreft het hier de geest met een kleine letter. De afgelopen jaren zijn er in de vakliteratuur vele termen geïntroduceerd en indelingen gemaakt, waardoor velen, ook professionals, de bomen in het bos niet meer zien.

De meest hanteerbare indeling onderscheidt twee eenheden en wel:

a. De ziekte dementie (voornamelijk veroorzaakt door de zgn. ziekte van Alzheimer en/of hersenweefselverval t.g.v. doorbloedingsstoornissen).

b. Het dementiële syndroom (d.w.z. een hoeveelheid van verschijnselen die in meerde re of mindere mate ook bij de ziekte dementie voorkomt, maar die nu veroorzaakt worden door ziekten, in het algemeen van lichamelijke aard, zowel binnen als buiten de hersenen en die na adequate behandeling vermindert of zelfs geheel verdwijnt).

Naast deze afwijkende situaties kennen we de normale vergeetachtigheid. Vergeetach tigheid is een verschijnsel dat ons als mensen niet vreemd is en ons allemaal wel eens overkomt, ongeacht onze leeftijd. We zijn ons er dan in het algemeen van bewust, dat we iets vergeten zijn en het ligt a.h.w. „op het puntje van onze tong”. Als we wat ouder worden, neemt deze normale vergeetachtigheid wat toe. Bij het ouder worden gaan on ze gedachtengangen niet slechter, maar verlopen ze langzamer, zodat het soms lijkt of we minder goed kunnen denken. Tevens geldt dat, als we vermoeid zijn of gespannen of verdrietig of ongeïnteresseerd, er minder achter blijft in ons geheugen, dan wanneer we uitgerust, vrolijk en geïnteresseerd zijn. Kortom, er zijn meer factoren in het spel bij waarnemen en in ons geheugen opslaan dan bij oppervlakkige beschouwing het ge val lijkt.

De oudere die lijdt aan dementie, de ziekte dus, onderscheidt zich van zijn gezonde leeftijdsgenoten door een verminderde inprenting. Dingen, mensen en gebeurtenissen worden nog wel opgemerkt, maar het vermogen om deze zaken „op te slaan” in het geheugen en weer te reproduceren is sterk verminderd en (b)lijkt soms volledig verdwe nen te zijn.

In het begin, zeker als er een gedeeltelijke uitval is, hoeft dit niet echt problemen te ge ven. Vooral niet, wanneer er wordt samengewoond met een gezonde partner. Wel zie je dat binnen de relatie spanningen gaan ontstaan door angst en achterdocht van de de menterende bejaarde en door onbegrip van de gezonde partner. Bijvoorbeeld de porte monnee is weggelegd op een ongebruikelijke plaats en dan niet meer (automatisch) te vinden. Conclusie is dan al gauw dat die gestolen is door de buurvrouw, de wijkzuster of de partner.

In deze periode treden ook de eerste verschijnselen van desoriëntatie op, in het alge meen eerst betreffende de tijd. Men is dan niet meer bij machte te onthouden hoe laat het is en vraagt het dan ook twintig keer in een uur. Later vraagt men zelfs niet meer naar de tijd, maar volgt een eigen schema, waarbij dag en nacht, ochtend en avond, sei zoenen en jaren hun vaste plaats als ritmebepaling verliezen. Na verlies van het geheu gen van het „hier en nu” treedt ook het verlies van het geheugen van dingen die vroe ger gebeurd zijn op. De dementerende mens raakt zo stukje bij beetje zijn eigen levens geschiedenis kwijt. Hij verliest dus een zeer essentieel houvast in het leven namelijk: de continuïteit van het eigen „ik” als persoon in de tijd.

Dit kan leiden tot het (soms wanhopig) opvullen van „gaten” in de eigen levensgeschie denis door het vertellen van niet werkelijk gebeurde verhalen (dit is m.i. niet hetzelfde als liegen daar de dementerende zich dit niet bewust is).

Al met al wordt de wereld om hem heen steeds bedreigender, want veel wat bekend en vertrouwd was, zoals omgeving, partner en kinderen worden op een gegeven moment niet meer als „eigen” herkend.

Alles en iedereen is nieuw, omdat er geen herinnering meer is van wat enige minuten of seconden terug nog gebeurd is.

Zo zal het toilet nog wel gevonden worden in het huis waar men al vele jaren woont (dat zit nl. in een groot stuk „oud” geheugen), maar niet meer als men pas enige maan den of jaren in de woning verblijft. Een ander soort problemen treedt op in de zin van niet meer weten hoe te handelen, bijvoorbeeld bij wassen en/of aankleden.

Alles wat wij aan dagelijkse handelingen verrichten, doen we met behulp van ons ge heugen. Als we opstaan denken we eraan ons te gaan wassen. Daarvoor moeten we, zo als we ons herinneren, ons naar de badkamer begeven. Ter plekke weten we washand, zeep en handdoek te vinden en herinneren ons waar het een en ander toe dient. De de menterende kan zoveel vergeten zijn, dat washand en zeep niet meer herkend worden en dus ook niet meer gebruikt kunnen worden zonder begeleiding van anderen.

Langzaam maar zeker breiden deze stoornissen zich uit en raakt de dementerende meer en meer afhankelijk van anderen. Anderen die dan ook al vaak niet meer als „eigen” worden herkend.

De dementerende oudere gaat in deze angstaanjagende, voortdurend nieuwe, afhanke lijke situatie op zoek naar geborgenheid en houvast en gaat dus op zoek naar vertrouw de punten of figuren. Voor veel ouderen, die qua geheugen zijn teruggegaan in de tijd (zowel kindertijd, adolescentie als middelbare leeftijd is mogelijk), betekent dit weer op zoek gaan naar vader en moeder.

De vervreemding door al het onbekende om je heen, de angst voor alles wat telkens nieuw lijkt, de wanhoop als je beseft dat het je overkomt, het verdriet dat je omknelt als alles wat je lief was wegvalt, zijn zo enkele gevoelens die de dementerende oudere doormaakt.

Om enigszins begrip hiervan te krijgen en hun eenzaamheid te peilen is het goed dat u zich, mede aan de hand van het voorgaande, probeert in te leven hoe zij zich voelen. Stelt u zich eens voor dat u op dit moment uw eigen huiskamer, echtgenote en/of kin deren niet meer herkent en u bij het lezen van deze zin zich niet meer kunt herinneren wat de vorige zin was, zodat u totaal de draad kwijt bent.

Dit proberen in te leven is essentieel om iets te kunnen begrijpen van de dementerende oudere en de „wereld” waarin hij leeft.

Zoals in het begin reeds is opgemerkt, is de Geest (met een hoofdletter) er gelukkig niet uit. Dit neemt niet weg, dat mensen toch uitlatingen kunnen doen (tot en met vloeken toe), die schokkend zijn voor hun omgeving, zeker als die hen kent als god vruchtige gelovige.

Een aantal zaken speelt hierbij een rol, zoals de verminderde beheersing van emoties door wegvallen van „hogere” hersenfuncties. Ook onbegrip in de zin van de betekenis van woorden niet meer weten en de vaak angstige en wanhopige situatie, waarin men zich bevindt, hebben hun invloed. Door de gestoorde inprenting is in het algemeen geen herinnering van de eigen grove uitlating aanwezig, zodat hierop ingaan, d.w.z. op de woorden zelf, geen zin heeft.

Wel is het uitermate zinvol om te trachten de emotionele betekenis te begrijpen en be spreekbaar/beleefbaar te maken zoals boosheid, wanhoop, verdriet.

Bij ons contact met de dementerende oudere is het van belang dat we synchroon met de neergang van de verstandelijke vermogens meer en meer op de klank en de emoties van het gesprokene en steeds minder op de woorden zelf letten. Woorden die soms to taal geen verband meer lijken te hebben, maar die gecombineerd met het gevoel, de klank, de gezichts- en ooguitdrukking soms nog veelzeggend lijken te zijn.

Om de verhulde boodschappen te kunnen verstaan, zullen we moeten beschikken over voldoende tijd en aandacht. Daarnaast moet een eventuele weerzin, veroorzaakt door minder smakelijke „luchtjes”, vlekken op kleding en vuile handen, worden overwon nen, om niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk nabij te kunnen zijn.

Wij maken voor het goed functioneren van ons geheugen veel gebruik van onze zintui gen, smaak, reuk, tast en gezicht, naast uiteraard ons gehoor. Door indrukken van meerdere zintuigen te combineren treedt soms toch nog herkenning op. De koffie wordt bijvoorbeeld wel herkend als de koffiekan en kopjes zichtbaar zijn en de „kof fie” te ruiken is en niet als alleen het woord koffie gehoord wordt. Gehoor kan echter wel op andere wijze goed gebruikt worden zoals bij het zingen van bekende geestelijke liederen en psalmen of het beluisteren van orgelplaten. Overigens dient men de berij ming en het ritme van de verzen aan te passen aan wat de dementerende in het alge meen gewend was te horen en te zingen.

Zo kan men dan ook meemaken dat een diep demente bejaarde die totaal niet meer spreekt of op gesproken woorden reageert,nog meeneuriet of -zingt meteen zondags schoollied als „Er ruist langs de wolken”. De tastzin kan goed benut worden door de oudere aan te raken (hand op hand, arm of onderarm, soms arm om schouder) en/of een Bijbel of psalmboek vast te laten houden tijdens voorlezen (van korte bekende Bijbelse verhalen, in de meest vertrouwde vertaling) of tijdens het zingen van psalmen. Daarnaast is het van wezenlijk belang om voldoende tijd te hebben zowel per bezoek als qua frequentie, daar zeker in het beginstadium op den duur wel enige herkenning ontstaat (of behouden blijft) ofwel er een vertrouwd „ritme” ontstaat.

Letterlijke en figuurlijke nabijheid geven vertrouwdheid die onze dementerende oudere als (geschonden) beelddrager Gods zo nodig heeft.

Samenvattend zou u kunnen zeggen:

— Wees letterlijk en figuurlijk dichtbij.

— Probeer de emotionele betekenis van de „woorden” te verstaan.

— Stel als u al vragen stelt, korte vragen en stel één vraag tegelijk (dus: heeft u gegeten? of: heeft u bloemkool gegeten? en niet heeft u bloemkool met gehakt gegeten?).

— Praat met korte zinnen en duidelijk.

— Leg contact via bekende, vertrouwde zaken, dus bekende Bijbelgedeelten, psalmen etc. (en trek zo nodig een zwart pak aan).

— Vergeet de partner en/of de kinderen niet die in groot verdriet en eenzaamheid al dan niet vermengd met schuldgevoelens thuis zitten.

— Probeer regelmatig op bezoek te gaan of regel met anderen die er meer gevoel en tijd voor hebben, om regelmatig te gaan.

— Haal dementerenden, ook als ze in een verpleeghuis zitten, naar de eigen kerkdienst (uiteraard zolang voldoende begrip en rust aanwezig is).

— Leg als pastor/kerkeraadslid/gemeentelid contact met de pastor en eventueel andere „professionals” indien er sprake is van opname in een verpleeghuis. Zij kunnen u (als het goed is) ondersteunen en adviseren.

— Blijf de dementerenden zien als beelddrager van God en behandel ze dus met res pect en niet als kleine kinderen; praat dus zeker niet óver hen, waar ze bij zijn etc.

Aanbevolen literatuur:

— Algemene informatie: Ik ben verdwaald. A. Hoogerwerf. Uitg. F. Hardeman, Ede.

— Belevingswereld dementerende: Hersenschimmen. J. Bernlef. Uitg. Querido, A’dam.

— Belevingswereld van een partner: Langzaam afscheid nemen. Ria van Boheemen Walheim. Uitg. Loghumstaterus, Deventer.

Ik hoop dat bovenstaande mee mag helpen om u over de drempel van het verpleeghuis te krijgen, om zo onze dementerende broeders en zusters ook daar als volwaardig ge meentelid te blijven steunen.

De vraag om een poging te doen wat praktische tips te geven voor de omgang met de menterende ouderen, speciaal met het oog op pastoraat, is aanleiding geweest om on derstaand verhaal te schrijven. leder mens is bij zijn geboorte al uniek en door zijn le vensloop neemt uniciteit slechts toe. ledere demente bejaarde is dus uniek, zodat slechts wat algemene principes aan de orde kunnen komen.

Allereerst wil ik wat zaken op een rij zetten, om daarna te trachten u mee te nemen in de belevingswereld van de dementerende oudere, om het vervolgens wat toe te spitsen op de pastorale situatie.

Dementie betekent letterlijk „de geest is eruit”. Gelukkig, maar dit terzijde, betreft het hier de geest met een kleine letter. De afgelopen jaren zijn er in de vakliteratuur vele termen geïntroduceerd en indelingen gemaakt, waardoor velen, ook professionals, de bomen in het bos niet meer zien.

De meest hanteerbare indeling onderscheidt twee eenheden en wel:

a. De ziekte dementie (voornamelijk veroorzaakt door de zgn. ziekte van Alzheimer en/of hersenweefselverval t.g.v. doorbloedingsstoornissen).

b. Het dementiële syndroom (d.w.z. een hoeveelheid van verschijnselen die in meerde re of mindere mate ook bij de ziekte dementie voorkomt, maar die nu veroorzaakt worden door ziekten, in het algemeen van lichamelijke aard, zowel binnen als buiten de hersenen en die na adequate behandeling vermindert of zelfs geheel verdwijnt).

Naast deze afwijkende situaties kennen we de normale vergeetachtigheid. Vergeetach tigheid is een verschijnsel dat ons als mensen niet vreemd is en ons allemaal wel eens overkomt, ongeacht onze leeftijd. We zijn ons er dan in het algemeen van bewust, dat we iets vergeten zijn en het ligt a.h.w. „op het puntje van onze tong”. Als we wat ouder worden, neemt deze normale vergeetachtigheid wat toe. Bij het ouder worden gaan on ze gedachtengangen niet slechter, maar verlopen ze langzamer, zodat het soms lijkt of we minder goed kunnen denken. Tevens geldt dat, als we vermoeid zijn of gespannen of verdrietig of ongeïnteresseerd, er minder achter blijft in ons geheugen, dan wanneer we uitgerust, vrolijk en geïnteresseerd zijn. Kortom, er zijn meer factoren in het spel bij waarnemen en in ons geheugen opslaan dan bij oppervlakkige beschouwing het ge val lijkt.

De oudere die lijdt aan dementie, de ziekte dus, onderscheidt zich van zijn gezonde leeftijdsgenoten door een verminderde inprenting. Dingen, mensen en gebeurtenissen worden nog wel opgemerkt, maar het vermogen om deze zaken „op te slaan” in het geheugen en weer te reproduceren is sterk verminderd en (b)lijkt soms volledig verdwe nen te zijn.

In het begin, zeker als er een gedeeltelijke uitval is, hoeft dit niet echt problemen te ge ven. Vooral niet, wanneer er wordt samengewoond met een gezonde partner. Wel zie je dat binnen de relatie spanningen gaan ontstaan door angst en achterdocht van de de menterende bejaarde en door onbegrip van de gezonde partner. Bijvoorbeeld de porte monnee is weggelegd op een ongebruikelijke plaats en dan niet meer (automatisch) te vinden. Conclusie is dan al gauw dat die gestolen is door de buurvrouw, de wijkzuster of de partner.

In deze periode treden ook de eerste verschijnselen van desoriëntatie op, in het alge meen eerst betreffende de tijd. Men is dan niet meer bij machte te onthouden hoe laat het is en vraagt het dan ook twintig keer in een uur. Later vraagt men zelfs niet meer naar de tijd, maar volgt een eigen schema, waarbij dag en nacht, ochtend en avond, sei zoenen en jaren hun vaste plaats als ritmebepaling verliezen. Na verlies van het geheu gen van het „hier en nu” treedt ook het verlies van het geheugen van dingen die vroe ger gebeurd zijn op. De dementerende mens raakt zo stukje bij beetje zijn eigen levens geschiedenis kwijt. Hij verliest dus een zeer essentieel houvast in het leven namelijk: de continuïteit van het eigen „ik” als persoon in de tijd.

Dit kan leiden tot het (soms wanhopig) opvullen van „gaten” in de eigen levensgeschie denis door het vertellen van niet werkelijk gebeurde verhalen (dit is m.i. niet hetzelfde als liegen daar de dementerende zich dit niet bewust is).

Al met al wordt de wereld om hem heen steeds bedreigender, want veel wat bekend en vertrouwd was, zoals omgeving, partner en kinderen worden op een gegeven moment niet meer als „eigen” herkend.

Alles en iedereen is nieuw, omdat er geen herinnering meer is van wat enige minuten of seconden terug nog gebeurd is.

Zo zal het toilet nog wel gevonden worden in het huis waar men al vele jaren woont (dat zit nl. in een groot stuk „oud” geheugen), maar niet meer als men pas enige maan den of jaren in de woning verblijft. Een ander soort problemen treedt op in de zin van niet meer weten hoe te handelen, bijvoorbeeld bij wassen en/of aankleden.

Alles wat wij aan dagelijkse handelingen verrichten, doen we met behulp van ons ge heugen. Als we opstaan denken we eraan ons te gaan wassen. Daarvoor moeten we, zo als we ons herinneren, ons naar de badkamer begeven. Ter plekke weten we washand, zeep en handdoek te vinden en herinneren ons waar het een en ander toe dient. De de menterende kan zoveel vergeten zijn, dat washand en zeep niet meer herkend worden en dus ook niet meer gebruikt kunnen worden zonder begeleiding van anderen.

Langzaam maar zeker breiden deze stoornissen zich uit en raakt de dementerende meer en meer afhankelijk van anderen. Anderen die dan ook al vaak niet meer als „eigen” worden herkend.

De dementerende oudere gaat in deze angstaanjagende, voortdurend nieuwe, afhanke lijke situatie op zoek naar geborgenheid en houvast en gaat dus op zoek naar vertrouw de punten of figuren. Voor veel ouderen, die qua geheugen zijn teruggegaan in de tijd (zowel kindertijd, adolescentie als middelbare leeftijd is mogelijk), betekent dit weer op zoek gaan naar vader en moeder.

De vervreemding door al het onbekende om je heen, de angst voor alles wat telkens nieuw lijkt, de wanhoop als je beseft dat het je overkomt, het verdriet dat je omknelt als alles wat je lief was wegvalt, zijn zo enkele gevoelens die de dementerende oudere doormaakt.

Om enigszins begrip hiervan te krijgen en hun eenzaamheid te peilen is het goed dat u zich, mede aan de hand van het voorgaande, probeert in te leven hoe zij zich voelen. Stelt u zich eens voor dat u op dit moment uw eigen huiskamer, echtgenote en/of kin deren niet meer herkent en u bij het lezen van deze zin zich niet meer kunt herinneren wat de vorige zin was, zodat u totaal de draad kwijt bent.

Dit proberen in te leven is essentieel om iets te kunnen begrijpen van de dementerende oudere en de „wereld” waarin hij leeft.

Zoals in het begin reeds is opgemerkt, is de Geest (met een hoofdletter) er gelukkig niet uit. Dit neemt niet weg, dat mensen toch uitlatingen kunnen doen (tot en met vloeken toe), die schokkend zijn voor hun omgeving, zeker als die hen kent als god vruchtige gelovige.

Een aantal zaken speelt hierbij een rol, zoals de verminderde beheersing van emoties door wegvallen van „hogere” hersenfuncties. Ook onbegrip in de zin van de betekenis van woorden niet meer weten en de vaak angstige en wanhopige situatie, waarin men zich bevindt, hebben hun invloed. Door de gestoorde inprenting is in het algemeen geen herinnering van de eigen grove uitlating aanwezig, zodat hierop ingaan, d.w.z. op de woorden zelf, geen zin heeft.

Wel is het uitermate zinvol om te trachten de emotionele betekenis te begrijpen en be spreekbaar/beleefbaar te maken zoals boosheid, wanhoop, verdriet.

Bij ons contact met de dementerende oudere is het van belang dat we synchroon met de neergang van de verstandelijke vermogens meer en meer op de klank en de emoties van het gesprokene en steeds minder op de woorden zelf letten. Woorden die soms to taal geen verband meer lijken te hebben, maar die gecombineerd met het gevoel, de klank, de gezichts- en ooguitdrukking soms nog veelzeggend lijken te zijn.

Om de verhulde boodschappen te kunnen verstaan, zullen we moeten beschikken over voldoende tijd en aandacht. Daarnaast moet een eventuele weerzin, veroorzaakt door minder smakelijke „luchtjes”, vlekken op kleding en vuile handen, worden overwon nen, om niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk nabij te kunnen zijn.

Wij maken voor het goed functioneren van ons geheugen veel gebruik van onze zintui gen, smaak, reuk, tast en gezicht, naast uiteraard ons gehoor. Door indrukken van meerdere zintuigen te combineren treedt soms toch nog herkenning op. De koffie wordt bijvoorbeeld wel herkend als de koffiekan en kopjes zichtbaar zijn en de „kof fie” te ruiken is en niet als alleen het woord koffie gehoord wordt. Gehoor kan echter wel op andere wijze goed gebruikt worden zoals bij het zingen van bekende geestelijke liederen en psalmen of het beluisteren van orgelplaten. Overigens dient men de berij ming en het ritme van de verzen aan te passen aan wat de dementerende in het alge meen gewend was te horen en te zingen.

Zo kan men dan ook meemaken dat een diep demente bejaarde die totaal niet meer spreekt of op gesproken woorden reageert,nog meeneuriet of -zingt meteen zondags schoollied als „Er ruist langs de wolken”. De tastzin kan goed benut worden door de oudere aan te raken (hand op hand, arm of onderarm, soms arm om schouder) en/of een Bijbel of psalmboek vast te laten houden tijdens voorlezen (van korte bekende Bijbelse verhalen, in de meest vertrouwde vertaling) of tijdens het zingen van psalmen. Daarnaast is het van wezenlijk belang om voldoende tijd te hebben zowel per bezoek als qua frequentie, daar zeker in het beginstadium op den duur wel enige herkenning ontstaat (of behouden blijft) ofwel er een vertrouwd „ritme” ontstaat.

Letterlijke en figuurlijke nabijheid geven vertrouwdheid die onze dementerende oudere als (geschonden) beelddrager Gods zo nodig heeft.

Samenvattend zou u kunnen zeggen:

— Wees letterlijk en figuurlijk dichtbij.

— Probeer de emotionele betekenis van de „woorden” te verstaan.

— Stel als u al vragen stelt, korte vragen en stel één vraag tegelijk (dus: heeft u gegeten? of: heeft u bloemkool gegeten? en niet heeft u bloemkool met gehakt gegeten?).

— Praat met korte zinnen en duidelijk.

— Leg contact via bekende, vertrouwde zaken, dus bekende Bijbelgedeelten, psalmen etc. (en trek zo nodig een zwart pak aan).

— Vergeet de partner en/of de kinderen niet die in groot verdriet en eenzaamheid al dan niet vermengd met schuldgevoelens thuis zitten.

— Probeer regelmatig op bezoek te gaan of regel met anderen die er meer gevoel en tijd voor hebben, om regelmatig te gaan.

— Haal dementerenden, ook als ze in een verpleeghuis zitten, naar de eigen kerkdienst (uiteraard zolang voldoende begrip en rust aanwezig is).

— Leg als pastor/kerkeraadslid/gemeentelid contact met de pastor en eventueel andere „professionals” indien er sprake is van opname in een verpleeghuis. Zij kunnen u (als het goed is) ondersteunen en adviseren.

— Blijf de dementerenden zien als beelddrager van God en behandel ze dus met res pect en niet als kleine kinderen; praat dus zeker niet óver hen, waar ze bij zijn etc.

Aanbevolen literatuur:

— Algemene informatie: Ik ben verdwaald. A. Hoogerwerf. Uitg. F. Hardeman, Ede.

— Belevingswereld dementerende: Hersenschimmen. J. Bernlef. Uitg. Querido, A’dam.

— Belevingswereld van een partner: Langzaam afscheid nemen. Ria van Boheemen Walheim. Uitg. Loghumstaterus, Deventer.

Ik hoop dat bovenstaande mee mag helpen om u over de drempel van het verpleeghuis te krijgen, om zo onze dementerende broeders en zusters ook daar als volwaardig ge meentelid te blijven steunen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.